chronologisch overzicht van publicatie route- en reisbeschrijvingen, kaarten, en reisgidsen

ROMEINSE TIJD

Itinerarium Antonini (Itinerary of Antoninus), daterend uit de 2e of begin 3e eeuw na Christus (zie Wikipedia).

Dit was een routebeschrijving van de door de Romeinen aangelegde militaire wegen.

Een bekende Romeinse wegenkaart is de Tabula Peutingeriana ( "Peutingerkaart"), daterend van ca. 350 na Christus (zie wikipedia link).

Het is de enig overgebleven getekende Romeinse reisroute, met alle Romeinse provincies, en de door Alexander de Grote veroverde gebieden in het oosten.

Dus van de Germaanse grenzen in het noorden tot Noord-Afrika in het zuiden, en van de Ganges in het oosten tot Engeland in het westen. In totaal besloeg

de routekaart zo'n 50.000 mijl. Er bestaat nog een kopie van uit het eind van de 13e eeuw, bestaande uit een perkament van 6,75 meter lang, in 12 segmenten.

3e EEUW:

Er waren drie grote rijken ontstaan die betrekkelijk vreedzaam naast elkaar bestonden: het Romeinse Rijk, het Perzische Rijk, en het Chinese Rijk onder de Han-dynastie.

In de 4e en 5e eeuw ontstond er steeds meer onrust aan de grenzen als gevolg van aanvallen door nomadische stammen vanuit het noorden (o.a. Mongoolse steppevolkeren en de Hunnen). Dat veroorzaakte op haar beurt weer volksverhuizingen van o.a. Germaanse stammen. Ondanks een eenmalige overwinning op de Hunnen in 451 (Atilla), leidde dit alles tot de val van de laatste Romeinse Keizer in 476.

4e EEUW

Onder de tot het Christendom bekeerde Romeinse keizer Constantijn werden de bedevaarten naar Rome en Jeruzalem bevorderd .

Het oudst bekende reisverslag is het Itenarium Burdigalense van een onbekende pelgrim uit het jaar 333. Van 381 dateert een reisverslag van een abdes uit Acquitaine genaamd Aetheria.

5e/6e EEUW

Een later bewaard gebleven bedevaartsverslag is de Itinerarium Egeriae (van een Spaanse schrijver genaamd Egeria) uit het eind van de 5e, begin 6e eeuw.

MIDDELEEUWEN

8e EEUW:

Het grote Roomse Rijk bereikte haar hoogtepunt met de kroning door de Paus van Keizer Karel de Grote (768-814) in het jaar 800. De basis voor dit Karolingische Rijk was gelegd onder de tot het Christendom bekeerde Clovis (periode: 481-511). Onder zijn heerschappij en dat van zijn opvolgers breidde het Rijk zich vanuit de hoofdstad Parijs over een groot deel van Europa uit.

Karel de Grote bestuurde zijn Rijk sterk centralistisch en er werd weinig macht gedelegeerd aan ondergeschikte hertogen, graven, en bisschoppen (ze gedroegen zich loyaal aan hun Keizer).

 

9e EEUW

Karel de Grote werd opgevolgd door Lodewijk de Vrome (814-840), die op zijn beurt drie opvolgers had. Het Karolingische Rijk viel in drie delen uiteen, en de rijksdelen raakten bovendien steeds meer versplinterd door autonoom optredende graven en bisschoppen die hun regionale belangen voorop stelden.

Aanvallen van buitenaf door Vikingen (vooral tussen 856-862), Hongaren (de Magyaren vielen Noord-Italië en Duitsland binnen) en Saracenen (deze Arabieren vielen Zuidelijk ItalIë en Sardinië aan).

10e EEUW:

Onder Otto I ontstond er een ommekeer na de Slag bij Lechfeld in 955. Er brak een periode van drie eeuwen Duitse dominantie aan. Hij zag zich als de opvolger van de Karolingiërs, en werd in 962 keizer van het Roomse Rijk, wat ook Italië omvatte.

11e EEUW:

Uitbreiding van het Midden-Europese Roomse Rijk onder de Duitse keizers.

Willem van Normandië viel Engeland binnen in 1066.

Ten tijde van het eerste milleniumjaar verschenen veel Latijnse bedevaartsreisgidsen.

12e EEUW

- Mirabilia Urbis Romae (Wonderen van de Stad Rome, link

De gids is rond 1143 geschreven door Benedictus, een kanunnik van de Sint-Pieter. In de Latijnse tekst worden veel antieke Romeinse monumenten beschreven,

die in deze tijd nog niet waren verdwenen. Het was eeuwenlang een standaard reisgids voor pelgrims in Rome en de tekst werd vaak gekopieerd, uitgebreid en vertaald.

Pas in de 15e eeuw werden twee nieuwe gidsen geschreven, die de Mirabilia konden vervangen; de Descriptio urbis Romae (1433) en Roma instaurata (1444).

- Iter pro peregrinis ad Compostellam, ca. 1140 (Wikipedia)

Het beschrijft de reis die pelgrims aflegden vanuit Frankrijk naar Santiago de Compostela in

Noord-Spanje, met praktische info over de aanbevolen rustplaatsten of religieuze bezienswaardigheden, en waarschuwingen tegen slecht voedsel,

oplichterijen, etc. Het geeft ook een beschrijving van de stad Santiago de Compostela en haar kathedraal.

Deze reisinformatie staat beschreven in het laatste deel van de vijfdelige, door monniken geschreven Codex Calixtinus.

In de 12 eeuw kwamen de sterke welvarende steden in Noordelijk Italië (Lombardije), zoals Genua en Venetië steeds meer in verzet tegen de onevenredige bijdrage die ze aan de keizerlijke schatkist moesten doen.

Er werden niet alleen kruisvaarten georganiseerd naar de Baltische landen en het Midden-Oosten, maar ook naar het Iberische Schiereiland.

Santiago de Compostella was al in 840 tot het Christendom bekeerd, maar de overige delen van Spanje (en Portugal) waren vanaf 720 in Moorse handen geweest (emiraat, later Kalifaat van Cordoba) en pas vanaf de 11e eeuw tot de Christelijke wereld gingen behoren (Toledo 1085, Saragossa 1118, Valencia 1238).

13e EEUW

De reisverhalen van Giovanni da Pian del Carpine (Johannes van Plano Carpini) dateren van het midden van de 13e eeuw. 

Hij was een Franciscaan die als eerste pauselijk gezant door Innocentius IV naar het Mongoolse Rijk was gestuurd.

De verhalen betreffen delen van Rusland en van noordelijk en centraal Azië. Een pauselijke vrijgeleide (of vrijbrief) gaf veel bescherming.

Het was ook de periode waarin de Franciscaner monnik Willem van Rubroeck een belangwekkend Itinerarium schreef (in 1253).

Van Rubroeck was de vierde Europese afgezant die het Mongoolse hof bereikte. Behalve Johannes van Plano Carpini, waren ook Nicolas Ascelin (1245) en

André de Longjumeau (1249) hem voorgegaan.

Marco Polo's boek Il Milione (De Wonderen van de Oriënt). De verhalen werden ca. 1300 opgetekend toen Polo in gevangenschap de schrijver Rustichello van Pisa

ontmoette. Il Milione werd een bron van geografische informatie voor (ontdekkings)reizigers en cartografen In de 14e en 15e eeuw.

("zeer gedetailleerde beschrijvingen worden daarbij afgewisseld met tamelijk droge opsommingen", en vermeldde bijv. ook het Mongoolse postsysteem, link).

Marco Polo was een Venetiaans koopman die, tijdens door zijn contacten met het Mongoolse Rijk en zijn verblijf aan het hof van Koeblai Khan (heerser van het

Mongoolse Rijk in 1260-1294) in die tijd veel reizen in en door Azië maakte. Daarbij maakte hij gebruik van oude routes die ook al bekend waren in de tijd van

Alexander de Grote (3e eeuw voor Chr.) en delen van de aloude Zijderoute. De Pax Mongolica zorgde veilige verbindingen voor handelaren en missionarissen.

Reizigers die de bescherming van de Mongolese heersers genoten droegen een gouden tablet bij zich ("paiza"), wat gelijk stond aan de vrijbrief, vrijgeleide,

introductiebrief, of het paspoort uit latere tijden. Marco Polo verkende ook tot dan toe in Europa onbekende gebieden, zoals Japan (Cipangu).

Na de Vierde Kruistocht was Constantinopel in het jaar 1204 veroverd, en er ontstond voor de Venetiërs een opening in oostelijke richting. Het centrum van het Byzantijnse Rijk kwam in Moskou te liggen.

Na de dood van Keizer Frederik II in 1250 trokken de Italiaanse steden steeds meer onafhankelijkheid naar zich toe. De Slag bij Tagliacozzo in 1268 was een belangrijke mijlpaal.

Het Duitse Keizerrijk (Roomse Rijk) breidde zich naar het (noord-)oosten uit.

Circa 1250 schreef de Engelse kroniekschrijver Matthew Paris zijn History of the English. Het bevatte een routebeschrijving en -tekening en was duidelijk bedoeld

voor o.a pelgrims, kruisvaarders en handelaren die vanuit het noorden van Engeland via Dover naar het Europese Continent wilden reizen.

In de Middeleeuwen behoorden de Engelse wegen tot de slechtste in Europa.

In 1283 schreef de Domincaanse monnik Burchardus de Monte Sion het manuscript Descriptio Terrae Sion. Dit boek bleef lange tijd

als voorbeeld dienen voor latere pergrims (tot het verschijnen van de Pelgrimsgids in de 15e eeuw). De indeling ervan was gebaseerd

op de windstreken. Vanuit het centale punt in Jeruzalem reisde men eerst oostwaarts (naar de Jordaan), daarna westwaarts

(naar het Joods Gebergte en Ein Karem), vervolgens noordwaarts (Nazareth in Galilea, en Damascus), en tot slot zuidwaarts

(Bethlehem, Hwebron, Gaza). Vanuit Gaza kon men vervolgens doorreizen naar Sinaï en Egypte.

14e EEUW

Na de inname van Acca door de Turken in 1291 raakte de bedevaart naar Jeruzalem in het slop. Er volgde zelfs een kerkelijk verbod op deze bedevaart,

op straffe van excommunicatie (zie het boek van Ben Wasser, "Nederlandse Pelgrims naar het Heilige Land").

Voor een bezoek aan het Heilige Land was speciale toestemming nodig van de Paus. De bedevaart op Rome werd hierdoor bevorderd.

Een andere stimulans voor een bedevaart naar Rome was de instelling van het Jubeljaar in 1300.

Uit de 14e eeuw zijn (slechts) enkele Nederlandse reisbeschrijvingen van een bedevaart naar Jeruzalem bekend (bewaard gebleven):

- de Reis van Jan van Mandeville (Mandeville's Travels) uit 1336

- Hodoeporicon ad Terram Sanctam , van Wilhelm van Boldensele uit 1332

- het Boek over het Heilige Land, van Odoricus de Pordenone uit 1320

- Libellus de itinere ad terram Sanctam per Ludolphum Rectorem parochialis Ecclesia in Suchem, van Ludolf van Suchen uit 1335.

- het Itinerarium van een priester uit het bisdom Utrecht Johannes de Hese, later in het Nederlands vertaald door Jan Voet

De inhoud van deze reisbeschrijvingen was grotendeels gebaseerd op legendarische verhalen, ontleend aan oude geschriften,

met onnauwkeurige routebschrijvingen, vage bestemmingen, en weinig concrete details m.b.t. tot afstanden ('dagmarsen'), etc.

De spirituele en allegorische betekenis van het beschrevene voerde de boventoon.

Mandeville's Travels is een populaire verzameling reisverhalen daterend van 1356/1357. Dit boek werd in vele talen vertaald en in

(handgeschreven) manuscripten verspreid. Tot het midden van de 15e eeuw bleef het een populair boek dat als practische geografische informatiebron diende

voor ontdekkingsreizigers (inclusief Columbus) en cartografen. Volgens de auteur John Mandeville was het boek bestemd als gids voor pelgrims naar Jerusalem.

Het tweede deel van het boek behandelt de wijdere wereld (buiten het Heilige Land). Het boek bevat veel fantastische verhalen, die waarschijnlijk niet op

persoonlijke waarneming zijn gebaseerd. Het werk dateert uit de periode dat reisverhalen erg in trek waren, en Marco Polo (ca. 1254 - 1324) eerder van zijn

ontdekkingsreizen was teruggekeerd.

De 14e eeuw was een eeuw met de 100-Jarige Oorlog tussen Frankrijk en Engeland (1337-1453), en Noordelijk Europa kende mislukte oogsten a.g.v. een plotselinge klimatologische omslag, armoede en hongersnood, en regelmatige uitbraken van de pest. Er waren boerenopstanden in Frankrijk (1358) en Engeland (1381). In Spanje, Italië en de Nederlanden ontstond er oproer in de steden. De macht van de staat (en kerk) werd hierdoor verminderd. Religieuze spanningen ontstonden bijvoorbeeld in Engeland met de opkomst van de Lollards o.l.v. John Wycliffe. De laatste trok de pauselijke macht in twijfel en hij verzette zich tegen de boerenonderdrukkers en de rijke geestelijkheid . Italië en Duitsland raakten gefragmenteerd na de dood van Frederik II in 1250.

Rome werd een populair reisdoel geweest voor een pelgrimstocht vanaf het jaar 1300 vooral tijdens het 25-jaarlijkse (of 50-jaarlijkse) jubeljaar (link).

Voor alle pelgrimsoorden en de pelgrimstochten ernaar toe gold dat men er het nuttige met het aangename kon verenigen.

De vrije dagen op de kerkelijke kalender (holy days) was een moment van bezinning én van ontspanning. Tijdens de tochten voelde men zich verlost van de strenge regels en beperkingen die er thuis, in de steden golden. Daarnaast vervaagden tijdens

zo'n tocht de verschillen tussen de verschillende maatschappelijk rangen en standen (een kenmerk van toerisme door de eeuwen heen). Dat dit ook vaak tot losbandigheid leidde maakte dat de geestelijkheid tegen de uitwassen waarschuwden, en dat sommige pelgrimstochten zelfs door het wereldlijke gezag verboden werden. Dit laatste gold bijvoorbeeld de pelgrimstocht van Gent naar St. Lievens-Houtem die door Karel V werd verboden (Concessio Carolina van 1540).

In de Canterbury Tales beschreef Geoffrey Chaucer (1340-1400) zo'n groep pelgrims die te voet en te paard vanuit Londen vertrokken om na enkele

dagen de bedevaartplaats Canterbury te bereiken, waar Thomas à Becket in 1170 was vermoord en in 1174 heilig verklaard.

De pelgrims vertegenwoordigden alle lagen van de bevolking, en voor de veilgheid reisden ze doorgaans in groepen. Een aantal van Chaucer's pelgrims

waren (net als Chaucer zelf) flink bereisd. De Merchant had contacten in o.a. Sluys en Middelburg, de Squire had in de Honderdjarige Oorlog tegen de

Fransen gevochten in Vlaanderen, Artois en Picardië, en de Knight was op kruisvaart naar het Heilge Land geweest. Het beste voorbeeld van een reislustige

pelgrim die het nuttige met het aangename wist te verenigen was de levenslustige Wife of Bath:

De pelgrimstocht van Engeland naar Jerusalem duurde in die tijd een jaar, en zoals uit The Book of Margery Kempe blijkt was zo'n tocht voor vrouwen vol gevaar.

In Galicië lag de bedevaartplaats Santiago de Compostella, in Cologne bevond zich de graftombe van de Wijzen ("Magi") en waren de beenderen van 11.000

maagden bijgezet, en in Boulogne aanbad men het houten beeld van de Heilige Maagd Maria. Phyllis Hodgson stelt in het Voorwoord bij haar editie van de

Prologue dat "the holiday jaunts of the Wife are set against the Crusades of the Knight and the incessant journeyings of the Parson throught the length and

breadth of his huge parish".

Van circa 1360 dateert de zogeheten "Gough map" (zie link). Het is een Middeleeuwse routekaart van Groot-Brittannië waarop de wegen van stad tot stad,

met afstanden, staan afgebeeld. De kaart werd veel gekopieerd (de boekdrukkunst had zijn intrede nog niet gedaan) en bleef zo'n 200 jaar in gebruik.

15e EEUW: Franse reunificatie (tot en met de 16e eeuw)

In het begin van deze eeuw vielen de Engelsen Frankrijk binnen, maar vanaf 1440 heroverde Koning Karel VII (1422-1461) het verloren gegane gebied.

In 1453 was alleen Calais nog in Engelse handen. Het was de tijd van Jeanne D'Arc. Zijn opvolgers annexeerden Bourgondië (1477) en Bretagne (1491)

en de Provence (1481), evenals Anjou en het hertogdom Bourbon in de volgende eeuw. Aan het eind van de 16e eeuw had Frankrijk ongeveer zijn huidige

grenzen verkregen.

Landkaarten waarop wegen stonden afgebeeld waren in de Middeleeuwen uitzonderlijk. Een uitzondering waren de wegenkaarten van de Duitser

Erhard Etzlaub uit 1492. Hij vervaardigde routekaarten van een aantal Duitse steden en hun omgeving (wat in die tijd veelal soevereine gebieden waren).

Ook maakte hij een grote kaart van Midden-Europa, wellicht ten behoeve van reizigers die Rome wilden bezoeken in het jubeljaar 1500.

De kaart omvatte Denemarken, Polen, en Parijs, en was met het zuiden (Rome) naar boven geprojecteerd. (Zie link)

Er verschenen twee nieuwe reisgidsen voor pelgrims naar Rome, die de Mirabilia Urbis Romae (1143) konden vervangen:

-Descriptio urbis Romae (1433)

- Roma instaurata (1444)

Na circa 1450 was er een opleving in de bedevaarttochten naar Jeruzalem. De pauselijke beperkingen werden versoepeld. In Venetië kon eenvoudig

toestemming worden verkregen voor de reis. Dit wordt bevestigd door een groter aantal bewaard gebleven reisverslagen uit die periode, die veelal

gebaseerd waren op de 15e eeuwse "Pelgrimgids" dat door monniken in in het klooester Sion in Jeruzalem was geschreven, en door hen werd gebruikt

als handleiding voor pelgrims langs de heilige plaatsen. De reisverslagen uit de tweede helft van de 15e eeuw en de 16e eeuw werden persoonlijker en

concreter van inhoud. Ze hadden een strakke opzet de inhoud die vaak gebaseerd lijkt op een gemeenschappelijke tekstbron, de Pelgrimgids met haar

beschrijving van de processies langs de heilige plaatsen in Jeruzalem, met de bijbehorende bijzonderheden (inclusief aflaten). "Blijkens uitlatingen van

enkelen onder hen werd deze gids door de pelgrims veelvuldig geraadpleegd en overgeschreven" (zie: Ben Wasser). Dit gebeurde tijdens

de rustpauzes in de pelgrimsherbergen (de hospitaals) aan het eind van de dag of tussen de rondleidingen door. Excursies naar bijvoorbeeld Jericho en

de Jordaan door de verlaten woestijn van Judea werden als bijzonder gevaarlijk beschouwd, wat een goede reden kan zijn geweest om een vermelding

ervan in (met name de anonieme) reisverslagen gewoon uit de Pelgrimsgids te kopiëren. Op een enkele uitzondering na, werden de processies in precies

dezelfde volgorde gelopen als in de Pelgrimsgids stiond beschreven. In de 15e eeuw waren kopieën van de Pelgrimsgids in tal van Europese

kloosterbibliotheken te vinden.

Uit de tweede helft van de 15e eeuw zijn de volgende reisverslagen van een bedevaart naar Jeruzalem bewaard gebleven:

1449: Willem Wouters: descriptio de tota terra promissionis cum Jhrlem (Beschrijving van heel het beloofde land emt Jerusalem)

1450: Arent, hertog van Gelre en Gulik, zijn vrouw, en enige anderen, via Frankrijk naar Venetië, Cyprus (tot ridder geslagen), Kreta

1455: een anoniiem verslag

1458: idem

1472: idem, uit het hertogdom Gelre

1469 (?) 1470-1471: Itinerarium in Asiam et Africum, geschreven door Jan Adornes over de bootreis naar het Heilige Land van zijn vader Anselm Adornes in.

Het reisverslag werd in 1491 vertaald door Rombout (Rumoldus) de Doppere onder de titel "Tvoyage ghedaen te Synay ende te Jherusalem by mer

Ancelms Adournes.". Het maakte deel uit van een soort vademecum voor Rome- en Jeruzalemgangers.

1479: Jacob Kreynck en Deryck Vogel, uit Zutphen, bedoeld als een praktische reisgids met beschrijvingen van benodigheden voor de overtocht, en een

opsomming van de vreemdelingenbelastingen ("tributen") die door de Turkse heersers in Jeruzalem werden geheven.

1481: Ridder Jan Aerts, uit Mechelen, terugkeer in 1484. Zijn manuscript werd tot midden 17e eeuw mermalen gekopieëerd, vooral vanwege zijn beschrijvingen

van mysterieuze omzwervingen door Arabië, Perzië en India, Koerdistan en "Pape Jansland". Hij vertrok een tweede keer in 1488, ditmaal met de bisschop van

Kamerijk.

1481: Tvoyage, over de reisverhalen van ridder Joos van Ghistele in 1481-1485, opgetekend door Ambrosius Zeebout in 1572, gebaseerd op aantekeningen

van een reisgenoot van Van Ghistele (Van Quisthout)

1483 (?): Peregrinatio in Terram Sanctum van Bernhard van Breidenbach (Breydenbach) uit 1486, dat ook in het Nederlands vertaald is. Met enkele Duitse edelen.

1488-1489: Jan van Doornik over een Jeruzalemreis in 1488 tot 1489. Hiervan is een kopie uit 1549 bewaard gebleven.

1493: Claes van Dusen maakte tussen 1484 en 1595 elfmaal een een pelgrimstocht als reisleider van de Venetiaanse reder Augustini Contarini.

1494: Jan van Berchem. Hij bezocht en beschreef ook andere bedevaartplaatsen zoals Rome, Bari (St. Nicolaas, Vieye en St. Angelo (St. Katharina), Béziers

 

16e EEUW: EDUCATIEVE REIS NAAR ITALIAANSE RENAISSANCE-STEDEN (later bekend geworden als 'Grand Tour')

Vanaf 1477: Oostenrijkse Nederlanden

In de eeuw ervoor hadden de Nederlandse gewesten tot het Hertogdom van Bourgondië behoord, maar door het huwelijk van Maria van Bourgondië met Keizer Maximilliaan van Oostenrijk werden ze onderdeel van het Oostenrijkse Rijk (het Roomse Rijk was door vererving bij het Oostenrijkse Huis terechtgekomen).

Na Keizer Maximilliaan heerste Keizer Filips de Schoone, die weer werd opgevolgd door Karel V

1519-1555:  Karel V

Karel V heerste als Keizer van het Heilige Roomse Rijk. Hij bezat gebieden in Oostenrijk, Zuid Duitsland en de Nederlanden, en erfde rijksdelen in Spanje, Italië en Noord-Afrika.

Tijdens zijn bewind werd het Nederlandse gebied uitgebreid en samengevoegd. In 1548 waren alle Nederlandse provincies verenigd, waarbij hun rechten wettelijk werden vastgelegd.

Vanaf ca. 1520: Reformatie

Als gevolg van de Reformatie en de vervolging van de Protestanten door de Katholieke heersers braken er religieuze twisten uit.

In Duitsland (Saksen) riep Luther in 1517 op tot hervormingen van de Katholieke Kerk, en verbrandde een pauselijke excommunicatiebul in 1520. Johannes Calvijn preekte in Genève (1541-64), en Zwingli in Zürich

Religieuze onvrede ging vaak hand in hand met sociale onrust.

Van 1524 - 1525 woedde er daardoor een grote boerenopstand in Duitsland.

In Frankrijk woedden religieuze oorlogen (1562-1598), evenals in het Roomse Rijk onder Keizer Ferdinand II (in de Bohemen, Oostenrijk en Duitsland).

Vanaf ongeveer 1522 deed de Reformatie zijn intrede in de Nederlanden. Karel V stelde vervolgingen in tegen de ketterij.

Vanaf 1555: Spaanse Nederlanden onder Filips II

Na de troonsaftand van Karel V (hij trok zich terug in een klooster) ging het Midden-Europese gebied inclusief de keizerlijke titel over op zijn broer Ferdinand (die al Koning van de Bohemen en Hongarije was).

Zijn zoon Filips de II erfde in 1555 het gebied in Spanje en de Nederlanden. Filips begon de rechten en vrijheden van de Nederlandse burgers te beperken en verhoogde de belastingen waaarmee hij zijn oorlogen bekostigde. Er vonden felle religieuze vervolgingen plaats. De raadgevingen van de ontevreden en opstandige Nederlandse edelen tot matiging van zijn beleid sloeg hij in de wind.

Filips verliet het land (Brussel) in 1559 en vertrok naar Spanje. Hij liet het bestuur over aan Landvoogdes Margareta ( Hertogin van Parma, een buitenechtelijke "natuurlijke" dochter van Karel V). De Hertog van Alva werd in 1567 gestuurd en bleef 6 jaar.

1572: begin van de Tachtigjarige Oorlog (tot 1648)

de Nederlanden openlijk en gewapenderhand in opstand.

Onder leiding van Willem van Oranje namen de Watergeuzen Den Briel in. Alva verliet het land.

In 1576 kwam de Pacificatie van Gent tot stand, waarbij alle provinciën zich verbonden de gezamelijke Spaanse overheerser te verdrijven. Een aantal zuidelijke provincies verbraken dit verbond en accepteerden een landvoogd namens de Spaanse Koning. In 1579 verklaarden de 7 Noordelijke Nederlanden zich onafhankelijk onder de Unie van Utrecht.

De Spaanse pogingen om de provincies weer in te lijven duurden voort tot 1648.

Na 1580: Nederlandse ontdekkingsreizen en opkomende handelsverenigingen.

Spanje de Nederlandse handel met Portugal stilgelegd en moest Nederland zelf de zeeweg naar Indië zoeken.

De stad Amsterdam kwam tot grote bloei.

1584: Willem van Oranje werd vermoord.

Maurits werd de nieuwe Stadhouder (= hoogtse uitvoerende macht) van Holland en Zeeland.

De Franse koning weigerde een verzoek tot bescherming van hun rechten en vrijheden tegen de Spaanse Koning, en wees de formele heerschappij over de Nederlanden af. Engeland zegde steun toe, maar wilde niet de souvereine macht. In een verdrag werden Brielle, Vlissingen en Rammekens aan de Engelse koningin Elizabeth verpand.

1585 Engelse troepen kwamen onder leiding van de Graaf van Leicester naar Nederland. Ze bleven 2 jaar maar bleken niet capabel. Maurits werd opperbevelhebber van het leger van de Nederlandse staten, en werd in 1590 ook Stadhouder van Utrecht en Overijssel.  De Stadhouder van Friesland Willem Lodewijk (sinds 1584), en vanaf 1594 Stadhouder van Groningen, werd aangesteld als veldmaarschalk.

De strijd tegen de Spaanse legers, en veel steden werden ontzet. Handel en welvaart keerden in de steden terug.

1596: Heemskerk en Barendz trachten Indië via de Noord te bereiken.

Onder invloed van de Reformatie nam de populariteit van pelgrimstochten in de loop van de 16e eeuw vanuit Nederland (en andere landen waar de Reformatie een

belangrijke rol speelde, merkbaar af. Uit de 16e eeuw zijn de volgende reisverlagen bekend over een pelgrimstocht naar Jeruzalem:

1505: Peter de Smet van Steebroeck, het verslag is in een manuscript uit 1550 bewaard gebleven; de reis uit Venetië werd maandenlang door storm opgehouden .

1514: Livre de Voeiages van ridder Jan Taccoen van 21 maart 1524 tot 9 maart 1515, via Sluis, Lissabon, Syrië. Hij was in 1512 in Santiago de Compostela geweest.

1517: Wessel van Martena, Tjalling en Juw van Botnia, drie Friese edelen, aan het eind van de 16e eeuw door de Groningse monnik Leo Sibrandus opgetekend.

1519: Joannes (Jan) Want, een Dominicaanse monnik uit Den Bopsch, gesponsord met een legaat van een echtpaar.

1519: Lieven Jans Gillesz uit Zierikzee, samen met Daniel Moy, via Antwerpen, Parijs en Venetië van 22 maart tot 15 december. In Rome werd de Pauselijke

toestemming voor de reis gehaald. Hij schreef een praktische reiswijzer met aanwijzingen voor het verblijf in Venetié, benodigdheden voor de overtocht, en valuta.

1520: Jerusalemsche Reyse, geschreven door Geert Kuynretorff, uit Kampen, met praktische info voor vervoer, logies, maaltijden, en allerlei, benodigdheden

voor onderweg, financiële tips, geneeskundige recepten, en details over het afsluiten van het contract in Venetië voor de overtocht en het bezoek aan het Heilige Land.

1521: Jan de Heuter, uit Delft, samen met Jan van Scorel (schilder), en Lambert Varick (theoloog)

1525: Arent Willems, heelmeester en barbier te Delft; inclusief beschrijving van de voor pelgrims gebruikelijke eredienst (maar zelden beschreven) in de St.-Rochuskerk

in Venetië. St. Rochus was de beschermheilige tegen besmetteleijke ziektes.

1525: Jan Goverts, priester te Gorcum, in gezelschap van Arent Willemsz en Gerbrant Vechterzn.

1561: Hugo Hugenszoon van Rijck, van 10 mei 1561 tot 25 maart 1562, in gezelschap van zijn zoon Cornelis Huygens, van Delft via Venetië naar Jeruzalem

1565: Adriaen de Vlaming, raadsheer te Dordrecht, met het hele huisgezin, meid en knecht, hond en kat, van 19 mei 1565 tot 28 maart 1566; in Saïda hebben ze

ruim 3 weken vertraging door winstilte

1565: Jacob Dircxz Bockenbergh, uit Gouda, reisgenoot van Adriaen de Vlaming (zie boven), hun reisverslagen zijn praktisch identiek, behalve de extra tijdstabel

van Gouda tot Venetië in 28 dagen, de afstandstabel vanaf de grote Europese steden tot Jeruzalem in mijlen, en een aparte routebeschrijving van Leiden tot Rome.

1584: Christiaen van Adrichem, uit Delft maakte de reis niet zelf, maar maakte een reisbeschrijving op basis van literatuuronderzoek (inclusief bibliografische lijst!)

1598: "De Lofflycke Reyse"van Jan van Cotwyck uit Utrecht, van 4 aug. 1598 tot 8 mei 1599, is een uitgebreid reisverslag met "apologetische inslag"; de schrijver

houdt een pleidooi voor het belang van de bedevaart; met een lijst van benodigdheden, en een kostenoverzicht, waarmee hij wilde aantonen dat je niet rijk hoefde te zijn

om de bedevaart te kunnen doen.

Rome was altijd al een populair reisdoel geweest voor een pelgrimstocht, sinds het jaar 1300 vooral tijdens het 25-jaarlijkse (of 50-jaarlijkse) jubeljaar.

De jubeljaren in deze eeuw waren 1525,1550, 1575 en 1600. Tussen de jaren 1475 en 1600 verschenen er maar liefst 127 reisgidsen voor Rome (volgens Maczak).

Daarnaast nam in de 16e eeuw vanuit Noord-Europa de behoefte toe om kennis te maken met de bakermat van de Renaissance (Florence).

Een populaire reisgids werd de Franse wegengids La Guide des Chemins de France (28 herdrukken tussen 1552 en 1668).

De drukker van deze Guide, Charles Estienne, haalde veel van zijn informatie uit reeds bestaande pelgrimsgidsen, maar hij baseerde zich ook op mondelinge

informatie van kooplieden. De informatie betrof wegeninformatie, adviezen over verblijfplaatsen, korte beschrijvingen van historische bezienswaardigheden, etc.

In 1570 publiceerde Philips van Marnix (Heer) van St. Aldegonde als eerste Nederlander een beschrijving van de Grote Tour.

Vanaf 1578 circuleerden er ook werken van Justus Lipius die als een goede basis voor de Educatieve Reis (Grand Tour) werd beschouwd

(Epistola de Fructu Peregrinandi et Praesertim in Italia).

Het populaire zakwoordenboekje Colloquia, et Dictionariolum Octo Linguarum, van Noel de Berlaimont, verscheen vanaf circa 1530 in Antwerpen (het oudst

bewaard gebleven exemplaar dateert van 1536), en zou onder verschillende titels, en in verschillende talencombinaties, ruim anderhalve eeuw in circulatie

blijven. Zo verscheen het in 1677 onder de titel: Colloquia, et dictionariolum octo linguarum, Latinae, Gallicae, Belgicae, Teutonicae, Hispanicae, Italicae,

Anglicae, et Portugallicae. In Rotterdam kwam het zakwoordenboekje in 1644 uit onder de titel "Den Grooten Vocabulaer: Engels ende Duyts ...".

De gespreksonderwerpen die aan bod kwamen waren: (1) gesprekken tijdens een maaltijd van tien personen (2) kopen en verkopen (3) schulden opeisen

(4) de weg vragen (5) gespreken in een herberg (6) gesprekken bij het opstaan uit bed (7) koopmansgesprekken (8) brieven, missieven, obligaties en

kwitanties schrijven. En in het tweede deel was een lijst met alledaagse woorden opgenomen.

Enkele voorbeelddialogen uit hoofdstuk 5 (in een herberg)

Dat V Capitel

Gemeyne coutingen, zijnde ter herberhen,

Robrecht, Simon, de weert, ende andere.

The V Chapiter

Common talke being in the Inne.

Robert, Simon, the Hoste, and other.

- Van waer coemdy nu, van over zee?

- Neen, ick come uyt Vranckrijck (...)

- Wat seyt men nieus in Vranktijck?

- Sekers, niet goets.

- Hoe dat?

- Sy zijn so verhit d'een op d'andere dat ick eenen grouwel heb daer af te spreken.

- God bescherme ons van den inlandischen crijch, want het is een quade plaghe, maer wy moeten verduldigh zyn, wy sullen den peys hebben als't God believen sal.

(...)

- Mijn heere, is 't dat ghy u sieckachtich voelt, soo gaet u rusten, u camer is bereedt. Janneken, maekt goet vyer in sijn camere, en dat hy geen dinck van doen en hebbe.

- Mijn lief, is mijn bedde ghemaeckt? Is't goet?

- Jaet mijn heere, 't is een goet pluymbed, ende de slaeplaken zijn seer schoon.

(...)

- From whence com you now, from beyond the sea?

- No, I com from France (...).

- What newes in France?

- Trulie, nothing good.

- How so?

- They are so chafed the one against the other, that I am even afraide to speak therof.

- God preserve us from civil warres, for it is an evell plague: but we must have patience, wee shall have peace when it will please God.

(...)

- Sir, if you be ill at ease, gooth and take your rest, your chambre is reaie. Jone, make a good fier in his chambre and let him lacke nothing.

- My shee frinde, is my bed made? Is it good?

- Jea sir, it is a good federbed, the sjeets be very cleane.

(...)

 

 

Boorde, Andrew (ca.1490 - 1549), Introduction of Knowledge, 1547 (?)

Het boek gaf een korte schets van landen in Europa, volksaard, muntsoorten, en enkele praktische zinnetjes voor onderweg.

Dit werk wordt beschouwd als de eerste reisgids voor het Europese Continent (link).

De Nederlandse gewesten waren in de periode van 1523 tot 1543 allemaal onder gezag van Karel V gekomen (het hertogdom Gelre was het laatste gewest).   

Robert Fabian

Chronicles, 1516 (published four years after his death)

John Leland (1503 - 1552), called "the father of English local history and bibliography", zie wikipedia link)

De beroemde Itinerary werd verzameld tijdens het koningschap van Hendrik VIII. Leland inventariseerde boeken uit de kloosters

(die sinds de First Suppresion Act op grote schaal waren geplunderd), en maakte ook lange reizen door Engeland, Schotland, Wales en Ierland.

Het wordt beschouwd als de eerste Engelse 'road book'  (ca. 1535 -1545).

Over Engeland verschenen een aantal werken die nog geen compacte reisgidsen waren, maar wel voor reizigers essentiële informatie bevatten:

Hall, Edward († 1547)

Chronicle, 1548, published by Richard Grafton one year after Hall's death, and republished in 1550, 1555

An Abridgement of the Chronicles of England, Gathered by Richard Grafton, Citizen of London, 1663, 1564, 1572

Manuell of the Chronicles of Englande from the Creacion of the Worlde to this Yere of our Lorde 1565, Abridged and Collected by Richard Grafton, 1565

A Chronicle at Large, and Meere History of the Affayres of Englande, and Kinges of the Same, 1568, 1569 (2 folio volumes), plus a second edition within the year

Raphael Holinshed (1529-1580, link)

In 1577 verscheen Chronicles of England, Scotland and Ireland , met wegen- en afstandstabellen. Gebaseerd op Leland. Een tweede editie verscheen in : 1586 en 1587.

"One of the two histories that Shakespeare used; the other was Hall's Chronicle" (Henry Morley)

William Harrison (1534 - 1593, link)

An Historical Description of the Islands of Britain verscheen eveneens in 1577. Gebaseerd op Leland.

William Camden (1551-1623, link) voor zijn Britannia

In 1586 verscheen de eerste editie  van William Camden's Britannia (zie ook de 17e eeuw), een county-by-county beschrijving van Groot-Brittannië en Ierland,

geïnspireerd door de aantekeningen van John Leland, in het Latijn uitgegeven in 1586,

met vele herdrukken, in 1607 voorzien van 57 county maps door Christopher Saxton (deze Latijnse uitgave diende als basis voor de in 1617 & 1639 door

Willem Janszn Blaeu in Amsterdam uitgegeven editie onder redactie van Reinier Telle, later vertaald in het Engels door Philemon Holland in 1610

(een latere editie verscheen in 1639), en opnieuw vertaald in 1695 door Edmund Gibson, met county maps van Robert Morden (latere edities verschenen in

1722, 1753, 1772), en in 1789 verscheen een opnieuw uitgebreide editie in 4 delen met kaarten van John Cary, en onder redactie van Richard Gough ontdekker

van de beroemde 14e-eeuwse Gough-map), met een heruitgave in 1806.

Het werk was in heel Europa populair, met onder meer uitgaves in Amsterdam (1617 en heruitgave in 1639, W.J. Blaeu) en Frankfurt (1616).

 

Eden, Richard (1521?-1576), (link)

History of Travayle in the East and West Indies, published posthumously in 1577
It is a translation of Ludovico Barthema's ‘Travels in the East in 1503’, together with a translation of John Taisner's ‘De Natura Magnetis’

Stow, John (1525 - 1605)

A Summarie of Englysh Chronicles, 1561, tijdens zijn leven verschenen geactualiseerde edities in 1565, 1566, 1570, 1573, 1575, 1579, 1584, 1587, 1590, 1598, 1604

Annales, or a Generall Chronicle of England, from Brute unto this Present Year of Christ, 1580, 1592, 1601, 1605 (quarto, 1215 pages)

two later editions published by Edmund Howes, in 1615, 1631 (updated)

The Survey of London, 1598, 1618 (updated by A. Munday), 1633 (updated by Anthony Munday & H. Dyson)


17e EEUW:

Sinds de onafhankelijkheid van de Republiek der Verenigde  Nederlanden in 1579 (Unie van Utrecht) nam de behoefte onder rijke kooplieden en regenten toe om, net als de adel, hun zonen voor langere tijd naar het buitenland te laten reizen ('grand tour'). Het werd als een Educatieve Reis beschouwd waarbij het doel vaak een studie aan een buitenlandse universiteit centraal stond. Tot de opkomst van goede Nederlandse universiteiten vanaf 1575 (Universiteit van Leiden) stond een titel behaald aan een buitenlandse universiteit in hoog aanzien (zie: eerste Europese universiteiten, link).

Bekende Nederlanders die een "Educatieve Reis" ondernamen, en die daarover ook hebben geschreven en gepubliceerd, zijn:

Rudolphus Agricola (1444-1485) bezocht de universiteiten van Pavia (1469), Ferrara (1475), Erfurt (1456), Keulen (1462),

                                                             Leuven (1465), Heidelberg

Ubbo Emmius (Ubbe Emmen 1547-1625), oprichter van de Universiteit van Groningen:

Willem en Reinier van Oldebarnevelt (zonen van Johan van Oldebarnevelt): in 1607

Constantijn Huygens (1596-1687, zoon van Christiaan Huygens): in 1620,

                                                           werd later secretaris van de Prinsen Frederik Hendrik, Willem II, en Willem III.

Johannes en Cornelis de Witt (de gebroeders):  in 1645-1647

Arnout Hellemans Hooft (1629-1680, zoon van P.C. Hooft): in 1649-1651
Menso Alting (1636-1713): in de jaren 1650-1659 en 1661-1662

Ook een bezoek aan Geneve stond hoog op de agenda. De stad was een bolwerk van Gereformeerden, en er waren goede educatieve faciliteiten voor taal,

schermen, dansen en paardrijden (dressuur).

Onder leiding van Maurits en Willem Frederik verliep de strijd tegen de Spaanse overheersing voorspoedig.

1602: oprichting van de VOC opgericht, door samenvoeging van een groot aantal kleinere handelsmaatschappijen (link).

De Spaanse Koning was aan de verliezende hand, en het kwam tot onderhandelingen over een Vrede waarbij van Spaanse kant de vrije uitoefening van het roomse geloof werd gevraagd, en van Nederlandse kant de vrije vaart op Indië. Men kwam er niet uit, maar besloten toch tot een (tijdelijk) bestand.

1609-1621: 12-JARIG BESTAND afgesloten in Antwerpen.

Vanaf 1609 was er een 12-jarig bestand tussen Spanje en de Nederlanden, waarbij Spanje de onafhankelijkheid van de Nederlandse Republiek erkende. van alle kanten zochten buitenlandse staten de handel en sloten verbonden af met de republiek. De in 1585 aan Engeland verpande steden keerden terug onder de Nederlandse soevereiniteit.

Tussen 1610 en 1618 woedde er wel een strijd tussen Remonstranten (o.a. Van Oldenbarneveld en Hugo de Groot) en Contraremonstranten binnen de Gereformeerde Kerk. In de Synode van Dordrecht van 1618 werd de Remonstrantse leer veroordeeld. Pas onder Stadhouder Frederik Hendrik (na de dood van Maurits in 1625) werden de Remonstranten weer toegelaten.

Na het 12-jarig Bestand laaide de strijd tussen Spanje (in verbond met de Roomse Keizer) weer op vanwege de Nederlandse en Engelse steun aan de Duitse Protestanten.

1621: oprichting van de Westindische Compagnie (link). Door de bescherming van de handel op Afrika en Amerika werd de strijd tegen de Spanjaarden voor een belangrijk deel naar zee verplaatst.

1628: verovering van de zilvervloot door Piet Heijn. Dit was een belangrijke financiële en morele opsteker voor de Republiek.

Frankrijk zocht een verbond met de Republiek, in de gezamelijke strijd tegen Spanje (vanaf 1634 laaide de strijd weer op).

 

Verhalen en journalen van ontdekkingsreizigers, reizen naar de "nieuwe wereld, en rond de aarde

Tijdens de heerschappij ter zee van respectievelijk de Italianen/Ventianen, Portugezen, Spanjaarden, Nederlanders, Engelsen, Fransen, Duitsers; zie ook de invloed op atlaskaarten; hun pionierswerk was meestal in de eerste plaats ingegeven door respectievelijk economische en politiek-militaire motieven (in opdracht van een vorst), en vervolgens kwamen er ook religieuze (missiewerk), wetenschappelijke (beschrijving van land, geologie, fauna, flora) motieven bij.

Een belangrijke taak bij het pionierswerk, het leggen van contacten met plaatselijke bevolking, studie van vreemde talen, etc, oprichting van scholen en hospitalen werd verricht door de Jezuiten, een katholieke orde die in 1543 was opgericht door Ignatuius van Loyola. De Jezuïten accepteerden rechtstreeks gezag van de Paus, en stonden niet onder het gezag van lokale bisschoppen, wereldlijke vorsten, waardoor hun positie vaak laastig werd. Spanje, Portugal en Frankrijk oefenden druk op de Paus uit om de orde te verbieden, wat in 1773 per pauselijk decreet gebeurde (tot 1814).

Door het ontstaan van handels- en missieposten, vergezeld van militaire versterkingen en een infrastructuur met beschermde vaste zee- en landverbindingen voor het transport van koopwaar, post, etc. werd de weg geleidelijk aan vrijgemaakt voor reizigers met voornamelijk toeristische bedoelingen.

De belangstelling voor het maken van dergelijke reizen, en de inspiratie voor het maken van nieuwe ontdekkingsreizen werd versterkt door het verschijnen van prachtige atlassen, zoals die van Willem Blaeu, waarop de nieuwe ontdekkingen waren afgebeeld (inclusief nog te ontdekken gebieden zoals El Dorado in Zuid-Amerika en witte vlekken in de binnenlanden van Afrika), en reisverhalen zoals de avonturen van de scheepsjongens van Bontekoe en de overwintering op Nova Zembla van Willem Barentz.

 

Marco Polo (1254 - 1324, link)

Marco Polo's boek Il Milione (De Wonderen van de Oriënt). De verhalen werden ca. 1300 opgetekend.

Il Milione werd een bron van geografische informatie voor (ontdekkings)reizigers en cartografen In de 14e en 15e eeuw.

Marco Polo was een Venetiaans koopman die, tijdens door zijn contacten met het Mongoolse Rijk en zijn verblijf aan het hof van Koeblai Khan (heerser van het Mongoolse Rijk in 1260-1294) in die tijd veel reizen in en door Azië maakte. Daarbij maakte hij gebruik van oude routes die ook al bekend waren in de tijd van Alexander de Grote (3e eeuw voor Chr.) en delen van de aloude Zijderoute. De Pax Mongolica zorgde veilige verbindingen voor handelaren en missionarissen.

Reizigers die de bescherming van de Mongolese heersers genoten droegen een gouden tablet bij zich ("paiza"), wat gelijk stond aan de vrijbrief, vrijgeleide, introductiebrief, of het paspoort uit latere tijden. Marco Polo verkende ook tot dan toe in Europa onbekende gebieden, zoals Japan (Cipangu).

 

Girolamo Benzoni (1519 -1570, link)

History of the New World (Venice 1565), later vertaald naar het Duits (1579), en naar het Nederlands

De Gedenkwaardige West-Indische Voyagien, 1663, 1704

 

Isaac Commelin (1598 - 1676, link)

Begin ende Voortgangh van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroieerde Oost-Indische Compagnie, vervattende de voornaamste Reysen

 

Francis Drake (1540-1596, link)

 

Johan Davis (c. 1550 - 1605, link)

Voyagien gedaan na oost Indien in de Jaren 1598 en 1604

 

Peter Heylyn (1599 - 1662, link)

 

Willem Barentsz (c. 1550 - 1597, link)

Journaal, ofte gedenckwaardige beschrijvinge van de Oost-Indische Reyse van Willem Ysbrantsz Bontekoe, van Hoorn. Begrijpende veel wonderlijcke en gevaarlijcke saaken, hem daar in weder-varen. Begonnen den 18 december 1618. Ende vol-eynd den 16 november 1625.

 

Kapitein Willem IJsbrantz Bontekoe (1587 - 1657, link)

Journaal, ofte gedenckwaardige beschrijvinge van de Oost-Indische Reyse van Willem Ysbrantsz Bontekoe, van Hoorn. Begrijpende veel wonderlijcke en gevaarlijcke saaken, hem daar in weder-varen. Begonnen den 18 december 1618. Ende vol-eynd den 16 november 1625.

 

Sir Walter Raleigh (1554 - 1618, link)

He led two expeditions, in 1594 and 1616, in search of El Dorado, a legendary "City of Gold" in South America

 

Captain John Smith (1580 - 1631, link)

The Generall Historie of Virginia, New England, and the Summer Islands (...) from Their First Beginning Ano 1584 to the Present 1624, published in circa 1625

 

Jean-Baptiste Tavernier(1605-1689, link)

The Six Voyages of Jean-Baptiste Tavernier, 1st English edition in 1677, translated by John Phillips (J.P.), 24 plates

          The six voyages of John Baptista Tavernier, Baron of Aubonne, through Turky and Persia to the East Indies

          for the space of forty years, giving an account of the present state of those countries, viz. of their religion, government,

          customs and commerce, as also the figures, weights and value of the money and coins severally current therein

          Part I: Persian Travels, containing the several roads from Paris to Ispahan and the Chief City of Persia,

                     through the northern provinces of Turky         

         Part II: Describing India and the Isles Adjacent (1678)

         Collation: [2], 2, [16], 264; [2], 214, [2]; [6] 119, [3] p., [24] leaves of plates

Travels in India, 1699, 2 delen

 

Sir John Chardin, a.k.a. Jean Chardin (1643 - 1713, link)

The Travels of Sir John Chardin in Persia and the Orient (1686, 2nd ed. 1711)

translated from French, and completed in 1711 in 10 volumes, not all of which were translated into English

 

William Dampier (1651 - 1715, link)
Reystogt Rondom de Werreld, 2e deel, 1700
Midsgaders een Naauwkeurige Beschryving van Darien, beschreven door Lionel Wafer
- uit Engels vertaald door William Sewel, 18 x 22 cm, 284 pp + 88 pp, hoofdtekst in ghotische letter, inleidingen in Romeinse letter
- paginagrote kopergravures: bij titelpagina, bij p. 59, bij p. 118, bij p. 196, bij Wafer p.15, idem bij p. 67
- uitvouwbare landkaarten van de Straat van Malakka p.1, Bay van Kampechie p.118, twee wereldkaarten met passaatwinden bij p. 205; bij Wafer p.22 Land-engte van darien en de Baai van Panama
- uitgeverij Abraham de Hond, te Den Haag
- inhoud:
- Afdeeling I: Zyne Togt van Achin op Sumatra na Tonquin en andere plaatsen in oostindie, in de jaren 1688 -1690, 9 hoofdstukken.
- Afdeeling II: Eene Beschryving van de Baai van Kampechie in Westindië, en andere omleggende plaatsen, 1675-1678, 4 hfdst, incl. lezersbrieven
- Afdeeling III: Een Verhaal van de Winden, Stormen, Getyden en Stroomen, 7 hoofdstukken, inclusief seizoenen, enkele lezersbrieven
- Verhaal van Natal, Een Gedeelte van Afrika (pp. 279 - 284)
- Nieuwe Reystogt en Beschryving van de Land-engte van Amerika, door Lionel Wafer
-  Bladwyzer, 6 pagina's alfabetisch, Drukfouten, bericht voor den Boekbinder

 

George Anson (1697-1762, link)

Thomas Salmon vergezelde George Anson (Lord Anson) op diens reis rond de wereld in 1739-40 (zie het boek over Anson's reis door Mr. Walters, link)

 

James Cook (1728-1779, link)

Journal of Captain Cook's Last Voyage to the Pacific Ocean, 1781 (with first description of Hawaii in a printed book)

A New Authentic and Complete Account of Voyages Round the World, 1784

Cook's Voyages (...) in the Years .... , (2nd edition published in 1787)

Cook's three voyages to the Pacific, Cook disproved the existence of a great southern continent, completed the outlines of Australia and New Zealand, charted the Society Islands, the New Hebrides, New Caledonia, and the Hawaiian Islands, and depicted accurately for the first time the north-west coast of America, "leaving no major discoveries for his successors. The first voyage was performed in the years 1768, 1769, 1770, 1771; the second in 1772, 1773, 1774, 17775; the third and last in 1776, 1777, 1778, 1779, and 1780

 

Meriwether Lewis & Willima Clark, link

The Journals of Lewis and Clark, 1804-1806

over hun transcontinentale expeditie in opdracht van President Jefferson, met wetenschappelijk en commercieel doel

 

Isaac Titsingh (1745-1812, arts in dienst van de V.O.C., link)

illustrations of Japan, 1820,

vertaald naar het Nederlands, Frans, en andere talen.

 

Alexander von Humboldt (1769 -1859, link)

 

Dr. David Livingstone (1813 - 1873, link)

 

Richard F. Burton (1821 -1890, legerkapitein, en Fellow of the Royal Geographical society, Londen, link)

Burton's Lake Regions of Central Africa


In de 17e eeuw nam het aantal bedevaarten vanuit Nederland, zowel naar naar Jeruzalem als naar andere bedevaartsoorden, verder af.

De scepsis ten aanzien van de verering van relieken, voor zover ze de beeldenstorm overleefden, en de miraculeuze daden van heiligen werd

steeds meer merkbaar, en zo men al een bedevaartsoord bezocht, dan was dat steeds minder vanuit pure devotie, en steeds vaker

als onderdeel van een een uitgebreidere educatieve reis (c.q. in het kader van de algemene ontwikkeling en wereldoriëtatie)of een handelsreis.

Het commentaar van Constantijn Huygens in 1620 bij zijn bezoek op 1 mei van dat jaar aan de Keulse Dom met de relieken van de Heilige Ursula

was kenmerkend voor de tijdgeest van (protestantse Nederlandse) reizigers sinds de Reformatie. Hij hoorde er "de dwaze geschiedenis van de

elfduizend maagden". Beeldenstormen hadden de kloosters, en "secundaire bedevaartplaatsen", die onderweg plachten te worden bezocht, vaak zwaar geteisterd.

In het Schilderboeck van Carel van Mander uit 1604 werd hier regelmatig aan gerefereerd. Vaak werden bedevaartsoorden bezocht als onderdeel van een

grotere rondreis. Ze werden minder vaak dan voorheen uit pure devotie ondernomen. Wat bij de 17e eeuwse bedevaartsverslagen opvalt is de

uitweidingen over persoonlijke ervaringen. Degenen die als bedevaartganger naar Jeruzalem reisden en er verslag van deden, gebruikten het vaak als

een "apologie", d.w.z. als een verdediging van de Jeruzalembedevaart 'als verantwoorde uiting van geestelijk leven", en daarmee een aansporing aan

anderen om het ook te ondernemen.

Uit de 17e eeuw zijn de volgende reisverslagen van Nederlandse bedevaartgangers naar Jeruzalem bekend:

1614: Pietje Ickx, schepen van Kortrijk en stichter van de Jeruzalemkapel daar.

1614: Simon Pieterszn Poorter, schepen in Haringkarspel; zijn bedevaartsgang werd veel later, in 1767, opgetekend door Dirk Burger van Schoorl

in de Chronyk van Medemblik.

1619: "De Voyagie ofte Reyse naer Jerusalem ende Sinte-Catharine Grave ende Diversche Landen" van Pater Jan van Straeten uit Brugge.

Zijn bezoek aan het graf van St. Katharina in de Sinaï werd in weinig reisverslagen beschreven. Er is geen exemplaar van het verslag bewaard gebleven.

1619: Adriaen de Vos. Hij vertrok op 27 december 1619 en keerde op 25 september 1620. In dit verslag gaf hij praktische aanwijzingen voor reizigers.

In 1623/1624 maakte hij een tweede bedevaart langs een andere route (Vlissingen, Boulogne, door Frankrijk naar Venetië, Alexandrië, Jeruzalem,

waar hij tot ridder werd geslagen, en terug via Alexandrië, Messina, Livorno, Genua, Turijn, door Frankrijk naar Rouen, en per schim naar Amsterdam).

In het verslag van zijn tweede reis benadrukte hij de kosten van levensonderhoud in de steden.

1619: Frederick Adrijansz Westphalinck, uit Enkhuizen. Hij was al in 1615 vetrokken en keerde in 1622 terug, en deed verschillende Europese landen aan.

1625: Herman Jansz. Spaen, na een verblijf van 1 jaar in Venetië reisde hij van 6 juli 1625 tot 3 jan.1626 via Korfu en Libanon naar Jeruzalem

1630: Andomarus (Omer) Calle, uit Veurne. Hij vertrok in 1624 voor een reis door Frankrijk, Spanje en Italië, en scheepte zich op 8 aug. 1630 te Venetië in.

Met een beschrijving van zijn reisziekten en praktisch tips over geld, kleding en reizgezelschap.

1630: Jonker Vincent van Stochove, uit Brugge, vetrok begin maart 1630 en keerde 1 september 1633 terug. Hij trok met een Franse diplomatieke missie

van Parijs naar Constantinopel, en vandaaruit langs de kust van Anatolië naar aleppo, door Perzië, langs de Eufraat, naar Bagdad, weer in Aleppo,

via Damascus langs de kust naar Jeruzalem. Hij bezoekt ook, als één van de weinigen in de 17e eeuw, de berg Sinaï met het graf van St. Katharina.

Via Sicilië reisde hij terug naar Rome, Marseille, en door Frankrijk huiswaarts.

1633: "Heerlijke en Gelukkige Reys naer het H. Land en Stadt van Jerusalem" van Jan van der Linden, uit Antwerpen, van 29 maart tot 25 november.

Het verslag was als schoolboerk bedoeld, en werd in de 18e eeuw nog veel gelezen. Hij beschreef ook, als een van de weinigen, de door de Jerusalembroederschap

in Brussel georganiseerde feestelijke traditionele ontvangst met wuivende palmtakken van terugkerende Jerusalemgangers.

1644: "Den Godtvruchtigen Pelgrim ofte Ierusalemse Reyse" van de Franciscaner monnik Bernerdinus Surius verbleef drie jaar in het Heilige Land,

en vervulde de functie van Overste van het Heilige Graf; onderweg bezocht hij ook Franciscaner kloosters te Alverna, Assissi, Loretto, en Partiuncula.

1657: Assuer Schimmelpenninck van der Oye tot Holthuisen. Hij vertrok op 17 novenmber 1657 en keerde op 30 december 1658 terug van zijn reis

door Syrië en het Heilige Land.

1664: "Hierusalemse Reyse" van de Franciskaner monnik Anthonio Gonzales verbleef 4 jaar in het Heilig Land, en vervulde daar diverse functies.

Sinds de 13e eeuw was de zorg over de heilige plaatsen aan de orde der Franciskanen toevertrouwd. Het reisverslag beschrijft alle kloosters die hij onderweg bezocht.

1668: Ridder Carel Quina, van 27 juli 1668 tot 16 april 1671 via Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Aleppo naar Jeruzalem.

In deze eeuw verschenen er tal van reisgidsen die als voorlopers van de latere "Baedekers" kunnen worden beschouwd.

Ze droegen veelal de naam van Deliciae (Délices, Lustigheden, Vermakelykheden), Itinerarium (Itinerario, Itinerary), of soms Diarium, of Descripio.

Tot de vroegste reisgidsen voor Italië behoorden de gidsen die in het Latijn, Italiaans en Frans waren geschreve, talen die ook de reizigers van

adelijke of patrisische huize in noordelijk Europese landen (Nederland, Duitsland, engeland, etc.) beheersten. Bijvoorbeeld :

Iteneraium Germaniae, Galliae, Angliae, Italiae (Paulo Hentznero, 1607)

Franciscus Schottus, ook wel: Franciscus Scotus, (1548 - 1623)

            Itinerarium Italiae, 1600, en latere edities

            Dit wordt wel (ten onrechte?) als de eerste reisgids voor Italië beschouwd;

             Voor Nederlandse reizigers was dit een standaardwerk. Arnout Hellemans Hooft, die zijn grote reis van 1649 tot 1651 maakte,

             verwijst een halve eeuw later voor een beschrijving van beroemde Italiaanse bezienswaardigheden nog naar het werk van Scotus:

            Op 20 oktober 1649 noteerde hij tijdens zijn verblijf in Venetië in zijn Reis-Journael: "In St. Marcus de steen gezien daer Schotus in sijn reijsboek over schrijft".

            Op 8 november 1649 te Verona: "Saeghen wij het Amphitheatrum, daer Schotus breeder van schrijft."

            Op 12 december 1650 noemde hij Schotus niet bij naam: "Daer gingen wij in Roma Subterranea, daer soo veel van geschreven is,

            dat 't niet de pijne waert is daer hier van te verhaelen".

            (Zijn vader P.C. Hooft, die zijn Italiaanse reis van 1598 tot 1601 maakte was verwees nog naar boeken van "Villamont" en "Marligum".)

            Maximillien Misson (in het sinds 1691 herhaaldelijk uitgegeven New Voyage to Italy) was zeer kritisch over deze

            Franciscus Scotus: "an Author who is seldom exact, and yet is often copied by Ranchin, Lassels, Du Val and others"

            (p. 505). Du Val was "Geographer in Ordinary to the French King".

Delitiae Italiae. Dat is:Eygentlijcke Beschrijvinghe wat door Gansch Italien in Elcke Stadt ende Plaets te zien is, 1602

                  (3e editie 1620)

Delitiae Urbis Romae, Dat is Eygentlycke Beschrivinge van alle de schoone Gebouwen ...... die binnen en buyten Romen te sien syn, 1625

William Lithgow (1582 -1645, link)

            The Totall Discourse, of the Rare Aventures, and Painefull Peregrinations of Long Nineteene Yeares Travayles

            Uitgegeven vanaf 1614, heruitgegeven in 1623, 1632, 1637, 1640, (1770, 1857, 1906, 1971); een Nederlandse vertaling verscheen in 1652 1653 (2e), 1656.

            Willem Lithgouws 19 jaarige lant-reyse uyt Schotlant naar de Vermaerde Koninckrijcken Europa, Asia en Africa, voltrocken in drie dier-gekochte Voyagien

            en in het besichtigen van 48 oude en moderne Koningrijcken, 21 Republijcken, 10 Absolute Vorstendommen, en 200 Eylanden ;

            Waer in begreepen is Een pertinent verhael vande Wetten, Religie, Policien, ende Regeeringe van alle hare Princen, Potentaten en Natien ;

            Als mede d`On-uytsprekelijcke Tormenten die den Autheur geleeden heest door d`Inquisitie van Malagom in Spanjen;

            sijn wonderbaerlijcke bekent-wordinghe, en verlossingh: Ende van de laetste wederkomste uyt de Noordsche Eylanden, en andere by-leggende plaetsen ;

            Uyt`t Engels overgeset, en met kopere Platen verziert

            over diverse reizen door Europa, de Levant en Noord-Afrika; eindigend met het beleg van Breda (en Newcastle?) ten tijde van de strijd tegen Spanje

            Lithgow reisde te voet door Europa, naar eigen zeggen over een afstand van 36.000 mijl, inclusief een reis naar Palestina en Egypte vanaf 1610,

            van 1614 - 1616 naar Tunis en Fez; en van 1619 tot 1621 naar Spanje, waar hij in handen van de Inquisitie viel, verdacht van spionage;

            werd gemarteld, en uiteindelijk uit gevangenschap bevrijd door bemiddeling van de Engelse ambassadeur;

            In Engeland belandde hij opnieuw in de gevangenis na een aanval op de Spaanse ambassadeur. 

In Frankrijk publiceerde Melchior Tavernier (oom van de schrijver van reisverhalen Jean-Baptiste Tavernier, link ) een kaart met postwegen in 1632.

In Engeland publiceerde John Ogilby zijn "Britannia - a Geographical and Historical Description of the Principal Roads thereof" (link) in 1675.

Ogilby gebruikte als eerste de standaardmijl van 1760 yards. Dit was een enorme verbetering, want hoewel de "statute mile" al in 1595 was ingevoerd, werden tot

dan toe in de praktijk nog steeds de traditionele "long", "middle" en "short" mijl gebruikt, wat tot veel verwarring leidde.

Thomas Coryat (1577-1617, link)

            Coryat, ook wel de "Vader van de Grand Tour" genoemd, schreef twee boeken over zijn voetreis door Europa

           Coryat's Crudities, hastily gobbled up in Five Months Travels in France, Italy, &c. (1611)

           Coryats Crambe, or his Coleworte Twice Sodden (1611)

Fynes Moryson (1566 - 1630) wikipedia link

                The Itinerary, Containing his Ten Yeeres Travell through the Twelve Dominions of Germany, Bohmerland, Sweitzerland, Netherland,

                Denmarke, Poland, Italy, Turky, France, England, Scotland & Ireland [sic], 1617 (3 delen, in 1 folioband, van ruim 30 cm hoog, van 888 pagina's).

                In 1907 verscheen een speciale herdruk in 4 banden, in een gelimiteerde oplage van 1000 exemplaren.

                 Fynes Moryson reisde 6 jaar door Europa (Nederlanden, Frankrijk, Italië, Duitsland en Polen, en pubiceerde na terugkeer een reisverslag en

                het boek Precepts for Travellers, met allerlei praktische informatie. In zijn geval duurde de overtocht via het Kanaal 10 dagen (per zeilboot).

                Hij was in Rome in de periode vlak nadat de Spaanse Armada was verslagen, en moest als Protestant nog de nodige voorzorgen nemen en

                de juiste toestemmingen verkrijgen om Rome veilig en ongestoord te kunnen bezichtigen (de Inquisitie was vooral tijdens de Pasen nog erg aktief).  

                De Itinerary zou oorspronkelijk 5 delen bevatten, maar er zijn slechts 3 delen gepubliceerd. Een vierde deel is in manuscript bewaard,

                en verscheen in 1903 als "Shakespeare's Europe: Unpublished Chapters of Fynes Moryson's Itinerary.

                Being a survey of the condition of Europe at the end of the 16th century." Deel I is een reisverhaal. Delen III en IV handelen over nationale

                gebruiken en instellingen, ook over Engeland, Schotland en Ierland. Deel II handelt over Ierland van 1599 tot 1603.

Samuel Purchas (approx. 1577-1626, link)

Purchas His Pilgrimage: or Relations of the World and the Religions observed in all Ages and Places discovered, from the Creation unto this Present, 1613

Latere edities: 2e in 1614 , 3e in 1617, 4e in 1626

Het is een verzameling reisverhalen, met de nadruk op de religies van de wereld, maar ook met veel geografische, historische en culturele informatie.

Dit werk wordt wel gezien als het vijfde deel van het vierdelige werk Purchas his Pilgrimes (wat de reizigers zelf (Pilgrimes) als uitgangspunt heeft)

De 2e editie in 1614 was sterk uitgebreid, met dank aan de verzameling reisverhalen van Richard Hakluyt, die hij had ontmoet, en die hij in de Preface bedankt.

De 4e editie bevat 23 kaarten van een halve pagina, en een kaart van China over een dubbele pagina, evenals een afbeelding van een Turske vrouw (klederdracht)

Het bevat 1047 opagina, met een index van 37 pagina's.

De inhoud bestaat uit 8 boeken (resp. (1) het oude Azië met Babylonia, Syrië, etc, (2) Het Hebreeuwse Rijk, (3) Arabieren, Saracenen, en Turken, (4) Armeniërs, Meden, Perzen, etc.,

(5) Oost-Indië, etc. (6) Afrika, (7) idem, (8) Amerika, 9 Zuid Amerika

Purchas his Pilgrim or Microcosmus, or the Historie of Man, 1619.

Hakluytus Posthumus, or Purchas his Pilgrimes, 4 delen, 1625, als een vervolg op Richard Hakluyt's Principal Navigations ( Hakluyt stierf in 1616).

Een Nederlandse vertaling van het door Samuel Purchas uitgegeven reisverhaal Voyagie van Capiteyn William Hawkins, Door Oost-Indien, Gedaan anno 1608 en Vervolgens ....

Gedaan en beschreven door zijn koopman en reys-genoot William Finch, beginnende anno 1607. Nu aldereerst uyt het Engelsch vertaald. verscheen bij Pieter van der Aa,

in Leiden 1706-1707, met 9 kopergravures, 4+ 114 + 10 pagina's (ontbrekende uitvouwbare kaart?),

Samengebonden met 5 andere reisverhalen:

- Ontdekking van Eenige Landen en Volkeren, In 't Noorder-gedeelte van America, door P. Marquette en Joliet. Gedaan in 1673 (3 uitvouwbare kopergravures, 2+33+10 pagina's)

- Sevende Reys na Oost-Indien, ....; door kapiteyn Antony Hippon... + Dag-register van Pieter Williamson Floris (2 uitvouwbare gravures2+42+6 pagina's)

- De Reys van Kapiteyn Johan Saris ... ten tyde van sijn verblijf tot Bantam in Oost-Indien..., van October 1605, tot October 1609 (1 uitvouwbare kopergrvure, 2+16+2 pagina's)

- Bartholomeus Gosnols Reys van Engeland na het Noorder Gedeelte van Virginien, anno 1602. Door Gabriel Archer (1 uitvouwbare kopergravure, 2 + 16 + 4 pagina's)

- Land-Reys van Saedor Jacowits Boicoof ... na China; Gedaan in het Jaar 1653 (2 + 13+ 1 pagina's)

 

Caspar Ens

Delitiae Italiae: Dat is Eighentlycke Beschrijvinghe, wat door gantsch Italien in elcke stadt ende plaets te zien is, van antiquiteyten, palleysen, enz, 1e druk 1609, 3e druk 1620

(164 pagina's)


George Sandys (1578 - 1644)
A Relation of a Journey Begun An: Dom: 1610. Foure Bookes Containing a Description of the Turkish Empire, of Aegypt, of the Holy Land, of the Remote Parts of Italy, and Islands Adjoyning,
publ. 1st edition:1615, 2nd: 1621, 3rd: 1627, 1632 (?), 4th: 1637, 5th: ....., 6th: 1658, 7th: 1673, met frontispiece, folding panorama, folding map , 47 other illustrations
Voyagien, behelsende een historie van de oorspronckelijcke ende tegenwoordige standt des Turcksen rijcks: hare wetten/ regeeringe / politie/ krijghs-macht / hooven van justite / endekoophandel.
Als mede, van Egypten. Neffens een beschrijvinge van het H. Landt. Eyndelyck, Italien beschreven met hare nabuerighere eylanden; als Cyprus / Creta/ Malta/ Sicilia/ de Aolische eylanden; van
Roomen/ Venetien/ Napels/ Syracusa/ Mesena/ Aetna/ Scylla/ ende Charybdis/ etc.

Vertaling in het Nederlands door Johannes Grindel in 1653, 2e editie vertaald door Lambert Roeck 1654, 3e en laatste editie 1655.


Peter Heylyn (Heylin, Heylyen) (1599 - 1662)

Microcosmos, 1621, 1625 (2nd, there is a section on the Americas which is an extremely early English account of the new found land )....,  1631, 1633 (6th, 1639 (8th)

It is an important milestone in the area of geographical or travel writing. Largely drawn from Heylyn's lectures at Oxford, it offers a clear representation of

European knowledge of the rest of the world at the dawn of the 17th century. The book offered a view of "the Americas" that the Pilgrims expected to settle

when they set out to cross the Atlantic.

Cosmographie (Cosmography), 1652

Volledige titel: Cosmography, / In Four Books. / Containing the Chorography and History Of the Whole World, And all the Principal Kingdoms, Provinces,

Seas, and Isles thereof. / By Peter Heylyn. / With an accurate and an approved Index of all the Kingdoms, Provinces, Countries, Inhabitants, People,

Cities, Mountains, Rivers, Seas, Islands, Forts, Bays, Capes, Forests, &c. of any Remarque in the whole World

 

With 4 maps of the continents, 3 engraved by Will Trevethen; the map of America almost exact copy of Goos's of 1626/27, as appeared in Speed's atlas

The map of the Americas includes the cartographical misconception of California as an island

Het werk van Heylyn was één van de eerste beschrijvingen van de hele wereld in het Engels, met inbegrip van Australië en het Amerikaanse Continent.

1657 (2nd), 1663 / 1665 / 1666 (3rd, new maps engraved by Robert Vaughan (and Johann Goddard in the case of the map of Asia ), 1668/1669, 1670 (5th),

1673, 1774, 1677 (5th), 1682 (6th), 1703 (7th)

 

The 1st edition (1652) includes four parts:

part 1: 324 pages + table of climates (1682 edition: [12], 303 pages)

part 2: 274 + 4 + blank pages (1682 edition: [[3], 225 pages)

Part 3: 257 + 2 pages (1682 edition: [3], 170, 175-230 pages)

part 4: 197 + 18 pages (1682 edition:[2], 77, [3], 83-154, [2], 157-161, 562 [i.e. 162], [40] )

 

The 5th edition (1677), corrected and enlarged by Heylyn himself (as written on the title page).
This edition has an extra 6-page Appendix with a description of Terra Australis Incognita (not in previous editions)
The vier uitvouwbare landkaarten van de continenten zijn van 1663, en worden aan Vaughan toegeschreven

 

In the 6th edition (1682), the maps of Europe and Africa are attributed to Philip Chetwind (sic) and dated 1666, Asia is attributed to John Goddard and dated 1663. )

 

The 7th edition (1703): improved by Edmund Bohun, with 5 maps. The map of Asia also shows the northern part of New Holland.

The Historical and Miscellaneous Tracts Of the Reverend and Learned Peter Heylyn, 1681

Microcosmos, 6th ed. 1633 Cosmography, 5th ed.1670

 


Heylyn, Cosmography, 5th edition, 1677, 4 maps dated 1663, with California depicted as an island

Paul Hentzner(1558 -1623)

Itinerarium Germaniae, Galliae, Angliae, Italiae, cum Indice Locorum, Rerum atque Verborum, 1612, link

Later translated into English Richard Bentley (1797)

 

Zinzerling, Justus ( "Jodocus Sincerus", ca. 1580 - ca. 1620)

Iinerarium Galliae, 1616 (Lyon), 1617 (Strassburg, 1627 (Geneva), 1649 (Amsterdam)

 

Martin Zeiler (1589-1661), uit Stiermarken, mentor van jonge aristocraten, en de belangrijkste inspirator van praktische reisgidsen in de 17e eeuw.

          Ook in het Nederlands verscheen een vertaling van zijn werk:

           "Wegh-wyser ofte reysbeschryvingh, vertoonende de besonderste vreemdigheden en vermakelijkheden die in't reysen door de koninckrijcken

           Spanien, Portugael en d'aengrensende landen te sien zijn", gepubliceerd te Amsterdam door N.V. Ravesteyn, 1650

           De 1e editie van dit boek verscheen in het Duits in 1637.

 

WEGH-WYSER, vertoonende de besonderste vremde vermaecklijckheden die in 't Reysen door Vranckryck en eenige aengrensende landen te sien zijn.

Amst., N. v. Ravesteyn, 1647. 1ste editie, (44), 619, (5) pp. W. engr. ti. 12º. (€ 380,-)

Oorspronkelijk in Duitsland uitgegeven onder de titel: 'Delitiae Galliae & Angliae'. In het voorwoord deelt de uitgever Van Ravesteyn mee de tekst te hebben aangevuld ' uyt verscheyde andere reys-boecken (soo in 't Latijn, Fransch als Hoog-duytsch) en door eyghen ondervindinghe'.

Inhoud:

Voor-Reden door Van Ravesteyn van de drukker aan de reiziger, 21 augustus 1647.

Schematisch overzicht ("Tafel") met "dinghen in 't Reysen waer te nemen", overgenomen "uit een Italiaans reisboek van F.S. (Franciscus Schottus?)

' Reys-Wetten': 25 pagina's met wijsheden (gebaseerd op het Heilige Schrift en de klassieke filosofen), gedragsregels voor reizigers: : dienende tot een Inleydingh van dit Werck".

Dan volgen aanwijzingen van Justus Lipsius over het reizen:

"Een groot oordeel van dien grooten en uytssteekenden Justus Lipsius over het Reysen".

Lipsius schreef deze reiswetten oorspronkelijk als brief aan een jonge edelman in 1578, onder de title "Epistola de fructuperegrinandi et paesertim in Italia".

vijf reizen: vanuit Straatsburg door Bourgondie; van Poitiers via Guyenne, Languedoc en Provence naar Parijs; van Parijs naar St. Malo in Bretagne; van St. Malo via Dieppe naar Parijs en van Parijs weer terug naar Straatsburg.

"Register" aan het eind van ruim 5 pagina's.

John Norden (ca. 1547 - 1625, link) zie ook bij "atlassen".

               An Intended Guyde for English Travailers (1625); hierin werd voor het eerst gebruik gemaakt van de driehoekige afstandstabel

Matthew Simmons (.......), zie ook bij "atlassen".

                A Direction for the English Traviller (1635): een serie kleine routekaartjes, waarvan in 1643 een grotere versie werd uitgegeven door Thomas Jenner.   

James Howell (approx. 1594 - 1666)

               Instructions for Forreine Travell (1642), collated with the second edition of 1650, English Reprints, 1869

               een populaire reisgids tijdens de 17e-eeuwse Grand Tour (ca. 80 pagina's)

               Het werk wordt beschouwd als "our first Handbook for the Continent" (English Reprints, p. 5),

               en het geeft een goede achtergrond van de periode waarin John Milton zijn reis naar Frankrijk en Italië maakte in 1638-1639

               (zoals Fynes Moryson in dezelfde tijd schreef als waarin Shakespeare leefde en werkte).            

               Howell maakte na zijn universitaire studie een reis van drie jaar door Europa tussen 1618 en 1621

               Ook als secretaris van Emanuel Lord Scrope, Earl of Sunderland (vanaf 1625) maakte hij buitenlandse reizen

               Geschreven in zijn periode in de gevangenis (tijdens de Civil War, en de val van Charles I)

1648: Vrede van Münster Ondanks Franse tegenwerking werd de Vrede van Münster tussen de Nederlanden en Spanje gesloten, waarbij de Spaanse koning de Nederlandse onafhankelijk definitief erkende.

1647-1650: Stadhouder Willem II

1650-1672: 1e Stadhouderloze Tijdperk,

1652-1654: Eerste Engels Oorlog. Onder Cromwell was de zoon van de onthoofde Koning naar Nederland gevlucht, en in de Oost-Indische koloniën voelden de Britten niet respectvol genoeg door de Republiek behandeld.. In de Vrede van Londen werd grotendeels aan de Engelse voorwaarden tegemoet gekomen. De Republiek moest de Engelse koloniale belangen eerbiedigen en zou zich onthouden van openlijke steun aan de verdreven Engelse troonopvolger (de toekomstige koning Karel II). In een aparte bepaling werd vastgelegd dat de Prins van Oranje nooit meer het stadhouderschap van de provincie Holland (de Hollandse Staten) op zich mocht nemen, en bovendien nooit meer het stadhouderschap van welke provincie dan ook met het opperbevel van het leger mocht combineren (dit "Eeuwig Edict" werd in de Statenvergadering door Radspensionaris Jan de Witt verdedigd).

1664-1667: Tweede Engels Oorlog

In de Vrede van Breda werd Nieuw-Nederland (gebied rond het hedendaagse New York)afgestaan, maar werden het door de Surinaamse kolonie en het eiland Pouleron behouden.

1668: Lodewijk XIV maakte aanspraken op de Spaanse Nederlanden vanwege zijn huwelijk met een dochter van de Spaanse Koning Filips IV die in 1665 overleed. De Nederlanden konden zich niet permitteren om afzijdig te blijven in de strijd tussen Spanje en Frankrijk, en, gesteund door Zweden en Engeland, brachten ze de twee landen naar de onderhandelingstafel in Aken, waarbij Frankrijk enkele Spaans-Nederlandse steden kreeg toegewezen.

Nederlandse reisgidsen (zie afbeeldingen)

In de loop van de 17e eeuw namen de Britten het voortouw in de publicatie van (Europese) reisgidsen (bijv. Lassels, Misson).

Raymond, John

An Itinerary: Contayning a Voyage made through Italy, in the Yeare 1646, and 1647. Illustrated with Divers Figures of Antiquities. 1648

 

Lambert van den Bos/Bosch/Sylvius (1610/1620? -1698)
Weg-wyser door Italien, of Beschrijvinge der Landen en Steden van Italien.

               1e editie 1657 (24+498 pp; formaat 14x8 cm, met titlegarvure, maar zonder verdere illustraties)
               2e editie 1665 (20 + 510 + 6 PP, met titelgaravure, kaart van Italië, 20 uitvouwbare gezichten en plattegronden van Italiaanse steden
 De Reysende Mercurius, 3 delen, 7 gravureplaten, 2 portretten gebroeders De Wit, 3 frontisplaten, 1675 (2e ed.?)
Toneel des Oorlogs, 1675

 

Edward Chamberlayne (1616-1703) en John Chamberlayne (zijn zoon)

               Angliae Notitia, or the Present State of England, 1669 (5e editie in 1671, vermeerderd met een extra deel, 14e in 1682, 16e in 1687)

               Magna Brittanniae Notitia; or The Present State of Great Britain, voortzetting onder een andere titel door de Unie met Schotland in 1707 (22e editie)

               Tot 1755 verschenen er in totaal 38 edities.

             

Richard Lassels (c. 1603 - 1668)

               The Voyage of Italy, or a Compleat Journey through Italy, In Two Parts, With the Characters of the People, and the Description of the Chief

               Towns, Churches, Monasteries, Yombs, Libraries, Pallaces, Villa's, Gardens, Pictures, Statues, and Antiquities", 1670.

               Richard Lassels, Gent., "who Travelled through Italy Five Times, as Tutor of several of the English Nobility and Gentry." (from the title page)

               Volgens de Oxford English Dictionary was Lassels de eerste die de term "Grand Tour" (ofwel "Giro") gebruikte.

               Maximillien Misson (A New Voyage to Italy, 1691) schaart Lassels, samen met Ranchin en Du Val onder de schrijvers die

               klakkeloos allerlei onjuiste, en zelfs onzinnige verhalen overnamen van eerdere auteurs (hij noemt daarbij Franciscus Schottus):

               "These three writers [ Ranchin, Lassels, du Val] have stuffed their books with a collection of stories that are not only false, but absurd and ridiculous"

               (A New Voyage to Italy, Engelse editie, 1714, p. 505)

In zijn Preface to the Reader schrijft Lassels: "no man understands Livy and Caesar, Guicciardin and Monluc, like him, who has made exactly the Grand Tour of France, or the Giro of Italy." Lassels noemt twee auteurs die eerder over het onderwerp hebben geschreven, te weten M. Warcup en M. Raymond: "the one writes much of Italy, and says little: the other writes little and leaves out much".

Lassels gaat uitvoerig in op de route en opzet van de Grand Tour.

In een opsomming van de aspecten van elk land waarmee de Engelse aristocraat zijn voordeel zou kunnen doen,  noemt Lassels ook Nederland:

"In Holland also I would have him learn to keep his house and hearth neat, but I would not have him adore his house, and stand in such awe of his hearth, as not to dare to make a fire in it, as they do. I would have him learn of them a sparse diet, but I would not have him drink so much (...) I would have him learn of them their great industry and economy (...). I would have him learn of them a singular love of their country, but he must take heed of their clownish hatred of nobiltiy."

           Het opdoen van talenkennis, wellevendheid, omgangsvormen, karaktervorming waren belangrijke aspecten van de Grand Tour in de 16e en 17e eeuw.

           Wat betreft de doelgroep en het nut van de Grand Tour schrijft Lassels:

          - "It makes the merchant rich by shewing him what abounds and wants in other countries, and so he may know what to import, what to export."

         - "It makes the mechanic [= ambachtsman] come loaden home with a world of experimental knowledge for the improving of his trade."

         - "It makes the field officer a knowing Leader of the Army, by teaching him where an army in foreign countries can move securely, pass rivers easily,

           incamp safely, avoid ambuscadoes and narrow passages discreetly, and retreat orderly."

         - "It makes the common soldier play the spy well, by making him speak the enemies language perfectly, that so mingling with them, he may find

            their designs, and cross their plots."

         - "In fine, it makes a nobleman fit for the noblest employment, that is, to be ambassador abroad for his King in foreign countries (...)."

 

Arnoldus Montanus (1625-1683, link)

Net als de werken van Olfert Dapper verschenen de boeken van Arnoldus Montanus [= van den Berg] bij Jacob van Meurs in Amsterdam.

Gedenkwaerdige Gesantschappen der Oost-Indische Maetschappy, 1669, vertaald in het Engels door John Ogilby onder de titel Atlas Japannensis (1670)

De Nieuwe en Onbekante Wereld, een Beschrijving van Amerika en 't Zuid-Land, 1671,

behorend tot de serie tot de serie geografische werken onder algemene redactie van Olfert Dapper ("Dr. O. D.")

De Engelse vertaling werd in 1671 gemaakt en verder bewerkt door John Ogilby: America, Being the Latest and Most Accurate Description of The New World

Er volgden ook vertalingen in het Duits (door Johann Christoph Beer, uitgegeven in 1673) en in het Frans.

Inhoud van de Nederlandse editie:

- Opdracht aan Joan Maurtis, Prins van Nassouw (3 pagina's)

- Extract uit  de Privilegie (voor Jacob van Meurs, van Johan de Witt, 1670)

- Boek 1: Beschryving van America (pp. 1-114): 1. America is bij de Oude onbekend geweest; 2. Herkomst der Americaenen; 3. Eerste Ontdekkers van America

- Boek 2: Beschryving van 't Noorder-America (pp. 115-280): 1. Nova Francia (pp. 115-121) ; 2. Nieuw-Engeland (pp. 121- ...) ; 3. Nieuw-Nederland;

                 4. Virginia; 5. Florida; 6. 't Eiland Cuba (pp. 152-157); 7. 't Eiland Hispaniola; 8. Jamaica; 9. Porto Rico; 10. Bermudes eilanden; 11. Canibales Eilanden;

                 12. California (pp. 171-204); 13. Nieuw Mexico; 14. Nieuw Galicien; 15. Nieuw Spanje; 16. Guatemala

- Boek 3: Beschryving van 't Zuider-America (pp. 281-585): 1. Terra Firma; 2. Nieu Granada en Popayan; 3. Peru; 4. Brasil; 5. Guinana; 6. Nieuw Andalusia

                 7. Venezuela; 8. Rio de Plata; 9. Chili; 10. Magellania; 11. Onbekende Zuid-land

- - Blad-wijzer (25 pagina's)

- Naemen der Schrijvers in het tegenwoordig werk Aengetogen

- Aenwyzing voor de Boekbinders, waer na zich dezelve, in het inbinden der groote Platen, te schikken hebbe (54 folio platen):

(Generale Kaert van America, Christoffel Columbus, Angra op Tercera, Americus Vesputius, Ferdinand Magellanus, Vetus Mexico, Athabaliba, Arx Carolina,

Novi Belgii quod nunc Novi Jorck vocatur, Nova Virginia Tabula, Virginiae partis Australis & Florida, Pagus Hispanorum in Florida, Havana, Urbs Domingo in Hispaniola,

Porto Rico, Mappa Eestivarum Insularum alias Barmudes, Insulae Americaenae in Oceano Septentrionali, Urbs Martini, Viztlipuztli, Nova Hispania & Nova Galicia & Guatimala,

Nova Mexico, Muteczuma, Portus Acapulco, Francisco de Campeche, Yucatan & Guatimala, Truxillo, Terra Firma & Regnum Granatense & Popayan, Carthagena, Peru,

Franciscus Pizzarus, Callao de Lima, Cusco, Potosi, Brasil, Sinus omnium Sanctorum, Olinda, Itamaraca, Urbs Salvador, Ostium Fluminis Paraybae, Fluvius Grandis,

Alagoa del Zul, Obsidio & expugnatio Portus Calvi, Serinhaim, Castrum Mauritii ad ripam Francisci, Siara, Mauritio Polis, Arx Principis Guilielmi, Arx Nassovii, Buavista,

Guinana sive Amazonum regio, Venezuela cum parte Australi novae Andalusiae, Paraquaria, Chili, Magellanica

- met 70 half-folio-grote gravures, waarvan in mijn editie de volgende 38 voorkomen:

p. 92 gevecht blanke veroveraars en inboorlingen, p. 150 inheemse ceremonie Florida, p. 158 zeebewoners Hispaniola, p. 159 dansende inboorlingen Hispaniola

p. 165 planten Jamaica, p. 169 dieren Porto Rico, p. 200 planten dieren landschap Canibales Eilanden, p. 207 gevecht met inboorlingen California,

p. 213 kroningsceremonie California, p. 223 opperhoofd op troon, Nieuw-Galicien, p. 231 inheems koken Nieuw-Spanje, p. 243 strijdtafereel Nieuw-Spanje ,

p. 249 ritueel; p. 261 menselijk offerritueel, p. 264 bereiding van giftige pijlen Nieuw-Spanje; p. 270 dieren Guatamala, p. 297 jonge strijders op weg naar het slagveld,

p. 304 inheems opperhoofd & levende begraven, p. ritueel aan de waterkant, p. 327 waterlandschap en natuurlijke brug, p. 330 schepen in de haven,

p. 337 het fort van Guarme, p. 359 naakte man en vrouw in inheemse pose; p. 363 vrouw met fruitmand en naakte man; p. 366 inheemse dans, p. 370 kannibalisme

p. 374 recreatief tafereel; p. 381 woeste zee vissen schip, p. 383 kannibalisme, p. 386 tietsuikerproductie molen, p. 397 dieren, p. 467 soldaten in colonnes,

p. 469 gevecht tussen veroveraars en inboorlingen, p. 503 duel tussen 2 inheemse mannen, p. 519 strijdtafereel met man op brandstapel,

p. 563 ontmoeting man en vrouw, p. 576 strandtafereel met cvechtende stijders op de achtergron

Missende pagina's: titelpagina, pp. 73, 74, 79-82, 85, 86, 101-104, 107-110, 1117, 118, 123-126, 129, 130, 135-140, 143, 144, 187-190, 227, 228

 

Dapper, Olfert (ca. 1636 - 1689)

Zijn werken verschenen bij Jacob van Meurs in Amsterdam, en werden vertaald naar het Engels, Duits en Frans (wikipedia: link)

Today, Description of Africa is his best-known work. Two very rare copies of the Dutch edition have survived,

published by the engraver Jacob Van Meurs in 1668 and 1676.

Vanaf 1670 verschenen de Engeles vertalingen van John Ogilby.

In 1671 verscheen de eerste Duitse vertaling A German-language version appeared the following year.

De eerste Franse vertaling (van het boek over Afrika) vescheen in 1686 (link, website van het Olfert Dapper Museum in Parijs).

Historische Beschryving der Stadt Amsterdam ..., 1663

Naukeurige Beschrijvingen der Afrikaensche Gewesten van Egypten ..., 1668

Nauwkeurige Beschrijvinge der Afrikaensche Eylanden ... , 1668

Gedenkwaerdig Bedryf der Nederlandsche Oost-Indische Maetschappye, 1670

Asia, of Naukeurige Beschryving van het Rijk des Grooten Mogols ..., 1672

Naukeurige Beschrijving van gantsch Syrie, en Palestyn of Heilige Lant, 1677

Naukeurige Beschryving van Asie, 1680

Naukeurige Beschryving van Morea, eertijts Peloponneus, 1688

Naukeurige Beschryvinfg der Eilanden in de Archipel der Middellantsche Zee ..., 1688

 

Ogilby, John (1600-1676)

Mr. Ogilby's Tables, 1676

Mr. Ogilby's Pocket Book of Roads, 1679 (3e editie)

Ogilby's and Morgan's Pocket-Book of the Roads, 1732 (7e), 1736 (8e), 1745 (10e)

The Traveller's Pocket Book: Or, Ogilby and Morgan's Book of the Roads, 1760 (1e), 1761 (2e), 1765 (3e), 1767 (4e), 1770 (5e), 1771 (6e), 1775 (17e!), 1778 (19e), 1782 (21e) , 1785 (22e), 1788 (23e), 1794 (24e)

In 1670 schreef Ogilby een Engelse versie van het boek van Olfert Dapper over Afrika:

Africa, Being an Accurate Description ....

"It is the most authoritative 17th- century accounts on Africa published in English. The author alludes to the genesis of this important and beautifully illustrated work in the preface, claiming to have made substantial progress in his own researches for the present work when "a Volumn [sic.] lately Publish'd . in Low-Dutch, came to my hands, full of new discoveries . set forth by Dr. O.[lfert] Dapper, a Discreet and Painful Author, whose large Addition, added to my own Endeavors [sic.], hath much Accelerated the Work". In fact almost all of the plates and text can be traced back to Dapper's Naukeurige beschrijvinge der Afrikaensche gewesten van Egypten, first published by the engraver Jacob Van Meurs in Amsterdam in 1668. It is now Dapper's best known work."
Atlas Chinensis, Being a Second Part of a relation of Remarkable Passages in two Embassies from the East India Company ... 1671, een vertaling van Olfert Dapper's Gedenkwaerdig Bedryf der Nederlandsche Oost-Indische Maetschappye, 1670

Asia, the first part being an Accurate Description of Persia...., 1670, een vertaling van Olfert Dapper's Asia, of Naukeurige Beschryving van het Rijk des Grooten Mogols ..., 1672

Ook vertaalde/bewerkte hij de boeken van Arnoldus Montanus (zie boven):

Atlas Japannensis (1670, op basis van Gedenkwaerdige Gesantschappen der Oost-Indische Maetschappy)

America, Being the Latest and Most Accurate Description of The New World (1671, op basis van De Nieuwe en Onbekante Wereld, een Beschrijving van Amerika en 't Zuid-Land, )

 

1672: RAMPJAAR (in de Nederlandse Provinciën)

Er brak een oorlog uit met Frankrijk, Engeland, de bisschop van Münster, en de keurvorst van Keulen.

Zonder gezamelijke Stadhouder waren de onderlinge provincies verdeeld geraakt, en was de krijgsmacht verwaarloosd.

De Prins van Oranje(Willem III) werd in 1672 wel aangesteld als Kapitein-Generaal voor de komende veldtocht. Het Eeuwig Edict werd teniet gedaan en Willem III werd als Stadhouder aangesteld.

1678: Vrede van Nijmegen met Frankrijk, maar Frankrijk bleef zich roeren in de Spaanse Nederlanden, en eigende zich Luxemburg toe. Lodewijk XIV maakte zich ook meester van het prinsdom Oranje (in 1682)

Uit deze tijd dateert het reisjournaal, en tekeningen, van Constantijn Huijgens jr. die Stadhouder en legeraanvoerder Willem III in de jaren 1673 t/m 1678 als secretaris op zijn campagnes/veldslagen naar voornamelijk de Zuidelijke Nederlanden vergezelde, doorgaans vanaf het voorjaar tot aan de herfst. In 1673 trok hij met het leger over de Maas via Venlo naar Bonn, en nadat deze stad op de Fransen heroverd was, eindigde ook de Franse bezetting van Overijssel, Gelderland en Utrecht. De reizen in de jaren daarna ginggen doorgaans van Den Haag, naar Rotterdam/Delft (met koets en of boot), via de Moerdijk (oversteek van het Hollands Diep) naar de verzamelplaats Roosendaal, van waaruit hij dan te paard met het leger verder trok.

(Zie "Met Huygens op Reis", 1983)

1688:-1697: NEGENJARIGE OORLOG

Frankrijk raakte weer in conflict met haar omliggende landen. In 1697 werd de Vrede van Rijswijk getekend tussen Frankrijk, Spanje, Engeland en de Nederlandse Staten (en de Duitse Keizer sloot zich erbij aan).

In de periode na de Vrede van Münster in 1648 nam de populariteit van de Grand Tour toe.

Nog lange tijd na de Vrede van Münster waren de verwoestingen van de jarenlange Europese oorlog  zichtbaar, vooral in Duitsland. Daardoor bleef dit land, tot de Romantiek, nog lang een doorgangsland, en niet zozeer een populaire reisbestemming op zichzelf. Daarnaast bleven er nog veel politieke spanningen tussen de verschillende kleine staten in Italië die elk moment tot nieuwe oorlogen konden leiden. In Frankrijk woedde tussen 1648 en 1653 nog een burgeroorlog (de Opstand van de Fronde) als gevolg van de opstand van de hoge adel tegen het absolutisme.

Het was wellicht mede om die reden dat de Nederlandse "tourist" Arnout Hellemans Hooft in 1649 verkoos om toch via Duitsland naar Italië te reizen, in plaats van de gevestigde route via Frankrijk te volgen (het land dat hij op de terugreis in 1651 wèl bezocht). Desondanks werd de grand tour weer snel populair. Een belangrijke bijkomende stimulans was dat het jaar 1650 een jubeljaar was. Omdat jubeljaren slechts eens per 25 jaar voorkwamen, namen veel jongemannen de kans te baat om naar Rome af te reizen. Tot 1625 verschenen er 66 nieuwe gidsen voor Rome, en vervolgens 103 (tot 1650), 95 (tot 1675), en 117 (tot 1700) nieuwe edities (volgens Maczak)

William Temple (1628-1699), a.k.a. Sir William Temple of Shene / ridder Willem Tempel van Shene, politiek

            Observations upon the United Provinces of the Netherlands, 1e druk: 1672 (2e: 1673, 3e: 1676, 4e: 1680, 5e: 1690, 6e: 1693, 7e: 1705, 8e druk: 1747)

            Aenmerckingen over de Vereenighde Nederlandtsche Provintien, 1673 (88 pp., a Dutch translation of the 2nd edition)

            Sekere Aenmerckingen over de Vereenighde Nederlandtsche Provintien, 1673, 2e Nederlandse druk (90 pp, "gecorrigeert en verbetert, met kanttekeningen)

Ook in het Frans vertaald als  Remarques sur l'estat des Provinces Unies des Païs-Bas, 1680 (270 pp.)

De 1e druk van Observations bevat circa 90 pagina's. Latere drukken ruim 270 pagina's.

De verzamelde werken van William Temple (essays, memoires, brieven, en de Observations upon the United Provinces) werden in 1720 onder redactie van o.a. Jonathan Swift gepubliceerd onder de titel The Works of Sir William Temple (in 2 delen).

Er waren herdrukken in 1731 (2 delen, folio-formaat), 1740 (2 delen), 1750 (2 delen), 1754 (4 delen, octavo), 1757 (4 delen), 1770 (4 delen), 1814 (4 delen).

In het Nederlands werden de verzamelde werken vertaald onder de titel "De Historische Gedenkschriften van den Ridder W. Temple", in twee delen (1692!, 2e druk 1693, ..., 4e druk 1716)

Uit het in de 18e eeuw door J. Dodsley uitgegeven onderwijskundig boek The Preceptor (verschenen vanaf 1748) blijkt dat, naast de klassieke epistels van

o.a. Cicero, de brieven van Temple golden als de beste voorbeelden in de Engelse taal : "It is to be wondered we have so few writers in our own language, who deserve

to be pointed out as models upon such an accasion. After having named Sir William Temple, it would be difficult perhaps to add a second."

(The Preceptor, deel 1, 6e druk, 1775, p. 82)

Ook uit politiek en geschiedkundig oogpunt bleven de werken van Temple lange tijd een standaardwerk voor kennis over de Nederlanden. Ze werden door reizigers als

Maximillien Misson, die zichzelf niet deskundig genoeg achtte om met enige autoriteit over de politieke situatie van een land te schrijven en daarom naar de geschriften

van personen Temple verwees), evenals later door Jospeh Marshall (1768) geraadpleegd. Marshall probeerde de kennis over de Verenigde Provinciën met

vergelijkbare interesse en diepgang te observeren en analyseren als Temple een eeuw eerder had gedaan.

William Temple was ambassadeur in Den Haag van 1667-1670 en 1674-1679 en speelde een belangrijke rol in de onderhandelingen met

Raadpensionaris Johan de Witt. Zoals Jan Wagenaar beschreef in de (Verkorte) Vaderlandsche Historie:

"Op den 23 van Louwmaand des jaars 1668, sloot men, na eenige voorafgegaane geheime onderhandelingen tusschen den Ridder W. Temple en den Heer Raadspensionaris De Witt, binnen vier dagen, twee Verbonden met Groot Brittanje." (p. 371)

William Temple beschreef uit eigen waarneming wat de Nederlandse provinciën kenmerkte: opkomst en welvaart, regering, ligging, eigenschappen van het volk,

religie, strijdkrachten en inkomsten, oorzaken van het rampjaar 1672, wat door Temple gezien werd als de ondergang van het land.

Het boek bleef lang een inspiratiebron voor lezers die het succes (en de neergang) van de Nederlandse Provincies in de 17e eeuw 

wilden bestuderen. Nog in de tweede helft van de 18e eeuw verwees James Boswell tijdens zijn verblijf in Utrecht naar dit boek.

In een brief van 20 jan. 1764 aan John Johnston of Grange blijkt dat Boswell over dit boek beschikte en dat ook Johnston er over kon beschikken.

Hij verwees naar een passage waarin Temple de neerslachtigheid ("spleen") beschrijft waar buitenlanders op hun bezoek aan

Nederland vaak last van hebben (Chapter IV: "Of their People, and Dispositions").

William Temple beschreef ook hoe Nederlandse studenten (met welgestelde ouders) na hun studie, net als in Engeland, enkele jaren op een grand tour

door Europa gingen. Opvallend daarbij was dat de Nederlandse 'grand tourist' met name Frankrijk en Engeland, en i.t.t. de Engelse tourist, niet zozeer Italië

placht te bezoeken:

"Where these families are rich, their youths, after the course of their studies at home, travel for some years, as the sons of our gentry use to do; but their journeys are chiefly into England and France, not much into Italy, seldomer into Spain, nor often into the more northern countries, unless in company of train of their public ministers. The chief end of their breeding is to make them fit for the service of their country in the magistracy of their towns, their provinces, and their state." (7th ed., Ch. 4, p. 162)

Edward Brown (Edward Browne, 1644-1708), arts en vanaf 1668 lid ("fellow") van de Royal Society

A Brief Account of Some Travels in Divers Parts of Europe, viz. HUNGARIA, SERVIA, BULGARIA, MACEDONIA, THESSALY, AUSTRIA, STYRIA, CARINTHIA, CARNOLIOLA

        and FRIULI through a great part of GERMANY and The Low-Countries Through Marca Trevisana, and Lombardy on both sides the Po, 1673, 1685, 1687

Naauwkeurige en gedenkwaardige reysen van Edward Brown M. Dr ....door Nederland, Duytsland, Hongarijen, Servien, Hongarien, Macedonien, Thessalien,

      ..., (vertaald door Jacob Leeuwe Dirkx, uitgegeven door Jan ten Hoorn, 1682, 1696)

 

John Clenche (1607-1677)

A Tour in France and Italy by an English Gentleman (1676)

Charles Patin (1633 - 1693)

Travels through Germany, Switzerland, Bohemia, Holland, and other parts of Europe: Describing the most Considerable Citys, and the palaces of princes:

together with historical relations and critical observations upon ancient medals and inscriptions (1697)

Gebaseerd op de Franse editie "Relations Historique et Curieuses de Voyages en Allemagne, Angleterre, Hollande, Boheme, Suisse, etc".

De 3e editie werd in 1695 te Amsterdam gepubliceerd.

 

Burnet, Gilbert / Bishop Burnet of Salisbury (1643 - 1715, religie)

Some Letters Containing an Account of What Seemed Most Remarkable in Switzerland, Italy, Some Parts of Germany &c. in the Years 1685 and 1686,

Edities: 1686 (Rotterdam), 1687, 1689, 1724, 1737

Inhoud: Letter I from Zurich, Letter II from Milan, Letter III from Florence, Letter IV from Rome, Letter V from Nijmegen,

 waarin hij voor de beste beschrijving van de Nederlanden verwijst naar de werken van Sir William Temple.

Later (o.a. in 1750, 1755) ook uitgegeven onder de titel: Bishop Burnet's Travels Through France, Italy, Germany & Switzerland, describing their Religion,

Learning, Government, Customs, Natural History, Trade &c

Dit boek wordt beschouwd als een belangrijke Grand Tour gids en er verschenen  Franse Duitse en Nederlandse vertalingen.

In het Frans: Voyage de Suisse, d'Italie, et de quelques endroits d'Allemagne & de France, fail és années 1685, 1686 (met opeenvolgende edities in 1687, 1688, en 1690)

In het Duits: Reisen durch die Schweitz, Italien, auch enige Örter Deutschlands und Frankreichs in 1685 und 1686 Jahre .... (Leipzig 1688, en later onder andere titels)

In het Nederlands: Eenige Brieven, behelzende een verhaal van het gene voorviel op een Voyagie door Switzerlandt, Italien, een gedeelte van Duitslandt, &c. , 1687

Naukeurige Voyagie door Italien, Switzerland, &c behelsende veele aanmerkenswaardige, curieuze saken, en tot noch toe ongehoorde saken welke in geen

reys-beschrijvingen aengetekend zijn (Utrecht, 1687)

Naukeurige Voyagie door Italien, Switzerland, &c behelsende veele aanmerkenswaardige, curieuse saken welke in geen reys-beschrijvingen aengetekend zijn (Leiden, 1688)

Reyze door Switzerland, Italien, Duytsland ...: behelzende veele uitnemende oudheden, regeeringen, aard der volkeren en gelegentheden der landen, welke by andere schrijveren

niet aangetekent zyn.

Deze laatste titel verscheen onder meer in een editie in 1726, waarbij het boek als reisgids was verkleind tot zakformaat (12°) met 24 + 524 + 28 pagina's

De Nederlandse geleerde/theoloog Daniel Gerdes (1698 - 1765) beschikte tijdens zijn reis door Duitsland, Zwitserland en Frankrijk in 1722 over zo'n editie in zakformaat

(met een verdriedubbeling van het aantal pagina's vergeleken met de eerste edities) want in zijn handgeschreven reisjournaal verwees hij voor gedetailleerde beschrijving van

het stadje Solothurn naar "Burnet pagina 427". En naar pagina's 70 & 74.voor een beschrijving van het Meer van Morat (Murten).

[N.B. Het Reisjournaal van Gerdes ligt als handgeschreven manuscript in de Groninger Universiteitsbibliotheek.]

Burnet gold als autoriteit op het gebied van topografische en historische kennis, hetgeen onder meer blijkt uit de frontispiece van d2-delige Hedendaagsche Historie of

Tegenwoordige Staat van Groot Brittannië dat in 1755 bij Isaac Tirion werd uitgegeven. De naam "Burnet" is daarop te zien op de achterzijde van een boek, naast een boek

van Camden, Tillotson, the Book of Common Prayer en een Common Law Book.

Gilbert Burnet heeft lange tijd als balling in Nederland gewoond, werd door James II voor verraad aangeklaagd, vervolgens door de Nederlandse Staten tot Nederlander

genaturaliseerd, en speelde een grote rol bij de voorbereidingen op de Glorious Revolution door koning/Stadhouder Willem III en zijn vrouw Mary.

Giuseppe Miselli

The True Burattin, or General Instruction for Travellers. With the Description of Europe, 1688

Deze oorspronkelijk Italiaanse gids, getiteld Il Burattino Veridico (1682), behoorde samen met het werk van Maximillien Misson (zie onder) en Gilbert Burnet

tot de basisliteratuur vanreizigers tijdens de Grand Tour (zie link)

 

Hatton, Edward, (publisher) New View of London, 1708, 2 octavo volumes, with a fold-out map of London in 1600, and large fold-out map of London in 1707 in volume 1. 

       The book is anonymous, but an inked note on the fep of one copy states that "The author of this work is well known to Edward Hatton.",

       Dit werk werd later, vanaf 1720 beconcurreerd door de vijfde, herziene uitgave van Stow's Survey of London (zie 1598, ff) door John Strype

1701-1714: DE SPAANSE SUCCESSIEOORLOG

Na de dood van de Habsburgse Spaanse koning Karel II wilde de Franse koning Lodewijk XIV zijn heerschappij tot Spanje uitbreiden door zijn kleinzoon Philips van Anjou [= Philips V van het huis van Bourbon] te steunen in diens aanspraak op de Spaanse troon; deze opvolging was door Karel II testamentair bepaald, echter onder voorwaarde dat de Spaanse en Franse staten gescheiden zouden blijven.

De Franse Lodewijk XIV marcheerde de Spaanse Nederlanden binnen, waar sinds 9-Jarige Oorlog en de Vrede van Rijswijk in 1697, ook Nederlandse garnizoenen gelegerd waren; ook steunde hij de aanspraak van Jacobus II in zijn aanspraak op de Engelse troon die op dat moment door stadhouder Willem III werd bezet. Groot-Brittannië en de Nederlandse Republiek waren beducht dat het Europese machtsevenwicht in gevaar kwam; Het mondde uit in een oorlog tussen Nederland, Engeland, aan de zijde van Oostenrijk en de Duitse Keizer tegen Frankrijk.

Het Verdrag van Utrecht in 1713 en het Verdrag van Rastatt in 1714 betekenden het einde van de Spaanse hegemonie op het Europese Continent. Noordelijk Italië en de zuidelijke Nederlanden gingen van Spaanse in Oostenrijkse handen over,

en de koloniale macht van Groot-Brittannië nam verder toe ten koste van Frankrijk, o.a. in het Canadese deel van Noord-Amerika, waar de oorlog bekend stond als Queen Anne's War, ofwel de Eerste Franse en Indiaanse Oorlog [de 2e was de 7-Jarige Oorlog].

Voor Nederland zou het een uitputtende oorlog worden die het einde betekende van haar positie als belangrijke Europese en koloniale macht; zie ook wikipedia link In Nederland brak bovendien, na de dood van Willem III, in 1702 het Tweede Stadhouderloze Tijdperk aan (tot 1746).

In 1707 verbonden de tot dan toe gescheiden koninkrijken Engeland en Schotland zich middels the Act of Union tot het koninkrijk van Groot Brittannië. Dit kon doordat Queen Anne, net als haar vader James II tot het Huis van Stuart behoorde, en vanaf haar troonsbestijgign in 1702 koningin van zowel Schotland als Engeland was.

NÀ 1714: BELANGSTELLING VAN NEDERLANDSE REIZIGERS VOOR BINNENLANDSE REISJES / VAKANTIES

De Nederlandse belangstelling voor (lange) reizen naar het buitenland lijkt na deze periode sterk te zijn afgenomen, terwijl het percentage reisverslagen van binnenlandse reisjes sterk toenam. Uit een inventarisatie van Nederlandse reisverslagen ("Nederlandse Reisverslagen van de 16e tot begin 19e Eeuw" van Lindeman, Scherf, en Dekker) blijkt dat er een opmerkelijke teruggang plaatsvond in het aantal reizigers die een Grand Tour ondernamen in de eerste helft van de 17e eeuw:

"Onze inventarisatie bracht 20 verslagen aan het licht gechreven tussen 1600 en 1700. (...) Uit de achttiende eeuw zijn minder grand-tour-verslagen overgeleverd, slechts 17. Uit de eerste helft van de eeuw zijn het er zelfs maar vijf. Deze acheruitgang valt des te meer op geplaatst tegenover het totaal aan overgeleverde reisverslagen. Uit de periode 1600-1700 zijn dat er 80, waarvan er 17 een grand tour betreffen, uit de periode 1700-1795 zijn het et 315, waarvan er 17 een grand tour betreffen." (Rudolf Dekker)

De publicatie van de Kleefsche en Zuid-Hollandsche Arkadia in 1716 door Claas Bruin vormde het begin van een reeks reisboeken over binnenlandse reisjes. Er verschenen, vooral in de 18e eeuw (2e helft 17e - 1e helft 19e eeuw):

- Noordhollandsche Arkadia, (door Claas Bruin)

- Amstellandsche Arkadia (Daniël Willink †1722, Gerrit Schoemaker, 1737, 1773), een speelreis door Amstelland

- Dordrechtsche Arkadia (Lambert van den Bosch)

- Batavische Arcadia (Johan van Heemskerck), 1637, 1647, ..., laatste druk in 1756, sppelreisje van Den Haag naar Katwijk

- Geldersche Arkadia (Nijhoff)

- Hollands Arcadia, of de Vermaarde Rivier Den Amstel (Abraham Rademaker 1730)

- Hollandsche Arkadia, Loosjes, 1807, was een verzamelbundel  van 13 vroegere werken, o.a. van Rademaker, Brouërius

- Walchersche Arkadia (Mattheus Gargon), 1715, 1717 (incl. deel 2), 1746, 1755

- Nieuw-Walchersche Arkadia (Caspar van Heel)

- Noordwijksche Arkadia (Valk).

- Nederlantsche Antiquiteyten (Richard Verstegen, 1613, historisch en geografisch, later bewerkt door jacob van Royen)

- Antiquitates Belgicae of Nederlandsche Oudtheden (bewerking van Jacob van Royen, 1700, 1701, 1715, 1756)

- Reys-boek (Jan ten Hoorn, al in 1679 uitgegeven, 3e druk in 1700)

- Les Delices de la Hollande (Jean Nicolas de Parival, 1651, 3e druk 1660), landsbeschrijving + kroniek tot 1650

- De Vermaeckelyckheden van Holland (1661, vertaling van "Les Delices" van De Parival)

- Les Delices des Pais-Bas (Chrystin, 1700)

- Zegenpralende Vecht ('speelreis langs de Vechtstroom', van Claas Bruin, uit 1719, ca. 1750, 1790)

- Het Zegenpralent Kennemerlant (M. Boruerius van Nidek, 1732-1733)

- Schatkamer der Nederlandsse Oudheden, Ludolf Smids, 1711, 1737, aanhangsel in 1778 (historisch en geografisch)

- Kabinet van Nederlandsche Outheden en Gezichten (Abraham Rademaker, 2 delen, geen tekst, 1725, 1731, ca. 1750)

- Kabinet van Nederlandsche Outheden en Gezichten (bewerkt door M. Brouërius van Nidek, met tekst, 1770-71)

- Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Outheden en Gezichten (verder bewerkt door J.H. Reisig, 1792-1803)

- Versameling van 100 Nederlantse Outheden en Gesichten (Abraham Rademaker, 1735)

- Hollands Tempe (Abraham Rademaker, 1728), met bezienswaardigheden langs de Haarlemmer Trekvaart

- Rhynlands Fraaiste Gezichten (Abraham Rademaker, 1732),

- Amusemens de la Hollande (1739-1740)

- Les Delices de Leide (1712)

- De Wandelaars, of Vermakelijke Reyze door Gantsch Noord- en Zuyd Holland, 1733 (anonieme auteur)

- Het Vermakelyk Noord- en Zuid Holland Doorwandelt, 1735, 2 delen (deel 1 over Noord Holland), anonieme auteur

- De Vermakelyke Haagsche Reize, 1731, 1738, 1745, 1751, 17771, 1779.

- Vermakelykheden van Brabant, 1770

Het woord 'arkadia' of 'arcadia' kreeg de betekenis van een reisverhaal langs allerlei attracties zoals buitenplaatsen, lusthoven/lustplaatsen, speelhuizen, zeldzaamheden/antiquiteiten en andere 'vermaaklijkheden', met uitwijdingen over historische achtergronden , lokale zeden, enzovoorts.

Onder de titel "Les Delices" (of "Vermaeckelyckheden") verschenen in de 17e eeuw beschrijvingen van landen of landstreken die ook als reisgids konden dienen.

Deze literatuur weerspiegelde, en versterkte de belangstelling voor binnenlandse pleziertochtjes. Achttiende eeuwse reisverslagen beschreven tal van toertjes, tourtjes, reistogtjes, somertogjes, pleijsier reysjes, en speelreisjes. Of zoals Rudolf Dekker schrijft: "In de achttiende eeuw zien we de opkomst van de moderne touristenreis. Het gaat om reizen van één tot drie weken, tijdens de zomermaanden of voor- en najaar, vaak naar de omgeving van Spa of Kleef. (...) De auteurs spreken zelf vaak van een 'plaisir reisje', (...) 'toertje', 'vermakelijke reize', 'speelreisje', of 'divertissementstochtje'. De term vakantie werd nog niet gebruikt, behalve boven een anoniem verslag uit 1774, maar dat is het Frans geschreven: 'Les loisirs d'une grande vacance'".

Een belangrijke rol bij de toename van de binnenlandse reisjes speelde de sterk verbeterde infrastructuur (wegen, kanalen, openbaar vervoer in de vorm van postwagens en trekschuiten, en herbergen). In de 17e eeuw waren er steeds meer wegen en kanalen aangelegd. De eerste reguliere trekschuitverbinding dateert van 1632, tussen Amsterdam en Haarlem, en de eerste reguliere wagendienst dateert van 1660, tussen Amsterdam en Arnhem.

De eerste bewaard gebleven binnenlandse reisverslagen van een binnenlands plezierreisje dateren uit die tijd. In de chronologische lijst "Reisverslagen van Noord-Nederlanders uit de Zestiende tot Begin Negentiende Eeuw" (van Ruud Lindeman, Yvonne Scherf, en Rudolf Dekker) wordt als eerste het reisverslag van Cornelis de Jonge van Ellemeet (1646-1721) genoemd. Het betreft een zomerreisje van 14 juli 1666 tot 8 augustus 1666 vanuit Leiden door de 7 provinciën waarbij hun doel was de beste herbergen te bezoeken, te reizen met de kaarten die men ter plekke aanschafte, en in alle steden de torens te beklimmen. Een ander reisverslag uit die periode was dat van Gilles Abrahams die een pleziereisje beschreef die hij op 25 en 25 juli 1668 maakte met de schuit van Amsterdam naar Naarden (om vervolgens te verdwalen toen hij 'snachts te voet over de Veluwe naar Arnhem wilde reizen). In de "Dagelijckse Aentekeningen" van Vincent van der Vinne is een "speelreisje"opgenomen dat hij in de zomer van 1680 had gemaakt....

Het eerste verslag op bovengenoemde lijst over een plezierreisje langs de vakantie- en gezondheidsoorden Spa en Kleef aan de Rijn (zoals het toen nog heette) dateert van de zomer van 1661. Het is het reisverslag van Adriaan Schagen (1633-1699) die naar Spa reisde, "gebruijkende de wateren aldaar", en via Aken en Kleef weer huiswaarts reisde. de tocht duurde 5 weken, en werd herhaald in de zomer van 1662.

Ten tijde van het Reys-Boek van Jan ten Hoorn in 1679 waren er tussen alle Nederlandse steden goede verbindingen aangelegd. Het boek beschreef hoe men over "de vermaekelijkste en bequamste wegen" kon reizen (zie de titelpagina). Hiermee werden binnenlandse plezierreizen voor een steeds groter publiek mogelijk.

De Republiek der Nederlanden in die tijd bogen op haar eigen schatkamers met antiquiteiten, rariteiten, kabinetten met schilderijen en beelden, monumentale buitenhuizen, indrukwekkende architectuur, waterwerken, arsenalen, magazijnen, stadhuizen, en nutsvoorzieniningen (hospitalen, armenhuizen) die het bekijken meer dan waard waren. Een tochtje langs de Vecht leidde langs prachtige "speelhuizen" (zomerverblijven van rijke kooplieden en regenten), zoals die op de Grand Tour te zien waren aan het kanaal tuussen Padua en Venetië, of buiten Genua.

De verslechterde internationale positie van Nederland na de Spaanse Successieoorlog werkte de binnenlandse oriëntatie van Nederlandse reizigers ongetwijfeld verder in de hand.

 

NÀ 1714: BRITSE INTERNATIONALE EXPANSIE EN OPKOMST VAN REISLITERATUUR

Voor Engeland leidde het een periode van grote binnenlandse bloei en buitenlandse expansie in, met veel internationale contacten en correspondentie, zelfbewustzijn, toenemende reislust en nieuwsgierigheid, wat leidde tot de publicatie van reisverhalen in de vorm van brieven (de kunst van het brievenschrijven werd sterk gestimuleerd door de opkomst van het algemeen posterijennetwerk) en dagboeken (journals/diaries/memoirs) voor een groeiend lezerspubliek. De eerste romanciers, zoals Jonathan Swift, Daniel Defoe, Samuel Richardson en Lawrence Sterne stonden aan het begin van een lange traditie mannen èn vrouwen (zoals Mary Wortley Montague, die persoonlijke reisverhalen (met curieuze waarnemingen en bijzondere belevenissen in plaats van objectieve praktische reisinformatie) afwisselden met literaire geschriften (fictie).

Daarnaast legden schrijvers, met een toenemend nationaal zelfbewustzijn, zich ook toe op meer gedetailleerde beschrijvingen van het eigen land. Angliae Notitia en Magna Brittanniae Notitia; or The Present State of Great Britain van Edward Chamberlayne verscheen vanaf 1669 tot 1755 in 38 edities (vanaf 1703 voortgezet door zijn zoon John Chamberlayne),  The New State of England under Their Majesties K. William and Q. Mary van Guy Miege verscheen vanaf 1691 en na de Unie met Schotland vanaf 1707 onder de titel The Present State of Great-Britain and Ireland, van Thomas Salmon's Modern History and Present-Day State (1734), Daniel Defoe's Tour Through the Island of Great Britain (1722 en latere edities, onder redactie van o.a. Samuel Richardson), A Journey through England in Familiar Letters from a Friend Here to His Friend Abroad van John Macky (vol. I verscheen in 1714, vol II in 1722, vol. III (met de afwijkende titel A Journey through Scotland, in 1723), en de Beauties of England, met latere edities getiteld The Beauties of Britain)

Maximillien Misson die, net als Richard Lassels, als begeleider (tutor) van aristocratische jongelui op de Grand Tour zijn brood verdiende, en dus ook praktische, educatieve doelen nastreefde, duidde zijn eigen reisbeschrijvingen als "Memoirs" of Letters" aan. Maar de meeste reisbeschrijvingen waren toch vooral bedoeld als vermaak (entertainment) voor een thuisblijvend lezerspubliek. Reizen in de 18e eeuw was risicovol, duur, tijdrovend, en voor slechts weinigen weggelegd). In het Voorwoord van zijn New Voyage to Italy ("To the Reader", in de Engelse editie van 1714) verdedigde Misson zijn beschrijving van bepaalde onderwerpen (met name theologische) tegen de kritiek van lezers die vonden dat dit niet in een reisbeschrijving thuishoorde. Hij verklaarde daarbij de briefvorm als volgt:

"There is no subject, that cannot naturally enter into letters; and these here are letters. To whom does it belong to prescribe subjects of entertainment between two friends that hold a commerce of letters together? (...) [M]any persons do not enough observe the very great difference that they ought to make between the description of a country, and the familiar, and free relation, that a traveller gives of that country in his letters, without undertaking any sort of treatise, or dissertation. A description, in the first place, requires us to forget nothing that deserves observation in the subject we pretend to describe; and secondly, it does not permit us to deviate from the same subject. But the advertisements that are to be seen from the beginning, at the top of these two volumes, never promised any description that a traveller who makes but a little stay in the places that he visits, might not reasonably undertake. I communicate, as I am travelling, to those whom I write to, that are either remarkable or diverting; but without tying my self up from mentioning any other things, to them in my letters, but those (...)" (pp. IV -VI)

In de brieven gaat Misson, die als Hugenoot in Britse ballingschap verbleef, geloofskwesties niet uit de weg, maar laat zijn gedachten nadrukkelijk NIET gaan over zaken waarin hij zich, onder andere uit tijdgebrek, onvoldoende heeft kunnen verdiepen, zoals "politics", "governments" en "the revenues of princes" (dat waren zaken die hij overliet aan "ambassadors and other publick ministers, who reside in the places, send their spies, wheedle some, and bribe others with money", p. XL), "libraries, especially in Italy" (waar hij als Protestant moeilijk toegang kreeg, p. XLIII), en de "manners and customs of people" (waarbij het risco van vooroordelen levensgroot was, p. XLV).

Pas in latere edities, nadat hij uit eigen waarneming, over veel actuele nuttige informatie beschikte, durfde Misson het aan een bijlage met praktische informatie en een routebeschrijving aan zijn brieven toe te voegen. Hij had in 1688 een jaar door Europa gereisd, en dat was voor die tijd een bliksembezoek. Hij bezocht "forty or fifty different states, in twelve or fifteen months time" (p. XL). In de Instructions to Travellers die hij in 1714 aan zijn Letters toevoegde, oefende hij felle kritiek uit op eerdere schrijvers als Franciscus Scotus ("an author who is seldom exact"), maar desondanks veelvuldig werden gekopieerd door schrijvers als Lassels, Ranchin, en Du Val: "These three writers have stuffed their books with a collection of stories that are not only false, but absurd and ridiculous" (p. 505).

 

Misson, François-Maximilien (approx. 1650 - 1722, tutor, educatie, toerisme)

               A New Voyage to Italy: with curious observations on several other countries, as: Germany, Switzerland, Savoy, Geneva, Flanders, and Holland;

               Together with Useful Instructions for Those Who Shall Travel Thither, (1695, 1699, 1708, 1714, 1739)

               French editions: Nouveau Voyage d'Italie, fait en Année 1688 (gedrukt in Holland!; 1691, 1694, 1698, 1702, 1717, 1722, 1731)

               Dutch edition published in 1724: Nieuwe Reize van Misson na en door Italien, 1724

               German editions: Maximilian Missons Reisen aus Holland durch Deutschland in Italien, 1701; Maximilian Missins Reise nach Italien, 1713

Naast The Voyage to Italy, van Richard Lassels, was het werk van Misson 50 jaar lang een zeer populaire gids voor Europese Grand Tourists.

Ook in Nederland bleef het lang een populaire reisgids, en werd bijvoorbeeld volgens het reisjournaal van Hendrik Fagel in 1787 nog door hem gebruikt.

Richard Lassels (The Voyage to Italy, 1670) werd door Misson genoemd als een auteur die klakkeloos allerlei onjuiste en onzinnige informatie uit een eerder werk

van Franciscus Schottus (Itinerarium Italiae, 1600) had overgenomen. Misson schreef dat 17e eeuwse auteurs van reisboeken Lassels, Ranchin, en Du Val

"have stuffed their books with a collection of stories that are not only false, but absurd and erroneous" (Engelse editie, 1714, pagina 505).

Hier en daar verwees Misson ook naar plaatselijk verkrijgbare catalogi of boekjes met informatie over bezienswaardigheden. Bijvoorbeeld met een lijst van

schilderijen in Bologna (Le Pitture di Bologna van Giacomo Monti), of Le Guide d'Amsterdam en Faveur des Negotians et des Voyageurs" (p. 36).

Ook verwees hij voor meer informatie naar de Remarks on the State of the United Provinces van William Temple (pp. 48, 59).

Latere edities van Misson waren bijgewerkt, o.a. door Joseph Addison (zie onder).

In het midden van de 18e eeuw werd het werk steeds meer in populariteit overtoffen door de Grand Tour van Thomas Nugent, die de informatie soms letterlijk

uit het werk van Misson overnam (bijvoorbeeld met betrekking tot het reizen d.m.v. cambiatura in bepaalde delen van Italië), maar ook aanvulde.

4th English edition, 1714

1st Dutch edition, 1724

"Francis Maximilian Missonne"

(National Portrait Gallery, 1660)

Het werk bestaat uit waarnemingen in de vorm van brieven van okt. 1687 tot okt. 1688 tijdens zijn reis door Europa als begeleider

van de jonge Earl of Arran (zie ook de 'epistle dedicatory' a/h begin van Deel 1).

Inhoudsopgave van de 4e Engelse editie uit 1714 (2 volumes, 4 books):

Vol. I, book 1

- Ex Libris: Sir Geo. Cooke, Bart, Wheatley

- copperplate frontispiece

- Epistle dedicatory (dedication to his British patron Charles, Earl of Arran)

- To the Reader (pp. I - XXX)

- Preface to the first French edition, pp. xxxi - xxxviii

- Preface added to the first, in the third French edition ... in 1698, pp. XXXIX - LII

- Letter I, geschreven te Rotterdam, Oct. 6 1687, "New Stile" [d.w.z. volgens de Gregoriaanse kalender, die al in 1582 was afgekondigd,

maar behalve in Rome, de provincies Holland, Zeeland, en in de Belgische gewesten, werd deze nieuwe kalender in bijvoorbeeld Gelderland, Utrecht,

Overijssel, en Duitsland pas in 1700 ingevoerd, waardoor er tussen verschillende plaatsen een verschil van 10 dagen met de "oude" Juliaanse kalender bestond,

wat in 1700 al was opgelopen tot een verschil van 12 dagen.]

Letter II (Amsterdam, Oct. 15, 1687), Letter III (Amsterdam, Oct 20), IV (Dusseldorp Oct.23, 1687), V (Cologne, Oct. 26), VI (Mentz, Nov. 3), VII (Francfort, Nov. 7),

VIII (Heidelberg (Nov. 12), IX (Nuremberg, Nov. 22), X (Augsburg, Dec. 2), XI (Munich, Dec. 4), XII (Inspruck, Dec. 7), XIII (Trent, Dec. 13), XIV (Verona, Dec. 16),

XV (Padua, Dec. 7), XVI (Venice, Jan. 20, 1688), XVII (Venice, Feb. 14), XVIII (Venice, Apr. 16 [sic!]), XIV (Ancona, Feb, 24), XIX (Loretto, Feb. 26)

10 gravures: bij pp. 112 , 136 (habits of women at Au[g]sburg), 194, 262 (bridge of Rialto), 275 (gondolo), 277 (bucentaure), 281, 336 (plate 2 ontbreekt, 9 zie onder)

Vol. I, book 2:

- Ex Libris: Sir Geo. Cooke, Bart, Wheatley

- Letters: XX (Rome, Mar. 4, 1688), XXI (Naples, Mar. 14), XXII (Naples, Mar. 17), XXIII (Naples, Mar. 18), XXV [sic!] (Rome, Mar. 27)

- 4 kopergravures: 11 (bij p. 432, fold-out, environs of Naples ), 9 (bij p. 455, Virgil's tomb), 12 (bij p. 484, fold-out, Venice), extra plate (bij p. 620, fold-out, lengtematen)

- Memoirs for the Travellers, to which are added several curious particulars that have not found place in the body of the work, inclusief een Itinerary (pp. 587-612)

and may render the reading of these instructions agreeable to everybody, pp. 485 - 646

- "Of Mount Vesuvius" pp 623 -646

- "Abstarct of the ... History of Capt. Francis de Civille, pp. 647-653

- "letter to Samuel waring, Esq., pp. 654 - 676

- Index bij Vol. 1pp. 677-712

Vol. 2, book 1

- Letters: XXV (Rome, march 30), XXVI (Rome, Apr. 11), XXVII (Rome, Apr. 24), XXVIII (Rome Apr. 27), XXIX (Rome (May 4), XXX (Florence, May 17),

XXXI (Florence, May 23), XXXII (Modena, May 28), XXXIII (Milan, June 7), XXXIV (Pavia, June 12), XXXV (Genoa, June 20)

- 15 kopergravures: 1 (bij p. 12), 2 (bij p. 19), 3 (bij p. 50), 4 9bij p. 51), 17 (sic!, bij p. 69), 5 9bij p. 71), 6 (bij p. 102), 7 (bij p. 117), 8 (bij p. 147), 9 (bij p. 148),

10 (bij p. 169), 11 (bij p. 210), 12 (bij p. 285), 13 9bij p. 357), 14 (bij p. 375)

- enkele handgeschreven aantekeningen op laatste blanco pagina's

Vol. 2, book 2

- Ex Libris: P. Bell, owner's name 1748

- Letters: XXXVI (Turin, June 29), XXXVII (Geneva, July 12), Strasburg (July 22), XXXIX (Brussels, Aug. 12), XL (Brussels, Sep. 23), XLI (Newport, Oct. 3)

- 2 kopergravures; 15 (bij p. 396, tarantula), 16 (bij p. 508, fold-out, habits of women of Strasbourg)

- Postscript, pp. 553 - 575 (about his imprisonment, "in my passage from Holland to England", a few years ago, by Dunkirk pirates)

- Lists of Roman palaces, churches, villas, houses of pleasure, pp. 576 - 597

- Elaborate account of the tarantula ("many" are found in Abruzzo, Calabria, and also in some parts of Tuscany), pp. 598 - 604

- An account of the Croisade of the Ladies of Genoua, pp. 605 - 620

- Remarks on the First Letter, ibid. Second Letter, ibid Third Letter, pp. 621 - 630

- Letter from the City of Naples to Pope Innocent XII to congratulate his exaltation to the Pontificate + the Pope's Answer, pp. 631 - 633

- Account of Famous Enigmatical Epitaph, seen at Bologna, pp. 634 - 651

- Short account of the Famous Scalado of Geneva, pp. 652 - 664

- Letter of the Author to the Bookseller in Holland, pp. 665 - 678

- Index (pp. 679 - 731)

- Catalogue of Books, p. 732

A New Voyage to the East-Indies, 1708

zie ook Henri Misson

 

Misson de Valbourg, Henri, broer van Francis Maximillian, hij verbleef 3 jaar in Engeland

                M. Misson's Memoirs and Observations in his Travels over England with Some Account of Scotland, translated by Mr. Ozell, 1719

               oorspronkeijk in het Frans uitgegeven in 1698 ("Mémoires et Observations ... ")

 

Francois Deseine

Nouveau Voyage d'Italie, 1699

Beschryving van Oud en Niew Rome, verdeelt in drie deelen, Nederlandse vertaling in 1704, 1713 (in klein zakformaat, een popuaire 18e eeuwse reisgids voor de Grand Tour))

 

Joseph Addison (1672-1719, literair, link)

      Remarks on Several Parts of Italy, &c, in the Years 1701, 1702, 1703

                   first published in 1705, later editions appeared in 1718, 1726, 1733, 1736, and under the supervision of Mr. Tickell in 1745, 1753, 1761, 1767

                  The book appeared as late as 1804 in the collected works of Addison (collected by Mr. Tickell), it was standard reading for the 18th c. English tourist

                 "great dry and penetrating insight"; Addison added his Observations to later editions of A New Voyage to Italy by Maximillien Misson (see above)

       Instructions for Youth, Gentlemen, and Noblemen    

 

Miege, Guy (1644-1718), a Swiss immigrant who came to London in 1661, and who also published dictionaries and grammars.

                The New State of England under their Majesties K. William and Q. Mary, 1691

                The Present State of Great Britain, 1707, 1st edition

                 The Present State of Great Britain and Ireland, 1711

                2nd edition (1711), with frontispiece of Queen Anne, and 3 fold-out maps by Herman Moll: (1) Northern England, (2) Southern England, (3) Ireland

                3rd edition, 1716, with frontispiece of King George I

                with 2 fold-out maps by Herman Moll (1654? -1732), "the foremost map publisher after the turn of the century":

                (1) Great Britain & Ireland, (2) Dominion of the King of Great Britain in Germany, (3) the Brunswick Genealogy

                 4e editie in 1716, 5e in 1723, 7e in 1731, 8e in 1738, 10e in 1745, 11e in 1748 (vermeerderd en geredigeerd door Solomon Bolton)

                In The Preface van de 3e editie gaf de auteur nadrukkelijk blijk van de nationale trots die in 1707 de aanleiding voor het werk was geweest:

                "I need not inform the World what was the first occasion of this work; 'tis plain, the publick expected no less from the late completed Union

                of Great Britain. An Union so long wished for, and so often attempted unsuccessfully, that it is a matter of amazement, how one year could produce

                what had proved abortive for above a century, which was finished in the reign of Queen Anne in 1706.

                We have now, thanks be to Heaven, the satisfaction of seeing two kingdoms united into one, that have so often clashed together by their separate interests.

                And as formerly they weakened one another, by their frequent and destructive wars; now, by their united strength, Great Britain will be able to bid

                defiance to the great powers of Europe. Vis unita fortior.

                I shall not insist any longer upon the great advantages this island will probably reap from this happy union;

                the Scots, by their joint trade with the English, and these by the strength of the Scots, who always had the deserved character of a brave and warlike people.

                And God forbid but they should have all due encouragement, suitable to the terms of the Union, and the mutual affection which ought to be among

                fellow-subjects, knit into the same interest.

                This is the third edition of this book, and much more complete than any of the former.

                The first edition containing only the present state of Great Britain.

                To the second was added that of Ireland; with a map of the three kingdoms.

                All which is in this third edition; with many additions and corrections; and near four sheets added of the present state of His Majesty King George's

                Dominions in Germany, with a map of them all; the genealogy of that Royal Family, the Dukes of Zell, and the rest of its illustrious branches.

                N.B. The reader is desir'd to observe, that several sheets of the historical and descriptive part of this edition,

                were printed off in the life-time of Her late Majesty Queen Anne; so that where-ever he meets with the words Queen, Her Majesty,

                or any expressions denoting her being alive, let him read King, His Majesty, &c."

                [Queen Anne overleed in 1714]

 

Macky, John (... - 1726)

              A Journey through England, In Familiar Letters from a Gentleman Here to His Friend Abroad
              (deel 1 verscheen in 1714 (met een 2e editie in 1722), deel 2 in 1722, deel 3, met de afwijkende titel A Journey through Scotland, in 1723)

               Na de publicatie van deel 1 in 1814, duurde het lang voordat deel 2 verscheen. Na 1814 kwam er even een eind aan het optimisme dat was ontstaann vanwege

              de nieuwe grondwet ("Bill of Rights" van 1689) die het volk middels het parlement grotere vrijheden gaf, de Settlement Act van 1701 waarmee een Protestantse

              troonopvolger werd gegarandeerd, de Unie met Schotland in 1707 en de Vrede van Utrecht in 1813 waardoor een eind was gekomen aan de Spaanse Successieoorlog,

              waarin Engeland aan de zijde van de Verenigde Nederlanden en een aantal Duitse protestantse staten tegen Frankrijk en Spanje had gevochten,

              had het land veel beproevingen doorstaan. Het Parlement stelde zich tandeloos op, de "Pretender" James Stuart dreigde met Franse steun, en een groep

              ontevreden binnenlandse rebellen, de macht weer over te nemen, en in 1815 vond er een openlijke rebellie plaats tegen George I.

              De laatste jaren van Queen Anne's regeerperiode en het begin van George I was daarom een instabiele tijd waarin de vrijhden van de Glorious Revolution

              weer verloren dreigden te gaan. Voor reizen was weinig animo.

              In de Preface van deel 2 (1722) legde Macky de toestand in het jaar 1815 uit:

              "A flagrant rebellion breaking out in most parts of the kingdom, made travelling both suspicious and dangerous;

              as have since the attempts of the late king of Sueden, and the Chevallier of Spain."

              In 1722, toen de politieke situatie weer gestabiliseerd was en de eenheid van het land gered leek, kwam er weer ruimte voor nationale trots.

              De directe aanleiding voor Macky om alsnog deel 2 te publiceren was het boek van Henri Misson over Engeland dat in 1719 in vertaling was verschenen,

              getiteld M. Misson's Memoirs and Observations in his Travels over England. Het werk van Misson (dat in 1698 in het Frans was verschenen) bevatte volgens

              Macky veel fouten:

              "Mr. Misson got some reputation by his letters, with observations in Italy; and as I have followed him every step in that country,

              I must own them to be as just as either Dr. Burnet's, the late bishop of Salisbury, or Mr. Lassel's; but his description of England,

              and the manners of the people, is below himself, or any thing I ever saw of that kind." (Preface, p. iii)
              Hier wordt overigens de auteur Henri Misson (die slechts drie jaar in Engeland vebleef) verward met zijn broer Francis Maximillian Misson.

              Macky somt een aantal van Misson's fouten op over de Engelse eetgewoontes, manier van groeten, de beschermheilige St. George,

              de boten in Londen (oars and scullers) , en de plaats Bath, en vervolgt met de opmerking:

              "And so he blunders through one half of his book: the other half is the history of the revolution, and the coronation

              of King William and Queen Mary, taken from the public prints." ( p. vii)

              Macky refereert aan een eerder voorbeeld van een Fransman, Samuel Sorbière (ook "Sorbier" gespeld), die over Engeland had geschreven, en vervolgens werd

              geparodiseerd door Thomas Sprat (1635-1713) in Observations on Monsieur Sorbier's Voyages into England (1668). Overigens was Sorbière's boek, uit 1664,

              een uitgebreide versie van A Character of England van John Evelyn uit 1659:

              "Monsieur Sorbiere, Library-Keeper to the French King, who came over to England in King Charles the II's time, and whose book was merrily answered

              by Dr. Sprat, late bishop of Rochester; by a comical description of the manner of his conming to London, shews that he came up in a waggon;

              and Misson, by his description of English eating, shews that he dined generally at a cook's shop." (p. iv)

              Aan het eind van de Preface kondigde Macky ook alvast de publicatie van deel 3 aan, met een korte motivatie:

              "The third volume of these Letters, which contains Scotland and Ireland, will be finished before next winter; and all young

              gentlemen, that have not had leisure to visit their own country before they travel abroad, ought to carry these books along with them,

              to be able to say something of their own country, while they are visiting the curiosities of other countries. For I have heard the

              Great Duke of Tuscany (who was in England in the reign of King Charles, and retains great affection for this nation) observe,

              that most English gentlemen that come to this court, know less of their own country than he did."(pp. xviv, xx)

              Het feit dat vrouwen niet werden genoemd laat zien hoe bijzonder de situatie van een vrouwelijke reiziger/schrijfster als Lady Wortley Montague was.

              Letter 1 (pp. 1-10) gaat over Londen en beschrijft bijzonderheden over de twee debtor's prisons van Londen (de Fleet en de King's Bench),

              en de recentelijke stadsuitbreidingen aan de westkant van Londen:

              "Besides several new streets near Golden Square, there is a whole town as big as Ostend, and after that form too,

              called Hanover Square (...) and it is now the most frequented part of the town by quality. The Duke of Roxborough and his

              brother, General Stewart, Lord Cowper, Lord Carpenter, and many other of the nobility have built themselves palaces here.

              And beyond it, cross the Great Road, there is the foundation of another square laid by my Lord Harley,

              which will reach to Mary-le-Bon. (...)

              The neighbourhood of London is also prodigiously enlarged since the South-Sea Scheme. Chelsea by its new buildings

              fronting the River, is more like a city than a village: And indeed most villages within few miles of the city, are adorned with South-Sea Seats.

              Belsize, a seat of My Lord Chesterfield's, at the bottom of Hamstead Hill, hath been tunred into an Academy of Music, Dancing, and Play,

              for the diversion of the ladies; and where they are, the gentlemen will not fail to be also. The Ball Room and Gaming Room are

              finely and properly adorned; and one would be surprised to see so much very good company as come thither during the season.

              But above all, there are two fine palaces, the the Duke of Chandois, ten miles off, called Cannons; the other by the Lord Castlemain

              at Wansted, five miles off, which when finished will be inferior to few royal palaces in Europe." (pp. 3-5)

Letter II: Winchester, pp. 11-30

Letter III: Salisbury, pp. 31-47

Letter IV: Plymouth ("Plimouth"), pp. 48-56

Letter V: Oxford, pp. 58 -112

Letter VI: Woodstock, p. 113 - 118

Letter VII: Bath, pp. 119 - 126

Letter VIII: Bath, pp. 127-136

Letter IX: Chester, pp. 137 - 150

Letter X: Lancaster, pp. 151-154

Letter XI: Northampton, pp. 155 - 173

Letter XII: Darby, pp. 174-202 (Buxton Wells are mentioned, alongside those of Bath, Bristol, and Tunbridge, which "are pretty much frequented" (p. 183)

Letter XIV {sic.]: Stamford, pp. 203 -207

Letter XV: York, pp. 208- 217
Letter XVI: Carlisle, pp. 218-224

Letter XVII: Douglas in the Islae of Man, pp. 225-230

Letter XVIII: Douglas in the Isle of Man, Feb. 6, 1721/2, pp. 231-239

Index, pp. i-xxx

The last letter concludes with the following remark: "I have now hired a boat for Kircudright, in the Stewarty of Galloway in Scotland,

where I hope to arrive in three hours; and when I get to Edinburgh, you shall hear further from, Sir, Your most Humble Servant."

Thomas Taylor(publisher)

                Gentleman's Pocket Companion for Travellers in Foreign Parts, 1722

                 octavo (6,7 x 4,5 inch), met 9 uitvouwbare kaarten, in 2 delen (1 deel bevat 3 dialogen in 6 talen, incl. Flemish)

 

Breval, John (1680 - 1738, tutor, educatie)

Remarks on Several Parts of Europe, 1726 (deel 1), delen 2 en 3 verschenen in 1738

Breval was een Franse immigrant in Engeland die, net als o.a. Misson en Coxe, adelijke jongelui op hun Grand Tour door Europa begeleidde.

 

Daniel Defoe (1660 -1731, literair, link)

Robinson Crusoe, 1719

Tour Through the Island of Great Britain, 1st edition 1722, 8th edition 1778

Jonathan Swift(1667 - 1745, literair)

redactie van The Works of Sir William Temple, 1720 (zie boven)

Travels into Several Remote Nations of the World, by Lemuel Gulliver, first a surgeon, and then a captain of several ships (Gulliver's Travels), 1726 (zie link)

 

Samuel Richardson (1689 - 1762, literair)

redacteur van later edities (vanaf de 4e) van de Tour Through the Island of Great Britain (zie hierboven Daniel Defoe)

Pamela, or Virtue Rewarded, 1740/1

Clarissa, or the History of a Young Lady, 1746-7

Breval, John Durant (1680?-1738), protestant French refugee (link)

Remarks on Several Parts of Europe ... collected on the spot in several tours since the year 1723, 2 vols, 1726

Edward Wright (...- 1750, begeleider / tutor van Lord Parker, de latere Earl of Macclesfield)

Some Observations Made in Travelling through France, Italy, &c. in the Years MDCCXX, MDCCI, and MDCCXXII

1e editie 1730, 2e editie 1764
[for background info: The Grand Tour 1592-1796, ed. Roger Hudson, 1993]

 

 

Lady Mary Wortley Montague: (1689 - 1762), link

Letters of the Right Honourable Lady M---y  W----y  M-----e: Written during her Travels in Europe, Asia and Africa, 3 volumes, 1763 (3rd edition)

Haar brieven dateren van 1724 maar werden op haar nadrukkelijke verzoek pas na haar dood gepubliceerd.

De uitgevers (Becket en De Hondt) plaatsen er een voorwoord bij uit 1725 van een vriendin van Lady Montagu met de initialen M.A. (Mary Astell).

Tijdens haar leven correspondeerde ze met Joseph Addison (zie boven) , bisschop Gilbert Burnet (zie boven) , etc.

Haar brieven werden na haar dood enkele malen opnieuw opnieuw gepubliceerd.

Uitgever Richard Pillips publiceerde in 1803:

The Works of the Right Honorable Lady Mary Wortley Montagu. Including Her Correspondence, Poems, and Essays.

Published by Permission from Her Genuine Papers. London, Richard Phillips, 1803. 5 vols.

Voor latere vrouwelijke auteurs bleef Lady Wortley Montagu een belangrijk voorbeeld. Mary Shelley noemt haar in haar reisjournaal uit 1817.

En uit de brieven van Lady Morgan, in 1817 gepubliceerd in haar boek France, blijkt dat uitgever Richard Phillips haar een bloeiende

schrijverscarriëre voorspelde als ze de epistolaire schrijfvorm van Lady Wortley Montagu als voorbeeld zou nemen.

Lady Mary Wortley Montagu, cousin of writer Henry Fielding, was born in London to parents of the aristocracy. Her father, Evelyn Pierrepoint, later became the first Duke of Kingston. She eloped with Edward Wortley (1712) and the two became active in court. Through social activities, she made social contacts with several literary figures, including John Gay and Alexander Pope, although Pope later attacked her in print. From 1716 to 1718, her husband served as ambassador to Turkey, where Montagu wrote her Embassy Letters. At age 47, she shared an infatuation with Francesco Algarotti, a 24-year-old native Italian with literary promise. She moved to Italy to join Algarotti and, although their relationship cooled, remained on the Continent for the next twenty years. Montagu distributed her writings privately and was content not to publish avidly during her lifetime. With the exception of some anonymous articles and a pirated edition of her poetry, her letters, essays, and poems were published posthumously. In her works, she advocated higher education for women and, in turn, more political interest and involvement.

(from: Women Writers in the 17th & 18th centuries: link)

 

1740- 1748: OOSTENRIJKSE SUCCESSIEOORLOG (1740-1748)

Na de dood van Keizer Karel VI brandde er een opvolgingsstrijd los tussen zijn dochter, die koningin van Hongarije & Bohemen was, en de andere Duitse keurvorsten, zoals de koning van Pruisen en de koning van Polen die tevens keurvorst van Saxen was. De overige Europese mogendheden bemoeiden zich ook met de strijd. Ze hadden er belang bij dat het Duitse Keizerrijk aan de oostgrens niet al te machtig zou worden. Nederland en Engeland steunden Karels dochter, en Frankrijk steunde de Pruisische Koning (die later de opvolging zou winnen en bij de Vrede van Dresden in 1745 als Keizer Karel VII de troon zou bestijgen).

Frankrijk zette de vijandelijkheden ook na de Vrede van Dresden voort met de bezetting van delen van de Oostenrijkse Nederlanden, waar de Nederlandse Republiek volgens het Barriëretractaat van 1715 een troepenmacht had gelegerd.

De Nederlandse staten (provinciën) besloten een eind aan de onderlinge verdeeldheid te maken en zich weer onder onder een stadhouder te verenigen. Willem IV werd zowel erfelijk stadhouder als opperbevelhebber van het leger. (Sinds Stadhouder-Prins Maurits en Raadspensionaris Van Oldenbarneveld waren de functies gescheiden geweest.)

In 1748 werd het Verdrag van Aken gesloten (zie wikipedia link)

Poole, Robert (1708-1752, link), a physician

A Journey from London to France and Holland, or: The Traveller's Useful Vademecum, 2 delen, 1742

          De titelpagina vermeldt: "The whole is calculated and designed for the use and benefit of travellers"

          Dedication: pp. i-v

          Preface: pp. i - vii, met een uitleg van het tweeledige nut van reizen:

          1st, To inform ourselves of things useful and needful to be known, whereby the better to conduct and direct ourselves in the way of Prudence

          and Discretion, Virtue, and Religion.

          2dly, That thereby we may be enabled also to inform and assist our fellow creatures, by advice and direction, either in their undertakings

          of the like nature, or to supply their wants herein, as much as may be, who are otherwise restrained from such undertakings; though necessity,

          in some measure, may make it expedient for them." (p.i)       

          Daarnaast bevat de Preface een inhoudsopgave: een dag-tot-dag overzicht van de Journal pp. 1-224, en bijlagen over Frans geld (pp. 273-4),

          taal, geschiedenis, volk, geografie (pp. 275-281), afstanden tussen plaatsen, met het aantal posten (pp. 292-306)

          De reis in deel 1 beslaat de periode van 21 mei  t/m 7 augustus 1741 (oude, Juliaanse kalender).

          Het stond in het teken van het behalen van een graad in de geneeskunde aan de universiteit van Rheims (4 juli 1741),

          een bezoek aan twee ziekenhuizen in Parijs en 8 college's over midwifery (kraamzorg), en een vergelijking tussen Parijs en Londen.

          Voor het snel verstedelijkte Londen was Parijs een belangrijk vergelijkingsmodel, ook op het gebied van openbare voorzieningen,

          inclusief de armenzorg, ziekenzorg, rechtspleging, het gevangeniswezen (John Howard), aanleg van kerkhoven, wegen, bruggen, straatverlichting,

          water en rioolvoorzieningen, voedsel, landbouwproductie (zie Jospeh Marshal, Arthur Young), wetenschap, religieuze gewoontes, gebruiken, kunst, etc. .

          Tijdens zijn studiereis signaleerde Robert Poole de volgende problemen en verbeteringsmogelijkheden:

         .........

          De 2e editie verscheen in 1746 (deel 1) en 1750 (deel2)

 

Johann Georg Keyssler (1693-1743, link), ook: Keysler / Keyszler / Keyßler

Neuste Reisen durch Teutschland, Böhmen, Ungarn, die Sweitz, Italien und Lothringen, 1740-41 (later editions in: 1751, 1776), 2200 pagina's

Nieuwe Reizen door Duitschland, Bohemen, Hongarye, Zwitserland, Italien en Lotharingen, vertaald naar het Nederlands in 1753-55

Travels through Germany, Bohemia, Hungary, Switzerland, and Lorrain, vertaald naar het Engels, 1756/57, 1760

     "Keysler"werd in 1878 nog veelvuldig aangehaald in de reisgids van Thomas Martyn, The Gentleman's Guide in his Tour through Italy (uitgever George Kearsley)

G. Fisher (tutor, educatie)

         The Instructor, or Young Man's Best Companion, 1742 (401 pagina's)    

 

Monsieur de Blainville

      Travels through Holland, Germany, Switzerland, and other parts of Europe, but especially Italy, 1743

       re-issued in 1757, maps by "Herman Moll Geographer"

      4 fold-out maps at the rear of Vol.3 (edited by Mr. Turnbull): Germany, Switzerland, United Provinces, Northern Italy

      opnieuw verschenen in 1767, met 7 uitvouwbare kaarten en 40 platen (gravures), kaart v/d 7 provinciën uit Monsr. Robert's Atlas

      overige kaarten: Germany, Circle of the Upper Rhine, Land of the Church and Tuscany ("engraved for Mons. de Blainville's Travels")

 

Thomas Salmon (1679-1767, link)

        Modern History, or the Present State of all Nations, vele delen, ook in een Italiaanse versie en een Nederlandse versie (42 delen, o.a. door Jan Wagenaar)

        The Chronological Historian, containing a regular account of all material transactions .... relating to English Affairs ... to the Death of George I

                  later continued to the Death of George II, 1e editie 1723, 2e editie 1733 (bijgewerkt); 3e editie 1747 (2delen)

        The Modern Gazetteer, or a Short View of the Several Nations of the World, 1746 (later editions with additions & maps)

        A New Geographical and Historical Grammar, with a set of twenty-two maps

        The Universal Traveller, or a Compleat Description of the Several Nations of the World, 2 vols, 1752-3 (with 196 sheets of engraved plates and maps),

                  volume 1 (1752) contains Scandinavia, Germany, Poland, Turkey, Russia, Asia) and has 89 sheets with 124 engraved maps and plates;

                  volume 2 (1753) contains the Netherlands, Italy, Switzerland, France, Spain, Portugal, Africa, America, and has 107 sheets (?) with .... engravings.  

        Etc.

        Thomas Salmon vergezelde George Anson (Lord Anson) op diens reis rond de wereld in 1739-40 (zie het boek over Anson's reis door Mr. Walters, link)

 

Samuel Simpson

            The Agreeable Historian, Or the Compleat English Traveller, 1746

            based on Camden, Dugdale, Leland, Ogilby and Morgan, with county maps by Herman Moll

 

Thomas Nugent (c. 1700 - 1772), tutor, educatie, toerisme, wikipedia link

The Grand Tour, Containing an Exact Description of Most of the Cities, Towns and Remarkable Places of Europe

Together with a Distinct account of the Post-Roads and Stages, with their respective Distances, through Holland, Flanders, Germany, Denmark,

Sweden, Russia, Holland, Poland, Italy, France, Spain and Portugal, Likewise Directions relating to the Manner and Expence of Travelling from

One Place and Country to another, as also Occasional Remarks on the Present State of Trade, as well as of the Liberal Arts and Sciences,

in each respective country.

De eerste uitgave, in 4 delen, dateert van 1749. Er kwamen uiteindelijk geen aparte delen over Spanje, Portugal, en de Scandinavische landen.

In 1756 verscheen de 2e druk, en in 1778 de derde en laatste druk. Thomas Nugents werk was in de 18e eeuw even gezaghebbend als

de Baedeker-gidsen een eeuw later. Het was de eerste belangrijke reisgids over de Grand Tour.

Deel 1 van de 1749-editie gaat over Nederland,

Deel 2 van de 1749 editie gaat over Frankrijk (met aparte reizen naar respectievelijk Madrid en Lissabon).

Deel 3 van de 1749-editie gaat over Duitsland, met reisbeschrijvingen van Hamburg naar Kopenhagen en Stockholm,

                en vanuit Frankfurt naar Warschau en Moskou.

Deel 4 van de 1749-editie gaat over Italië

Deel 2 van de 1756-editie gaat over Duitsland

Deel 3 van de 1756-editie gaat over Italië

Deel 4 van de 1787-editie gaat over Frankrijk (nu zonder reizen naar Madrid en Lissabon)

De Oxford Dictionary of National Biography beschrijft wat Thomas Nugent met de The Grand Tour beoogde:

"The Grand Tour is a guidebook in the much narrower sense of providing information on inns, road and boat connections, and sights to visit. It is a compilation of his own experience and that of others reproduced in duodecimo for ease of packing. He uses the format later popularized by Murray and the Blue Guides of taking in sights by means of a series of tours from the capital."

In de "Preface" bij het eerste deel, over Nederland, legt Nugent de nieuwe opzet van zijn werk uit:

"If among the great variety of books that have been written in our language on the subect of travelling, the folowing work should happen to prove of any use to the public, it will be owing as much to the novelty of the method, as to any merit the author pretends to claim from new discoveries of the matter. For such copious and exact descriptions have been given within these two centuries, of the several countries mentioned in these papers (...) that succeeding writers are able to meet with very few things that have escaped their observation. And yet how entertaining soever most pieces of this kind may prove to sedentary readers, (...) they are generally insufficient to those who consult them for real use, and as instructive companions. On these occasions the unexperienced traveller is frequently at a loss, finding little or no assistance from those writers, either as to the difference of roads and accommodations, the nature and price of carriages, the knowledge of various coins, with several other articles absolutely necessary in foreign peregrinations. How far these objections have been removed in the present work, and the utility as well as amusement of travellers has been consulted, will best appear by the following sketch of the whole undertaking.

Tho' most gentlemen are presumed to have some knowledge of geography, yet as this is not always the case, a general description of the several countries is prefixed to each volume, with an account of their situation, extent, climate, soil, seas, rivers, and mountains. From the country we proceed to the inhabitants, describing their persons, manners, customs, language, learning, arts, and religion. Commerce is the next subject; under which article we consider its rise, progress, and present state of proseperity or decline, commonly adding, for the sake of such as travel for business, a list of the principal fairs, and of the chief commodities of each town and province. Next comes the manner of travelling (...), with their hours of setting out, and respective prices. The knowledge of the several coins being a neccessary thing for travellers, we have therefore been very exact upon this head (...). These prelimiinaries being settled we enter upon our several journeys, beginning with the capital city of each country, and thence proceeding through the different provinces, comprehending the by-roads as well as the direct (...).

In regard to the descriptions of the remarkable places no pains have been spared to render them as exact as possible (...).

At the end of the description of most principal towns there is frequently a lsit of the chief inns and best houses of accommodation (...).

To conclude, as this is the first attempt of the kind towards improving that noble and ancient custom of travelling, a custom to enrich the mind with knowledge, to rectify the judgment, to compose the outward manners , and to form the complete gentleman, it is humbly hoped that the intent may be acceptable to the public, though we should happen to have failed in the execution."

De indeling van deel 1 is als volgt

- Preface (pagina's I - VIII)

- List of Contents (4 pagina's)

- Chapter I: General Description of the United Netherlands (7 provincies, pagina's 1-46)

                     1: general info & origins, 2: the particular provinces, 3. government, 4: trade, manufactures, revenues, taxes, forces,

                     5: persons, customs, manners, religion, learning, 6: manner of travelling, coins, weights, measures

- Chapter II: General Description of the Austrain and French Netherlands (10 provincies, pagina's 41 - 58)

                     1: short description of the provinces, 2: religion, government, trade, forces, revenues

- Chapter III: Journey from Amsterdam to Rotterdam, and from thence to Flushing in Zealand (pagina's 58 - 120)

                     Amsterdam, Harlem, Leyden, The Hague, Delft, Rotterdam, Dort (= Dordrecht), Tervere (= Vere),

                     Middleburg, Flushing and the other town in Zealand:

                     (Armuiden, Tergoes (= Goes), Zirickzee, Browershaven, Bomene, Tolen, St. Meertinsdyke

- Chapter IV: Journey from Amsterdam to Hellevoet-sluys (pagina's 121 - 127)

                     Tergow (= Gouda), Rotterdam, Ten Briel, Hellevoetsluys

- Chapter V: Journey from Amsterdam to Hoorn, and other towns in North Holland (pagina's 128 - 139)

                     Buiksloot, Monikedam, Edam, Purmerend, Hoorn, Enkhuysen, Medemblick, Alkmaar, (Sardam, Bruck, Texel, Flie)

- Chapter VI: Journey from Amsterdam through Friseland to and Embden in East-Friseland, with directions for travelling

                    through Friseland to Hamburg (pagina's 140 -164)

                    Harlingen, Franeker, Leeuwarden, Dockum, Strobusch, Groningen, Appingadam (= Dam), Delfzyl, Embden,

                    Worcum, Bolswart, (Staveren, Hindeloopen, Molqueren)   Naerden, Amersfoort, Zwoll, Hasselt, Lemmer,

                    Sloten, Sneek, Winschoten, Nieuschans (Muiden, Weesp)

- Chapter VII: Journey from Amsterdam through Overyssel and back through Guelderland and Utrecht (pagina's 165 - 166)

                     Harderwyk, Elburg, Campen, Swoll (= Zwoll), Deventer, Zutphen, Doesburg, Arnheim, Utrecht

- Chapter VIII: Journey from Amsterdam to Cleves, in the way to Cologne and Frankfurt (pagina's 177 - 184)

                    Wyk te Duerstede, Rhenen, Wageningen, Nimeguen, Cleve

- Chapter IX: Journey from Amsterdam to Antwerp and Brussels (pagina's 185 - 212)

                     Breda, Antwerp, Mechlin, Vilvoorden, Brussels, (Williamstadt, Bergen-op-Zoom, santfliet, Lillo

- Chapter X: Journey from Amsterdam to Boiseleduc and other parts of Dutch Brabant (pagina's 213 - 218)

                     Tergow (= Gouda), Schoonhoven, Gorcum, Worcum, Heusden, Boisleduc (= Hertogenbosch)

- Chapter XI: Journey from Brussels to Cambray and Paris (pagina's 219 - 230)

                     Halle, Brain le Comte, mons, Valenciennes, Cambray, Catelet, St. Quintin, Ham, noyen, Compiegne,

                     Verberie, Senlis, Louvres, Paris

- Chapter XII: Journey from Brussels to Liege, Maestricht, Spaw, and Aix la Chapelle (pagina's 231 - 253)

- Chapter XIII: Journey from Brussels to Ostend, Dunkirk, Calais, and back again by Ypres and Oudenaerde to Brussels

                     (pagina's 254 - 273)

- Chapter XIV: Journey from Brussels to Lille and Arras (pagina's 274- 286)

- Chapter XV: Journey from Brussels to Namur and Luxemburg (pagina's 287 - 291)

- Chapter XVI: Directions to know at what time the post-waggons, draw-boats, passage vessels, or sailing-boats and

                     market boats set out from Amsterdam to the principal towns in the Low Countries (pagina's 292 - 310)

- Chapter XVII: Directions to know at what time the post-waggons, coaches, draw-boats, sailing-boats, and market boats

                     set out from all principal towns in the Low Countries, especially of the United Provinces,

                     to the following towns and places, in alphabetical order (pagina's 311 - 348)

- alphabetical list of the provinces, cities and towns described in this volume

Het werk van Nugent kwam tegemoet aan de behoefte van de ' Tourist'  tijdens de 18e-eeuwse Verlichting, het tijdperk van de rede,

"to enrich the mind with knowledge, to rectify the judgment, to compose the outward manners and to form the complete gentleman", zoals hij zelf schreef.

In 1756 verscheen de 2e druk waaraan een volledige vastomlijnde "European Itinerary" is toegevoegd, en in 1778 verscheen de derde en laatste druk.

De "Grand Tour" van Thomas Nugent (ca 1700 - 1772) was het eerste werk waarin de Grand Tour als een vaste route werd beschreven:

Vanaf Dover ging het meestal per zeilboot naar Calais (dan wel Oostende, of Le Havre), vervolgens naar Parijs, Zwitserland (Geneve, Lausanne),

dan over de Alpen naar Italië (Florence, Venetië, Milaan, Napels), en daarna door de Duitstalige gebieden (Wenen, Dresden, Berlijn, Potsdam),

via de Lage Landen (Nederland / Vlaanderen) weer terug naar Engeland.

Spanje werd meestal overgeslagen (soms ging men nog wel naar Barcelona), evenals Zuid Italië, en het Ottomaanse Rijk.                

"Grand Tourists" als Thomas Sterne en James Boswell hadden ongetwijfeld Nugents reisgids op zak: "the definitive guide to their adventures

[was]  Thomas Nugent's The Grand Tour, well thumbed copies of which [were] tucked in every gentleman's frock-coat pocket" (Time magazine link).

Het verschijnen van de eerste editie van de Grand Tour in 1749 viel samen met de juist beëindigde Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748),

in Noord Amerika bekend als King George's War. In deel 1 van Thomas Nugents Grand Tour, over Nederland, is de tekst nog niet helemaal actueel,

want er wordt nog verwezen naar "the present war", onder andere in verband met de 10 provincies die deel uitmaakten van de voormalige "Oostenrijkse

Nederlanden", die op dat moment de "Franse Nederlanden"waren gaan heten.

Thomas Nugent verwachtte dat ze uiteindelijk opnieuw de "Oostenrijkse Nederlanden" zouden gaan heten.

De Oorlog werd gevochten door Oostenrijk (gesteund door Groot-Brittannië en de Nederlandse Republiek) aan de ene kant, en Pruisen en Frankrijk

aan de andere kant. Frankrijk en Pruisen hoopten te profiteren van een machtsvacuum in het Oostenrijke Rijk t.t.v. de Habsburgse troonsopvolging.

Groot-Brittannië en de Nederlandse Republiek waren van oudsher tegenstanders van Frankrijk (ook in de overzeese kolonieën).

Ook Noord-Italië was betrokken doordat het weer onder Spaans gezag kwam. Sinds de Spaanse Successieoorlog was het onder

Oostenrijks gezag gekomen, en tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog slaagden de Spanjaarden er dus in de situatie weer om te keren.

De tweede editie van de Grand Tour kwam uit tijdens de 7-Jarige Oorlog.

Thomas Nugent schreef daarnaast het populaire The New Pocket Dictionary of the French and English Languages, uitgegeven sinds 1767

met de 10e uitgave in 1799, en daarna ook tot ver in de 19e eeuw (ca. 1840) uitgegeven in Philadelphia (VS)

Door Nugent werd, samen met M. Grosley, uit het Frans vertaald: A Tour to London, or New Observations on England and its Inhabitants (1772)

Nugent's Travels in Germany verscheen in twee delen in 1768.    

R. Denson

A New Traveller's Companion through the Netherlands, 1754

1756 - 1763:  ZEVENJARIGE OORLOG

Dit was enerzijds een landoorlog in Duitsland tussen Pruisen en Oostenrijk.

Anderszijds was het een koloniale en handelsoorlog tussen Groot-Brittannië (met Pruisen als bondgenoot) en Frankrijk (met Spanje en Oostenrijk). Het Verdrag van Parijs in 1763 regelde de nieuwe koloniale realiteit waarbij o.a. Florida door Spanje aan de Britten werd overgedragen, en Louisiana van Franse in Spaanse handen overging; het Verdrag van Hubertusburg van 1763 regelde de nieuwe Europese werkelijkheid waarbij Pruisen verder aan macht won ten koste van Oostenrijk. De oorlog speelde zich grotendeels op zee af. Nederland hield zich neutraal, maar de Nederlandse koopvaardijvloot ondervond veel hinder doordat Engeland de Nederlandse handel met Frankrijk actief dwarsboomde. Dit was in strijd met het verdrag van 1674 omtrent de regel "vrij schip, vrij goed" (het principe van Mare Liberum werd in 1609 door Hugo de Groot beschreven en gepubliceerd) .

De Zevenjarige Oorlog duurde van 1756 tot 1763, waarbij Frankrijk tegen Engeland vocht, en Nederland neutraal probeerde te blijven. Het waren tijden waarin het aantal reizigers naar het Europese Continent sterk afnam, en toeristen de voorkeur gaven aan een reis in eigen land. Niet toevalig werd het in 1757 uitgegeven reisboek "The Beauties of England" van Philip Luckombe bijzonder populair en verschenen er tot 1791 (o.a. bij de uitgevers John Murray en W. Goldsmith) vele herdrukken van, later onder de titel A New Display of the Beauties of England. Er verschenen ook edities onder de titel The Beauties of Great Britain die werden uitgegeven  als "New Companion to Ogilby's Book of Roads".

Na de 7-Jarige Oorlog was er in Europa een periode van 13 jaar vrede (afgezien van een oorlog tussen Rusland en Turkije) . In deze periode bloeide de handel, en er was een korte opleving van het toerisme (en de Grand Tours) naar Europa (tot de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog en de Napoleontische oorlogen).

In het jaar 1764 was er een groot aantal Britse toeristen dat Zwitserland bezocht. Eén van hen was James Boswell die er een bezoek bracht aan Rousseau en Voltaire.

Tobias Smollett (1721-1771, literair)

Travels through France and Italy, 1766 (heruitgave in 1772, 1778, en in latere verzamelbundels)

Smollett gaf zijn persoonlijke meningen, inclusief vooroordelen, ruim baan.

 

Lawrence Sterne (1713 -1768, literair, , link)

The Life and Opinons of Tristram Shandy (1759), een eerste versie werd door uitgever Robert Dodsley verworpen

A Sentimental Journey through France and Italy (1768)

Sterne parodieerde hierin Smollett's Travels (zie boven)

Hij reisde naar Frankrijk en Italië (Turijn) in 1762, tijdens de 7-Jarige oorlog (reis o.a. vanwege gezondheidsklachten)

 

Samuel Johnson (1709 - 1784, literair, link)

A Journey to the Western Islands of Scotland (1775, link)

 

James Boswell (1740- 1795, link), 8th Laird of Auchinleck (uitspraak "Afleck")

Boswell in Holland and Boswell on the Grand Tour briefwisseling met Belle van Zuylen

The Journal of a Tour to the Hebrides (1785, link), in 1936 verscheen een uitgebreidere versie gebaseerd op het originele manuscript.

Boswell studeerde een jaar rechten in Utrecht in 1763-1764), gevolgd door grand tour van 2 jaar door Duitsland,
Zwitserland (o.a bezoek aan Rousseau), en Italië. Hij keerde in 1766 terug naar Londen.

 

Luckombe, Philip (1730 -1803)

The Beauties of England, 1757, 2nd edition 1764 ("improved and enlarged"), 1766, 3rd edition 1767 ("with a large map", no plates)

New Display of the Beauties of England, 1773, 1776, 1774, 1776, 1787, 1791

Ten tijde van de 7-Jarige Oorlog was er een afname in Engelse reizigers die voor de Grand Tour naar het Europese Continent gingen.

Niet toevallig verschenen er in deze periode reisboeken die landgenoten op de reisbestemmingen in eigen land attendeerden,

waarbij van het sterk uitgebreide (tol)wegennet gebruik kon worden gemaakt. Met The Beauties of England, naast het wegenboek

(Pocket Book of Roads) van John Ogilby, werd ingespeeld op een toenemende populariteit van toeristische bestemmingen in Engeland.

Vanaf 1801 werden over een periode van 20 jaar onder de titel The Beauties of England and Wales 25 delen gepubliceerd over afzonderlijke counties.

De eerste 10 delen stonden onder redactie van Edward Wedlake Brayley en John Britton, inclusief enkele kaarten en tal van platen (zie hieronder)

 
1st edition of 1757, "intended as a travelling pocket companion", duodecimo-formaat, ca. 17 cm hoog, 344 pagina's

 

Burlington,Charles, et al.

The Modern Universal British Traveller, 1779

Het steeds machtiger wordende 18de-eeuwse Groot-Brittannië ontdekte dat het ook een eigen cultuur en geschiedenis had waar het trots op kon zijn.

En naarmate de mogelijkheden om door het land te reizen toenamen (meer en betere wegen, transportmiddelen, road-books, etc.) werd het

vanaf die tijd door Britse reizigers steeds meer als een plicht gevoeld om eerst het eigen land te zien, voordat men andere landen ging verkennen.

De Modern Universal British Traveller voorzag in die behoefte. Het was een combinatie van roadbook en een historisch-culturele

beschrijving van wegen, bezienswaardigheden, etc. in alle counties van Groot-Britannië, vergelijkbaar met de combinatie Beauties of Great Britain & Ogilby. Onder de facsimile-pagina was het volgende nationalistische bijschrift te lezen:

"Britannia seated on  a throne which has for supporters Neptune and Apollo, denoting naval strength, and the polite arts. A plan of Great Britain on her lap to which she points with one hand, and holds the staff of liberty with the other. In the foreground a group of figures, equiped for travelling to whom Britannia appears explaining the necessity and proving the utility of making a tour through our own country before we visit foreign ones. In the background a post chaise apparently ready for a journey and a distant view of ancient ruins, an open country, &c."

Vanwege het grote folio-formaat en ruim 900 pagina's + meer dan 100 platen was dit niet bij uitstek een reisgids voor onderweg

 

William Melmoth (1710-1799)

Travels in Switzerland, 1777

William Coxe (1747 - 1828)

Gentleman's Guide, in a Tour through Part of France and Flanders, 1776

Travels into Poland, Russia, Sweden and Denmark, 1784

Sketches of the Natural, Civil and Political State of Switzerland, 1779

Travels in Switzerland and in the Country of the Grisons, 1789 (dit was een uitgebreide versie van de in 1779 verschenen Sketches)

William Coxe begeleidde jonge aristocraten op hun Grand Tour door Europa en schreef zijn ervaringen tijdens deze reizen op.

Joseph Marshall (pseudoniem van John Hill, economie, landbouw, 1716-1775)

Travels through Holland, Flanders, Germany, Denmark, Sweden, Lapland, Russia, the Ukraine, and Poland, in the years 1768, 1769, and 1770

in 3 delen, 1772; een 4de deel, Travels htrough France and Spain in the Years 1770 and 1771, werd afzonderlijk gepubliceerd in 1776.

De aanleiding voor het publiceren van deze reisbeschrijving was minder uit culturele dan uit economische en politieke interesse.

Zie de Preface:

"About eleven years ago, I went the usual tour of Europe, which is reckoned, though very falsely, a finishing of education: I then visited France, Italy, part of Spain, and some territories in Germany, running very eagerly after every thing produced by the fine arts, and thinking that painting, statuary, music, and the like, were the only objects worthy of notice. The pursuit, however, of a young traveller is usually pleasure (..). Reflection convinced me that there were numerous objects highly deserving attention in every country which I had passed by without notice; and I regretted a journey performed in the rawness of youth, which afforded me so little instruction. (...) I determined to spend some years in journeying through the Northern Parts, which would probably present me with a new world; the accounts I had read of most of them, being either very imperfect, or so old, that everything might be altered since the authors wrote, so that I ran no risque of knowing too much before I set out.

With this intention I embarked for Holland, and spent some time in examining every thing worthy of attention in all the provinces of the Dutch republic, which I will venture to assert, contain more that is worthy of a traveller's attention, provided he is something more than two and twenty, than any part of Italy. (...) I began my travels with viewing and enquiring into objects of more solidity and use, than I had ever thought of when abroad before; the state of the Dutch trade and manufactures, the value and products of their lands, &c. demanded, and had my attention."

De informatie over onderwerpen als "husbandry, manufactures, finances, and commerce" (deel 4, p. 132), maar ook

m.b.t. de gesteldheid van wegen, herbergen, reiskosten, en toeristische bezienswaardigheden, was vaak sterk verouderd.

De Zevenjarige Oorlog had, volgens Marshall, zelfs de gidsen die voor 1755 waren verschenen achterhaald gemaakt.

Met betrekking tot de situatie in Frankrijk sinds de Vrede van 1762, schreef Marshall:

"The books that have been published go farther back, to periods in which every circumstance is changed: nay, whoever, with the best information, gave accounts of these matters as they were between the Peace of 1748, and the War of 1755, would convey a poor idea of the state of that kingdom since 1762."(part IV, p. 132)

Joseph Marshall (link) keerde na afloop van de Zevenjarige Oorlog terug naar het Europese Continent, en tekende zijn

bevindingen op in het aanvankelijk driedelige Travels through Holland, Flanders, Germany, Denmark, Seden, Lapland, Ruussia, The Ukraine,

and Poland in the Years 1768, 1769, and 1770. Een toeristisch bezoek aan Frankrijk (en Spanje) lag zo vlak na de oorlog niet voor de hand,

en werd dan ook voor het laatst bewaard. Zijn bevindingen in die landen publiceerde hij in een apart deel,

Travels through France and Spain in the Years 1770 and 1771 (in which is particularly minuted the present State of those Countries,

respecting the Agriculture, Population, Manufactures, Commerce, the Arts, and Useful Undertakings), dat in 1776 verscheen.

Marshall reisde niet in de eerste plaats voor zijn plezier naar Frankrijk, maar vooral omdat het in economisch en politiek opzicht nuttig was.

Hij reisde vooral uit leergierigheid, en vanwege het pratisch nut die de kennis van het buitenland had voor het eigen land.

Uit Marshalls Travels through France and Spain in the Years 1770 and 1771 (uitgegeven in 1776) komt een goed beeld naar voren van de gevolgen van

de Zevenjarige Oorlog voor het Europse Continent, met name voor Frankrijk, die in deze oorlog met Engeland aan het kortste eind had getrokken.

Polen was, net als Frankrijk, in een erbarmelijke staat. Rusland had veel macht, evenals Pruisen.

Baretti, Joseph / Guiseppe Marco Antonio Baretti (1719 - 1789)

A Journey from London to Genoa, through England, Portugal, Spain, and France, 1770

             3 edities in hetzelfde jaar, de eerste waarvan in 2 quatro banden, de volgende twee edities in 4 octavo delen

             Het werk werd ook in het Nederlands vertaald: Reize door Engeland, Portugal, Spanje en Frankrijk (1773, 2 delen, naar de 3e Engelse uitgave)

Account of the Manners and Customs of Italy, 1768

             Vertaald naar het Nederlands als De Zeden en Gewoonten van Italien Beschouwd, 1770, 2 delen

             en naar het Duits als Beschreibung der sitten und Gebräuche in Italien, 1781 (naar de 2de Engelse editie)

Sharp, Samuel (1700 - 1778, medische wetenschap: "a surgeon .., he has been called the link between the old and the modern surgery, ... went on Tour to help his asthma" )

             Letters from Italy, describing the manners and customs of that country in 1765 and 1766 (1e uitgave 1766)

             Vertaald naar het Nederlands als: Brieven voor Italien (1768)


[zie ook: Grand Tour, Roger Hudson, ed., 1993]

Kearsley, George (ca. 1739 - 1790)

uitgever van een aantal reisgidsen die in het laatste kwartaal van de 18e eeuw op de Grand Tour werden gebruikt als opvolger van de gidsen van Thomas Nugent

Harry Peckham, The Tour of Holland: Dutch Brabant, the Austrian Netherlands, and part of France, 1772, 1780, ...., 1788, 1793

Thomas Martyn, The Gentleman's Guide in his Tour through Italy (1787)

Philip Playstowe, A Gentleman's Guide in his Tour through France (1770, 9e editie 1787)

Joseph Palmer, A Four Months Tour through France (1775)

John Millard The Gentleman's Guide in his Tour through France (1788)

Philip Thicknesse, Useful Hints to those who Make the Tour  through France (1791)

Monsieur de Saussure, A Sketch of a Tour through Swisserland [sic] (vertaling)

        Dit werk werd in 1787 in de reisgids van Martyn genoemd als "Books lately published and sold by G. Kearsley, at Johnson's Head, No. 46, Fleet Street, London.

Harry Peckham (1740-1787, link)

The Tour of Holland: Dutch Brabant, the Austrian Netherlands, and part of France; in which is included a description of Paris, 1772 (2e ed. 1780, 4e: 1788, 5e: 1793)

(published by George Kearsley)

Thomas Martyn (1735-1825)

The Gentleman's Guide in his Tour through Italy. With a Correct Map, and Directions for Travelling in that Country, 1787, published by George Kearsley

              N.B. De naam van de auteur wordt niet op de titelpagina vermeld.

              Volgens Lynne Withey's History of Leisure Travel, Ch.3, noot 26, was Thomas Martyn in A Gentleman's Guide to Italy (1787) de eerste die gebruik

              maakte een systeem met uitroeptekens (variërend van één ! tot vier !!!!) voor speciale bezienswaardigheden. Klopt dit wel?

              Op blz. 31 -42 worden enkele schilderijen in het Koninklijk Paleis in Turijn gemarkeerd met 1 uitroepteken, en op blz. 96 (Parma) worden er soms 2 toegevoegd.

              De nadruk ligt op routebeschrijvingen en culturele bezienswaardigheden, met geen of wienig aandacht voor de bewoners en hun gebruiken.

              Voor zijn feitelijke informatie baseert de auteur zich deels op eigen waarneming en deels op een groot aantal andere bronnen die hij op blz. iv - v opsomt:

              Mr Sandys ("set out for Italy in 1610", George Sandys, Sandys Travels / Sandys Voyagien),

              Mr. Raymond (John Raymond, An Itinerary Contayning a Voyage, Made Through Italy, in the Yeare 1646, and 1647, published in 1648),

              Mr. Lassels ("was five times there; he was at Rome in 1650"), Mr. Ray (1663), Bishop Burnet (1685 and 86),

              Mr. Misson (1687, 1688), Mr. Addison (1700-1703), Mr. Richardson (1720), Mr. Wright (1720-22), Mr. Keysler (1729-1731), Mr. Gray with Mr. Walpole, Esq (1739, 40, 41)

              Mr. Russel (1739-1749), M. Cochin (1749 or 1750), Mr. Northall (1752), The Chevalier de la Condamine (1754), John Earl of Corke and Orrery (1754, 1755),

              Mr. Grosley (1758), Abbè Richard (1761-1762), Dr. Smollett (1763, 1764, 1765), Mr Sharp (1765, 1766), M. De la Lande ((1765, 1766), Dr. Burney (1770),

              Lady Miller (Lady Anna Riggs-Miller, Letters from Italy, Describing the Manners, Customs, Antiquities, Paintings, &c. (...) in the Years MDCCLXX and MDCCLXXI, 1776),

              Mr. Ferber (Johann Jakob Ferber, Travels through Italy, in the Years 1771 and 1772, 1776),

              William Young, Esq (1772, "only ten copies of his hjournal were printed at a private press"), Mr. Sherlock (1777),

              Mr. Swinburne (1777-1780), Dr. Moore ("I supposeabout the same time").

              Young's Annals of Agriculture wordt ook regelmatig als informatiebron gebruikt.

              Dit moet de landbouwkundige Arthur Young betreffen die omstreeks 1787 zijn eerste bevindingen publiceerde. Hij reisde zowel in binnen- als buitenland.

              Opvallend is dat Martyn geen medling maakt van de algemeen bekende reisgidsen van Thomas nugent.

              N.B. Lynne Withey noemt ook een Guide to France van Thomas Martyn, maar dit lijkt een fout.

              De auteur van A Gentleman's Guide in his Tour through France (1e editie 1770, 6e editie 1777, 9e editie 1787) is Philip Playstowe

              (op de titelpagina wordt wel erkentelijkheid uitgesproken voor de auteur van de Guide to Italy).

              Mariana Starke gebruikte de uitroeptekens voor het eerst in de 5e druk (vanaf 1824).  

              Het was de de voorloper van het latere sterrensysteem in de Baedeker-gidsen.

              N.B. Het gebruik van een sterretje / asterisk in toeristische gidsen voor bezienswaardigheden die extra aandacht verdienen kwam ook al eerder voor.

              Bijv. in Le Pitture di Bologna van Giacomo Monti, een catalogus van bezienswaardige schilderijen in Bologna, die door Maximillien Misson werd

              geraadpleegd aan het eind van de 17e eeuw. In A New Voyage to Italy (1691) schreef Misson hierover:

              "The author of this collection has taken care to distinguish the fine pieces by placing an (*) asterisk in the margin." (1714 editie, p. 561)

              Ook Thomas Martyn verwijst naar de schilderijen in Zanotti's Pitture di Bologna, "where the best are marked with an asterisk" (p. 102)

John Millard

The Gentleman's Guide in his Tour through France, 1788 (published by George Kearsley)

Philip Thicknesse (1719 -1792, link)

A Year's Journey through the Pais Bas; or, Austrian Netherlands, 2nd ed. with additions; routes through Germany, Holland, Switzerland, 1786 (published by J. Debrett)

Useful Hints to those who Make the Tour  through France, 1791 (published by George Kearsley)

J. Fielding

               The Polite Traveller, and British Navigator, 1783

Samuel Ireland (1744-1800)

             Picturesque Tour through Holland & Parts of France, 1784

Neville Wyndham

          Travels through Europe, 1790


Mary Wollstonecraft (1759 - 1797), feministisch en revolutionair auteur

                    Ze overleed 11 dagen na de geboorte van haar gelijknamige dochter, en latere vrouw van dichter Percy B. Shelley.

                    Letters Wtritten during a Short Residence in Sweden, Norway, and Denmark, 1796

 

AMERIKAANSE ONAFHANKELIJKHEIDSSTRIJD, FRANSE REVOLUTIE, NAPOLEONTISCHE OORLOGEN, ETC.

Heyday of coaching, einde van de Grand Tour.

Franse Revolutie (1789), Amerikaanse Onafhankelijkheid (1783), Congres van Wenen (1815), verbeterd Europees postwegstelsel, excursies naar de slagvelden, Brits-Amerikaanse Oorlog (1812-1814).

Tijdens deze periode nam het reizigersverkeer tussen Engeland en het Europees Continent af.

Ook h et belang van Engelse reisgidsen nam daardoor af. En het vacuum werd opgevuld door o.a Italiaanse en Duitse auteurs (inclusief vertalers en plagiaatplegers).

De meest invloedrijke auteur tijdens deze periode (en meteen na de Napoleontische Oorlogen) was H.A.O. Reichard.

Zijn reisgidsen en -handboeken worden wel als het hoogtepunt van een eerste generatie (18e eeuwse) reisgidsen beschouwd, en vormden een belangrijk voorbeeld voor de 19e reisgidsen (van Starke, Murray, Baedeker, etc.)

1776-1784:

Met het begin van de onafhankelijkheidsstrijd in de Noord-Amerikaanse kolonieën tegen het moederland Engeland, namen ook de spanningen tussen Engeland en de andere Europese koloniale grootmachten toe. Spanje en Frankrijk trachtten van de onafhankelijkheidsstrijd tegen Engeland te profiteren, en in 1780 raakte ook Nederland erbij betrokken. De strijd speelde zich vooral ter zee af.  In 1781 vond de Slag bij de Doggersbank plaats. Bij de Vrede van 1784 kwam Nederland er bekaaid vanaf. Negapatnam (op Coromandel) werd aan Engeland afgestaan.

1784-1785:

Conflict tussen de Republiek der Nederlanden en Duitsland onder Keizer Jozef II over de Zuidelijke (Oostenrijkse) Nederlanden. De keizer wilde tornen aan het zogeheten Barriëre-tractaat van 1715 volgens welke de Nederlandse Republiek het recht had om troepen te legeren in de Zuidelijke Nederlanden (na de Spaanse Successieoorlog werden de zuidelijke provinciën onder die voorwaarden aan Oostenrijk toegekend. Het barriëretractaat moest ervoor zorgen dat er aan de zuidelijke grenzen een voldoende buffer was tegen de Franse expansiedrift.

1785-1789:

Er brak nu een periode van binnenlandse onrust aan tegen het bestuur stadhouderlijk bestuur als gevolg van de voor Nederland nadelige vredesuitkomst van 1784. De jonge (erfelijke) stadhouder Prins Willem V, stond onder de voogdij van zijn moeder (Anna van Pruisen) stond, en na haar dood (1759) onder die van een buitenlands familielid, de hertog van Brunswijk. er ontbrandde een twist tussen Stadhoudersgezinden en de Patriotten, als gevolg waarvan de Hertog van Brunswijk werd verdreven en Prins Willem V werd ontheven van zijn leiding over het leger.

In 1787 vond er een inval van het Pruisische leger plaats ter ondersteuning van de Prins, en het stadhoudersschap van Willem V werd hersteld.

Veel Patriotten weken uit naar Frankrijk.

 

1789-1815:

1789: Franse Revolutie

1791: Napoleon Bonaparte wordt officier in het Franse leger

1793: overgave van Toulon door de Engelsen; Napoleon als brigadegeneraal; begin Napoleontische oorlogen.

1795: Franse inval in de Noordelijke Nederlanden, en vestiging van de Bataafse Republiek (1795-1806); bij de Franse inval kwam een groep Patriotten mee terug (o.l.v. Generaal Daendels), en week Willem V uit naar Engeland

1796: begin van de Franse strijd in Italië; Napoleon opperbevelhebber

1798: Mislukte veroveringstocht in Egypte om Engeland te dwarsbomen in haar controle over de route naar India; overwinning van de Hertog van Wellington in de Slag bij de Nijl

1800: tocht over de Alpen; 2e Italiaanse veldtocht; slag bij Marengo tegen het Oostenrijkse leger

1801: Vrede van Luneville tussen Frankrijk enerzijds en Oostenrijk en Napels anderszijds

1802: Vrede van Amiens tussen Frankrijk en Engeland (tot 1803); het Franse gebied was tot aan de Rijn uitgebreid; en het Frankrijk was door satelietstaten omringd; benoeming Napoleon tot consul voor het leven..

1805: Franse inval in Duitse gebieden; aantal Duitse staatjes werd van ca. 300 tot 83 teruggebracht; Pruisen, Würtemberg en Beieren kregen gebiedsuitbreiding; inval in Hannover, waarvan de Engelse Koning George III keurvorst was, leidde tot Engelse betrokkenheid; ontstaaan van de "Derde Coalitie" tegen Frankrijk (Engeland, Duistsland, Rusland, Zwededn, Napels); Rusland en Oostenrijk voelden zich bedreigd door de Franse expansie in Duitse gebieden; Slag bij Ulm tegen Oostenrijk (20 okt.); door Frankrijk verloren zeeslag bij Trafalgar tegen Engeland (Nelson, 21 okt.); Franse overwinning in de Slag bij Austerlitz in Moravië (= het latere Tsjechische plaatsje Slavkov u Brna); Vrede van Presburg met Oostenrijk waarbij het haar Duitse en Italiaanse gebieden aan Frankrijk verloor: Venetië, Tirol, Istrië, Dalmatië, Beieren.

1806:  "Vierde Coalitie" (met Rusland en Pruisen); Pruisen vocht Franse heerschappij ten oosten van de Rijn weer aan; Zesdaagse Veldtocht van Franse leger in Saksen in oktober; Slag bij Jena (dec.); Pruisen verslagen

1806-1810 werd Napoleon's broer Lodewijk Napoleon tot koning van de Nederlanden gekroond.

1807: Campagne in Polen van 6 maanden; Franse overwinning in Slag bij Friedland; Verdrag van Tilsit tussen Frankrijk en Rusland; Pruisisch grongebied verkleind

1808: Spaanse veldtochten, waarbij ook een kleine Engelse troepenmacht o.l.v. Wellington meedeed; Spaanse volksopstand

1809: "Vijfde Coalitie" (Oostenrijk, Engeland, Spanje); Beierse veldtocht; inname van Regensburg; nederlaag bij Aspern; overwinning op Oostenrijk bij Wagram; kortstondige landing van Engelsen in Walcheren; Vrede van Wenen waarbij Oostenrijk weer gebied verloor

1810-1813 werd Nederland ingelijfd bij het Franse Keizerrijk (in 1804 had Napoleon zichzelf tot keizer gekroond).

1812: "Zesde Coalitie" (Engeland, Rusland, Zweden); Russische veldtocht

1813: "Algemene Coalitie" (Engeland, Oostenrijk, Rusland, Pruisen); Franse overwinning bij Lützen en Bautzen; wapenstilstand van Plasvitz; Engeland viel o.l.v. Wellington Madrid binnen; Franse nederlaag in Slag bij Leipzig; verbanning van Napoleon naar Elba

1814: vanaf eind 1813 geallieerde opmars in Frankrijk tot aan Parijs; Eerste Verdrag van Parijs

1815: Pruisische nederlaag bij Ligny; Slag bij Waterloo (verbanning naar St Helena), Vrede van Wenen



John Howard (1726-1790, link, prison reform)
An Account of the Principal Lazarettos in Europe, with Various Papers Relative to the Plague: Together with Further Observations on
Some Foreign Prisons and Hospitals, and Additional Remarks on the Present State of Those in Great Britain and Ireland
,

1789.


Arthur Young
(1741-1820, link, agriculture)

Travels during the years 1787, 1788 and 1789 undertaken more particularly with a view of ascertaining the cultivation, wealth, resources,

and national prosperity of the kingdom of France....', 1792, printed in Dublin, 1793.

Contents, volume 1:

- Preface pp. iii-xiii (explaining the difference between a journal/diary in part I , and the series of essays in part II).

Also reference to previous books wriiten by Young, which hjave been translated in many languages.

The book about Ireland was well received, but never caught on among a wider public because it was not a diary, and therefore too specialist and

not entertaining enough. The present volume on France (part I) was written as a diary because it aims at a wider public.

The need for a book about the state of agriculture, manufactures, commerce and "public felicity' is underlined

- Omrekentabel van "livres" naar ponden ( 1 livre = 10,5 pence)

- kaart van Frankrijk met de afgelegde route

- Journal, May 15, 1787, pp. 7-155; beschrijving van de reis via Bologne naar Parijs en terug

- 1788 (pp. 156-210)

- 1789 (pp. 21-589): reisbeschrijving Parijs-Marseille, Toulon, Nice, Sardinië, Col de Tende, Turijn, Milaan, Brescia, verona, Vicenza, Padua, Venetië, Bologna, en terug

via Turijn, de Alpen, Lyon, Parijs, en terugkeer in Bradfield

- Tour in Catalonia, published in the Annals of agriculture, 1787 (pp. 591-681)
Contents, volume 2 (571 pagina's + index)

22 hoofdstukken + handgekleurde landkaart m.b.t. grondsoort + landkaart m.b.t. klimaat (wijngrens, maïsgrens, olijfgrens) + 3 pagina's index voor dit deel

Ch. 1 extent of France; ch. 2 soil; Ch. 3. climate, Ch. 4 produce, rent, price; Ch. 5 courses of crops

Ch. 6 irrigation; Ch. 7 meadows; Ch. 8 lucerne; Ch. 9 sainfoin; Ch. 10 vines; ch. 11 inclosures; Ch. 12 tenantry, size of farms;

Ch. 13 sheep; Ch. 14 capital; Ch. 15 price of provisions, price of labour, support of the poor, rise of prices;

Ch. 16 produce; Ch. 17 population; Ch. 18 police of corn; Ch. 19 commerce; Ch. 20 manufactures; Ch. 21 taxation; Ch. 22 revolution

- pp. 569-571: extra pagina's gedateerd op April 26, 1792: "declaration of war by France against Austria"

 

Reichard (Heinrich August Ottokar) (1751 - 1828, cultuur, toerisme)

De aanduiding (in o.a. verwijzingen van Samuel Leigh) "M. Reichard" staat voor "Monsieur Reichard".

(Vergelijk ook de titelpagina van Thomas Nugent's Grand Tour, waar de auteur wordt aangeduid als "M. Nugent".)

Zijn belangrijkste werk was Handbuch für Reisende aus Allen Ständen (1784)

In 1793 werd deze gids vertaald naar het Frans als Guide des Voyageurs en Europe.

Hiervan verscheen een nieuwe editie in 1802 (gepubliceerd in Weimar), met uitvouwbare stadsplattegronden van Parijs, Wenen, Londen, St. Petersburg, ....

Het bevatte 2 delen (resp. 610 en 636 pagina's), bestaande in totaal uit uit 8 hoofdstukken:

I. Introduction

II. Le Portugal et l'Espagne

III. La République de France

IV. La République Helvétique

V. L'Italie

VI. L'Allemagne

VII. La République Batave et le Royaume uni de la Grande-Bretagne

VIII. Le Nord, la Hongrie, et Constantinople

Een Italiaanse versie verscheen van de hand van Francesco Gandini, getiteld Itinerario d'Europa.

In 1801 verscheen een verkorte Duitstalige versie:

Passagier auf der Reise in Deutschland und einigen angrenzenden Ländern (625 pagina's)

De 2e editie (1803) was getiteld:

Der Passagier auf der Reise in Deutschland, in der Schweiz, zu Paris und Petersburg; ein Reisehandbuch für Jedermann (met 2 kaarten)

Hiervan verschenen vele edities, die na Reichards dood verder werden bewerkt ("berichtigt und erganzt") door F.A. Herbig.

De 10e editie verscheen in 1839 (770 pagina's) en de 11e in 1841:

Der Passagier auf der Reise in Deutschland, der Schweiz, nach Venedig, Amsterdam, Brüssel, Kopenhagen, Paris, St. Petersburg und Stockholm.

     Mit besonderer Berücksichtiging der Vorzüglichstyen Badeörter, der Gebirgreisen, der Donau- und Rheinfahrt (met een kaart van de postwegen)

In 1937 verscheen er een uitgave van Friedrich August Herbig:

Reichard's Passagier auf der Reise in Deutschland und der Schweiz, nach Amsterdam, Brüssel, Kopenhagen, London, Mailand, Paris und St. Petersburg (737 pagina's)

 

Reichard was oorlogsconsulent van de hertog van Saxen-Gotha. Hij vertaalde ook reisgidsen uit het Frans.

Zijn reisgidsen en -handboeken vulden het vacuum dat sinds de Franse Revolutie bestond tussen Frankrijk en Engeland.

Mariana Starke prees de reisgidsen van Reichard.

Zie hieronder Samuel Leigh voor naar het Engels vertaalde titels.

Samuel Leigh gebruikte de gidsen van Reichard ook als model voor zijn eigen reisgidsserie over Wales en Engeland, Schotland, en Ierland ("on the plan of ...").

Leigh publiceerde de volgende Engelse vertalingen van Reichard's werk:

Reichard's Descriptive Road Book of France, edition in British Library: 1829

Reichard's Itinerary of Germany, or Traveller's Guide through that Country, to which is added an Itinerary of Hungary and Turkey

                                  (circa 1820 vertaald, uitgegeven door Samuel Leigh)

                                  Deze reisgids zou zo'n tien jaar later worden opgevolgd door Domeier's Descriptive Road Book of Germany (zie hierna)    

Reichard's Itinerary of France and Belgium (idem), editions in British Library: 1816, 1818,

translated from French, part of "Guides des Voyageurs en Europe"

In de "Advertisement" van de eerste editie wijst de uitgever op de uitstekende reputatie van Reichard's reisgidsen:

"The established reputation of M. Reichard stamps a value on all his productions.

As an instructive Guide to Travellers on the Continent, he has long stood pre-eminent, and

the substance of his laborious work is now, for the first time, presented to the British Public,

in a neat and portable form. The translator flatters himself that the present volume, uniting

all the advantages of a Gazetteer, Book of Roads and a History of France and Belgium, &c.

will be found an interesting and useful companion to the British Tourist.

It may be procured separately, or bound with Planta's New Picture of Paris,

or Boyce's Belgian Traveller, as may suit the convenience of the purchaser."

Reichard's Itinerary of Denmark, Sweden, Norway and Russia (idem):

"This useful Work forms part of the series of Itineraries for the use of Travellers on the

Continent, which have been written by the celebrated Reichard, and the estimation in

which his works are deservedly held by Travellers, has been fully evinced by the sale

of numerous editions, both of the Original and the Translations"

(1820 editie, Advertisement, p. iii)

Reichard's Itinerary of Italy (idem)

Reichard's Itinerary of Spain and Portugal (idem)

 

Griffin, W. (publisher),

           The Laws of the Highways and Turnpike Roads, 1767

 

Thomas West

           A Guide to the Lakes, in Cumberland, Westmoreland, and Lancashire (1778)

           Deze gids werd vele malen heruitgegeven: in 1780 (2e), 1784 (3e), 1789 (4e), 1793 (5e), 1796 (6e), 1799 (7e), 1802 (8e), ...., 1812 (10e), 1821 (11e)

           Na de dood van West, in 1779, werd de gids herzien door William Cockin.

 

Daniel Paterson (1738-1825, topografie)

A New and Accurate Description of All the Direct and Principal Roads in England and Wales, 18 edities, 1771 - 1829 (+ herdrukken tot 1832)

1771, ... (2e), ... (3e), ....(4e), 1781 (5e), 1784 (6e), 1786 (7e), 1789, 1792, 1794, 1796, 1799 (12e), 1803, 1808, 1811 (15e), 1822 (16e), .... (17e), 1829 (18e)

De 12e editie (1799) was geplagieerd uit Cary's New Itinerary of England and Wales.

De 16e editie (1822) was geredigeerd door Edward Mogg.


John Carey (1754 - 1835, topografie)

Carey's New Itinerary: Or An accurate Delineation of the Great Roads, 11 edities, 1798 - 1828

               (1798, 1802, 1806, 1810, 1812, 1815, 1817, 1819, 1821, 1825, 1828)

Carey's Traveller's Companion, 1790 - 1828

               1790 (1st), 1791, 1792, 1806, 1812 (5th), 1814, 1817, 1819, 1821, 1826, 1828

               started off in 1790 as a small (octavo) set of 43 country maps (atlas) + index "showing the immediate route between every market and borough town"

               the maps were engraved by Aron Arrowsmith, and served as preliminary work for the Odinance Survey Office (established in 1791)

              the 5th edition (1812) also included the "New Itinerary" (700 pages) with descriptions of navigable canals, inns & post houses ,accounts of Bath, Bristol,

               Cambridge, Canterbury, Dover, Liverpool and Oxford, plus 7 maps on 6 extending hand-coloured plates:

               Isle of Wight, environs of London, Bath, Bognor, Worthing and Arundel, Brighton, Margate and Ramsgate, Cheltenham

               Cary's Traveller's Companion is developing into a travel guide (itinerary/road-book +gazetteer) , with explicit attention to pleasure travel.

Madame de Genlis (Gravin de Genlis, Stéphanie Félicité de Crest de Saint-Aubin, 1746 - 1830, vrouwelijke reiziger), link

Le Voyageur (1799)

The Traveller's Companion,

                Being a Collection of Such Expressions as Occur Most Frequently in Travelling and in the

                Different Situations of Life, 1st edition published in 1808 (xxx + 511 + 1 pp)

                in five languages: English, German, Italian, French and Russian

                also published as "Handbuch für Reisende", "Manuale del Viadante",

                "Manuel de Voyageur", "Ruchnaia Kniga"

                Later editions were published in various language combinations and by various publishers,   

                such as The Traveller's Pocket Companion by Samuel Leigh (see below)

                in 1817 (9th), 1826 (16th), 1828 (17th), 1834 (18th)

                also published in the Netherlands in 1819 as Handboek voor Reizenden, tot Redewisseling

                op weg, te water, en te land, en in steden en plaatsen waar men zich ophoudt (1819)

                by Mortier, Covens & Zoon, en Ten Brink & De Vries,at Amsterdam,

                in vier talen: "Nederduitsch, Fransch, Engelsch en Hoogduitsch

               This book appeared in very many editions in several countries and was the main inspiration

                for Baedeker's Traveller's Manual of Conversation: (1836 - 1905), see below

                en Murray's Hand-Book of Travel Talk (1844-1927, 21 editions), see below

           

               The Traveller's Manual of Conversation was later also published by Baedeker in Coblenz

               in 1836 (1st ed.), 1840 (2nd ed.) (2nd ed.) and 1858, citing the names of Madame de Genlis

               and M. Boldini. Monsieur Cajetano di Boldini had published several editions of his own

               Nouveau Manuel de Voyageur, or The Traveller's Pocket Companion

               (Engl-Ita-Fre-German, ... edition published in 1819, 3rd ed. in 1821, 7th ed. in 1828, 8th in 1831)

 

Inhoud: bericht  (pp. 2-7), beleefdheidsuitdrukkingen, maanden, dagen, getallen, 62 "zamenspraken" (pp. 10-443), 12 "brieven en briefjes over zaken" (pp. 444-459)

Voorbeeldzinnen:

p. 24: Kunt gij te post (als postillon) rijden?

p. 2: Ik bevind mij zeer onpasselijk.

p. 34: De lucht van teer maakt mij onpasselijk.

p. 48: Rijd toch wat aan. De weg is goed en gij komt niet vooruit.

p. 50: Houd op postillon; de wielen moeten worden vastgemaakt. (...) Ik geloof dat de raderen in brand zullen vliegen, zie er naar.

p. 50: Verlaat den steenweg en neem den vlakken grond.

p. 54: Laat het glas vallen (= put down the sashes)

p. 64: Er is een paard neergestort.

p. 66: Trek den postillon zacht van onder het paard weg.

p. 68: Indien de bloedstorting met dezelfde hevigheid aanhoudt, moet men poedersuiker op de wonde strooien.

p. 72: Hoeveel uren, of hoeveel mijlen zijn het van hier tot aan het naaste posthuis?

p. 78: Giet water over de raderen. (...) Heeft men het rijtuig gesmeerd?

p. 90: Hebt ge zwam om uwe pijp aan te steken?

p. 92: Men moet de achterplaatsen in een rijtuig aan de vrouwen en oude lieden afstaan.

           Daar is een berg, laat ons uit het rijtuig stappen om het den paarden gemakkelijker te maken.

           Men moet de gordijn nederlaten, want het waait van deze zijde; de regen komt van deze zijde.

p. 98: Er heerst hier een onaangename reuk. (...) Men moet de kamer vegen, en dezelve met suiker of azijn berooken.

           Eene voorzorg welke men bij het inkomen in de kamer eener herberg altoos behoort te nemen.

p. 100: Ik heb mijne eigene lakens. Maar ik neem altoos de lakens der herberg, om ze over de matras te spreiden, vervolgens leg ik mijne lakens daarover.

p. 102: Warm mijn bed, en doe een weinig poedersuiker in de beddepan.

p. 106: Men moet een brandijzer in deze schoorsteen leggen.

pp. 110-132: (Allerlei gerechten: gezondheidschocolade, oranjewater, ingemaakte ooft, blauwbezien, bloedbeuling, sneeuwbollen, etc.)

p. 140: eene opene tafel = a table d'hôte = BrE: an Ordinary

p. 150: Deze pennen zijn niet goed. Laat die voor mij goed vermaken. Kunt gij pennen snijden?

p. 160: Hebt gij legersteden (slaapplaatsen) met hennepzelen?

pp. 162-164: (Manieren om een kinderbedje in een herberg te improviseren.)

p. 166: Is die wieg wel zuiver? Laat ons zien of er ook weegluizen in zijn.

pp. 166-168: (Kinderspeelgoed: pop, tinnen huishoudspullen, trom, wagen, paardje)

p. 170: Ik had gaarne een goede min. Ik had gaarne dat zij jong, groot en sterk was, dat zij eene goede kleur en goede tanden had, en dat het een bruinet ware.

          Ik zag gaarne dat zij reeds een kind had gezoogd.

p. 182: De wieg is slecht geplaatst, het kind zou te veel licht krijgen; dat is niet goed. - Waarom niet? - Het maakt de kinderen scheel.

p. 186: (Allerlei ziektes en aandoeningen: jicht, rheumatismes, buikloop, rooden loop (= dysentry), aamborstigheid, roos, vurigheid, kolijk, scharlakenkoorts, etc.)

p. 196: Men moet u bloedzuigers zetten. (..) Hoeveel oncen bloed zult gij mij aftappen?

pp. 198 etc): (medicijnen en heilzame middelen: rabarber en gezuiverde wijnsteen, zenebladen, manna, braak-wijnsteen, kina, vleeschnat, etc.)

p. 212: Gij hebt een aangestoken tand. - Kan men dezelve met lood opvullen? - Leg in de holligheid van den tand een wolletje met ether.

p. 214: Hebt gij geestrijk water voor den tanden?

p. 218: Ik heb de vijt.

p. 222: Is zij met de koepokstof ingeënt? - Nee, zij heeft de natuurlijke pokken gehad.

p. 228: Op hoeveel zal mij het hout voor twee schoorsteenen, of voor twee kagchels, van den laatsten October tot de maand April komen te staan?

p. 236: een ijskelder

p. 240: Ik moet voor ieder bed twee matrassen van paardenhaar of wol, eenen stroozak, een vederbed en eene peluw hebben.

pp. 244 etc.: (kledingstukken, sierraden, etc.)

p. 254: Dit horloge is veel te duur, en het is van een ouderwest fatsoen. (= it is in the gothic fashion)

p. 262: Gij moet mijne zakdoeken noch mijne hemden met zeep insmeren, gij moet ze door loogwater halen.

pp. 264, etc.: (Waslijst: kleding, beddegoed, etc.)

p. 276: Waar is mijn tandenschuier of mijn wortel voor den tanden? - Geef mij tandpoeder en mijn tandenstoker.

pp. 292-300: (vertier en spelletjes: trictrac, dammen, schaken, piketten, quinze, reversi, whist, biljarten, wippen, kegelen, kaatsen)

p. 304: Ik zou niet gouverneur van kinderen wenschen te zijn, die niet roomsch waren. Het zou mij niet mogelijk zijn mij met hunne volkomene opvoeding te belasten.

p. 316: Ik kan kappen, het haar snijden, en het op papillotten zetten.

p. 318: Krijg ik den kost en word ik bewasschen?

p. 324: Uw voeten staan binnenwaarts, zet die buitenwaarts.

p. 332: Slinger zo niet in het gaan. (= Don't hobble in walking.)

p. 338: Is meneer geneesheler of wondheler (= physician or surgeon)

pp. 342-358: (Van een kunstenaar, schilder, plaatsnijder, beeldhouwer, bouwmeester)

p. 345: Ik wilde gaarne potlood zonder hout hebben (= I want some lead pencil without wood). - Ik wilde gaarne eene tekenpen kopen (= ... buy a lead pencil-case)

pp. 360-402 (Van eenen gevangenen in een vreemd land)

p. 368: De muizen houden mij uit den slaap, Ik verzoek u van mij eene muizenval te doen geven. Gij moet er spek of geroosterde noten in doen.

p. 370: (Opsomming van hondensoorten, vogelsoorten als gezelschapsdier)

p. 418 (wapenen kopen)

p. 384: (Brieven van denzelfden gevangenen aan den gouverneur van het kasteel, of aan den cipier der gevangenis, i.v.m. onschuld, ziekte, testament opmaken, etc.)

p. 398: Ik sterf met gelatenheid in den godsdienst mijner vaderen; ik vergeef uit den grond des harten alle mijne vijanden,

             en ik begeer dat dit testament aan mijne familie (...) gezonden worde (...).

p. 434: Wat zoudt gij er bij winnen met mij te dooden? Gij zoudt een schandelijke daad doen en een goed losgeld verliezen.

p. 436: Ik zal u mijn ganschen buit geven, en daarenboven, zoo gij mij van hier brengt, beloof ik u de belooning, welke gij van mij zult vorderen.

p. 442: Neen, wij zullen slechts zoo veel nemen, als wij volstrekt noodig hebben. Het plunderen is overal schandelijk, en vooral bij arme boerenlieden.

Madame de Genlis was een gouvernante aan het Franse hof die bekend werd vanwege haar innovatieve educatieve methodes.

Théâtre d'éducation (4 delen, 1779-1780)

Adèle et Theodore ( 3delen, 1782); vertaald in het Engels als Adelaide and Theodore, en in het Nederlands als Adèle en Theodoor

Les Annales de la Vertu (2 delen, 1781)

Manuel des Voyageurs, in vele edities en vertalingen verschenen

etc. etc.

Haar boeken werden ten tijde van Napoleon en in de jaren erna door de Europese aristocratie en gegoede burgerij als een morele leidraad beschouwd.

Haar naam komt ook voor in andere literaire werken, zoals:

- War and Peace van Leo Tolstoy

     (Boek 1, Deel 1, hfdst 10, warin de jonge Natasha Rostov haar zus Vera toeroept: "'You are just a Madame de Genlis,'

     (this nickname, which was considered very offensive, had been bestowed on Vera by Nikolai) 'and your greatest satisfaction is to make things unpleasant for people!'";

     en in Boek 3, Deel 2, hfdst. 16 leest de Russische opperbevelhebber Kutuzov de roman Chevaliers du Cygne:

     "He had a French novel in his hand, which he laid aside as Prince Andrei came in, marking the place with a paper-knife.

     It was Les Chevaliers du Cygne by Madame de Genlis saw by the cover.")

- Les Misérables van Victor Hugo

- Emma van Jane Austin;

- Our Village van Mary Russell Mitford

- Oblomov van Iva

- Nausea van Jean-Paul Sartre

 

19e EEUW:

In het begin van deze eeuw, tijdens het Napoleontische tijdperk, richtten de Engelse schrijvers van reisgidsen zich vooral op het binnenlandse toerisme.

In de 19e eeuw nam de belangstelling voor verre ontdekkingsreizen naar nog grotendeels onontdekte werelddelen verder toe.

Beroemde werken zoals Jonathan Swift's Gullivers Travels, Jules Vernes 'Around the World in Eighty Days') werden veelvuldig geïmmiteerd .

 

Er werden genootschappen opgericht met het doel ontdekkingsreizen in Afrika te organiseren en financieren waarbij economische gewin en het vergaren van kennis belangrijke drijfveren waren. Al in 1788 was de African Association opgericht, ook wel African Society genoemd, of voluit: The Association for Promoting the Discovery of the Interior Parts of Africa, in 1831 opgeggaan in de Royal Geographical Society. Het belangrijkste doel het mysterieuze Timboektoe te vinden (dat rijk zou zhjn aan goud en andere schatten) en de loop van de rivier de Niger in kaart te brengen. Tot dan toe waren alleen de kustgebieden van Afrika bekend en in kaart gebracht. In Duitsland werd later het Deutsche Gesellschaft zur Erforschung Aequatrorial Afrikas opgericht, dat later zou later opgaan in het Afrikanische Gesellschaft in Deutschland. In Frankrijk ontstond het Comité de l'Afrique, en in België werd eind 19e eeuw de Commission Internationale d'Exploration et Civilation de 'Afrique Centrale opgericht. De eerste Britse expeditie was in 1788 o.l.v. John Ledyard, en er volgden er meer o.l.v. ontdekkingsreizigers als Simon Lucas, Daniel Houghton, Mungo Park (hij volgde de loop van de Niger in 1795-97 en overleefde de reis, werd een grote beroemdheid, schreef een immens populair reisverslag in 1799, en maakte "the African Traveller" tot een begrip), Henry Nicholls, Hornemann, Burckhardt, etc. De eerste Europeaan die Timboektoe bereikte was Alexander Gordon Laing in 1826.

 

Uitgevers van kranten en tijdschriften sponsorden ontdekkingsreizigers (Mark Twain, Dr. Livingstone) in ruil voor hun verhalen en publicatierechten.

De Londens uitgever Richard Phillips speelde hierin in het begin van de 19e eeuw een belangrijke rol (zie onder). Ook John Murray speelde als uitgever een belangrijke rol. De verhalen werden aanvankelijk in periodieke afleveringen uitgegeven, om later ook in boekvorm te verschijnen.

Tijdens de westwaardse expansie op het Amerikaanse continent, met name na de Amerikaanse onafhankelijkheid, gebeurde hetzelfde.
Zie bijvoorbeeld de Amerikaanse krantenuitgever van Alta California ten tijde van de aanleg van de Pacific Railway (zie het verhaal bij George Crofutt),
en als sponsor van Mark Twain bij de publicatie in 50 afleveringen van zijn reizen naar Europa en het Midden-Oosten, wat zou uitmonden in zijn boek Innocents Abroad (zie link):
Founded in 1848, the Alta was California's first daily newspaper. It was the Alta that fronted the $1,250 to pay for Twain's trip aboard to Europe and the Mideast aboard the Quaker City. From August 1867 to May 1868, Twain published 50 letters about the voyage for a rate of $20 each, in order to pay for his fare. Of course, this trip led to the book The Innocents Abroad

 

Mungo Park (1771 - 1806, ontdekkingsreizen, zie ook wikipedia link)

Travels in the Interior Districts of Africa, 1799

The Journal of a Mission to the Interior of Africa, 1815

 

 

David Livingstone (1813 - 1873, ontdekkingsreizen, zie ook wikipedia link)

Missionary Travels and Researches in South Africa, first published by John Murray in 18571860, Harper & Bros. 25th ed., 3 maps,

 

 

Mark Twain (1835 -1910, literair, zie ook wikipedia link)

The Innocents Abroad

 

Eventually, Twain would also publish Roughing It, A Tramp Abroad, and Following the Equator with American Publishing Company.

 

Richard Phillips, publisher (1767-1840, toerisme, educatief, wikipedia link)

Letters from Italy, by Mariana Starke, 2 delen, 1800 (republished in 1802 as Travels in Italy between 1792 and 1798)

                Two reviews of Mariana Starke's Letters from Italy appeared later in an advertisement in Phillips' A Tour through the Batavian Republic (1801). A review

                from the 'Monthly Review' (Note: this is NOT the Monthly Magizine, which was published by Phillips himself!] says "Miss Starke has very judiciously given
               
instructions for visiting the curiosities of Italy, with routes, inns, prices of provisions,

                carriages, &c. which will render the work a very useful publication to future travellers; indeed, it forms the best Vade-mecum and livre de poste which we

                recollect to have seen." And the 'European Magazine" wrote:

"This Work possesses considerable merit; and when the long-expected hour of peace shall set at liberty the gay, the restless, the spendthrifts, and the invalids, who pant after Voyages and Travels to the delightful regions of France, Switzerland, and Italy; it will be one of the most useful Companions they can take with them. The subjects are arranged with Judgment, Taste, and Precision, and calculated to spare the British Traveller the trouble, expence {sic!], and inconvenience of incumbering his baggage with ten or twelve duodecimo volumes of Vade-mecums, the contents of which Miss Starke has dexterously engrafted on her own genuine stock of knowledge and observation. The result of a careful examination of her historical narratives enables us to declare, that her work contains a fund of information entirely new, and a perusal of her judicious remarks on the late Revolutions in Italy may serve as a lesson of instruction to Ministers of state." (review from the European Magazine)

Travels in France, by Thomas Bygge (translated by John Jones)

To the Court of the Emperor of China, by A.E. van Braam, 2 volumes

Memoirs Relative to Egypt, by "the Learned and Scientific Men who Accompanied the French Expedition to that Country", 1800

A Tour through the Batavian Republic, 1801

Mavor's British Tourist's or Traveller's Pocket Companion, by William (Fordyce) Mavor (1758 - 1837, wikipedia)

         1798 (1st ed., 5 volumes, NOT YET PUBLISHED BY PHILLIPS), 1800 (2nd ed. 6 vols.), 1809 (3rd edition, 6 vols.)

         vol.2 has hand-coloured fold-out map of Scotland, vol. 3 of Wales, vol. 4 of Ireland, vol. 5 of England. Vol. 6 (London, Oxford, Cambr., bathing places + map)

A Picture of London for .... , 1802 (1803, 1805, 1806, 1812), van John Feltham (?) ; echter in de eerste gidsen wordt geen auteur genoemd,

de gids lijkt volledig het werk van Phillips; ook in de Advertisement van de editie voor 1805 wordt alleen het adres No. 6 Bridge Street vermeld onder de Advertisement een pseudoniem?) ; er verschenen tenminste 27 uitgaves; de uitgaves van Phillips bevatten veel enthousiaste en originele informatie evenals sociale en politieke kritiek.

Vanaf 1813 of 1814 werd de gids door Longman & Co. gepubliceerd (de 16e editie verscheen in 1815, de 17e in 1816, de 18e in 1817, de 19e in 1818, en de 23e in 1824)

Latere uitgaves (1826, 1829, 1832) heetten The Original Picture of London, gepubliceerd door Longman & Co, onder redactie van J. Britton

Uit brieven in de Longman Archives blijkt dat Phillips 1/3 van de aandelen in deze gids had behouden, en 1/3 aan resp. Longman & Co en aan Cadell had verkocht.

In onder andere een uit 1828 daterend overzicht werd Phillips nog als begunstigde vermeld (het boekje bracht in dat jaar nog slechts ruim 20 pond op).

The Works of Mary Wortley Monatgue, in 5 delen, wat een recensie van Francis Jeffrey opleverde in de Edinburgh Review, vol. 2, 1803

Modern London, Being the History and Present State of the British Metropolis, 1804, een monumentaal werk ("pre-Ackerman"", dat in de "Advertisement" volgend

        op de titelpagina van The New Picture of London for 1805 wordt aangeprezen: "The great approbation bestowed on this work has induced the proprietor to print "

        an enlarged and extended edition, under the title of Modern London, in one elegant volume, quarto, illustrated with sixty beautiful copperplates, at once the most

        splendid work in the English language, and worthy of the great city it describes." (No. 6, New Bridge-street, January 1805)

        Met 571 pagina's, 54 gravures waarvan 32 in kleur, quatro-formaat.

        Deze publicatie is één van de vele voorbeelden van de pioniersgeest, en het innovatieve, enthousiaste, en gedurfde karakter van Phillips.

A Northern Summer, or Travels around the Baltick, John Carr, 1805

The Stranger in Ireland, John Carr, 1806

          (Sir) John Carr kreeg de naam oppervlakkig te zijn, en zijn Ierse reisboek werd onderwerp van satire in 1807 (Edward Dubois schreef My Pocket Book ...)

          Phillips trad als uitgever op als getuige in het proces dat Carr aanspande wegens smaad: (Libel, Sir John Carr against Hood and Sharpe, 1808)

A Tour through Holland, John Carr, 1807

Guide to All the Watering and Sea-Bathing Places, 1800, 1805, 1806, 1810

         Later editions published by Longman, Hurst, Rees, Orme and Brown, London, 1815 (€ 65,-) , 1820, 1823 (as was The Picture of London)

         Uit brieven in de Longman Archives blijkt dat Phillips 1/3 van de aandelen in deze gids had behouden, en 1/3 aan Longman & Co en 1/3 aan Cadell had verkocht.

         In onder andere een uit 1828 daterend overzicht werd Phillips nog als begunstigde vermeld (het boekje bracht in dat jaar ruim 41 pond op, en in de 4 jaren ervoor 208 pond).

         Deze gids verscheen een jaar na "The Balnea: Or an Impartial Description of All the Popular Watering Places in England", van George Saville Carey (1799)

         Het vervulde een voortrekekrsrol voor vergelijkbare gidsen die de hele 19e eeuw populair bleven (bv. Black's Where Shall we Go vanaf ca. 1860 , L. Upcott Gill vanaf ca. 1880)

         De editie van 1815 bevat:

         6 uitvouwbare kaarten (the Lakes, Wales, Zui-Oost kust, England & Wales, Bath, Brighton),

         16 paginagrote kaarten

         31 toegevoegde paginagrote gravures (waarvan enkele voorzien zijn van de datum 1 juli 1815),

          7 kleine afbeeldingen in de tekst

          Uit The Advertisment: "Numerous changes have occurred since the publication of the first edition; these have now been carefully noticed and corrected".

Collection of Modern and Contemporary Voyages and Travels, ... volumes, 1805-1810

New Voyages and Travels, 9 (or 13?) volumes, 1819-1823

          this series was issued in monthly parts;

          deel 1 bevat bijvoorbeeld 12 reisverslagen, ofwel 'travels' en 'journeys', uitgegeven in 1819; deel 2 bevat 8 reisverslagen uitgegeven tussen 1817 en 1820, etc.

          N.B.

          These numbers were first published individually as pamphlets, and it was up to the binder / bookseller to collect and collate them according to the

          "instructions to the binder." That being the case, variants such as this are sometimes found.  

          These voyages and travels were being made about this time (1815), a time of discovery.  The sponsors of these voyages did not finance their written accounts,

          but Sir Richard Phillips did. He published them first as pamphlets (all 12 accounts herein were once pamphlets) then compiled them, with the aid of a

          bookseller or book binder, into book form.

A Tour to Quebec, by Benjamin Silliman, 1822

Topographical Dictionary of the United Kingdom, Benjamin Pitts Cappers, 1808

Universal Preceptor, by Rev. David Blair, pseudonym of Richard Phillips, 2e editie in 1811 tot 79e editie in 1858

          1e Amerikaanse editie verscheen in 1817, gebaseerd op 8e Britse editie uit 1816

A Grammar of General Geography for the Use of Schools and Young Persons, (many editions from 1818 to 1850s) by Rev. J. Goldsmith, pseudonym of Richard Phillips

The Atlas for Schools, Rev. J. Goldsmith, 1813

The System of the World, 1809

A Morning's Walk from London to Kew, by Richard Phillips, 1817 (published by Adlard, London)

The French Atlas, 1815

Tot de door Phillips uitgegeven travel guides and travelogues (waarvan een groot aantal verschenen in de verzamelserie Travels and Voyages) behoren:

The Travels of Rolando, 1808

Travels through the Morea, Albania and Several other Parts of the Ottoman Empire, 1806

A Voyage to the Hebrides, 1812

Narrative of a Voyage in the Indian Seas, 1819

Sentimental Sketches Written during a Late Journey, throught the North of Germany, 1821

Travels in Switzerland in 1817, 1818, and 1819, by Louis Simond (sse below), published in 1822

              also published by John Murray under a longer title: Switzerland or A Journal of A Tour and Resuidence in that Country

              in the Years 1817, 1818, and 1819; and in Boston by Wells and Lilly.

Travels on Foot through the Island of Ceylon, 1821

Travels in Part of South America, 1806

Travels in Scotland, 1821

Travels from Berlin, through Switzerland, to Paris, 1804

Travels through Several Provinces of the Russian Empire, 1808

Travels through the Balearic and Pithiusian islands, 1808

Voyage in the West Indies, 1820

Voyage to the Western Coast of Africa

Voyage Along the Eastern Coast of Africa, 1819

Travels in Brazil, 1820

Voyage to Senegal, 1806

Narrative of two Excursions to the Ports of England, Scotland and Ireland, by Charles Dupin, 1819

Travels from St. Petersburgh through Moscow, Grodno, Warsaw, Breslaw, & C. to Germany, in (...) 1805, by G. Reinbeck , 1807

Travels in Sicily and to Mount Etna in 1809

Travels to the Allegany Mountains, 1805

Voyage in the South Seas, 1823

A Voyage of Discovery to the Strait of Magellan, 1820

Narrative of a Voyage in the Indian Seas, by James Prior, 1819

Travels from Buenos Ayres, 1806

Travels in Parts of South America, 1806

Letters during the Late Voyage of Discovery ... Arctic Sea, 1821

Travels in Lower Canada, 1820

Narrative of a Voyage to India, 1823

Some Accounts of the Travels of M. Burckhardt in Egypt and Nubia, 1819

Travels of M. Burckhardt in Egypt and Nubia, 1819

Travels in Africa, to the Sources of the Senegal, 1825

Diary of a Journey Overland ... of China, 1822

A Voyage to Hudson's Bay, 1819

A Voyage in the West Indies, 1820

Tour over the Alps and in Italy, by Albert Montemont, 1823

The Voyages of Captain James Cook, 1809

Count Forbin: Travels in Egypt, 1820

A Voyage of Discovery to the Southern Hemisphere, by M.F. Peron, 1809

A Voyage to the Demerary ... Guyana, by Henry Bolingbroke, 1807

A Voyage Round the World, by John Turnbull, 1805

Travels in the Oasis of Thebes, by Frederic Cailliaud, 1822

Travels through the Interior Parts of America, 1807

The Present State of Peru, 1805

Travels through the Canadas, George Heriot, 1807

Travels in Turkey, Asia Minor, Syria, ...

Travels in America, by Thomas Ashe, 1809

Travelling Sketches in Russia and Sweden, 1809

Voyage of Discovery in the South Sea, 1821

Travels through the Southern Departments of France, A.L. Millin, 1808

Journal of a Tour into the Interior of Missouri and Arkansaw from Potosi, by Henry Rowe Schoolcraft, 1821

Travels through Portugal and Spain, Wiliam Graham, 1820

Travels in Spain, 1808

Travels in Egypt, 1819

Gleanings of a Wanderer ... England, Scotland ..., 1805

Travels in Hungary, 1823

Travels in Switzerland, 1812

Travels on the Continent and in England, 1823

Travels in America, 1809

Travels in Iceland, 1805

Russian Missions in the Interior of Asia, 1823

Travels through Italy, by August von Kotzebue, 1806

A German Poet Travelling through Russia, by G. Reinbeck, 1807

Travels in Epirus, Albania, Macedonia and Thessaly, by F.C.H.L. de Pouqueville, 1820

Travels in Southern Epirus, Acarnania, Aetolia, Attica and Peloponesus, or the Morea, &c.&c. in the years 1814-1816,

         by F.C.H.L. de Pouqueville, 1822

The Universal Traveller, 1822 (containing the popular features and contents of the best standard modern travels, ...)

           46 extracts from the many travel accounts and compilations published by Phillips in the previous two decades

A Tour in Wales and Several Counties of England, 1806

Account of a Voyage of Discovery ... North east Siberia, 1807

Travels in the Year 1806 from Italy to England, 1807

Travels to Greece, 1820

Travels in the Countries between Alexandria and Paraetonium, 1822

Travels in America, by Thomas Ashe, 1808

Travels in Turkey, William Witman, 1803

The Spaniard in Peru, 1799

Voayage from France to Indo-China, 1821

Travels to Hyeres, 1806

Travels to Rolando, 1808

Views in Italy, During a Journey in the Years 1815 and 1816, 1821

Journey through Greece and Ionian Islands in 1821, by Christian Muller, 1822

Diary of a Journey Overland ... China, 1822

A Voyage to Senegal, 1806

Voyages to Portugal, Spain, Sicily, Malta, Asia Minor, Egypt &c. &c. from 1796 to 1801, by Francis Collins, (1807) 1809

Daarnaast publiceerde Richard Phillips ook fictie: o.a. The Wild Irish Girl, en The Novice of Saint Dominick, van Lady Morgan (zie onder), in 1806.

Biografisch overzicht:

1767: geboren op een boerderij in de omgeving van Leicester (echer volgens John Britton, in Literary London 1779-1853, was

            hij een "native of London", die in zijn jonge jaren naar Leicester zou zijn verhuisd

1790: begin als schoolmeester en boekverkoper

1792: oprichting van de Leicester Herald

1793: gevangenisstraf van 18 maanden wegen het verkopen van The Rights of Man van Thomas Paine

1795: bedrijf door brand verwoest (18 nov.) en met het verzekeringsgeld verhuisd naar Londen aan 71, St. Paul's Church-yard

1796- 1824: The Monthly Magazine

           John Britton kende Phillips persoonlijk (Britton werkte aanvankelijk bij een concurrerende uitgeverij die een parodie

            publiceerde op het werk van John Carr in 1808, maar hij correspondeerde later op vriendschappelijke toon over de

            publicatie van een Morning Walk to Kew) en schreef in het boek Literary London 1779-1853:

           "Sir Richard, then Mr. Phillips, commenced business in St. Paul's Churchyard, by publishing "The Monthly Magazine in

           1796. He had previously been settled at Leicester, first as a schoolmaster,

           and afterwards as a bookseller; but political causes obliged him to quit that town. His case met

           with much sympathy in London, as he ahd incurred heavy losses by his removal. He was a man of strong mind and

           varied attainments, and with a view to repair his imjured fortunes, he projected the magazine above-mentioned.

           Dr. Aikin, who was much interested in Philips's success, edited this periodical, and was aided by his sister, Mrs. Barbauld,

           by his friend, Dr. Wm. Enfield, also by Godwin, Holcroft, and many other writers. " (pp. 79, 80)

           Uit deze begintijd dateerde ook de relatie met uitgever Johnson die later, in onder meer de contractbesprekingen met

           Sidney Owenson (Lady Morgan), een felle en, volgens Phillips, rancuneuze concurrent van hem zou worden:   

           "Johnson at first published this periodical, as agent for Phillips; and his extensive connexion enabled him to promote its    

           success. The speculative proprietor [Phillips] was, however, soon induced to open a small shop for himself, and about the

           same time he also undertook the task of editing his magazine; thus dispensing with the services of two of his best

           friends [i.e. Aikin & Johnson]. The "Monthly" rapidly increased in popuartity and profit, and for many years continued to be a

           valuable property. " (p. 80)

1798-1815: publicatie van meer dan 200 schoolboeken.

          John Britton schreef hierover: "Phillipspublished numerous other works, chiefly educational, many of which were written by

           himself, but appeared under the names of popular authors; who probably revised the rpoofs, and allowed their names to

           be attached, for a pecuniary consideration. Like his competitors, Phillips published an "Encyclopaedia",

           professedly under the editorship of Dr. Gregory; but which was in fact mostly written by Jeremiah Joyce, whose varied

           scientific attainments were most inadequately appreciated." (Literary London , p. 80)

           In de Longman Archives (Reading University) bevindt zich o.a. een betalingsbewijs d.d. 29 nov. 1798 van William Mavor,

           één van de meest productieve auteurs. Het betreft een bedrag van 63 pounds voor de copyrights van The British Nepos.

           Latere bewaard gebleven (in de Longman Archives) reçu's dateren van 1800 , 1801(o.a. Mavor's Imperial Spelling Book),

           en 1807 (m.b.t. "half of the copyright in the British Tourists).

1800-1803: The Juvenile Library

         Phillips published many schoolbooks (his so-called "Juvenile Library"), under at least 5 synonyms (Rev. J. Goldsmith, Rev. David Blair, etc.)

         Uit een antwoordenboek, getiteld The Tutor's Key,die bij een aantal schoolboeken door Richard Phillips werd uitgegeven blijken een aantal pseudoniemen:

         Blair's Universal Preceptor, Blair's English Grammar, Blair's Grammar of Natural History, Blair's Grammar of Chemistry (€ 48.-),

         Goldsmith's Grammar of British Geography, Goldsmith's Grammar of Geography, Barrow on the New Testament, Adair on Goldsmith's History of England,

         Adair on Murray's Grammar and Irving's Elements of Composition, Robinson's Grammar of Universal History, Rundall's Grammar of Sacred History

         In 1810 besloeg de lijst met educatieve uitgaven van Richard Phillips enkele pagina's, zolas bijvoorbeeld afgedrukt achterin in o.a. Blair's Grammar of Chemistry.

         Deze lijst van "New and Superior Schoolbooks" werd door de volgende toelichting voorafgegaan:

         "Sir Richard Phillips, wholesale bookseller, London, having completed, at an expence of upwards a Hundred Thousand Pounds, a series of Elementary Books,

         for the use of schools and young persons, which corresponds in plan and execution with the liberal and extended views of modern education, submits a list

         of those which have already appeared to the attention of the Masters and Governesses of Academies, throughout Great Britain and Ireland.

         The whole may be had, with the full allowance to schools, of every bookseller in the United Kingdom." (p.261)

           Richard Phillips werd rijk met het publiceren van schoolboeken.

           Door de afschaffing van het eeuwigdurend auteursrecht (perpetual copyright)in 1877 werd het mogelijk uitgevers om materiaal uit bestaande educatieve uitgaven (schoolboeken)

           kosteloos te verzamelen en onpnieuw uit te geven, tegen veel lagere prijzen. Als nieuwe uitgever had Phillips, uit commercieel oogpunt, graag de concurrentie aan

           met de gevestigde uitgevers die voorheen over de copyrights beschikten. Dat Richard Phillips zich hierdoor ongetwijfeld nieuwe vijandschappen op de hals haalde

           nam hij op de koop toe. Goedkopere schoolboeken betekenden wel dat de verspreiding ervan enorm werd bevorderd. Aan de andere kant bestond wel het gevaar dat

           het rondpompen van goedkoop bestaand materiaal, door de verminderde bescherming van auteursrechten, ten koste ging van investeringen in nieuw educatief materiaal.

1800: uitgave van Mariana Starke's Letters from Italy, en een 2e editie in 1802.

           Mariana Starke zou haar latere aangepaste werk bij Robertson en vervolgens lange tijd bij John Murray onderbrengen.

           In een brief van haar aan John Murray in 1812 (zie aldaar) schreef ze dat Phillips zich op dat moment uit het publieke leven

           teruggetrokken had.

1802: uitgave van A Picture of London, met hoegenaamd jaarlijkse nieuwe edities tot ca. 1824, daarna voortgezet door uitgeverij Longman.

           Voor de uitgebreide briefwisseling tussen Phillips en Longman, zie de Longman Archives die in de University of Reading bewaard worden.

            In A Picture of London for 1805 werd in de lijst van maandelijkse publicatie naast de Monthly Magazine ook melding gemaakt van twee andere maandelijkse tijdschriften die door

           Philips werden uitgegeven: The Medical and Physical Journal en The Annals of Agriculture, onder redactie van Arthur Young, "Secretary to the Board of Agriculture".

           In A Picture of London, gaf Phillips met het oog op een goede voedselvoorziening voor de stedelijke bevolking blijk van een grote belangstelling voor de voedselproductie

           en verbeterde agrarische productiemethodes. .......

           Hij publiceerde ook andere werken van Arthur Young (The Farmer's Calendar). Young had buitenlandse reizen gemaakt.

           Ook publiceerde Phillips een jaarlijkse uitgave van Memoirs of Public Characters.("annual publications", p. 298)

1803: 3-jarige zakelijk contact met William Blake (zie link), uitmondend in de publicatie van de Ballads van Hayley met illustraties van Blake in 1805

           Het werk van Hayley was voorheen gepubliceerd door de in 1797 overleden James Dodsley

           Publicatie van een brief van William Blake in de Monthly Magazine; in 1807 werd een 2e brief van Blake over de arrestatie van een astroloog geweigerd.

           Uitgave van The Works of Mary Wortley Monatgue, in 5 delen, wat een recensie van Francis Jeffrey opleverde in de Edinburgh Review, vol. 2

1804: publicatie van Modern London, Being the History and Present State of the British Metropolis.Deze rijk geïllustreerde uitgave verscheen eerder dan het befaamde werk van Ackerman.
1805: verhuizing naar een groter onderkomen aan 6, Bridge Street (Blackfriars); in A Picture opf London for 1805 staat het adres al vermeld: 9 jan. 1805)

           In een brief verwees William Blake naar "his removal from St. Paul's to a noble house in Bridge Street, Blackfriars."

           Phillips had er 10 à 12 personen ("clerks") in dienst.

1805: Uitgave van The Northern Summer van Sir John Carr, waarbij hij een concurrerende uitgever Johnson overbood.

           Uitgave van The Novice of St. Dominic van Sidney Owenson (later Lady Morgan), de eerste van een aantal publicaties van haar hand.

           Phillips beantwoorde haar eerste brief met enthousiasme (Bridge Street, April 6, 1805, en na de succesvolle publicatie van de Novice

           ("everyone speaks highly of the Novice of St. Dominic ...") drong hij aan op een vervolg in de vorm van een nieuw boek over Ierland.

           Daarbij liet hij haar weten dat hij haar verkoos boven een andere auteur (Dr. Beaufort) en zegde haar toe dat haar boek geen hinder zou ondervinden

           van een ander boek over Ierland, dat van "Mr. Carr". Ook gaf hij haar het advies om te kiezen voor de briefvorm, volgens het voorbeeld van de Letters van Lady Monatgu:

           "You are right in your conception relative to the work of Mr Carr, It cannot interfere with yours. Dr. Beaufort has been so many years beating about the subject,

           and making preparations and promises, that my patience is exhausted. The world is not informed about Ireland, and I am in a situation to command the light to shine!
           I am sorry you have assumed the novel for. A series of letters, addressed to a friend in London, taking for your model the Turkish letters of lady M.W. Montagu,

           would have secured you the most extensive reading." In een Postscriptum nodigde hij haar ook nog uit om een bijdrage te leveren aan de Monthly Magazine:

           "PS. A series of letters on the state of Ireland, the manners and characters of its inhabitants, &c., &c., would be well read in the Monthly Magazine, would be worth as much to me,

           and would afterwards sell seperately." (16 oktober, 1805). De methode van maandelijse afleveringen die later in een bundel konden worden gepubliceerd werd voor Phillips

           een beproefde manier voor het publiceren van reisverhalen. In het geval van Sidney Owenson bleef het echter bij de Wild Irish Girl.

           In 1806 publiceerde hij haar boek The Wild Irish Girl na een briefwisseling over de prijs. een concurrerende uitgever, Johnson, probeerde hem te overbieden.

           In een brief van 26 april 1806 (aan Lady Morgan) schreef Phillips: "It provokes me that a foolish spirit of revenge and retaliation in Mr. Johnson,

           owing to my giving Mr. Carr five hundred pounds for his Northern Summer, for which he had offered but one hundred pounds".

           In het begin van 1806 had Phillips ook een boekje met gedichten en "melodies" van haar uitgegeven onder de titel Lay of the Irish Harp". (zie Memoirs, deel 1, p. 260)

           Lady Morgan's beroemde werken France (1817) en Italy (1821) werden door uitgeverij van Colburn

           De Memoirs van Lady Morgan (gepubliceerd in 1862) bevat een briefwisselling met Richard Phillips uit de jaren 1805 en 1806.

           Lady Morgan (toen nog Sidney Owenson) reisde in 1808 naar Richard Phillips voor haar nieuwe roman Ida of Athens, maar Phillips bood onvoldoende en de roman

           werd vervolgens door de uitgeverij van Longman uitgegeven. Een jaar later, in 1809, liepen ook de onderhandelingen over The Missionary uiteindelijk op niets uit.

1805: publicatie van Practical Agriculture, van R.W. Dickson ("the standard work on agriculture for decades")

1806: portret geschilderd door James Saxon, momenteel te zien in het National Portrait Gallery

1807: verkiezing tot High Sheriff of London and Middelsex (samen met Smith) op Midsummersday (24 juni), voor de periode van 1 jaar.

           In deze functie schreef hij in 1808 een kritische publicatie over het Londense gevangeniswezen: "Letter to the Livery of Londonon the Office of Sheriff."

           Er verscheen een recensie in de Edinburg Review van oktober 1808,

1808: Op 30 maart werd Richard Phillips op de Queen's Palace (voorheen Buckingham House) tot ridder geslagen:

           "The King was this day pleased to confer the honour of Knighthood on Richard Phillips, Esq., one of the Sherriffs of London and Middlesex." (uit de London Gazette)

1808: Phillips trad op als getuige in smaadzaak van Sir John Carr tegen Hood en Sharpe die een satire hadden geschreven in de Monthly Mirror over de populaire reisboeken van Carr.

            De satire verscheen in 1807 onder de titel "My Pocket Book; or, Hints for "A Ryghte Merrie and Conceitede" Tour, in Quarto; to be Called "The Stranger in Ireland",

            1796.geschreven in 1807 door "a Knight Errant", ofwel Edward Dubois, redacteur van de Monthly Mirror.

            John Britton begon zijn lietraire carriëre als topograaf bij de betreffende uitgever Vernor and Hood, die ook de uitgave van o.a. The Beauties of England and Wales ,

            met de begeleidende "British Atlas", verzorgde. Over de controverse met John Carr en uitgever Richard Phillips schreef Britton het volgende:

            "In 1808 the House [of Vernor and Hood] acquired much notoriety by a trial in the King's Bench, when Sir John Carr brought an action-at-law against these publishers

            for a ibel against himself and his literary works. The author had obtained much reputation for his Tours in France, in the North, in Holland, in Ireand, &c. and has been

            rewarded by different publishers with nearly two thousand pounds for copyrights. His "tour in Hollnad", one volume 4to, 1807, which was purchased and published by Sir Richard Phillips,

            was turned into ridicule by Edward Dubois, in a sportive, ironical, and satirical small volume, entitled "My Pocket Book", written in a fluent, anecdotical, gossipping style.  (...)

            A verdict was given, in behalf of the liberty of the press, against the plaintiff, who was non-suited, and driven from the court in disgrace.

            A full account of the trial was published, with several letters from the Earl of Mountnorris, Sir Richard Phillips, and the author of "My Pocket Book"- Edward Dubois.

            See account of this publication and of the "Pocket Book" in "The Annual Review", vol. vii 1808." (pp. 85-86)

            De satire van Dubois verscheen snel in herdruk, en werd beantwoord met het boekje "Old Nick's Pocket Book"(1808), geschreven door een vriend van John Carr,

            dat op zijn beurt weer de draak stak met het boek van Dubois.

1808: publicatie van Memoirs of the Public and Private Life of Sir Richard Phillip, de auteur was anoniem,

           maar aangenomen wordt dat Phillips het boek grotendeels zelf schreef.

           Uit de boeken van Phillips blijkt dat hij voor het verzamelen van de biografische informatie 12 pond betaalde aan ene Ralph Fell

           Er verscheen een recensie in de Anti-Jacobean Review and Magazine (vol. 30) van augustus 1808.

1809: Als gevolg van een Bank Panic werd Phillips bankroet verklaard;

           met de hulp van vrienden wist hij zijn Monthly Magazine en een aantal copyrights te behouden.

           Van een groot aantal boeken verkocht hij een deel van de aandelen aan de uitgeverij van Longman & Co.

           Uit de Longman Archives blijkt dat deze uitgeverij 1/3 van de aandelen bezat in werken als Picture of London, Guide to Watering Places,

           Aikin's Poetry for children, Joyce's Arithmetic, Mavor's Natural History, Mavor's Nepos, Mavor's Englsih Poetry, Mavor's Shorthand, Mavor's British Plutarch,

           Blair's Class Book, Goldsmith's Grammar, Goldsmith's Geography, Crocker's Surveying, Morrison's Book Keeping, Mortimer's Dictionary, en Watkins' Biographical Dictionary

           Een ander 1/3 aandeel was in handen van uitgeverij Cadelll aan The Strand, en Phillips behield ook 1/3. uit de opbrengsten had hij met Longman en Cadell geregeld

           dat zijn dochter ("Mrs Petit", met drie kinderen) een "annuity" ontving van 100 pond.

           Van een tweetal andere werken, waaronder Mavor's Spelling, verkocht Phillips resp. 1/4 en 1/4 aandeel en bleef zelf in het bezit van de helft der aandelen, waaruit jaarlijks

           een "annuity" van 120 pond aan zijn zoon Richard (getrouwd, met 1 zoon) werd betaald.

           In A Picture of London for 1812 nog steeds de naam van Richard Phillips als uitgever; daarna werd Longman & C. als uitgever genoemd.

1814: Phillips zou volgens sommige bronnen de publicatie van de historische roman Waverley van Walter Scott hebben geweigerd (wellicht om financiële redenen)

            "It is said that he first offered it anonymously to Sir R. Phillips, London, who refused to publish it.

            ‘Waverley’ was afterwards accepted by Constable & Company, and published on half profits, on the 7th of July, 1814." (uit Memoirs of John Murray)

1817: publicatie van het door Phillips geschreven Morning Walk from London to Kew, met latere edities in 1819, 1820

1823: verhuizing naar Brighton

1824: begin van contact met George Burrow (in april van dat jaar),

           publicatie in 1825 van het 6-delige "Celebrated Trials and Remarkable Cases of Criminal Jurisprudence from the Earliest Records to the Year 1825"

1828: uit de Longman Archives blijkt dat Phillips in dit jaar 621 pond aan inkomsten ontving uit zijn gedeeld aandeelhouderschap van de hierboven genoemde werken.

1840: sterfdatum, begraven in St. Nicholas' Churchyard te Brighton.

 

Madame de Staël (Anne Louise Germaine de Staël-Holstein, née Necker (1766-1817, feminisme, link)

Épîtres sur Naples

Corinne, ou Italy, 1807

De l'Allemagne, 1810-1813

etc.

Some bibliographical details :

1866: geboren in Parijs, dochter van bankier en latere minister van financiën (1787-1788), Monsieur Necker

1781-1787: verblijf in Coppet, Zwitserland

1786: huwelijk met de Zweedse ambassadeur in Parijs, Baron de Staël

1792: vlucht uit Parijs in een koets naar Coppet, tijdens schrikbewind van Robespierre

1793: kort verblijf in Engeland (Richmond, Londen), samen met landgenoten als Talleyrand en Narbonne

1795: terugkeer naar Frankrijk

1803: verbanning uit Parijs door Napoleon, buiten een straal van 40 leagues, of 40 uren gaans, 120 Engelse mijl.

           "12 years of exile", reis naar naar Frankfurt, Weimar en Berlijn gedurende de winter van 1803-1804

- na de dood van haar vader en a.g.v. verslechterende gezondheid bezocht ze Italië

- in de zomer van 1805 in Coppet, waar ze haar Roman Corinne (or Italy) schreef

- verblijf in Auxerre en Rouen om zo dicht mogelijk bij Parijs te zijn t.t.v. de publicatie van Corinne

- opnieuw verbanning uit geheel Frankrijk

1807: verblijf in Wenen waar ze haar roman On Germany begon.

1810: voltooiing van On Germany (in het Frans), publicatie tegengehouden door Napoleon

1812: verdere vlucht door Europa uit angst voor Napoleons dreigende veldtocht in oostelijke richting

 - mislukte pogingen om naar Italië of Amerika te reizen; uiteindelijk reisde ze via Beieren, naar Oostenrijk (Salzburg/Wenen), Polen/Gallicië, Rusland vanaf 14 aug. 1812 (Moskou, St. Petersburg), Finland (september), Zweden (winter 1812/1813), Engeland (juni 1813)

1813: in oktober publicatie van On Germany in Engeland door John Murray, in Engelse vertaling, 3 delen

            in het volgende jaar verscheen pas de eerste Franse editie

1814, 1815: winterperiodes in Parijs

1815: vanaf maart en gedurende de zomer, na terugkeer van Napoleon uit Elba, terugkeer naar Coppet

           winterveblijf in Italië, i.v.m. gezondheid van haar tweede man, Monsieur Rocco

1816: kort verblijf in Coppet, en in de wintermaanden van 1816 en 1817 in Parijs

From Wikipedia (link):

[Madame de Stael had to escape from France due to her differences with Napoleon Bonaparte. She went to Coppet, in her native country Switzerland, and received many famous people there at her salons, as she had previously done at the Rue de Bac in Paris]

She journeyed slowly through Russia and Finland to Sweden, making a stay at Saint Petersburg, spent the winter in Stockholm, and then set out for England.

Here she received a brilliant reception and was much lionized during the season of 1813. She published De l'Allemagne in the autumn.

 

[During Napoleon's exile to Elba, she returned to Paris]

She was in Paris when the news of Napoleon's landing arrived and at once fled to Coppet (...). In October, after Waterloo, she set out for Italy, not only for the advantage

of her own health but for that of her second husband,

Rocca, who was dying of consumption.

[...] The whole family returned to Coppet in June, and Lord Byron now frequently visited Mme. de Staël there. Despite her increasingly ill-health she returned to Paris

for the winter of 1816-1817, and her salon was much frequented. [by e.g. Lady Morgan, see above] A warm friendship sprang up between Mme. de Staël and the

Duke of Wellington, whom she had first met in 1814

Madame de Staël's name is also mentioned in War and Peace by Leo Tolstoy, e.g. in describing the routine activities of commander -in-chief Kutuzov:

"To such customary routine belonged his conversations with the Staff, the letters he wrote from Tarutino to Madame de Staël, the novels he read,

the distribution of awards, his correspondence with Ptersburg, and so on." (Book 4, Part 1, chapter 17)

"He wrote letters to his daughters and to Madame de Staël, read novels. liked the company of pretty women, joked with generals, officers and the soldiers,

and never contradicted anybody who tried to argue with him." (Book 4, Part 4, chapter 5)

"(...) the general historian Gervinus (...) seeks to prove that the [Russian] campaign of 1813 and the restoration of the Bourbons were due not only

to Alexander, but to the activity of Stein, Metternich, Madame de Staël, Talleyrand, Fichte, Chateaubriand, and others. " (Epilogue, Part 2, chapter 2)

[Note that one of the novels Kutuzov read was by Madame de Genlis.]

Her son Baron Auguste Louis Stael-Holstein (1790-1827) wrote Letters on England (1st ed. 1825, 2nd edition 1830)

The 2nd edition also includes a 93-page biography called "Life of Baron de Staël" (pp. i-xciii)

Up to page fifty-three, this biography deals with his relationship with his mother who died in 1817

Pages xxx - xxxix deal with an audience Auguste (Augustus) had with Napoleon at Chambery, on his way to the Savoy, in 1808.

The audience lasted three quarters of an hour and he pleaded in favour of his mother, who at the time stayed at Vienna during het 10 years of exile.

Napoleon tells about his objections to Madame de Staël's presence in Paris.

The account is taken from a letter which auguste wrote to his mother about this audince.



Hester Lynch Thrale Piozzi (1741-1821, feminisme, née Hester Salusbury, married in 1763 to brewer Henry Thrale, and in 1784 to Gabriel Mario Piozzi)
Observations and Reflections in Course of a Journey through France, Italy and Germany, 1789
[for background info: The Grand Tour 1592-1796, ed. Roger Hudson, 1993]

 

Mariana Starke (1762 - 1838, toerisme, cultuur, gezondheid) wikipedia link

Letters from Italy (1800, Richard Phillips, Londen), in 2 vols.

Travels in Italy between 1792 and 1798, 2nd ed. published in 1802 by Richard Phillips, in 2 volumes.

Letters from Italy, gepubliceerd door G. en S. Robinson in 1815 (titelblad vermeldt 2e editie, maar eigenlijk een 3e editie, gezien de heruitgave van  1802).

Travels on the Continent: Written for the Use and particular Information of Travellers, uitgegeven door John Murray , 4e editie (1820)

Information and Directions for Travellers on the Continent  1824, 1825, 1826 (5e editie), 1828

Travels in Europe for the Use of Travellers on the Continent and Likewise in the Island of Sicily (1832, 1833 8e editie, 1836 9e editie, 1839 10e en laatste editie)

copies of resp. the 2nd, 9th and 7th edition

Dedication from the 9th edition of Travels in Europe

chronology

1761/1762: Mariana Starke was born in India, as the daughter Richard Starke, sometime governor of Fort St. George, Madras

1789, 1791: Starke wrote two plays about Anglo-Indian life (The Sword of Peace, The Widow of Malabar)

           and in 1800 The Tournament, a play that was imitated from an earlier German play

1792-1798: Starke travelled through Italy, attending a consumptive relation

1800: Letters from Italy published in 2 volumes by Richard Phillips, London (later also translated into German),

           "from the author of The Widow of Malabar, The Tournament, etc."

            Part 1, 16 letters:

                        Letter I: (written at Nice, Sept. 1792): details about travelling accross the Alps from Turin to Geneva

                        Letter II (NIce, October 1792) about the invasion of France into this Sardinian territory

                        Letter III (Pisa, January 1794), account of  developments since her arrival at Genoa from Nice in Oct. 1792, after the French invasion

                        Letter IV (Florence, 1796), account of French conquest of Northern Italy, English departure from Leghorn; Starke's family protected, June 1794

                        Letter V (Florence, October 1796), Continued conquest of Buonaparte in Italy, English departure from last Italian stronghold, Corsica, Sep. 1796

                        Letter VI (Naples, 1797): French army advances to Florence, Starke leaves Florence in Oct. 1796, to Rome, and in Feb. 1797 attempts to leave Rome,

                                      she decided to visit the St. Peter "perrhaps for the last time", an English Minister, Mr. Graves "obtained horses and passports", to Naples

                        Letter VII (Florence, March 1798): account of her stay at Naples (1797) & further advances by Buonaparte in Austria, returns to Rome in Oct. 1797,

                                         to witness scarcity and dearness (1 Spanish dollar = 30 pauls), riot of 27 Dec., retaliatory expedition by French in Feb. 1798

                                         Starke calls her account of the French conquest of Italy "this long digression" (p. 154) , and concludes her account of the Revolution (p.181):

                                         "I shall (in subsequent letters) describe the principal cities of Italy, specifying, by my dates, when I last visited them".

                       Letter VIII (Genoa, Oct. 1792), Letter IX (Leghorn, Apr. 1796), Letter X (Pisa, March 1798), Letter XI (Pisa, March 1898), Letter XII (PIsa, Apr. 1796),

                       Letter XIII (Florence, Mar. 1798),  Letter XIV ((Florence, March 1798), Letter XV (Rome, Jan. 1798), Letter XVI (Rome, Jan. 1798), with 4 tours through Rome  

             Starke uses a system of exclamation marks to indicate the merit of objects of interest to tourists:

             "In describing paintings, statues, etc. I have generally marked the most celebrated with one or more admiration points, according to their merit" (p. 188)

             (N.B. See Maximillien Misson, who also used a similar system, and who also referred to previous users of such a system in an Italian guide book).

1802: Travels in Italy between 1792 and 1798 republished by Richard Phillips

1814: Starke writes to John Murray about publication of revised edition of Letters from Italy (2 letters in March & April)

1815: Letters from Italy, called a 2nd edition, "revised, corrected and enlarged", published by G. and S. Robinson, despite Starke's attempt to interest

           John Murray (deze uitgave zou later als de 3e editie worden geteld; zie 1820)

1817-1819: Starke revisited Italy

1820: Travels on the Continent, published by John Murray; 1500 copies printed in Oct. 1819, of which 510 copies were left "on hand" or "wasted"

            4th edition (if the publications of 1800, 1802 and 1815 are counted as separate editions, the 1815 edition would be a true 3rd rather than a 2nd edition)

1822-1824: Starke writes to Murray about new edition (8 letters, also about the reasons for a new title: Information and Directions ...)

1824: Information and Directions for Travellers on the Continent; 1500 copies printed in Dec. 1823, 5th edition

1825: Starke writes a letter from Rome about new info regarding excavations in Rome, Germany, plan of Forum Romanum; she asks for £50

1827: Starke writes to Murray about new edition "Travels in Europe, undertaken to complete a work entitled Information and Directions,

            and including a Guide for Sicily" (7 letters); on 3 Oct. Starke is paid £200 for copyright (appears in Murray's ledger in Oct. 1828)

            She also writes about the pirated editions she has come across:

            "I found Galignani's & Massi's editions of my "Directions & Information for Travellers" in every great bookseller's shop thro'out France, Switzerland,

            northern & southern Italy; I likewise found another book consisting of my Guide & Reichard's united, in French; & the booksellers tell me they are going

            to print an edition of my "Directions for Travellers" in Italian: this, however, I will try to prevent."

            One of these prirated editions was published in two volumes by Glaucus Masi, Leghorn, in 1825, and is referred to as a 6th edition.

1828: Travels in Europe between the Years 1824 and 1828 ... Comprising an Historical Account of Sicily; 603 pages + folding plan of Forum Romanum;

           3000 copies of "Starke's Traveller's Guide" were printed in Feb. 1828, 6th edition, of which 870 copies were "wasted", at a loss of £43 by Oct. 1832;

           Elizabeth Baigent in DNB wrongly dates the publication of this edition in 1832.

           The full new title of the 6th edition of 1828 was: "Travels in Europe between the Years 1824 and 1828 adapted to the Use of Travellers

           Comprising an Historical Account of Sicily, with Particular Information for Strangers in that Island".

           However, the same edition was also published with the title Travellers on the Continent on the spine and with the "old" title added on the title page:

           "Information and Directions for Travellers on the Continent": "sixth edition, thoroughly revised and corrected, with considerable additions, made during a

           recent expensive journey undertaken by the author, with a view to render this work as perfect as possible" on the title page .

           An example of this is available from the British Library. Whatever the title of the 6th edition, in all copies have the same "Advertisement"

           dated September 1827,referring to Starke's three-year "employment" in examining the exactness of the information "necessary for Travellers on the

            Continent of Europe and the Island of Sicily". Notably, the reference to the Island of Sicily is missing from some copies of the 6th edition, and also

            of the edition published in 1829.

1829:  7th edition was published by Murray entitled "Information and Directions for Travellers on the Continent" (see British Library),

            This seems to be the same edition as the 6th edition published in 1828 under the title of Travels in Europe.

            the 6th and 7th editions contain the same Advertisement ("Exmouth, September 1827").

            Starke would complain to Murray about this title in a letter in 1832.

            Starke writes a letter from Rome about her "new work"

1830: Starke writes a letter from Naples about using the "old title" (used for the 7th edition)

1831: Starke writes a letter from Exmouth

1832: Starke writes 6 letters from Exmouth (Jan., Feb., April), complaint about financial loss due to use of old title (Information & Directions),

           Starke insists on the title "Travels for the Use of Travellers", copyright acquired for map of Italy based on Cramer's map, just as Galignani;

           "in Italy none of the copies have fetched more than the value of fourteen English shillings, and very few so much";

           John Murray discusses the publication of the same work by Messrs Galignani in Paris, with a new map of Italy based on Cramer;

            he suggests offering Galignani a share in the English edition, which Galignani would accept (see below in 1835)

1833:  Travels in Europe, 8th edition; 1500 copies were printed in Feb. 1833, at a final profit of £147

1835: Starke writes 2 letters (Aug./Sep.) about new edition including all of Northern & Southern Italy & a new account of Sicily,

            she sends Murray the "excellent map" of Italy, based on  Cramer, engraved by Galignani,

            she asks for £100 + 12 presentation copies before she will send the sheets of the new edition to Murray (£125 appears in Murray's ledger in July 1836)

            she also offers to pay herself for a copy on "royal paper" for the Dowager Queen of Naples (with her own tilte page)

            Murray's edition is the same as Galignani's in Paris.

1836: Travels in Europe, 9th edition; 2500 copies were printed in July 1836, at a final profit of £441

            Starke writes a letter to Murray on 19 March; the map of Italy will be "in readiness";

1838: Mariana Starke revisited Italy and died at Milan.

1839: Travels in Europe, 10th edition (last edition, not mentioned in Murray's ledger, 634 pages + folding maps of Italy & of Forum)

           De Parijse concurrenten A & W Gallignani hadden in dit jaar namelijk het boek ook heruitgegeven, maar nog steeds als "ninth edition".

           Uit de Advertisement valt op te maken dat deze editie nieuw materiaal bevatte, gebaseerd op nieuwe waarnemningen van de schrijster in het jaar 1838:

"The author of the following pages, being fully persuaded of the impossibility of writing an accurate account of the geography and intiquities of a country without having examined them herself; and likewise feeling, from respect to the Public, an earnest wish not to be considered an erroneous Guide, has lately visited almost every part of Italy, especially those parts which, in modern times, have been neglected by Travellers (...) "(from the Advertisement to Galignani's 9th edition in 1839)

Letters from Italy (1800, Richard Phillips, Londen), 2 delen,25 brieven, met een "Appendix" van ruim 150 pagina's bedoeld als praktische gids voor reizigers.

Mariana Starke schreef een aantal brieven tijdens haar verblijf in Italië (tussen 1792 en 1798). De reden voor haar verblijf was de zorg voor een familielid

die om gezondheidsredenen in Italië verbleef. Als gevolg van de Franse Revolutie en de Napoleontische Oorlogen waren de hoogtijdagen van de Grand Tour

zoals Thomas Nugent die beschreef voorbij. Mariana Starke reisde met haar familie, zonder courier, tutor, 'bear-leader', cicerone of chaperone,

en was niet alleen kostenbewust maar ook (door de ziekte van haar familielid) sterk gericht op de meest comfortable reis- en verblijfsmogelijkheden.

Starke publiceerde in 1800 een bundel van 25 brieven, met daarbij een "Appendix" van ruim 150 pagina's bedoeld was als praktisch gids voor reizigers.

De volledige titel van deze bundel luidde: Letters from Italy, between the Years 1792 and 1798, Containing a View of the Revolutions in that Country,

from the Capture of Nice by the French Republic to the Expulsion of Pius VI from the Ecclesiastical State: Likewise Pointing out the Matchless Works of Art

which still Embellish Pisa, Florence, Siena, Rome, Naples, Bologna, Venice, &c. with Instructions for the Use of Invalids and Families who may not Choose

to Incur the expence Attendant uponTravelling with a Courier . Er verscheen een herdruk in 1802 onder de aangepaste titel Travels in Italy between 1792 and 1798.

De aangepaste titel (Travels in ...) paste in het lange rijtje titels van reisgidsen die Richard Phillips in het begin van de 19e eeuw op de markt bracht (zie boven).

Haar beschrijvingen kwamen tegemoet aan de nieuwe behoefte van de 19e-eeuwse toerist en waren een voorbeeld voor de opzet van latere reisgidsen

als die van Murray en Baedeker:

"Previous travel guides had concentrated on architectural and scenic descriptions of the places to be visited by wealthy young men on the Grand Tour. Starke recognised that with the enormous growth in the number of travelling abroad about 1815 the majority of her readers would now be travelling in family groups and often on a budget. She therefore included for the first time a wealth of advice on luggage, obtaining passports, the precise cost of food and accommodation in each city and even advice on the care of invalid family members. She also devised a system of !!! exclamation mark ratings, a forerunner of today's "stars". Her books, published by John Murray, served as a template for later guides. Her work earned her celebrity status in her lifetime. The French author Stendhal in La Chartreuse de Parme refers to a travelling British historian who

          "never paid for the smallest trifle without first looking up its price in the Travels of a certain Mrs. Starke, a book which ...

          indicates to the prudent Englishman the cost of a turkey, an apple, a glass of milk and so forth". (wikipedia, link)

In 1814 bood Starke een herziene editie van haar boek ter publicatie aan bij John Murray (Londen).

Uit de brieven van 13 en 23 april 1814 van Starke aan Murray blijkt dat Murray niet meteen op haar aanbod reageerde. 

Uiteindelijk zou de herziene editie van Letters from Italy worden gepubliceerd door G. en S. Robinson. Het titelblad vermeldt dat het om een 2de editie gaat,

maar als de herpublicatie van 1802 (door R. Phillips) wordt meegeteld, kan de 1815-druk als een 3e editie worden beschouwd.

Uit haar correspondentie met uitgever John Murray II (vanaf 1832 meestal via zijn zoon John Murray Jr.) blijkt hoe de verandering van haar boek het resultaat

was van de samenwerking tussen Mariana Starke en haar uitgever. Daarbij weerspiegelt de veranderende titel van het boek de aanpassingen die nodig

waren om aan de wensen van een nieuw reizigerspubliek tegemoet te komen. De Napoleontische Oorlogen naderden hun einde, en onder Napoleon

waren er allerlei grote verbeteringen doorgevoerd die het reizen aantrekkelijker maakten (zoals verbeterde postwegen, etc.).

"During a war so general as that which England has of late been engaged, it seemed absurd to think of publishing a second edition; I, however, carefully revise and materially improved the first; which, from having been printed when I was too ill to correct the proofs, is full of provoking blunders. I have now enlarged my work by an Itinerary of Germany, Portugal, Spain, France, Chamouni, and all the most frequented places of the Alps; together with Instructions for Invalids, relative to the Island of Madeira, and an Itinerary of Holland, Denmark, Norway, Sweden, Russia and Poland; deduced from my own observations, and those of every other modern traveller, on whose veracity I could depend. I have likewise added an excellent post-map of Europe (...). My work, therefore, in its present state, comprehends every kind of information most needful to continental travellers: and as it seems reasonable to suppose the emigration from this country will be immediate and immense, in case of peace, allow me to enquire whether, if that event occur, you would like to purchase the above-named work, should you, on perusing, think well of it?

Had not Sir Rich. Phillips retired from public business he would gladly have re-engaged with me, but, circumstanced as he now is, he has advised this application to you." (13 maart, 1814)

De praktische reisinformatie uit de Appendix bleek in een grote behoefte te voorzien en werd vervolgens tot 1839 in verschillende herziene edities

uitgebreid en onder verschillende titels gepubliceerd. In de Letters from Italy lag de nadruk op Italië" en de Appendix bevatte praktische informatie

m.b.t. paspoorten, klimaat, toestand van wegen,kosten, etc.

In haar brief van 23 april 1814 gaf Starke wat suggesties voor verdere verbeteringen, inclusief een andere titel voor het boek:

"I conclude you may, ere now, have received by favour of my friend, Mr. Ford of Upper Brook Street, a corrected copy of my Letters from Italy, with considerable additions, comprehending a Travellers' Guide to the most frequented parts of Europe. Since I sent this parcel to London, such extraordinary events have taken place, that, were you to print my work, I should suppose the account of Bonaparte's Conquests in Italy had better be omitted; as it would, at the present moment, incite no interest, and only serve to augment the size of the volumes, to retard their publication: beside which, if such an alteration were made, the book might properly be entitled, The Traveller's Guide, which is just what everybody wants at present.."

(Exmouth,  23 april 1814)

Travels on the Continent: Written for the Use and particular Information of Travellers, 4e editie (1820), verschenen na haar nieuwe bezoek aan Italië in1817-1819.

In twee brieven van respectievelijk 13 maart en 23 april 1814 meldde Starke dat ze het boek heeft aangepast en dat het nu daadwerkelijk een

Traveller's Guide is. De titel van het boek luidde nu: Travels on the Continent: Written for the Use and particular Information of Travellers

Het boek bevatte nu 850 pagina's, waarvan 60 pagina's over de route naar Italië via Frankrijk (Parijs), Zwitserland (Genève), 

ca. 400 pagina's (9 hoofdstukken) over Italië, en één hoofdstuk van 45 pagina's over de terugweg naar Engeland via het Duitstalige gebied.

De Appendix met algemene praktische reisinfo + specifieke landinfo (ook korte info over overige Europese landen) telt 275 pagina's.

John Murray stimuleerde Starke haar boek als een praktische reisgids te herschrijven, zo blijkt uit de Introduction die Starke in 1819 bij deze 4de editie

schreef:

"Having been called upon to publish a fourth edition of that part of my "Letters from Italy" which was intended as a Guide for Travellers, and at the same time feeling how impossible it is to give an accurate and circumstantial account of any country, without residing in it, I determined to revisit the Continent; and become an eye witness of the alterations made there, by the events of the last twenty years: events which have so completely changed the order of things, with respect to roads, accommodations, and works of art, that new Guides for Travellers are extremely wanted in almost every large city of southern Europe. I, therefore, resolved instead of publishing a fourth Edition of my "Letters from Italy", to write a new work: and being ambitious to prove myself a faithful historian, I spent two years, namely, from May, 1817, to June, 1819, in the countries it has been my endeavour to describe; that I might write from the spot, and trust nothing to memory. (...)

I have likewise mentioned, in my Appendix, a few particulars relative to expenses at the present moment on the Continent; that Families induced by prudential motives to reside in foreign countries may neither have the mortification of finding their plans defeated by the extravagance of a courier, nor by the impositions frequently practised upon by Strangers." (October 1819)

In haar correspondentie met Murray verzette Mariana Starke zich tegen Murray's suggestie dat het boek vooral een routebeschrijving (road book) zou moeten

worden:

"I feel so anxious to convince you of the propriety of my determination not to change the form of my work, that I send (tho' I can ill spare it) the best and most popular Manuel du Voyageur I ever met with (Reichard excepted) for your inspection: I likewise send one of the numerous editions of the Itinerario Italiano; which, with all its maps, costs only one dollar; and I add to these books the first volume of the Roman Guide, and also the Florence Guide; of which guides enquiring travellers are in the habit of purchasing three or four, in every capital city of the Continent. From all this I mean to infer that if my work were converted into a mere road-book, it would cease to be bought in Italy at the expense of six or eight dollars; when the very best road-book of that country costs but one dollar: neither would it be bought in France, for the same reason."

(augustus 1822)

Ze beschrijft twee zeeroutes die worden aanbevolen voor mensen met een zwakke gezondheid die in Italië hopen aan te sterken,

in het bijzonder mensen met een longaandoening zoals tbc. De ene is een directe zeeroute van Londen naar Leghorn en van daaruit per kanaal

naar Pisa (Canal of Pisa). De andere is de zeeroute naar Bordeaux, en van daaruit via de Royal Canal of Languedoc naar Marseilles,

en vervolgens met de boot naar Leghorn.

Daarnaast beschrijft ze een drietal landroutes (bijvoorbeeld met de "Voitures of Emery, whose carriages set out, almost every week,

from London to various parts of the Continent; or by travelling in a public diligence, preferring that called the coche déau, whenever attainable",

zie "Introduction" van september 1823 bij de 5e druk). De meest populaire landroute is de postweg van Parijs naar Lyons en vervolgens via Mont Cenis

naar Turijn, Bologna en Florence. De volgens Starke interessantste (en 90 mijl kortere) route is van Parijs naar Dyon en vervolgens via het Jura-gebergte

naar Genève en via de Simplon naar Italië. Tot slot beveelt ze de route van Parijs naar Pisa aan (via Lyons, Avignon, Aix, Nice en Genoa) voor degenen

die de geschiedenis van de Renaissance willen bestuderen (vanuit Pisa verspreidde die zich naar Florence en Rome).

Information and Directions for Travellers on the Continent   1824 (5e editie met vergelijkbare Introductie als de 4e ed), 1825, 1826.

Deze editie telt in totaal 489 pagina's, waarvan 319 pagina's met de route naar Italië (via Frankrijk en Zwitserland) en van Italië (via Duitsland),

en een Appendix 145 pagina's met praktische info; de alfabetische Index telt 14 pagina's.

In een Introduction van oktober 1819 schreef Starke dat ze, na een lang verblijf in Italië, de Appendix van het boek met veel praktische informatie had

uitgebreid, maar ze verzette zich aanvankelijk nog sterk tegen het voorstel van Murray om de scientific information weg te laten en er een "Road-Book" van

te maken. Naast de toevoeging van meer praktische reisinformatie, ging ze in 1823 ook akkoord met het inkorten van de tekst tot een handzamere reisgids:

"I perfectly agree with you in thinking the present size of my work an improvement" (16 juli 1823).

In de Introduction (gedateerd september 1823) presenteerde Mariana Starke deze uitgave "under a new title, and much diminished in size;

though considerably augmented  with respect to useful information; as it contains a full and faithful account of all the large towns and post-roads

in the most frequented parts of the European Continent (many of which roads are only just finished)".

In een brief aan Murray van 16 juli 1823 reageerde Starke nu positief op de kleinere omvang en nieuwe titel van het boek:

"I perfectly agree with you in thinking the present size of my work an improvement, but I do not quite like the title of "Directions for Travellers on the Continent". Might not "Information and Directions for Travellers on the Continent" be more advisable?  As such a tilte would more fully express the kind of work." (Exmouth, 16 juli 1823)

In een brief van 3 september 1827 vroeg ze Murray haar een boek toe te sturen van Schreiber, zodat ze de route naar het zuiden via Waterloo en Namen

naar Luik in de Addenda van haar boek kon opnemen: "if you could lend me a book written, I believe, by Schribber [sic!], or a name like that,

I would insert the route in the addenda, should you think it worth while." 

Travels in Europe for the Use of Travellers on the Continent and Likewise in the Island of Sicily

1828 6e editie, 1829 7e editie onder de vorige titel Information and Directions, 1833 8e editie, 1836 9e editie, 1839 10e en laatste editie van John Murray.

A & W. Gallignani in Parijs publiceerde in 1839 de laatste editie van Travels in Europe als de 9e editie.

Het lijkt een handige marketing-zet van Murray te zijn geweest het boek in hetzelfde jaar als "10e editie" te publiceren.

bevatte in totaal 698 pagina's met 2 hoofdstukken (60 blz.) over Frankrijk (vooral Parijs) en de route naar Italië via Zwitserland, Simplon, naar Milan,

vervolgens 10 hoofdstukken over Italië (blz. 60 t/m 490)

1 hoofdstuk (pagina's 490 -520) met de retourroute naar Engeland via Duitsland (Wenen, Praag, Dresden, Berlijn, etc.)

de Appendix (blz. 521-671) bevat wat algemene praktische informatie over o.a. paspoorten en klimaat, en een aantal korte hoofdstukjes

met specifieke landeninformatie. Naast de landen die in de reisroute waren opgenomen, wordt hier ook in het kort wat info gegeven over

Oostenrijk (4 blz.), Portugal (3 blz), Spanje (6 blz), Nederland (5 blz), Denemarken (2 blz.), Zweden en Noorwegen (6 blz), en Rusland (4 blz)

een uitgebreide alfabetische index.

In 1827 schreef Starke al in een brief aan Murray dat ze een Advertisment naar de drukker (William Clowes, Londen) had gestuurd, met

de volgende titel: "Travels in Europe, undertaken to complete a work entitled Information and Directions for travellers on the Continent,

and including a Guide for Sicily". Met deze editie hoopte Starke een reisgids te hebben geschreven die het hele Europse Continent omvatte,

voor zover het voor Britse reizigers interessant was, en waarmee ze alle bestaande gidsen overbodig maakte. In het Voorwoord

(Advertisement) van haar Travels in Europe (1828) schreef ze:

"The favourable reception given to the fifth Edition of her "information and Directions for Travellers on the Continent", leads her to hope that the ensuing pages may, in some degree, answer the purpose for which they were written; and exonerate Travellers from the necessity of encumbering themselves, in every metropolis of the Continent, with books published to serve as Guides. At Paris, strangers are in the habit of purchasing the Post-book, the List of Pictures in the Musée Royal, and the List of Sculptures in the same Museum, added to Galignani's excellent Paris Guide, and equally excellent Guide through France. At Florence, Molini's accurate description of the Royal Gallery, and Gargiolli's account of the City, are usually purchased. At Rome, Vasi's Itinerary, (two volumes) and the description of the Museum of the Capitol, besides Nibby's highly and justly estimated publications, are deemed almost indespensable; as are from ten to twelve Guides at Naples, for the City and its Environs." (Exmouth, September, 1827)

Starke vond het daarbij van groot belang dat "Sicilië" in de titel werd genoemd, een gebied waarover tot dan toe nog niet veel

informatie beschikbaar was voor de duizenden Britse toeristen in Italïe (ze schatte de 'Britse kolonie' in Rome op 1500 personen).

In een boze brief van 15 januari 1830 beschreef Starke een voorval waarbij een partij nieuwe boeken, al dan niet per ongeluk, met de oude titel

op de markt was gebracht:

"A respectable bookseller at Naples, who supplies travellers with maps, and any other information he can procure relative to Sicily, offered to purchase the fifty copies recently arrived here, of my work entitled "Travels in Europe", and to pay ready money for them: but, on seeing the title of my former work prefixed to this last, and on observing the omission of the word Sicily, he has not repeated his offer." (Naples, 15 jan.1830)

Mariana Starke liet Murray In 1832 weten dat ze er erg aan hechtte dat haar boek onder de "oude titel" van "Travels in Europe" werd verkocht:

"In consequence of being told that some lately written works relative to the antiquities of Italy did not sell, and therefore that it would be advisable for me to publish my new work under the old title, lest it should be considered by travellers a merely scientific book, I wrote to Messrs Spottiswoode requesting them to ask whether you approved of the following title. "Travels in Europe. For the Use of Travellers on the Continent, likewise in Sicily". (Exmouth, 20 jan.1832)

Ze wees er in dezelfde brief op nadrukkelijk op dat de titel "Information and Directions for Travellers on the Continent" voor haar uit den boze was:

"the inconveniences that title has subjected me to, are intolerable". Blijkbaar werd deze oude titel door Murray ook in 1832 nog gebruikt voor haar

nieuwe boek. In een daaropvolgende brief aan John Murray Jr. ging ze uitvoeriger op haar bezwaren in:

"With respect to the title, I would readily meet Mr. Murray's wishes if the words "Information & Directions for Travellers on the Continent" had not subjected me to the vengeance of persons, chiefly Irish Roman Catholics, who, not finding it convenient to reside in their native country, have long been in the pernicious habit of living by means of exactions practised upon travellers. One of these Irishmen, on hearing my letters enquired for at the Roman post-office, exclaimed with great vehemence, that if I persevered in taking away his bread, my life would be in danger. Another person of a similar description wrote me a letter, which tho' anonymous, was easily traced to its author,  protesting that if I persevered in opening the eyes of travellers with respect to expenses on the Continent I might expect to be assassinated. Further, the title above-named subjects me to being teazed with letters from every Englishman who quarrels either with his landlords or his voiturins (...). I therefore leave Mr. murray to judge whether a title productive of such results can be agreeable to me. The title chosen by my friend Mr. Mathias, to obviate these inconveniences, was, "Travels in Europe for the use of Travellers", under which title my work makes no enemies, neither is it seized at Italian custom-houses; because the Roman Government allow it to be sold in the Ecclasiatical States: but were this title changed, travellers who purchase the work in England might have it taken from them in Italy. " (Exmouth, 27 jan.1832)

Wat betreft de inhoud van het boek schreef ze aan Murray Jr (John Murray III) dat ze zijn aantekeningen over Duitsland graag in de Appendix van haar boek

zou opnemen, en dat ze haar beschrijving van Duitsland en Pruisen inmiddels aanzienlijk had verbeterd m.b.v. informatie van enkele Duitse contacten in

Italië:

"If you will do me the favour of forwarding (...) your memoranda relative to Germany, I shall have much pleasure in adding

them to my Appendix and noticing them in the Index. I have considerably improved my account of Germany and Prussia, owing to the information lately derived from the Prussian ambassadress at the Neapolitan Court, who is in the habit of travelling from Naples to Prussia almost every year; and likewise derived some valuable information from a celebrated literary character, Monsieur de Rèberg, who virtually governed Hanover for sixteen years. " (Exmouth, 27 jan.1832)

Ze beschreef haar boek als "a book which accompanies every traveller on the Continent, (and which will now be as useful to scientific persons

as to those who travel either to promote health or to save money)" (20 febr. 1832).

In een brief van 2 april 1832, liet Starke haar ongenoegen merken over de vertraagde publicatie van de 8ste editie van het boek

(ze noemt het "extermely inujrious to the reputation of my Work"), en klaagde nogmaals over het feit dat Murray de titel van de vorige editie (7e druk),

zonder haar medeweten, had gewijzigd, en haar ook nu weer in het ongewisse hield:

"I find it incumbent upon you to show that I have lent myself to an improper Title-page, before you can be justified in changing my Title; consequently it follows that I have just cause of complaint against you for altering the Title of your present edition without my knowledge; and likewise that I have a right to be made acquainted with the Title you intend to place at the head of my new Work." (Exmouth, 2 april 1832)

Er ontstond vervolgens een financieel geschil met Murray nadat ze in Italië, als gevolg van de door hem gewijzigde titel, met een groot aantal

onverkochte boeken van de 7e druk was blijven zitten:

"The last 100 copies of the 7th edition of Mrs Starke's work, for the use of Travellers, were most of them unsold when she left Italy; because Mr. Murray had changed the tilte under which the Apostolic Camber had given her leave to sell them; and she was, consequently, advised to rpint and adopt that title; and likewise to augment her Addenda, in order to promote the sale of the aforesaid 100 copies. This affair cost her upward of 100 Neapolitan ducats, which sum, added to 25 per cent, given to bankers and librarians, for their trouble in selling the work, combined with freight, and heavy taxes in Italy, together with shipping expenses, etc. charged in England by Mr. Murray, will render Mrs Starke a very considerable loser by her endeavour to promote his interest and sell his books in Italy ". (Exmouth, 9 april 1832)

De financiële kwestie werd uiteindelijk, samen met een copyrightkwestie, door bemiddeling van een vriend van Starke, Sir Ralph Rice, in 1835, opgelost.

In haar voorwoord ("Advertisement Addressed to Travellers") bij de 8e druk van haar werk in 1833, schreef Starke dat het nodig was naar Italië te reizen

om zich persoonlijk op de hoogte te stellen van de veranderingen ter plaatse. In een brief van 1835 schreef Starke over de nieuwe editie (de 9e, 1836):

"The new edition of my "Travels", which is ready for the press, comprehends every thing relative to Southern and Northern Europe which seems to me to prove useful: and my account of Sicily, which is perfectly new, as I have recently visited that Island for the first time, is waited for with so much impatience, that I could have sold it in Italy for a considerable sum."

(Exmouth, 21 sept.1835)

Naast de uitgaves van John Murray, verschenen er verschillende andere uitgaves van haar werk, al dan niet in vertaling.

In enkele van haar brieven aan Murray schreef Mariana Starke hierover het volgende:

"I found Galignani's & Massi's editions of my "Directions & Information for Travellers" in every great bookseller's shop thro'out France, Switzerland, northern & southern Italy; I likewise found another book consisting of my Guide & Reichard's united, in French; & the booksellers tell me they are going to print an edition of my "Directions for Travellers" in Italian: this, however, I will try to prevent." (Palazzo Albani, Via delle Quattro Fontane, Rome, 17 nov. 1827)

"(...) as to having only one edition of a book which accompanies every traveller on the Continent, (and which will now be as useful to scientific persons as to those who travel either to promote health or to save money) I am afraid that, however desirable it might be to Mr. Murray, and indeed to me, the love of gain will induce other Continental booksellers, beside Galignani, to print editions of their own." (Exmouth, 20 febr. 1832, addressed to John Murray Jr.)

John Murray Jr, die in een brief aan Starke de zorgen van zijn vader overbracht met betrekking tot de uniformiteit (met betrekking tot de nieuwe kaart van Italië)

en het moment van publicatie van Starke's werk door Galinani , benadrukte hoe belangrijk voor de circulatiesnelheid, en daarmee de frequentie van

veelvuldige herdukken was voor de kwaliteit van het reisboek:

"You must yourself be aware that it is very much in the interest of the Work that there should be only one edition in order that the copies may be sooner disposed of, and that the alterations which are so constantly required in a Guide-book, may be made as often as the work is reprinted. By distributing the edition between the two capitals [i.e. by Murray in London and Galinani in Paris] you dispose of it in half the time, and have the means of making the Work perfect almost from year to year, and even more valuable to travellers than it already is." (Albemarle Street, 17 febr. 1832)

Mariana Starke (en John Murray) legden veel nadruk op de prijs/kwaliteit, volledigheid en betrouwbaarheid van de gids. Het regelmatig verschijnen van

verbeterde en geactualiseerde edities werd belangrijk gevonden, maar bleef in de eerste helft van de 19e eeuw praktisch onhaalbaar

en onrendabel. De redenen hiervoor waren de aanvankelijk nog beperkte oplage van de gidsen (Murray's oplage was doorgaans zo'n 1500), het ontbreken

van een vast en efficiënt distributienetwerk (trage bezorging, communicatie en internationale geldtransacties), de lage winstmarges (Murray leed soms

verlies), het ontbreken van een strikte internationale regelgeving tegen plagiaat, en de financiële noodzaak om de oplage van de bestaande editie

te verkopen voordat een nieuwe (herziene) editie rendabel was. Hoe meer Starke en Murray erin slaagden om hierin verbetering te brengen (door soms

verliezen te accepteren, en snel in te spelen op nieuwe technologische mogelijkheden/innovaties, en zowel de concurrentie van andere uitgevers en de

prijs/kwaliteitsverhouding van de gids goed in de gaten te houden), hoe betrouwbaarder en populairder de reisgidsen werden.

Invoering van een systeem met uitroeptekens (variërend van één ! tot vier !!!!) voor speciale bezienswaardigheden (de voorloper van het latere sterrensysteem

in Baedeker). Starke gebruikte de uitroeptekens voor het eerst in de 5e druk (vanaf 1824).

(N.B. Volgens Lynne Withey's History of Leisure Travel, Ch.3, noot 26, was de eerste die deze manier van beoordeling gebruikte Thomas Martyn in

A Gentleman's Guide to Italy (1787); ze noemt de Guide to France van Thomas Martyn, maar dit lijkt een fout.)

Bij het verschijnen van deze druk onder de nieuwe titel Information and Directions for Travellers on the Continent schrijft ze in een voetnoot bij haar Introduction:

"In the following pages the reader will find that several of these works of Art are distinguished, according to their reputed merit, by one or more exclamation

points" ("Introduction", september 1823).

Technische perfectie m.b.t .drukkwaliteit van kaarten:

In een brief van 19 juni 1822 noemt Starke "the advantage of a good post-map would be to my work"  (in haar eerste brief aan Murray van 1814 schrijft Starke

al dat ze een kaart met de postwegen van europa aan haar werk heeft toegevoegd: "I have likewise added an excellent post-map of Europe" (13 maart 1814)

In 1822 heeft Starke een nieuwe post-map uit Parijs meegenomen en biedt aan de drukkosten van 20 guineas uit eigen zak te betalen;

op 3 juli 1822 schrijft ze: "I am told there is in London, a Mr. Perkins who engraves well, and for a very moderate price, upon steel;

if so, perhaps he might undertake to do our map".

In een brief van 6 februari 1825 (vanuit Rome) stelt Starke voor een aantal nieuwe plattegronden van de Romeinse Forums te laten drukken door

"Hullmandel, the lithographic engraver". Charles Hullmandel (1789-1850) was auteur van het gereromeerde handboek The Art of Drawing on Stone (1824).

In dezelfde brief meldt ze dat ze van een een gerenomeerde wetenschapper (Mr. Rose) een hoeveelheid aantekeningen over een tour door Pruisen,

Dresden en München heeft ontvangen: "these notes would enable me to render my Directions for Travellers in Germany more accurate and useful than any

German Guide extant". Vanaf 1829 zou John Murray Jr. haar ook regelmatig van aantekeningen voorzien over zijn reizen door Duitsland.

Murray's Londense drukker William Clowes (die ook voor Samuel Leigh werkte) gebruikte een klein maar duidelijk lettertype dat de handzaamheid en

leesbaarheid van het boek vergrootte. In een brief over een aantal Duitse routes (van Insbruck naar Dresden, via München, Ratisbon, Leipzig, Wittenberg

en Berlijn) die ze aan haar boek had toegevoegd en die volgens haar in geen enkele andere Europse gids te vinden waren ("altho' most of our young men

who make what is called the grand tour, wish to visit the above-named cities on their return to England"), was ze zeer lovend over het prachtige drukwerk

van Clowes: "I would have had them printed at Exeter, without troubling you, could I have matched your beautiful little types: this, however

was impossible; and therefore I herewith send the German Routes, all of which Mr. Clowes will easily get into less than three pages; thus rendering my Guide,

so far as Routes go, complete". (4 maart 1824) De latere drukken van haar werk worden door (soms gedeeltelijk) bij de drukkerij van Spottiswoode uitgevoerd.

perfectie en voortdurende actualisering van de praktische informatie door eigen waarneming van de auteur ter plaatse:
In haar brief van 19 juni 1822 stelde Starke verbeteringen voor die ze nodig achtte voor "de "accuracy and utility" van haar "Guide for Travellers"

in verband met "recent changes in galleries, roads, etc." En in een brief van 17 februari 1832 noemt  John Murray Jr. de wenselijkheid

van regelmatige herdrukken ("almost from year to year"). Wat betreft het ter plaatse verifiëren van de informatie stelde ze:

"My general rule is never to print an account of anything I have not seen two or three times over; and tho' I occasionally deviate from this rule,

it is only when I can put implicit confidence in the information communicated to me by other travellers: which is not very often the case;

for persons who pass hastily thro' a country have no leisure to make accurate minutes." (Exmounth, sept. 1827)

correcte en tijdige levering aan boekverkopers (problemen a.g.v. vertraagde zendingen over land en zee)

In september, wanneer veel welgestelde (veelal met hun gezondheid kwakkelende) Britten zich opmaakten om de winter in Italië door te brengen,

moest het boek, bij de boekverkoper liggen zodra er een nieuwe druk was verschenen. In een brief van 22 juli 1822 maande ze Murray daarom tot spoed bij

het drukken van de nieuwe editie:

"Allow me to trespass still further on your time by observing, that it seems of great consequence to get the new sheets printed as quickly as possible; in order to have our new Edition ready for sale, before the cold winds of autumn drive travellers to the Continent."

Starke controleerde eigenhandig de drukproeven, maar er was zo nu en dan vertraging door nog weinig stipte postbezorging tussen haar Engelse woonplaats

Exmouth en Londen: "the Exmouth vessels go every ten days from the Wharfs on the Surrey side of London Bridge" (brief van 19 juni 1822).

Behalve via "water-carriage" werden de postpakketten met boeken en kopij soms ook met "Russell's post waggon" in Exmouth bezorgd (brief van 4 maart 1824).

In een andere (ongedateerde) brief adviseerde ze de pakketten ongefrankeerd aan haar te versturen: "as unpaid parcels travel safer than those which are

paid for beforehand"

volledige Index

Starke uitte enkele malen haar ongenoegen over de Index van haar boek: "it is neither sufficiently copious, nor well arranged" (1 sept. 1831).

Uiteindelijk nam ze de redactie van de Index persoonlijk ter hand en deed de verbeterde versie aan Murray toekomen:
"I enclose the Index, with which I have taken great pains, and I hope it may now answer its purpose." (13 febr. 1832)

 

Joseph Forsyth (1763-1815, cultuur / kalssieke oudheid, link)

Remarks on Antiquities, Arts and Letters during an Excursion in Italy in the Years 1802 and 1803, uitgegeven te Londen in 1813

Een 2e druk werd posthuum uitgegeven in 1816, voorzien van een biografisch voorwoord van zijn broer.

Er volgden meerdere edities, waaronder een in Genève gedrukte uitgave in 1820.

Forsyth schreef zijn boek in Franse gevangenschap. Tijdens de Vrede van Amiens (1802-1803) had hij door Italië gereisd en toen de oorlog tussen

Engeland en Frankrijk weer uitbrak, bevond hij zich in Turijn, alwaar hij door de Fransen werd opgepakt.

De reden om het boek te schrijven was dat hij zo hoopte bij de kring rond Napoleon, die zich als beschermheer van kunst en literatuur wenste te profileren,

in de belangstelling te komen, en zo zijn vrijheid te herwinnen. Hij werd uiteindelijk bevrijd door de Engelse troepen die in 1814 Parijs binnentrokken,

en overleed in het volgende jaar. Hij schreef verder geen boeken:

"He wrote nothing else, and his brother informs us that he never to his dying day ceased to regret the publication; but the work, notwithstanding its limits,

has proved of permanent value, and both for style and matter it is still one of the best books on Italy in our language." (zie wikipedia)

Het boek werd in de 19e eeuw graag gelezen en behoorde, samen met de werken van Mariana Starke en Lady Morgan (a.k.a. Sidney Owenson) tot de

populairste boeken over Italië, de uiteindelijke eindbestemming van de (Britse) Grand Tour. (Zie o.a. de website Guidebooks and Vademecums, link)

 

Eustace, John Chetwode (1762-1815, cultuur / klassieke oudheid, link)

A Classical Tour through Italy in 1802

published in 1813 by John Mawman, London, 1st ed. 1813 (in 2 delen), 2nd in 1814 (revised and enlarged, met een gtrote kaart van Italië),
3rd in 1816 (in 4 delen), 4th ed. in 1817, 4th ed. "carefully revised" in 1818, 6th in 1821

De 4e editie werd in 1818 ook uitgegeven ("remodeled and augmented") door Glaucus Masi, in Lavorno (Verrazzana Street, opposite the Post Office, Leghorn)

De 6e editie werd heruitgegeven in 1837 door Galignani in Parijs, evenals door Baudrey's European Library, in Parijs.

In 1841 werd een 8e editie uitgegeven ("carefully revised"), in 3 delen, door Thomas Tegg, Londen

Het werk van Eustace, een Rooms katholiek priester van beroep, was populair bij Britse toeristen.

Eustace bezocht Italië voor de tweede keer in 1815 om nieuwe materiaal te zoeken. Hij stierf in Napels aan malaria.

Charles Dickens, die Italië bezocht van juli 1844 tot juni 1845, en vervolgens zijn Pictures from Italy publiceerde, verwees naar Eustace in Little Dorrit (1855-1857).

Een halve eeuw na de eerste verschijning had de Classical Tour van John Eustace voor Dickens en zijn lezers blijkbaar nog dezelfde betekenis als de reisgidsen

van John Murray later zouden hebben voor o.a. Henry James (met de romanfiguren Daisy Miller, Isabelle Archer, etc.).

De romanfiguur Mrs. General, die als gouvernante meereisde met de familie Dorrit door Zwitserland en Italië, noemde de nuchtere en

chauvinistische kijk op Italië van Eustace als voorbeeld voor Amy Dorrit ("Little Dorrit") die zich naar haar mening teveel verwonderde over een stad als Venetië :

"I have conversed with Amy several times since we have been residing here (...). She has expressed herself to me as wondering exceedingly at Venice.

I have mentioned to her that it is better not to wonder. I have pointed out to her that the celebrated Mr. Eustace, the classical tourist, did not think much of it;

and that he compared the Rialto, greatly to its disadvantage, with Westminster and Blackfriars Bridges." (Little Dorrit, Book 2, Chapter 5)

Nadat de Dorrits voor hun winterblijf in Rome zijn aangekomen, bewandelden de Dorrits de gebaande paden. Ze deden precies wat alle andere toeristen ook deden,

volgens de routes die reisboekschrijvers als de conventionele Eustace voor hen hadden uitgestippeld:
"Everybody was walking about St. Peter's and the Vatican on somebody else's cork legs, and straining every visible object through somebody else's sieve.

Nobody said what anything was, but everybody said what the Mrs Generals, Mr Eustace or somebody else said it was.

The whole body of travellers seemed to be a collection of voluntary human sacrifices, bound hand and foot, and delvered over to Mr Eustace and his attendants,

to have the entrails of their intellects arranged according to the taste of that sacred priesthood.Through the rugged remains of temples and tombs and palaces

and senate halls and theatres and amphitheatres of ancient days, hosts of tongue-tied and blindfolded moderns were carefully feeling their way (...).

Nobody had an opinion. There was a formation of surface going on around her on an amazing scale, and it had not a flaw of courage or honest free speech in it."

(Little Dorrit, Book 2, Chapter 7)

Little (Amy) Dorrit bezocht (net als Daisy Miller en Isabelle Archer) soms de oude ruïnes van Rome (the ruins of the vast old Amphitheatre, of the old Temple (..), of the old

trodden highways, of the old tombs"), om er haar fantasie de vrije loop te kunnen laten gaan, de herinnering aan de mensen uit haar verleden in Londen. Voor haar waren

de ruïnes een herinnering aan de voorbije tijd in de gevangenis van de Marshalsea met haar vader, die zijn door rijkdom verworven plaats in Society verdedigde door, met

behulp van Mrs. General, deze herinneringen juist te onderdrukken. Het waren "reminiscences which jarred with the Merdle dinner table" (Book 2, chapter 17).

Voor haar hadden de ruïnes van Rome, waar vroeger mensen in hebben geleefd, meer betekenis dan de levenloze objecten die Mr Eustace (en Mrs General) beschreef.

"Up, then, would come Mrs. General; taking all the colour out of everything, as Nature and Art had taken it out of herself; writing Prunes and Prisms, in Mr. Eustace's text,

wherever she could lay a hand; looking everywhere for Mr. Eustace and company, and seeing nothing else; scratching up the driest

little bones of antiquity, and bolting them whole without any human visitings - like a Ghoul in gloves." (Little Dorrit, Book 2, chapter 15)

[ Amy Dorrit heeft in dit opzicht iets weg van de romanfiguur Isabelle Archer in Portrait of a Lady van Henry James; en in de figuur Mrs. Merdle van Madame Merle. ]

N.B. In 1819 werd door John Mawman een aanvulling op het werk van Eustace uitgegeven, te weten:

A classical Tour through Italy and Sicily; tending to illustrate some districts, which have not been described by mr. Eustace,

in his classical tour. By sir Richard Colt Hoare (1858-1838, link) , Bart. - printed for J. Mawman

 

Simond, Louis (1767 - 1831)

Journal of a Tour and Residence in Great Britain during the Years 1810 and 1811, by a Native of France, 1815 (author: f "A French Traveler)

        the 2nd edition appeared under his own name. It was a book critical of England and comparing it unfavourably with France, the country

        from which he had been an exile to the United States since before the Revolution;

        it is supposed that, by writing the book, he may have been testing the waters and currying favour at the French court after Napoleon,

        with a view of returning there; the book was also translated into French and published there.

       In de V.S. was hij een handelaar, vnl. goederen uit de West Indies bij de firma L. Simond & Co (aan Queen St., en later 65 Greenwich St.)

An American in Regency England, ... (mainly focusing on the natural world)

Switzerland or A Journal of A Tour and Resuidence in that Country in the Years 1817, 1818, and 1819, published in 1822 by John Murray

              also published in the same year by Richard Phillips (!) under the title Travels in Switzerland in 1817, 1818, and 1819 (see above);

              and in Boston by Wells and Lilly.

A Tour in Italy and Sicily, published by Rees, Orme, Brown, and Green in 1828

          This book had also been read by Charles Dickens when preparing for his one-year stay in Italy (mainly Genua) in 1844-1845

          In Pictures from Italy (1846), Dickens refers to Simond when he describes his visit to one of the churches there, "the church of the Annunciata": "from the outer door

          to the utmost height of the high cupola [it] is so elaborately painted and set in gold, that it looks(as Simond describes it, in his charming book on Italy) like a great

         enamelled snuffbox."

 

Lady Morgan (née Sidney Owenson, 1781-1859, feminisme, link)

She started her literary career as "Miss Owenson" at the publishing house of Richard Phillips (her novel The Novice was published in 1805).

Zie ook onder Richard Phillips.

France, 1817, 42 edities tot 1821, in vier talen, zie www.worldcat.org,
      In het Nederlands verscheen Frankrijk en de Franschen, Herinneringen uit Mijn Verblijf te Parijs in 1816, uitgegeven te Leeuwarden door Steenbergen Van Goor, 1821

      Het boek zette de schrijver William Playfair (1759-1823) aan tot de publicatie France as it Is, Not Lady Morgan's France (deel 1 verscheen in 1819, en deel 2 in 1820).

Italy, 1821 (22 edities tot op heden, in drie talen, zie www.worldcat.org)

Lady Morgan wordt samen met Mariana Starke en Joseph Forsyth gezien als de meest gezaghebbende en populairste Britse schrijvers over Italië in het eerste deel

van de 19e eeuw, toen de Grand Tour weer een periode van bloei doormaakte.

Ze schreef ook fictie, en enkele van haar boeken werden door Richard Phillips uitgegeven. O.a The Novice of Saint Dominick, in 1805, en The Wild Irish Girl, in 1806.

Voor The Wild Irish Girl betaalde Phillips 300 pond *(aanvankelijk bood hij 200 pond voor de 1ste editie en 50 pond elk voor de 2e en 3e editie,

maar een concurrerende uitgever "dwong" hem de prijs te verhogen. Zie Lady Morgan's Memoirs (2 delen, 1862) voor meer info hierover.

(N.B. Dezelfde Richard Phillips was ook de uitgever van de eerste druk van Mariana Starke's Letters from Italy.)

 

Mary Shelley (née Wollstonecraft, 1797 - 1851, literair, feminisme)

History of a Six Weeks' Tour Through a Part of France, Switzerland, Germany and Holland, 1817

De reis werd in 1814 gemaakt, in de periode van Napoleon's verbanning naar Elba.

Mary Shelley werd vergezeld van haar man Percy Bysshe Shelley en een vriendin.

Ze verwijst tijdens haar reis door Frankrijk naar de oorlogsverwoestingen door de Kozakken aangericht.

Op 28 juli vetrekken ze vanuit Londen, ze lijdt veel onder de hitte en neemt een zeebad in Dover,

Om geen tijd te verliezen nemen ze een gehuurde boot en steken daarmee om 4 uur 's middags het Kanaal over.

De bagage wordt met de packetboot vervoerd. De voorspelde overtocht van twee uur duurt echter aanzienlijk langer doordat het weer verslechterd.

Ze lijdt aan zeeziekte en slaapt tijdens de overtocht. In Calais huren ze een cabriolet naar Boulogne, en die bevalt slecht.

Ze reizen ook 'snachts, wat vanwege de hitte het beste alternatief is. Vanuit Boulogne trekken ze in één keer naar Parijs,

waar ze alleen voor een hele week een hotel kunnen boeken. Daarna gaan ze te voet verder, met een ezel voor de baggage (een portmanteau)

en zo nu en dan één van de reizigers. Ze slaan een waarschuwing van de hoteleigenares over rondtrekkende soldaten in de wind. Percy Bysshe verstuikt zijn voet,

zodat ze op het laatste deel door Frankrijk, vanaf Troyes, toch nog een voiturier in dienst moeten nemen. Hij belooft ze in een week naar Neufchâtel te brengen,

maar verzaakt zodra hij de bergen ziet. In Zwitserland (Lucerne) zijn ze al grotendeels door hun geld heen.

Ze hebben vanaf Parijs al 60 pond uitgegeven kunnen nog 28 pond opnemen en moeten de terugtocht aanvangen op de goedkooptse manier.

Langs de rivieren de Reuss en Rijn, 800 km. Vooral in zwtserland genieten ze van de "pitorese omgeving"en hadden er graag willen blijven.

Voor de gezondheid van haar man waren ze ook graag naar ItalIe gegaan. Onderweg schrijven en lezen ze.

Ze verwijst ook naar werk van haar moeder (reisjournaal), Lord Byron's Childe Harold (passage over de Rjn), en Mary Wortley Montague 9flying bridge bij Nijmegen).

 

Lady Callcott (Maria Graham, 1785 - 1842)

Journal of a Residence in Chili, 1823

Journal of a Voyage to Brazil, 1824

 

Samuel Leigh, M.A. Leigh, Strand, London (1785-1852), publisher, toerisme

Samuel Leigh wist als uitgever van Engelstalige reisgidsen, in het begin van de 19e eeuw, na het Napoleontische tijdperk (1795-1815), met succes in te spelen op de weer toenemende vraag naar Engelstalige reisgidsen voor toeristen naar het Europese Continent.

Hij vertaalde daartoe zowel bestaande Duitstalige titels, met name van Heinrich August Ottokar Reichard (itineraries voor diverse Europese landen), van Aloys Schreiber (Traveller's Guide down the Rhine), Ebel's Travellers Guide through Switzerland van Joh. Gottfried Ebel, of het Franstalige État des Postes dat door Leigh werd uitgegeven als The Post Roads of Europe. Daarnaast nam ook de vraag naar reisgidsen voor het binnenlandse toerisme steeds meer toe, wat blijkt uit de snelle, jaarlijkse opeenvolging van nieuwe drukken van bijvoorbeeld Leigh's New Pocket Road-Book of England and Wales.

Het feit dat John Murray III, naast het standaardwerk over Italië van Mariana Starke, ook de boeken van o.a Joh. Ebel (over Zwitserland) en Edmund Boyce (over België en Nederland) op zak had tijdens zijn Europese omzwervingen ter voorbereiding op zijn eigen Handbook for Travellers geeft aan dat de door Leigh uitgegeven gidsen in het begin van de 19e eeuw niet alleen in een behoefte voorzagen, maar wellicht ook het beste was dat er op de (Engelstalige) markt te krijgen was. De belangrijkste reisgidsen van Samuel Leigh waren:

Leigh's (New) Picture of London, (1816?), 1818 (2e), 1819, 1820 (4e), 1822, 1823, 1824, 1827, 1830, 1834, 1839, 1841

                          De 1822-editie bevat ook 24 lithos van T. Busby met afbeeldingen van Londens klederdracht van straatventers en arme Londenaren.

Leigh's New Picture of England and Wales, 1820

Leigh's New Pocket Road-Book of England and Wales, 1825 (1e), 1826 (2e), 1831 (3e), 1833 (4e), 1837 (5e), 1838 (6e) 1839 (7e), 1840 (8e)

                         In het Voorwoord van de 4e editie drukt Leigh zijn erkentelijkheid uit aan het adres van Reichard:

"In arranging the Roads, [the Editor] has followed the plan pursued by M. Reichard in his celebrated Itineraries of the Continent, by which method the inconvenience of frequent reference is in a great measure avoided, and the route rendered perfectly intelligible on first inspection." (Leigh's New Pocket Road-Book of England and Wales, 1833, 4e editie, pagina A2)

                       Qua opzet doet Leigh's New Pocket Road-Book nog sterk denken aan de manier waarop ook Thomas Nugent zijn Grand Tour-gidsen indeelde.

                        Steeds werd een korte routebeschrijving (itinerary) gvolgd door een gedetailleerde beschrijving van de plaatsen die zich op deze route bevonden.

                        De 4e edite was sterk uitgebreid, vooral wat betreft Londen. Het bevatte dubbel zoveel info als de vorige editie.

                        en de bedoeling van de gids was "to blend historical and local accuracy with instructive anecdote, and elegance of composition".

                        Het zakboek bevatte ook uitvouwbare kaart van Engeland (een handgekleurde kopergravure van ca. 29 x 35 cm)

                        en een appendix "a list of all principal collections of pictures".

Leigh's New Pocket Road-Book of Scotland

Leigh's New Pocket Road-Book of Wales

Leigh's New Pocket Road-Book of Ireland, 1835 (3e)

Reichard's Descriptive Road Book of France, edition in British Library: 1829

Reichard's Itinerary of Germany, or Traveller's Guide through that Country, to which is added an Itinerary of Hungary and Turkey

                                  (circa 1820 vertaald, uitgegeven door Samuel Leigh)

                                  Deze reisgids zou zo'n tien jaar later worden opgevolgd door Domeier's Descriptive Road Book of Germany (zie hierna)  

                                  Uit de Advertisement:

                                  "The inhabitants of the British Isles having exhibited a laudable curiosity to visit the various countries of Europe, it has been found necessary

                                  to publish in a convenient form, the most esteemed topographical works which have recently appeared on the Continent, and more particularly

                                  those of the celebrated Reichard (...).

                                  Recent circumstances have given an unusual degree of celebrity to the ancient city of Vienna; and to gratify the curiosity of visitors, this volume

                                  has been enlarged by the introduction of a very accurate description of the city and its environs from the able pen of M. Pezzl [= Monsieur Pezzl].

                                  In this respect the translation is infinitely superior to the original, which includes a very superficial account of that city. (...)

                                  This work has been preceded by the publication of Reichard's Itineraries of France, Belgium and Italy, which have met with great encouragement

                                  from a liberal public.

                                  The distances have been calculated in German miles, which are nearly equal to three English miles.

                                  The Itinerary of Hungary and Turkey have been added to the work, as it was not found sufficiently extensive to form a seperate volume."

Reichard's Itinerary of France and Belgium (idem), editions in British Library: 1816, 1818, translated from French, part of "Guides des Voyageurs en Europe"

                                 In de "Advertisement" van de eerste editie wijst de uitgever op de uitstekende reputatie van Reichard's reisgidsen:

"The established reputation of M. Reichard stamps a value on all his productions. As an instructive Guide to Travellers on the Continent, he has long stood pre-eminent, and the substance of his laborious work is now, for the first time, presented to the British Public, in a neat and portable form. The translator flatters himself that the present volume, uniting all the advantages of a Gazetteer, Book of Roads and a History of France and Belgium, &c. will be found an interesting and useful companion to the British Tourist. It may be procured separately, or bound with Planta's New Picture of Paris, or Boyce's Belgian Traveller, as may suit the convenience of the purchaser."

Reichard's Itinerary of Denmark, Sweden, Norway and Russia (idem):

"This useful Work forms part of the series of Itineraries for the use of Travellers on the Continent, which have been written by the celebrated Reichard, and the estimation in which his works are deservedly held by Travellers, has been fully evinced by the sale of numerous editions, both of the Original and the Translations" (1820 editie, Advertisement, p. iii)

Reichard's Itinerary of Italy (idem)

Reichard's Itinerary of Spain and Portugal (idem)

Ebel's Traveller's Guide through Switzerland (+ "elegant atlas", mode of travelling, money, itinerary, manners, customs, etc., by Johann Gottfried Ebel,1764-1830)

                                  translated from German, editions in British Library:  1818, 1820 (M.J.G. Ebel = Mr. Johann Gottfried Ebel)

De oorspronkelijke titel van Ebel was Anleitung auf die nützlichste und genussvollste Art die Schweiz zu bereisen (1793)

De gids was 'geïnspireerd' door een eerdere publicatie over Zwitserland, waarschijnlijk van Henri Heidegger (& Robert Glutz-Blotzheim) uit 1789.

Het verscheen ook in Franse vertaling (in 1810 of eerder): Manuel du Voyageur en Suisse.

De Engelse bewerking van Daniel Wall is een verkorte, 'portable' versie van het Duitse origineel, en beter geschikt als reisgids. De reisroutes werden beschreven vanaf Londen, via Harwich/Hellevoetsluis, Margate/Oostende, Dover/Oostende, Dover/Calais ("the passage is seldom more than twelve hours, and sometimes less than three"; only a small stock of provisions is therefore necessary", p. XIX), of Brighton/Dieppe. In de Preface vermeldde Daniel Wall dat hij zich baseerde op de "inquiries and researches" die hij had gedaan tijdens zijn eigen "tour through Switzerland", maar dat hij daarbij de boeken van Horace Bénédict Saussure (1740-1799, Voyages dans les Alpes) en vooral Ebel had geraadpleegd: "Not satisfied with stating the result of my own inquiries and researches, during my tour through Switzerland, I have availed myself of the observations of Saussure, and particularly Ebel, whose work is deemed the best hitherto published. But his volume is not only tedious but too voluminous. The tourist would feel greatly disappointed to meet with merely a Dictionary, however complete, when he stood in need of a Guide. The present work is Ebel's Switzerland in miniature. (...) [A]ll that is essential for the tourist will be found in this portable volume, which I have divided into four parts, whereas Ebel has only three. (...) Part III alone might be considered as the Traveller's Guide through Switzerland. (...) The whole of the Third Part is new, and, it is presumed, will be considered an improvement on Ebel's work." (pp. I-VII)

De Engelse versie bevat een apart onderdeel (Part III) dat in de "Preface" de feitelijke reisgids wordt genoemd, met bijzonderheden over de zes in Partl II beschreven reisroutes ("itinerary"). Part I bevat algemene informatie over vervoer, kosten, algemene geschiedenis van de Alpen, en een beschrijving van de oude en nieuwe route over de Simplon. Part IV bevat een "Topographical Dictionary"

Schreiber's Traveller's Guide down the Rhine wordt aanbevolen voor reizigers die via de Rijn naar Zwitserland willen reizen. 

 

Schreiber's Traveller's Guide down the Rhine (translated from German), by Aloys Wilhelm Schreiber, in British Library: 1819, 1823; (also: 1825)

                                  Traveller's Guide to the Rhine, in British Library: 1830, 1834, 1836

                                  Het voorwoord ("To the Public") van de 1825-editie wijst erop dat "the Continent is [sic!] now become the fashionable resort of Englishmen".

                                  Deze uitgave is ook verschenen bij Galignani in Parijs (naast Galignani's Guide through Holland and Belgium; i.p.v. Boyce's Belgian Traveller).

                                  Ook werd er een Engelstalige editie uitgegeven door de Duitse uitgever van Schreiber's werk, Joseph Engelmann te Heidelberg.                                 

                                  De vertaler ervan was P. Will, en de titel luidde: "A Complete Guide on a Voyage on the Rhine (...) "

Planta's Gazetteer of France, "to which is added a Geographical Account of the Island of Elba" (by Edward Planta) editions in British Library: 1814, 1816

Planta's (New) Picture of Paris; or, The Stranger's Guide to the French Metropolis (1820): "the most complete work on the subject that has yet appeared before

                                   the public", editions in British Library: 1814, 1817 (7th), 1818 (10th!), 1822 (13th), 1825 (14th), 1827, 1831 (16th)

Vasi's New Picture of Rome and its Environs (by Mariáno Vasi), translated from French ("Marien Vasi"), in British Library: 1819

                                   Advertisement: "This celebrated work has deservedly acquired the highest reputation amongst persons of classic taste, and now appears,

                                   for the first time, in an English dress", met gravures van Capriani en Parboni, een platttegrond van Rome, en Index.

                                   Reichard's Itinerary of Italy wordt aanbevolen als aanvulling op Vasi's boek(en).

                                   Ook Mariana Starke noemde de boeken van Vasi  èn Nibby als belangrijke reisgidsen voor Engelstalige reizigers zoals haarzelf (zie haar brief uit 1827).

                                   Het werk van Vasi werd later overgenomen door Antonio Nibby (de 3e editie in het Frans dateert van 1830 (Iténeraire de Rome, in 2 delen).

                                   Er zijn Engelstalige edities tot ver in de 19e eeuw geweest, die vanaf 1841 ook in het Engels zijn vertaald (New Guide of Rome and Naples and their Environs).

                                   Een Engelstalige editie onder de titel New Guide to Rome van 1853 is uitgegeven door Luigi Piale van de "English and American Reading Rooms" in Rome,

                                   met een kaart van Rome e.o. in een 'rear pocket' (Planta topografica delle citta di Roma e dintorni) en 25 gravures vervaardigd door Pernié inc.

                                   De onderschriften van de gravures in deze editie zijn in het Engels en Frans gesteld:
                                   Tour on 1st Day (pp. 1-40): Piazza del Popolo (p. 2), Piazza Colonna 9p. 20), The Capitol (p. 52),

                                   Tour on 2nd Day (pp. 49-140): Forum Romanum, Arch of Septimus Severus , Column of Phocas, Temple of Jupiter Stator, Arch of Titus, Colosseum, Arch of Constantine

                                   Tour on 3rd Day (pp. 141-189): St. John Lateran (Basilique ...), St. Mary Major (Basilique ...), The Trojan Column

                                   Tour on 4th Day (pp. 200-259): The Quirinal (Palais de ...), Villa of Don Marino Torlonia, Fountain of Trevi, Piazza di Spagna, The Palace of Don Marino Torlonia, Hotel d'Angleterre

                                   Tour on 5th Day (pp. 260-310): The Pantheon

                                   Tour on 6th Day (pp. 3110363): Tome de Cecilia Metella, Pyramid of Caius Castius, Temple of Vesta

                                   Tour on 8th Day (pp. 403-514): Castle St. Angelo, St. Peter's, the Vatican and Piazza

                                   Een Engelstalige editie uit 1861 (met een rode linnen kaft en kaart van Rome in een "rear pocket", net als de reisgidsen van Murray),

                                   bevatte een opdracht van de uitgever, Luigi Piale gevestigd in de "English Reading Rooms"aan de Piazza di Spagna, nr. 1, te Rome gedateerd 15 oktober 1845.

                                   De editie van 1861 lijkt overigens geen of nauwelijks nieuwe informatie te bevatten. Het bevolkingsaantal was nog steeds gebaseerd op de volkstelling (census) uit 1838.

                                   Desondanks vermeldde de titelpagina: "Carefully revised and enlarged with an account of the latest antiquarian researches".

                                   De nadruk ligt op antiquarische bezienswaardigheden, en de reisgids is onderverdeeld in 8 rondleidingen van 1 dag.

                                   Op de titelpagina staat vermeld dat het boek 25 gravures bevat, maar in werkelijkheid zijn het er 12, te weten:

                                   (1) place du peuple bij p. 2, Arc de Titus bij p. 52, Porte Majeure bij p. 158, Forum de Nerva (p. 186), Portique dÓctavie (p. 306),

                                   Arc de Janus Quadrifrons, (p. 312), Arc de Drusus (p. 332), Tombeau de Cécelie Metella (p. 342), Pyramide de Cajus Cestius (p. 350), Fontaine Paoline (p. 378)

                                   Gezien de ondertitels bij de gravures lijkt deze editie uit het Frans vertaald. Het bevat xxx + 532 pagina's , inclusief een index.

                                   Met titelpagina, dedication, Preface, Chronology of Roman Emperors, Chronology of the Popes,

                                   Chronological Catalogue of the most Celebrated Artists named in this work,

                                   Statement of Weights, Measures and Monies used in Rome (met verwijzing naar verordeningen uit 1835 en 1836), Indication of the Ecclesiastical Ceremonies.

                                   In de "Observations (1 pagina) wordt enige praktische info gegeven: bankers, "agents for forwarding works of art", language masters, wine merchants,

                                  "the mails", opening times of galleries.

Vasi's New Picture of Naples and its Environs

                                   Advertisement: "The plan of this work is similar to that of Vasi's Rome, being divided into six routes, each of which will occupy one day".

Romberg's New Picture of Brussels and its Environs (van J.B. Romberg, met 8 gravures, with account of Battle of Waterloo), in British Library: 1816, 1824

                                   Brussel wordt beschreven als hoofdstad van Nederland vlak na de Napoleontische bezetting.

                                   In de advertisement wotrdt Boyce's Belgian Traveller aanbevolen als aanvulling op Romberg's boek.

Domeier's Descriptive Road Book of Germany (by Edward Augustus Domeier) , in British Library: 1830

                                   In de Preface wordt het boek als opvolger gepresenteerd van het 10 jaar eerder verschenen Reichard's Itinerary of Germany

                                   Het bevat 308 routes, met een beschrijving van "several hundred places, with the names and situations of more than 1500"

                                   "It has therefore some claim to be considered as a Gazetteer of Germany". Daarnaast geeft het ook een overzicht van Duitse universiteiten,

                                   een beschrijving van planten, de waarde van Duitse munten, een omrekentabel voor Duitse mijlen, en een uitgebreide Index.

                                   De informatie is ontleend aan een aantal bestaande boeken, waaronder de Manuel pour les Voyageurs van Engelmann & Reichard, uit 1827, 

                                   de Algemeine Post-Reise-Buch, 1819, Reichard's Itineray of Germany, Das Conversation-Lexicon uit 1822 (zie de Preface)) 

The Stranger's Guide to the Plains of Waterloo, &c., exhibiting, on a large Scale, the Positions of the Armies on the 15th, 16th, 17th, and 18th of June, 1815,

                                  in British Library: 1825

Post-Roads in France (vertaling van "Etat General des Postes" + "a large and correct post map")

                                  een overzicht van het boek dat oorspronkelijk dateert van het bewind van Lodewijk  XLIII

Post-Roads of Europe (1820)

                                  Gepubliceerd in het Frankrijk onder Napoleon Bonaparte, met een overzicht van de 158 postwegen vanuit Parijs naar alle delen van zijn

                                  Onder andere naar een aantal eindbestemmingen in Nederland (Amsterdam, 's-Hertogenbosch, Arnhem, Nijmegen, Maastricht,

                                  Middelburg, Zwolle, en Leeuwarden). Ook naar Spanje en Portugal (Madrid en Lisabon). Naar Italië (Milan, Parma, Rome, inclusief de route

                                  over de Simplon, zoals beschreven door Mariana Starke. De langste postroute gaat via Frankfurt, Berlijn, Riga en Sint-Petersburg naar Moskou.

                                  Pagina's 45-264 geven een overzicht van de namen van alle tussenstops en het aantal posten.

                                  Pagina's 7 t/m 41 bevatten algemene info over hoogwatertijden in de havens, de wetten en regels met betrekking tot de postwegen,

                                  postkoetsen, postmeeesters, postillions en het postsysteem, inclusief kosten voor paarden en koetsen, paspoorten, messageries, etc.

                                  Aan het eind bevat het boek een alfabetische lijst van de diverse bestemmingen en een Index.

The Tourist's Pocket Journal

The Gentleman's Washing-Book

The Family Washing-Book

New Atlas of England and Wales (in duodecimo zakformaat, 1820, met vele her-uitgaves tussen 1825 en 1840, en in 1842 heruitgegeven als New Pocket Atlas of England and Wales

                                  Deze atlas was in de eerste plaats bedoeld als zakatlas, voor gebruik onderweg.

Leigh's New Pocket Road Map of England, Wales and Scotland

Boyce's Belgian and Dutch Traveller, 1815 (1e druk), 1816 (2e), 1819 (3e), 1823 (4e), 1827 (5e), 1835 (6e, laatste Engelstalige druk)

                                 De 5e druk was ingrijpend herzien, met nieuwe kaarten van Amsterdam, Den Haag en Brussel.

                                 De 6e druk was flink uitgebreid en herzien a.g.v. de Belgische onafhankelijkheid in 1831.

                                 Een Franse vertaling dateert van 1841: ‘Manuel du voyageur en Belgique. Guide du Voyageur en Belgique et en Hollande’.

                                 In de "Preface to the First Edition" van 1815 schrijft Boyce het volgende:

"The author has first given a concise history of the Netherlands, their constitution, religion, commerce, productions, character, and manners, that the tourist may be enabled to form some general and correct idea of the people and country which he intends to visit. He then conducts his reader by the most practicable and pleasant routes, through the various provinces of the kingdom, noticing every object of curiosity, and even the most inconsiderable towns. (...)

The author had two classes of readers to please. In his history of the country, and the manners and the customs of the inhabitants, and his description of the principal towns, he hopes that he may interest the general reader; and for the minuteness of his Itinerary, however dull it may appear to others, he expects the cordial thanks of the actual traveller.

The account of the various modes of travelling, the necessary cautions on the road, the principal inns at each town, the time at which the different stages and vessels start, the productions, manufactures, and commerce of every place, and the complete table of coins, are important features of the work." (pp. vi, vii)

                                 Boyce merkt in z'n Preface daarnaast op dat de historische strijd van Nederland tegen de Spaanse overheersers en de belangrijke

                                 rol die dit kleine land op het wereldtoneel heeft gespeeld "will give to Holland a sacred and venerable character in the estimation of

                                 the literary and patriotic traveller". Hij wijst verder op de indrukwekkende prestaties van de Nederlanders in hun strijd tegen de zee,

                                 en op de landbouwproductie die hij "unparallelled in the agricultural history of the world" noemt. Speciale aandacht vraagt hij voor

                                 een bezoek aan het slagveld van Waterloo (vlakbij Brussel): "the fields of Waterloo will in every future age be reckoned a kind of

                                 classic ground by the British tourist". Boyce is lovend over België, met name de omgeving van Brussel met haar

                                 "salubrity of the air, the beauty of the scenery, the pleasantness of the society, and the cheapness of the provisions",

                                 maar hij vermeldt afkeurend dat dit alles veel Engelse gezinnen er toe heeft verleid er tijdelijk of permanent te gaan wonen:

"[The author] laments the mania for emigration which now seems to rage; and he is thoroughly convinced, that if an Englishman is dissatisfied with the constitution and the society of Britain, he will in vain seek for happiness in any other region." (p. v)

Aan de 5e druk (1827) van de door Samuel Leigh uitgegeven Belgian Traveller is een uitvoerige Catalogue toegevoegd

met de titels van een groot aantal nationale en internationale Engelstalige reisgidsen (3 pagina's), landkaarten (ca. 15 pagina's),

atlassen (2 pagina's), panorama's, vertaalgidsen, etc. die op dat moment in Londen verkrijgbaar waren

("published and sold by G.F. Cruchley, map-seller and publisher, 38 Ludgate Street, St. Paul's").

De latere reisgidsen van Murray en Baedeker konden dus ruimschoots putten uit bestaand materiaal. Zoals Murray in 1836 schrijft in z'n eerste Handbook for

Travellers on the Continent: "The subject of this volume, and the purpose for which it is written, admit of little novelty, most of the information it contains being

necessarily derived from books, modified by actual observations.")

Andere reisgidsen van Samuel Leigh:

Stranger's Guide to New York, by Edmund Blunt, 1817, 1818, 1822

Notes on Rio de Janeiro and the Southern parts of Brazil, by John Luccock, 1820

Verder een aantal landkaarten en plattegronden van Frankrijk, België, Zwitserland, het slagveld bij Waterloo, etc., en Napolean-gerelateerde ' werken als

A Circumstancial Narrative of the Campaign in Russia, etc (1815)

The Second Usurpation of Buonaparte, by Edmund Boyce (1816)

The Congress of Vienna, by M. de Pradt (1816)

Leigh's New Picture of London

Leigh's Road Book of England & Wales

Ebel's Switzerland

Reichard's Italy

Planta's Paris

Schreiber's Rhine

Post Roads of Europe


Sidney Hall (1788-1831, topografie)

A Travelling County Atlas: with all the Coach and Rail Roads accurately laid down and coloured, Chapman & Hall, diverse edities van 1842 tot 1885

               Sidney Hall had voordien als graveur (kaartenmaker) gewerkt voor o.a. Samuel Leigh's New Atlas of England and Wales (uitgegeven vanaf 1820);

               also for The (New) Guide to Paris by Edward Planta, which was also published by Leigh (10th edition 1818, 13th in 1822, 14th in 1825, 16th in 1831)

               Hij was een andere persoon dan de medeoprichter William Hall van (Edward) Chapman & Hall

 

Giovanni Antonio Galignani (& sons: John Anthony, 1796–1873  & William, 1798–1882)  (toerisme, link)

uitgever en boekverkoper van Engelstalige reisgidsen, en van de dagelijkse Engelstalige krant Galignani's Messenger (vanaf 1814)

Galignani's Traveller's Guide through Italy (1819)

Galignani's Paris Guide, vanaf 1819, een vervolg op de gids van Louis Tronchet (zie boven, 6e editie 1817), latere edities: Galinani's New Paris Guide (vanaf 1837), Galignani's Illustrated Paris Guide (e.g. 1879, 1888)

Galignani's Traveller's Guide through Switzerland (1819 2e editie: ""chiefly compiled from the much esteeemed works of Ebel and Coxe, with valuable additions from the observations of recent travellers", 1823, zie ook hierboven bij Gottfried Ebel)      

Galignani's Traveller's Guide through Holland and Belgium, samengesteld uit de werken van Boyce, Reichard en Romberg,

4e editie 1822

Hij was ook ook verkoper/uitgever van het werk van Mariana Starke in Parijs, en contactpersoon van John Murray (zie onder).

Zijn bedrijf werd voortgzet door zijn twee zoons John Anthony (1796-1873) en William (1798-1882), en het bestaat nog steeds.

Vanuit zijn kantoor in Parijs organiseerde hij vanaf 1815 ook georganiseerde excursies (zie link, controleer nog primaire bron)

J.A. Galignani

J.A. Galignani

 

MIDDEN 19E EEUW

1848: JAAR VAN REVOLUTIES EN ONRUST IN EUROPA, zie o.a. Preface in boeken van J.S. Buckingham over Frankrijk, Italië

Ook: aanleg van spoorwegen (vanaf 1830), stoomschepen (vanaf circa 1820), eerste telegraafverbindingen

1871: EINDE VAN FRANS-DUITSE OORLOG, Italiaanse eenwording (1861), Duitse eenwording (1866, 1871), einde Amerikaanse Burgeroorlog (1865), trans-continental railroad (1869), 'popular' Trans-Atlantic tourism

 

 


John Murray (toerisme)

John Murray II (1778 - 1843)

link

John Murray III (1808 - 1891)

link (1) , link (2)

John Murray IV (1851 - 1928)

link

Murray's Handbook for Travellers: link

Handbook for Travellers on the Continent (Northern Germany): 1836-1889, o.a. 1836 (1e), 1838 (2e), 1840 (3e), 1842 (?) / 1843 (4e), 1845 (5e), 1849 (6e), 1852 (9e !!),

                       1854 (10e), 1856 (11e), 1860 (13e), 1863 (14e), 1865 (15e), 1867 (16e editie, 1e druk), 1868 (16e, 2e druk: this second issue has two extra pages),

                       1871 (17e editie), 1873/74 (18e, 2 delen, opgesplitst), 1875/1876 (19e), 1877, (20e), 1889 (21e)

In 1836 werden er 2500 exemplaren van het hand-book gedrukt, waarvan er 2408 verkocht werden. Het jaar daarna werden 3000 exemplaren bijgedrukt, en de winst bedroeg £ 172.

Volgens de boekhouding van John Murray (de ledgers in de John Murray Archives) waren de uitgaves van 1850 (3000 exemplaren) en 1851 (1500 exemplaren) in feite geen nieuwe edities, maar toch werd de editie van 1852 (feitelijk de 7e uitgave) op de titelpagina als de 9e edite beschouwd. De herdrukken van 1850 (3000 exemplaren) en 1851 (1500 exemplaren) werden in de Murray's ledgers als resp. de 7e en 8e editie aangeduid.

Er werden voor de jaren 1847 en 1848 (het revolutionaire crisisjaar) geen verkoopcijfers gemeld. In de drie jaren erna (1849, 1850, 1851) werden er in totaal 5949 exemplaren verkocht.

Vanaf 1867 stond Stanford voor het eerst in de boeken als kostenpost voor de productie van landkaarten (voor de stadskaarten stond een debetpost vermeld voor Walker). Voor eerdere edities werden ook kaarten gedrukt door K. Johnston, de beroemde atlasmaker. In 1870 werd Cooper Clay Co. genoemd voor de productie van een "plan of Waterloo". In dat jaar stortten de verkoopcijfers in tot 737 exemplaren.

Holland and Belgium: 1876 ("19e editie"), 1881(20e), 1888 ("21e editie", ingebonden met nieuw jaartal van uitgave op de titelpagina in 1888, 1889, 1892, 1898)

Volgens de boekhouding van John Murray (de ledgers in de John Murray Archives) werd in de periode na de Frans-Duitse Oorlog (1871-1872) het Handbook for Travellers to Northern Germany in 1873/1874/1875  opgesplitst en verkocht in 2 delen. De 17e editie was inmiddels ruim 600 pagina's dik geworden. Part I kreeg de titel "Holland & Belgium & the Rhine" en Part II heette vanaf 1874 "North Germany: the Baltic, Black Forest & the Rhine". Deze titels werden als de 18 editie beschouwd. Op de titelpagina wordt naast Galignani in Parijs, ook Boyveau genoemd als uitgevers, alsmede Brockhaus in Leipzig en Wiley in New York.

In de Preface van deze editie geeft Murray de volgende toelichting:

"This Handbook has been carefully revised, several new Plans and Travelling Maps have been instered, and with a view of rendering the Work more useful and popular, it has been divided into two parts, each of which is provided with its own Index, and may be had separately. The Book is also rendered more portable by reducing its bulk nearly one-half, without omitting a sentence of the information, by printing it on a thinner paper, made expressly for the purpose." (p. vi)

De eerste editie (19e editie) waarbij de woorden "North Germany", evenals "the Rhine" werd weggelaten verscheen in 1876: Handbook: Holland & Belgium" . In 1876 werden van de 19e editie 1500 exemplaren gedrukt (bij Clowes in Londen) en 471 verkocht. In 1877 werden er 834 verkocht, en voor de jaren 1878/79/80 zijn er geen verkoopcijfers. Pas in 1881 werden er weer 1500 exemplaren gedrukt (de 20e editie) en 710 verkocht. In 1882 vermeldde Murray t/m 1887 geen of lage verkoopcijfers (in 1883 werden 612 exemplaren verkocht en in 1886 waren dat er 319). Ondanks het jaarlijkse verlies ("balance deficiency") verscheen in 1888 de 21e editie, waarvan 1500 exemplaren werden gedrukt, en in het eerste jaar 249 verkocht. De verkooppcijfers (aan de wederverkopers) in de jaren erna lagen op respectievelijk 401 (in 1889), 296 (in 1892), en 258 (in 1895). Daarna worden in de boeken geen verkoopcijfers meer vermeld, hoewel er in opdracht van Murray in 1898 nog wel 250 exemplaren werden ingebonden.

Southern Germany: 1837-1890 (1837, 1840 en 1843 edities, geschreven door John Muray III), 15 edities

                      including Austria, Bohemia, etc.

Switzerland: 1838-1904 (3 of 6 edities tussen 1838 en 1846), 19 edities

1838 editie

1840, als 1838 met addendum

Northern Europe (Denmark, Norway, Sweden and Russia): 1839, 1849

                      apart voor Denemarken (1875, 1883, 1893), Noorwegen (1874-1897), Zweden (1875, 1877, 1883: 6 edities)

Northern Italy: 1842-1891 (zie illustratie van onderstaande titelpagina hieronder), 16 edities

                      De 16 e editie verscheen in 1891, en werd in ieder geval nog herdrukt in 1899 en 1901.

                      1ste editie geschreven door Sir Francis Palgrave; zie de correpondentie met Galignani; oplage van deze edities was 4500 exemplaren

                      In de Preface verwijst de auteur naar de tekortkomingen van bestaande gidsen:

"The present publication is intended to supply the want of a Complete Book for the North of Italy, that is to say - the Sardinian States, which comprehend Piedmonte, the ancient republic of Genoe, Nice, and various dismemberments of ancient Lomabardy. - The Austrain States, or Lombardy and Venice, - Parma and Piacenza, - Modena, - Massa-Carrara, - Lucca, - and Tuscany, as far as the Val d'Arno. Since the death of Mrs. Starke, her popular work has, owing to the rapid change of circumstances, become in a measure antiquated for the districts before mentioned. It is rather a description of the Capitals than an Itinerary. The work entitled Voyages en Italie by M. Valery, though posssessing very considerable merit, does not constitute a regular or complete Guide Book: and the Intinerario d'Italia of Vallardi, though rendered more accessible to the English traveller by a French translation, only affords a small portion of the information he requires."  (August 1842)

Uit de correspondentie van Murray met Galignani over de publicatie van Murray's Hand-Book for Northern Italy (zie onder) blijkt dat Murray pas na de dood van Mariana Starke in 1838 was begonnen met de voorbereiding hiervoor.

De rode kleurstof die voor de vroege Murray gidsen werd gebruikt, was instabiel

De blauw-grijze kleur van Murray's Northern Italy (1842) oorspronkelijk donkerblauw

De titelpagina van de eerste Murray-gids

voor Noord Italië (1842)

 

Central Italy, including The Papal States, Rome, and the Cities of Etruria, 1st ed, 1843 (folding map of Southern Italy (!) either bound in, or in rear pocket

This handbook was "originally intended as a single volume of the Central and Southern States of Italy" (from Preface).

The title "Central Italy" remained, but the rest of the title could change (e.g. Rome and Florence)

Het handboek werd in twee delen opgesplitst.

De 3e editie (1853) heette Hand-Book for Travellers in Central Italy, Part I: Southern Tuscany and Papal States

Over Rome (and its environs) verscheen een aparte editie, die haar 17e uitgave in 1908 zou beleven.

In de Preface van de 3e editie vermeldt John Murray dat de auteur van de vorige edities is vervangen: "

"The Publisher thinks proper to state, that the author of the former editions of this Handbook (Mr. Octavian Blewitt) has been prevented superintending the present, and is therefore not responsible for the additions, alterations, and omissions made in it; the greater part of the original work, however has been retained; the changes now made are the results of personal observation made by the Editor during a recent residence in Italy, and travels of considerable duration and extent."

De auteur Octavian Blewitt werd in datzelfde jaar (1853) verantwoordelijk voor de publicatie van Southern Italy.

De edities werden in de loop van de 19e eeuw ingrijpend gewijzigd vanwege nieuwe archeologische ontdekkingen.

Rome

Florence, aparte editie vanaf 1861 (met heruitgaves tot 1874, in de periode dat het de tijdelijke hoofdstad was van een herenigd Italië)

France, Riviera, Corsica and Sardinia: 1843-1892

      Deze gids zou, evenals de gids over Central Italy, in twee delen worden opgesplitst

Paris: 1864-1890, 13 edities 

      De gidsen over Frankrijk hadden Parijs buiten beschouwing gelaten vanwege de uitstekende de Paris Guide van Galignani.

       Galignani's gids zou naast Murray's gids tot ver in de 19e eeuw blijven verschijnen:

       Galignani's Paris Guide, vanaf 1819, een vervolg op de door Galignani uitgegeven gids van Louis Tronchet (zie boven, 6e editie 1817)

       latere edities: Galinani's New Paris Guide (vanaf 1837), Galignani's Illustrated Paris Guide (e.g. 1879, 1888)

Greece (1e editie incl. Turkey, Asia Minor): 1e editie 1840 , daarna 1845 (!) -1900: 7 edities voor Griekenland tot 1900; 4 voor Turkije

      (A Hand-book for Travellers in the Ionian Islands, Greece, Turkey, Asia Minor and Constantinople, Being a Guide to the

      Principal Routes in Those Countries, Including a Description of Malta, with Maxims and Hints for Travellers in the East., 1840)

Spain: 1844-1898, 9 edities, waarvan de edities van 1845, 1847, en 1855 werden geschreven door Richard Ford (1796-1858)

Egypt and the Sudan: 1847-1907, 11 edities

Portugal: 1864-1887, 4 edities

Syria and Palestine: 1858-1903, 5 edities?

Russia, Poland and Finland, 1868 (2e editie), 1875, 1887/88, 1893 (5 edities)

Knapsack Guides: 1864-1872 (aparte gidsen voor Noorwegen, Zwitserland, Italië, Tirol)

Algeria and Tunis: 1874, 1878, 1887, 1895, 5 edities

Mediterranean: 1881-1890, 3 edities

Japan: 1884-1913, 9 edities

             1884-editie is een aanpassing van Sir Ernest Mason Satow's Handbook of Central and Northern Japan (1881)

New Zealand: 1893

India: 1859-1982

             aanvankelijk, vanaf 1859, uitgegeven in 2 delen

             vervolgens in vier delen over de vier Presidencies:

             Edward Backhouse Eastwick: Madras (1879), Bombay (1881), Bengal (1882) en Punjab (1883)

             Forrest: 1st 1891 (het voorwoord in latere edities vermeld abusievelijk het jaar 1892), 2nd 1894,

             Norwood-Young / Burgess: 3rd 1898, 4th 1901,

             Fanshawe: 5th 1904, 6th 1907, 7th 1908, 8th 1911,

             Buckland: 9th 1913, 10th 1919,

             Cumming: 11th 1924, 12th 1926,

             Cotton: 13th 1929, 14th 1933,

             Hearn: 15th 1948, 16th 1952,

             Lothian: 17th 1955, 18th 1959,

             Rushbrook-Williams: 19th, 20th, 21st, 22nd 1982

De basis voor Murray's Handbook for Travellers to India werd gelegd met de aankoop van de copyrights over het Handbook for India van Captain Eastwick in 1856. In 1857 werd de inhoud ervan geredigeerd door "Mr. Milton". Van de eerste editie werden in 1859 2000 exemplaren gedrukt en in hetzelfde jaar lag het verkoopcijfer op 839 stuks. In 1860 werden er 91 verkocht, vervolgens (in 1863) 117 en (in 1867) 426 "volumes" (= 213 sets van 2 delen). In 1870 werdeen er 352 delen verkocht. Deel 1 handelde over Bombay, deel 2 over Madras.

Van het Handbook for Madras werden in 1879 2000 exemplaren gedrukt en van dit losse deel werden er in dat jaar 169 verkocht. In 1895 waren er nog 725 exemplaren onverkocht ("in hand").

In 1881 werden van het Handbook for Bombay 2000 exemplaren gedrukt. In de daaropvolgende jaren werden er 359 (in 1881), 314 (in 1883), 343 (in 1886), 289 (in 1889) en 86 (in 1892) exemplaren verkocht. In 1895 waren er nog 559 stuks "in hand".

In 1882 werden van Handbook for Bengal 2000 exemplaren gedrukt. In de ledgers van Murray was in dat jaar een bedrag van £315 ingeboekt voor Mr. Eastwick (royalties of redactiekosten). In 1895 waren er nog 395 exemplaren "in hand".

In 1883 werd het handbook for the North-west Provinces: the Punjab gedrukt (1750 exemplaren), waarvan er in 1895 nog 877 over waren. Murray leed een verlies van £280 op deze titel.

Vanaf 1891 werd het Handbook for India in 1 deel uitgegeven. De  kosten voor de eerste druk stonden ingeboekt (in Murray's ledgers) op 31 december 1891. Voor de copyrights stond een bedrag van £157,- vermeld t.b.v. General keatinge. G.W. Forest ontving £125 voor de redactie. In 1891 waren 489 exemplaren verkocht, in 1892 stond het verkoopcijfer op 963 (waarvan een aantal door Captain Alexander werden gekocht).

De 2e editie verscheen in 1894 (1500 exemplaren, waarvan er in het eerste jaar 388 werden verkocht, en 1078 stuks in 1895).

In 1898 verscheen de herziene 3e editie. In de boeken staat achter de datum 29 juni vermeld: "Fanshawe agrees to keep the book up to date for the next 10 years gratis". Van de 3e editie werden 1550 exemplaren gedrukt.

De 4e druk (in 1901) was een herdruk van de 3e editie, en verscheen in een oplage van 2015.

De 5e druk in 1905 was een volledig herziene uitgave door H.CF. Fanshawe, en had een oplagecijfer van 2010.

De 6e druk in 1906 (1907?) was een geactualiseerde herdruk van de 5e door Fanshawe; er werden 2036 extra exemplaren gedrukt.

De 7e editie (1908?/1909), nagenoeg een herdruk van de 5e, door Fanshawe, met herziene hoofdstukken over Birma en Ceylon. In 1909 werden 2010 extra exemplaren gedrukt,

In 1911 (8e editie) 2050 stuks, geheel herzien.

in 1913 (9e) 2020 stuks, geheel herzien, door Charles E. Buckland

In 1919: de 10e editie, geheel herzien, door Buckland. In 1920 werd de 10e editie herdrukt , met enkele aanpassingen.

Etc.

De in 1955 verschenen 17e editie, en de in1959 verschenen 18e editie waren uitvoerig herzien i.v.m. de na-oorlogse situatie

In geen enkel jaar lieten de verkoopcijfers voor het Handbook for India een positief saldo zien.

London, 1849-1879 (Modern London,1851, 1871)

London and Environs, 1876

Ireland, 1871-1906, 7e editie (1900, 5e editie)

Scotland, 1883-1913, 9 edities

Murray's Hand-Book of Travel Talk (1844-1927, 21 editions)

             1844, 1847,1849, 1851, 1853, 1855, 1856, 1858, 1861, 1862, 1865, 1868,1871, 1874, 1877, 1882, 1885, 1897,

             In 1884 uitgegeven onder de titel Conversation Dictionary.

             De edities van 1905 en 1909 werden uitgegeven door Edward Stanford

             In 1927 verscheen de 21e editie, deze keer met blauwe omslag, een heruitgave door James & Findlay Muirhead, uitgevers van de Blue Guides

The Cicerone, An Art Guide to Painting in Italy, for the Use of Travellers and Students,

           translated from the German of Dr. Jacob Burckhardt by Mrs. A.H. Clough, nieuwe editie J.A. Crowe, 1879; identieke rode omslag als Handbooks

Illustrations to the Hand-Book for Travellers on the Continent; contained in a Series of Maps of the most frequented Roads through Holland, Belgium and Germany,

J. Lehnhardt, 1840, 1842

Illustrations to the Hand-Book for Travellers on the Continent; comprising a Series of maps of the most frequented roads through Switzerland, Savoy and Piedmont as far as Milan, Turin, Chamberry, Nice and Genoa, Marking distinctly all the Towns, Boroughs, Valleys, and Passes, with the By-Roads,

J. Lehnhardt, 1844

De opzet van Murray's Handbooks was nog volgens de oude roadbooks en itineraries uit de 18e eeuw, waarbij de reisinformatie was gerangschikt

aan de hand van vaste reisroutes, i.p.v. alfabetisch. Hij volgde daarmee het voorbeeld van Mariana Starke, H.A.O. Reichard, en diens vertaler, Samuel Leigh.

De enige door Murray uitgegeven alfabetische reisgids is de gids voor England and Wales (1878). Het was eigenlijk meer een ouderwetse gazetteer

(= een geografisch woordenboek) dan een reisgids. In 1849 verscheen de encyclopedische gids London Past and Present in twee delen, geschreven

door Peter Cunningham (herzien in 1850 en 1891). Van dit werk verscheen, aan de vooravond van de Wereldtentoonstelling in 1851, een verkorte versie

getiteld Modern London, or London as it Is. Hiervan verschenen veertien edities, tot 1879.

Murray's reisgidsen waren, qua prijs, gericht op de gegoede middenklasse (de prijs van een gids stond gelijk aan het weekloon van een gewone arbeider).

De stijl was feitelijk en bondig, zonder franje en zonder anecdotes of smeuïge verhalen, en gericht op een intellectueel publiek.

De omslag was rood, waarbij de rode kleurstof van de eerste gidsen van plantaardige oorsprong was en mettertijd zou verkleuren naar bruin/'tan'.

Zo is bijv. ook de omslag van Murray's Handbook for Northern Germany uit 1856 nu bruin van kleur.

Een uitzondering was de eerste druk van het Handbook for Travellers in Switzerland dat (donker)blauw van kleur was,

Wanneer de plantaardige blauwe kleurstof (net als bij de blauwe reisgidsen van Coghlan) aan daglicht is blootgesteld werd de omslag  in de loop der tijd

groenig (zie rechter foto hieronder), en uiteindelijk vaalgrijs.

Ook geplagieerde uitgaves waarin de naam van John Murray werd vermeld, zoals de "pirate edition" die in 1839 door "maison Paris" op de markt

werden gebracht, hadden een afwijkende omslag.

Er zouden ook speciale reisedities verschijnen met een zwarte etui-omslag (zoals bijv. exemplaren van het Handbook for Northern Germany uit 1860).

In de loop van de 19e eeuw zouden concurrerende uitgevers als Baedeker (met uit het Duits vertaalde Engelstalige gidsen voor Europese landen) en A & C Black (met lager geprijsde gidsen van de Engelse counties), die voor dezelfde opzet als Murray hadden gekozen, steeds meer terrein gaan winnen op de Engelstalige Murray-gidsen. De Murray-gidsen bevatten in een tijdperk van snelle veranderingen, a.g.v. industrialisatie en het snel uitbreidende spoorwegnet, ook vaak achterhaalde informatie. In 1885 werd de hele serie nog eens goed onderhanden genomen door een nieuwe redacteur, Henry William Pullen. In de door Pullen aangepaste serie, met reisroutes langs nieuwe spoorwegverbindingen, verscheen onder andere een vernieuwde Belgium and Holland in 1889.

In 1901 verkocht John Murray IV de hele serie gidsen, behalve van Japan en van India, voor £2000 aan de uitgeverij van Edward Stanford. De in 1853 opgerichtte uitgeverij had al tientallen jaren landkaarten voor Murray's Handbooks gedrukt, en daarnaast, net als A&C Black, in de 19e eeuw lager geprijsde Engels county-gidsen publiceerde.

In 1904 verscheen een catalogus van de door Edward Stanford uitgegeven titels van Murray's Handbooks for Travellers. Zie de afbeeldingen hieronder: enige info over de inhoud van deze catalogus: "This publication explains and promotes the rejuvenated series. The front and back fixed endpapers present literary references to the Handbooks and press opinions. The frontispiece facing the title page is of Fountains Abbey. After the title page is a description of how Stanford is improving the Handbooks. This is followed by lists of the "English" Handbooks (England and Wales, Scotland, Ireland), and the Foreign Handbooks, including a large folding map of Lucerne and the Rigi."

Stanford publiceerde een aantal nieuwe uitgaven, waaronder handboeken voor Egypte, Rome, Ierland en schotland. Het laatste Handbook for Japan verscheen in 1913, en het Handbook for Travellers to India, etc. beleefde 22 drukken (tot 1982). Stanford gaf een aantal Murray-gidsen opnieuw uit, en publiceerde ook enkele goede herzieningen (bijv. van Egypte en de Soedan in 1907), maar door het uitbreken van WO I kwam er een eind aan de door Stanford van Murray gekochte serie reisgidsen. In 1913 verschenen de laatste handboeken (van Japan en Schotland). In 1915 verkocht Stanford de copyrights van de serie door aan James en Findlay Muirhead.

Uit de boekhouding en correspondentie van Murray blijkt dat de uitgeverij moeite had de sterk uitgebreide serie handboeken actueel te houden, en rendabele oplages op de markt te brengen (bijvoorbeeld de Handbook for Travellers to Holland & Belgium, maar ook de Hand-book for India). Uit een brief van 14 oktober 1898 blijkt dat Findlay Muirhead al vroeg een zakelijk contact met Murray had geprobeerd te leggen. Bij de verschijning van zijn eerste reisgids (Blue Guide) in 1918 stuurde Findlay Muirhead een presentexemplaar aan Murray, met de respectvolle toevoeging: "You will permit me to offer for your kind acceptance a copy of our London & its Environs as an acknowledgement of, and as a tribute to the honourable associations of your famous firm with the history of English Guidebooks. That we did not succeed in obtaining your direct connection with our enterprise is still a matter of regret to me, but I trust that we may count upon your friendly interest in our efforts." (June 6th 1918).

In navolging van Mariana Starke, was John Murray III (die later zijn vader John Murray II als uitgever zou opvolgen) in 1829 naar het Europese Continent

getrokken en begonnen met het verzamelen van aantekeningen, met name over Duitsland. Deze aantekeningen stelde hij vervolgens ook aan Mariana Starke

ter beschikking, zoals uit een aantal van haar brieven blijkt: "Accept my best thanks for your notes, which will be of material advantage to my work" ( Exmouth,

13 febr. 1832). Uiteindelijk bracht Murray ook zelf, vanaf 1836, zijn Engelstalige Handbook for Travellers on the Continent (Northern Germany) op de markt. 

In de Oxford Dictionary of National Biography wordt Starke's voortrekkersrol als volgt beschreven:

" The various editions and versions enlarged the geographical scope of their predecessors, and brought up to date the very detailed practical advice on accommodation, expenses, food, and itineraries she gave to travellers. Pirated editions appeared as the fame of the books spread. John Murray, realized the success of the genre and used the format as the basis of his famous guides from 1836 onwards."

In Murray's Magazine van 1887 schreef John Murray (III) over het pionierswerk dat hij had gedaan in het verbeteren van zijn

reisgidsen ten opzichte van reeds bestaande gidsen, en dat in het begin de gidsen van Murray zelfs tot voorbeeld hadden gediend voor de Baedeker-gidsen.

De publicatie van Murray's gidsen was naar zijn zeggen steeds nèt iets eerder dan die van Baedeker), maar hij prees ook met name Mariana Starke's

Travels on the Continent (1820) vanwege de praktische informatie in haar boek die ze door eigen waarneming ter plaatse had verzameld.

Tijdens zijn Europese omzwervingen had Murray een aantal bestaande reisgidsen op zak: Ebel voor Zwitserland, Boyce voor België en Starke voor Italië.

In het voorwoord bij de 1e editie van Murray's A Hand-Book for Travellers on the Continent (1836) schrijft hij:

"The writer of this volume having experienced, as every Englishman visiting the Continent must have done, the want of a tolerable English Guide Book for Europe north of the Alps, was induced (...) to make copious notes of all that he thought worth of observation, and of the best modes of travelling and seeing things to advantage. (...)

The subject of this volume, and the purpose for which it is written, admit of little novelty, most of the information it contains being necessarily derived from books, modified by actual observations."

Het lijkt erop dat niet zozeer het gebrek aan goede (Engelstalige) reisgidsen de directe aanleiding was (immers Samuel Leigh was al begonnen met de

uitgave van Reichard's Itineraries), maar eerder het feit dat de uitgeverij van Murray zelf geen goed reisboek voor dit deel van Europa in haar portefeuille had.

Als dit concurrentiemotief een rol heeft gespeeld (een betere reisgids maken dan de concurrent Samuel Leigh), dan lijkt de opzet geslaagd.

Murray's reisgidsen zouden een groot deel van de 19e eeuw de Engelstalige markt domineren (Baedeker's Engelstalige vertalingen zouden pas in de jaren-60

van die eeuw verschijnen).

Murrays gidsen dateren van een periode waarin de eerste spoorwegen in Europa werden aangelegd (België kreeg haar eerste spoorlijn in 1935). John Murray III

schreef zelf vijf edities van de eerste Handbook for Travellers on the Continent tussen 1836 en 1845. (In 1839 zou er in Brussel ook een geplagieerde versie van

de 3e druk verschijnen). Ook was hij persoonlijk verantwoordelijk voor de eerste edities van van de Handbooks voor Zuid Duitsland (1837), Zwitserland (1838), en

Frankrijk. Vanaf 1843, na het overlijden van zijn vader, nam John Murray III de leiding over de hele uitgeverij op zich. Later zouden er gidsen volgen voor heel Europa,

alle Engelse counties, en, met de opkomst van de reizen per stoomschip, India (twee delen in 1859), Japan (1884), en Nieuw-Zeeland (1893) volgen.

Een groot struikelblok bij het veroveren van de Europese markt voor oorspronkelijke Engelstalige reisgidsen was het gebrek aan internationale

copyright-wetgeving. Het samenstellen van een goede gids was duur, en er werd op grote schaal roofdrukken op de markt gebracht. Samuel Leigh gebruikte

gewoon het materiaal uit bestaande gidsen en kon zo goedkope "eigen" reisgidsen op de markt brengen. Ook de Parijse uitgever Galignani deed dit, zoals blijkt uit

zijn correspondentie met John Murray in 1820 over de publicatie van de gedichten van Lord Byron (oorspronkelijk door Murray uitgegeven):

"In 1818, I first commenced publishing his lordship's works, induced by the general avidity with which Englsih literature began to be sought after, and chiefly to oblige my French customers. The price I fixed to them was necessarily less than your London edition, from the cheaper modes in which books are printed and sold in France, but it was still a fair one, and as the object was to supply the call of my trade, and French books being reprinted in the same manner in England, I did not feel that I was acting either in an unusual or unhandsome manner (...)" (From: letter from J.A. Galignani to John  Murray, Nov. 22, 1820)

Galignani nam overigens pas contact op met Murray toen hij zelf in de problemen kwam met een Parijse concurrent die een publicatie op de Franse markt bracht

die nóg goedkoper was dan die van Galignani. Hij vroeg op verzoek van Lord Byron aan Murray om hem het alleenrecht te geven op de Franse markt:

"I had been the exclusive publisher of these poems in France till within six weeks, when a Parisian bookseller commenced publishing the whole of Lord Byron's work for ten francs! (...) It will be evident to you Sir, that the expectation of profit by this unfair publisher is in the immense quantity he thinks and will doubtless sell, which must very seriously affect your interest (as I stated to his Lordship) and of course injure to a certain extent injure mine, I am also anxious to remove the impression which must be otherwise entertained of my charging 40 francs for what another bookseller offers to sell at 10 francs (...)" 

(Nov. 22, 1820)

Aanvankelijk reageerde Murray niet op Galignani's verzoek, maar toen Galignani aan Murray financiële compensatie bood, kwam het toch nog tot een overeenkomst.

Galignani schreef:

"(...) I shall pay you one hundred andf fifty pounds sterling for the copyright of The Doge of Venice - the Letters on Bowles Strictures and the Ten New Cantos of Don Juan. I include a draft of £30 on Messrs Alexander for the Letter on Bowles and the remaining £120 you may have on your first application. (...) [I]f I do not receive your answer by return of post, I am certain we shall be three who will reprint (in opposition) the new work of Lord B's, which could but injure your interest (...)". (Jan. 10th, 1821)

Nadat Galignani nu eindelijk toestemming van Murray had gekregen om namens hem in Frankrijk juridische stappen te ondernemen,

schreef Galignani het volgende:

"We are apprehensive that the great loss of time that has taken place since the publication of the first cheap edition of Byron, may operate to put aside or render very dubious any claims we may make against it. However we are willing on our part (it being in some measure our interest to do away with it) to run the risque [sic] of commencing the law suit against the publisher, which you may suppose will cost some money, but we are really unable to give the sum of £23[0?] you demand: tho' far from thinking that it is not intrinsically worth that sum, but the small sale we can command in future will not allow us to do it."

(Jan. 16th 1821)

De contacten tussen Murray en Galigani kwamen op een laag pitje te staan (tussen 1821 en 1836 is er geen correspondentie tussen Galignani en Murray

te vinden in de Murray Archives). Galignani ging blijkbaar gewoon zijn gang, o.a. met het uitgeven van een concurrende editie van de werken van Mariana Starke

(zie boven), zonder Murray hiervoor financieel te compenseren.

Uiteindelijk besloot Murray opnieuw contact met Galignani op te nemen toen hij zijn Hand-Book for Northern Europe (1836) wilde publiceren.

Galignani wees het aanbod voor een agentschap weer van de hand, en wees Murray er bovendien op dat het onmogelijk was voor een Engelsman om

zijn copyright in Frankrijk te beschermen: Het eerste aanbod van John Murray III (die nu namens zijn vader schreef) was om Galignani een agentschap aan te

bieden, net als de agentschappen die hij in Schotland en Ierland had:

"The proposal to which I allude is that you should become agents in France for the books published by Mr. Murray, on terms similar to those given to his Agents in Scotland & Ireland. (...) Mr. Murray's chief aim in appointing a Paris agent is to protect himself from the injury he has hitherto suffered from foreign reprints of his publications. As a further means of preventing them in future, he proposes to print (on inferior paper to the English editions) in order that the books may be sold at a less price expressly for the foreign market (...). He expects to be able to fix on them a price not exceeding one half of that of the London edition (...). Another of the books (...) best calculated for sale abroad (...) is the "Handbook for Travellers on the Continent".

Mr. Murray intends to secure to himself (by the required legal steps) the copyright in France but is willing to enter into an arrangement either with yourself or with some other house in Paris, accustomed to publish English manuscripts (...) on condition of dividing the profits.

Mr Murray has still another proposal for your consideration. Mrs Starke is about to send to press another edition of her "Guide" considerably [...?] in extent so that it will require to be printed in a smaller type (...)." (brief van 23 januari 1836)

Het bovengenoemde andere uitgevershuis in Parijs waar John Murray mee in onderhandeling was moet Stassin & Xavier zijn geweest. Deze naam prijkt

later op de titelpagina's van een aantal edities van Murray's Hand-book, naast dat van Galignani (en onder dat van Murray), en verscheen bovendien in de

financiële boeken van Murray (in 1842 verkocht Murray bijv. 26 exemplaren van de Handbook for Northern Germany aan Stassin & Xavier voor 5 shillings 6 pence

per boek (en 50 aan Galignani voor 5 shilling per stuk).

Galiganni vond een agentschap onrendabel en "impracticable" vanwege de véél lagere productiekosten en prijzen voor reisgidsen op het Europese Continent.

(De papierkwaliteit van de door Galignani uitgegeven gidsen is duidelijk slechter.)  Door de extra transportkosten en importrechten zou het niet lucratief zijn

om onverkochte exemplaren terug te sturen. Galignani had daarentegen het volgende:

"What we could try would be this - for you to open us an account and furnish us with your publications at such a rate as would allow them being sold at a reduced price on the Continent - allow us to advertise freely in "The Messenger" (..) and in the advertisement state  that they are sold at a price adapted for the Continental market - (if such a statement did not however meet with your ideas, the lowered price might be given without explanation) - (...)

In respect to Mrs Starke's Italy we have commenced reprinting a new edition - and shall have it ready by the beginning of May. We, however, for the reasons given above, do not think that you could have supplied us at a lower price than we can print for.

You announce a "Handbook for Travellers". At what price would you furnish us 500 copies?If in time, they might be printed on an inferior paper. In respect to your securing a copyright in France for it, or any other work, it is not possible. The point has been tried in our courts of law and it has been decided that an Englishman cannot have a copyright both in England and France for the same work." (Feb. 26th 1836)

Murray Jr. formuleerde het aanbod aan Galignani als volgt (waarbij hij deze keer niet schroomde de Parijse uitgever uit te spelen tegen één van

Galignani's concurrenten (waarschijnlijk Stassin & Xavier):

"In the course of your letter you ask at what price Mr. Murray would furnish you with 500 copies of a "Handbook for Travellers". 

I have been prevented replying to this enquiry until the printing of the book was finished. It is now ready for publication & will appear in the course of the week. It exceeds 500 pages closely printed in double column, like Mrs. Starke - is provided with a map - & is delivered in a stout & elegant binding. Mr. Murray has printed a large edition to enable him to sell it at a Continental price - less than 10 francs. He has already supplied the whole of Germany including the borders of the Rhine, Belgium & Holland - where the book is to be purchased at the rate of 7/6 English (...)

You will have the kindness to consider this communication as confidential & to give Mr. Murray early notice if it does not suit you to accept the offer, in order that he may apply to some other house.

Mr. Murray has offered you the book at a price less than what it has cost - with a view of preventing a foreign re-print & at the same time of giving you a fair profit, should you be disposed to accept his offer. I send this day through Caillard & Lafitte's diligence a copy of the Handbook - bound in the style in which it will be delivered to you (...). "

(August 2nd 1836)

In 1836 nam Galignani vervolgens 200 exemplaren af voor de inkoopprijs van 4 shilling. In de drie jaren daarna (1837, 1838 en 1839) bestelde Galignai

respectievelijk 150, 100 en 50 extra exemplaren.

In de correspondentie tussen Galignani en Murray was de mogelijkheid om in Galignani's Engelstalige dagblad The Messenger te kunnen adverteren een

terugkerend onderhandelingsonderwerp. Een goede band met de uitgeverij van Galignani was dus ook in dit opzicht in wederzijds voordeel.

Uit de correspondentie van Murray met Galignani over de publicatie van Murray's Hand-Book for Northern Italy (Murray was pas na de dood van Mariana Starke

in 1838 begonnen met de voorbereiding hiervoor) en Murray's Hand-Book for France bleek dat Murray ook nog een andere verkoopstrategie had bedacht om de

concurrentie een stap voor te blijven. Hij wilde dat doen door een kleine oplage uit te geven van de eerste druk (met fouten) en vervolgens snel daarna een sterk

verbeterde 2de druk op de markt te brengen:

"I mean to print as small an edition as possible at first - owing to the necessary imperfections in such a work at the outset & I intend to make great improvements when a second is called for. By this means also should any one think it worth while to reprint the book in France I shall be able to beat him out of the field before his edition could be half exhausted, by producing a much better book."

(April 6, 1842, John Murray Jr. to Galignani)

Korte tijd later, in hetzelfde jaar , verscheen de 1ste editie (de Preface dateert van augustus 1842) toch in een relatief grote oplage van 4500 exemplaren

(volgens de ledgers in de Murray Archives). Het zou kunnen dat Murray zijn concurrent Galignani bewust op het verkeerde been heeft willen zetten.

Galignani bracht geen roofdruk uit van deze editie.

De kosten voor het samenstellen van deze gids waren hoog, zoals blijkt uit de correspondentie van Murray met de samensteller van de gids, Sir Francis Palgrave:

"Mr. Murray [Sr.] hereby authorizes me to offer you for the copyright at home and abroad of a Handbook for Travellers in Northern Italy - on the plan and about the size of that for Northern Germany, to be drawn up by you and Lady Palgrave, the sum of three hundred guineas (..) - payable by note at 6 & 9 months from the day of publication of a first edition & 100 guineas at the same date from the publication of a second edition, in consideration of corrections, additions & revision to be made by you on the book. The manuscript must not be sent to press until the whole is finished. By Northern Italy I understand the countries from the Alps to Florence, Pisa & so as to include Tuscany."

(April 3rd 1838, John Murray Jr. to Sir Francis Palgrave)

De kritiek van concurrent Francis Coghlan op Murray's Hand-Book for Northern Italy was echter vernietigend (duur, veel fouten). Zie hieronder.

Coghlan bracht vervolgens zijn eigen gids A Hand-Book for Italy (1845) op de markt, onwetend wat Murray's strategie was. Murray bracht het jaar erna (1846)

de 2de druk van zijn Hand-Book for Northern Italy, uit, met een Preface waarin werd vermeld dat het sterk verbeterd was en dat de door o.a. Coghlan fel

bekritiseerde samensteller van de eerste editie, Francis Palgrave (1788 - 1861, link), er niet aan had meegewerkt:

NOTICE TO THE SECOND EDITION.

The present edition has been materially altered from the first. Many omissions have been made, and additions as numerous, chiefly of information of a practical character - useful to travellers on the spot - have been added. It is proper to add that Sir Francis Palgrave, the author of the original work, has nothing to do with this edition, and is consequently in no wise respionsible for any statements occurring in it."

Murray waarschuwde bovendien tegen het importeren van in het buitenland gekochte roofdrukken (pirated editions):

Caution to travellers. - By a recent Act of Parliament, the introduction into England of foreign pirated editions of the works of British authors, in which the copyright subsists, is totally prohibited, and is liable to seizure at the English custom-house.

In een brief aan Palgrave had Murray het volgende voorstel gedaan (om onduidelijke reden waren de manuscripten van de eerste editie in vlammen opgegaan):

"My proposal regarding Hand Book of North Italy is as follows.

1st  - To relieve you of all further trouble in editing it, beyond that of copying distinctly the communications which you have received, a measure rendered indispensable by the burning of the original papers.

2nd - To leave your pecuniary claims upon the publication of the 2nd edition in tact - abiding by our original agreement.

3rd  - You to furnish me with what material you have yourself collected the improvement of the book.

My intentions regarding the editing of the work are to add comparatively little - to correct incorporate trustworthy communications - & curtail as far as possible without injury to the work as a guide book & I have secured I think a safe & experienced hand for the task.

When the operation is completed, the book shall be submitted to you, and if you are not satisfied with everything about it to the most minute particulars, we will print your disavowal at the outset of the book."

(December 15th 1845)

Murray bracht de 2e editie uit in een kleine oplage van 1000 exemplaren (zie de ledgers in de Murray Archives). De 3e editie verscheen kort daarna in 1847 in

een grotere oplage van 3000 exemplaren.

Hoewel de gidsen van Murray snel populair werden, bleef ook het boek van Marianne Starke een gezaghebbende bron van informatie over Italië.

Tijdens zijn bezoek aan Italië in 1845 zag Charles Dickens in Rome "hundreds of English people with hundreds of Murray's Guide Books and a corresponding

number of Mrs. Starke's in their hands [...] chattering in all the silent places, worrying the professional Ciceroni to death". (uit: 'Letters' 4: 282)

In Pictures from Italy (1844-1845) verwees Dickens ook naar "Mr. Murray's guide-book" toen hij in Lyon de Kathedraal bezocht :

"If you would know all about the Architecture of this church, or any other, its dates, dimensions, endowments, and history, is it not written in Mr. Murray's Guide-book,

and may you not read it there, with thanks to him, as I did!"

Karl Baedeker(1801-1859, toerisme) wikipedia link, link (1), link (2), link (3)

English-language editions:

The Rhine: 18 edities 1861 - 1926

     "The Rhine": 1861, Baedeker's first English-language guide, jointly published with John Murray, London,

                                        Murray's name appears in first place, as the publisher of the 250 copies sold in England

     "from Holland to Switzerland": 1864,

     "from Rotterdam to Constance": 1868, 1870 (The Rhine and Northern Germany), 1873/78/80/82/84/86/89/92/96/1900/03/06

     "including the Black Forest and the Vosges": 1911

     "From the Dutch to the Alsatian Frontier": 1926

Northern Germany: 17 edities, waarvan de eerste 4 onder "The Rhine" vallen (zie de 1870-editie boven),  van 1873 - 1925 apart

     1873, 1877, 1881, 1884, 1886, 1890, 1893, 1897, 1900, 1904, 1910, 1913, 1925

Southern Germany: 13 edities 1868 - 1929

     "and the Austrian Empire": 1868

     "and Austria (including the Eastern Alps"): 1871, 1873

     "and Austria (including Hungary and Transylvania"): 1880, 1883, 1887

     "and Austria (including Hungary, Dalmatia and Bosnia"): 1891

     "and Austria (including Wurtemberg and Bavaria"): 1895

     "Southern Germany": 1902

     "Southern Germany (Wurtemberg and Bavaria)": 1907, 1910, 1914

     "Southern Germany (Baden, Black Forest, Wurtemberg and Bavaria)" : 1929   

Karl Baedeker (1801-1859)

Eastern Alps: 12 edities, waarvan de eerste 3 onder Southern Germany vallen, 1879 - 1911 apart: 1879, 1883, 1888, 1891, 1895, 1899, 1903, 1907, 1911   

Tyrol and the Dolomites: 1927

Austria: 12 edities, waarvan de eerste 7 onder Southern Germany vallen, 1896 - 1929

     "including Hungary, Transylvania, Dalmatia and Bosnia": 1896, 1900

     "Austria - Hungary": 1905, 1911, 1929

Berlin and its Environs: 6 edities, 1903 - 1923

     1903, 1905, 1908, 1910, 1912, 1923

Germany (Handbook for Railway Travellers and Motorists): 1936, n.a.v. Olympische Spelen

Switzerland: 28 edities, 1863, 1864, 1867, 1869, ..., 1873, ...., 1879, 1881, 1883, 1885, 1887, 1889, 1891, 1893, 1895, 1897, 1899,

     1901, 1903, 1905, 1907, 1909, 1911, 1913, 1922, 1928, 1938

Paris: 20 edities, 1867 - 1932

     "and Northern France": 1867 (?), 1870, 1872

     "Paris and its Environs: 1874, 1876, 1878 (International Exhibition), 1881, 1884, 1888 (mogelijk met Supplement in 1889),

     1891, 1894, 1896, 1898, 1900, 1904, 1907, 1910, 1913, 1924, 1932 (uitgegeven met International Exhibition Supplement in 1937)

Northern France: 5 edities, 1889, 1894, 1899, 1905, 1909 (reprint in 1919)

Southern France, 6 edities 1891- 1914

     "Southern France": 1891 

     "South-Eastern France" / "South Western France" (aparte uitgaves): 1895

     "South-Eastern France": 1898

     "Southern France": 1902, 1907, 1914

The Riviera: 1931

Northern Italy: 15 edities,  1868, 1870, 1874, 1877, 1879, 1882, 1886, 1889, 1892, 1895, 1899, 1903, 1906, 1913, 1930

Central Italy, 16 edities, 1867, 1869, 1872, 1875, 1877, 1879, 1881, 1883, 1886, 1890, 1893, 1897, 1900, 1904, 1909, 1930 ("Rome and Central Italy")

Southern Italy: 17 edities, 1867, 1867, 1872, 1873, 1875, 1877, 1880, 1883, 1887, 1890, 1893, 1896, 1900, 1903, 1908, 1912, 1930

Italy from the Alps to Naples, 3 edities, 1904, 1909, 1928

Belgium and Holland: 16 edities,  1869, 1871, 1874, 1875, 1878, 1881, 1885, 1888, 1891, 1894, 1897, 1901, 1905, 1910

Belgium and Luxemburg: 1931

Palestine and Syria: 5 edities, 1876, 1894, 1898, 1906, 1912

London and its Environs: 1878, 1879, 1881, 1883, 1885, 1887, 1889, 1892, 1894, 1896, 1898, 1900, 1902, 1905, 1908, 1911, 1915, 1923, 1930, ..., ..., 1955

Great Britain: 9 edities, 1887, 1890, 1894, 1897, 1901, 1906, 1910, 1927, 1937

Egypt: 9 edities, 1878, 1885, 1892, 1895, 1898, 1902,

     "and the Sudan": 1908, 1914, 1929

Norway and Sweden 10 edities, 1879, 1882, 1885, 1889

     "Norway, Sweden and Denmark": 1892, 1895, 1899,

     "with excursions to Iceland and Spitzbergen": 1903, 1909, 1912

Greece, 4 edities: 1889, 1894, 1905, 1909

     "Athens": 1896 (herduk van 2e editie, ter gelegenheid van Olympische Spelen)

United States: 4 edities, 1893, 1899, 1904, 1907

Canada: 4 edities, 1894, 1900, 1907, 1922

Spain and Portugal: 4 edities: 1898, 1901, 1908, 1913

The Mediterrenean: 1911

Russia: 1914

Madeira: 1939

Baedeker's Traveller's Manual of Conversation: (1e editie 1836, 2e editie 1840 (ook met Nederlandse woordjes en vragen), daarna Duits-Engels-Frans- Italiaans, tot  en met 1905)

Refer to information from the Murray archives; the Baedeker archives in Leipzig were destroyed in WW II.

chronology:

1827:

Karl Baedeker starts his publishing business in Coblenz

1832:

Baedeker buys a bankrupt publishing company, including a scholarly travel guide by Johann August Klein.

The original title was Rheinreise von Mainz bis Köln.

1835:

When the purchased Rheinreise edition got sold out, Baedeker started editing the book himself. He simplified the language and adding practical information

about transport and accommodation. He also expanded the book in later editions by going further up and down the Rhine. The third edition was called

"Rheinreise von Strassburg bis Düsseldorf, mit Ausflügen nach Baden, Heidelberg und Frankfurt, and die Bergstrasse, durch die Rheinpfalz, die Taunusbäder,

das Nahe- und Ahrthal". The route went as far as Rotterdam, and included excursions (Ausflügen) to a number of other Dutch towns and cities. As happened

in Baedeker's later Handbooks, this would lead to separate guides about the wider area. The separate guides to Holland and Belgium appeared in 1839.

1836:

Publication of Baedeker's Traveller's Manual of Conversations (Baedeker tries to interest Iohn Murray in them in a letter of 13 Sep. 1843 and of 2 May 1844).

In the second edition of 1840, Baedeker would add a recommendation of his Manual by John Murray on the title label of the front cover.

1839:

Publication of Holland. Händbüchlein für Reisenden; also publication of Belgien. Händbüchlein für Reisenden.

The 2nd edition of the Holland Handbook was used by A.J. van der Aa, for a Dutch edition of this book. Nederland, Handboekje voor Reizigers door ons

Vaderland was not published until 1849 by J.M.E. Meijer at Amsterdam, who had bought the copyrights from the bankrupted firm of W. de Grebber.  

Baedeker had meanwhile taken an interest in Murray's Handbook to the Continent which had first appeared in 1836. In a letter to Murray, dated 10 Dec. 1839,

Baedeker wrote that he would very gladly contribute his own knowledge about Germany in correcting the proofs of the second edition of Murray's Handbook

for Travellers to Southern Germany (the 1st edition appeared in 1837, and the 2nd was due to be published in 1840). He also sent Murray a review copy of the

2nd edition of his Handbüchlein für Reisenden ("das kleines Büches") and thanks Murray for his positive response to the first edition:

"Ich benütze heute die günstige Gelegenheit, welche sich darbietet, um Ihnen die zweiten Auflage des kleines Büches zu senden, dem Sie so entschiedenem Erfolge Ihre Gunst zegewendet haben, indem ich umgleiche Genegentheit für diese zweite Auflage bitte.

Ich vermuthe aber dass ich hin und wieder wesentliche Improvements bei Ihnen anbringen könnte. Sehr gern bin ich bereit, mein ganzen Wissen und meinen zahlreichen Notizen Ihrem Buche zu widmen., wenn Sie mir das Manuscript oder noch besser die Aushängebogen, bevor sie abgedrükt werden, zu schicken wollen. Ich werde sie durchsehen, vergleichen, Zusätze und Abänderungen machen, so gut ich kann, und es Inhnen überlassen, was Sie davon aufnehmen wollen oder nicht. Wenn Sie die Bogen mit dem Steamer nach Rotterdam an meinen Bruder schicken, so kann diesen (...) hieher gehen lassen. Solche Sendungen gelangen von rotterdam in 48 Studen hieher, und dieser weg ist auch den am wenigsten kostspielige. Auf diese Weise würden kaum 8 Tage erforderlich sein, um ein Correction von London hieher und zurück zu senden."

(letter of 10 Dec. 1839)

Baedeker had acquired permission from Murray to use his Handbook for Travellers to Southern Germany (1st edition published in 1837, 2nd edition in 1840)

for producing a German edition. This German edition, called Handbuch für Reisende durch Deutschland und den Östereichischen Kaiserstaat, would

appear much later than expected in 1842 (see below), and he writes to Murray about the adaptations he was going to make for the German market:

"Der Druck meiner Bucher wird kaum vor April oder Mai der nächsten Jahrer beginnen, vielleicht auch noch später. Ich habe Mancher sehr abgekürzt und ganz weggelassen, was Ihr Southern Germany enthält, weil es Zustände beschreibt die für Ihn landsleute wohl von einigem Interesse sein können, dasselben aber bei meinem Landsleute gänzlich entbehren."

(letter of 10 Dec. 1839)

1840:

Baedeker publishes the second edition of his Traveller's Manual (1st ed. 1836). The edition had two title pages: the first one in German, the second one in English.

Its title page contained the following information: Traveller's Manual of Conversations in English, French, German and Italian; together with a Copious Vocabulary

in those Languages; also with a Vocabulary and Short Questions in the Dutch Language, with Translations in English, German and French,

and Tables of the Relative Value of English, German, French and Dutch Coins. Founded upon the Works of Boldini, Mad. de Genlis and Others.

Second Edition, Coblenz, Charles Baedeker. 1840. Rotterdam: A. Baedeker.

Op de voorkant van de omslag  zat een sticker waarop Baedeker een aanbeveling uit de derde editie van John Murray's Hand-Book for Travellers to Northern Germany (1839)

had afgedrukt: The Traveller's Manual of Conversations, in English, German, French, Italian, and Dutch. "The best Manual of Conversations  which the writer of this

is acquainted with". Murray's Handbook for Northern Germany, 3d edit. p. 249.

Baedeker erkende met het noemen van deze recensie impliciet de gezaghebbende positie van Murray's Hand-Book. Hij richtte zich duidelijk op de Engelse markt

(titelpagina, contacttadres in Rotterdam van waaruit Engeland werd bediend. Ook de Nederlandse reiziger werd nog als een belangrijke doelgroep gezien,

hoewel het als laatste van de 5 belangrijke Europese talen werd genoemd.

1842:

After a preparation of two years, Baedeker publishes his Handbuch für Reisende durch Deutschland und den Östereichischen Kaiserstaat

"Nach eigener Anschauung und den besten Hülfquellen". On the title page Karl Baedeker mentions his name as the publisher at Conblenz,

in addition to his brother's name, A. Baedeker, at Rotterdam, who acted conveniently as an agent in the shipment of books from London to Coblenz.

The red colour, as well as the term "Handbuch", and also the general plan ("Rahm") of the travel guide were all borrowed from Murray.

(The covers of Baedekers's early Rheinreise had yellow covers, whereas Murray's Handbooks were always red, apart from the first editon of his Handbook

for Switzerland of 1838 which had yellow covers, and even though, in time, the plant-based dye of Murray's early Handbooks would would discolour into brown.)

In the Introduction to his Handbuch für (..) Deutschland (1842), Baedeker explicitly mentions his indebtedness to Murray's famous "red books". He writes

that Murray's work (and Prof. A.J. Klein's Rheinreise, which he had bought  in 1832 ) had also given him the idea for his earlier guides on

Belgium and Holland, published in 1839.

"Die Brauchbarkeit der von dem Buchhändler Murray zu London herausgegebenen Reisehandbücher (Handbook for Travellers in Northern and Southern Germany) ist eine von den Engländern, dem unter allen vorzugsweise Volke, so anerkante Thatsache, dass man kaum einen derselben ohne das sogenannte 'rothe Buch' umherwandern sieht. Sie führte den Herausgeber des vorliegenden Handbuchs früher schon auf die Idee, zwei in Deutschland, trotz der Nachbarschaft, wenig gekannte Länder nach jenen Murray'schen Handbüchern für Reisenden zu beschreiben und nach ähnlichen Plane eine bekannte Rheinreise zu bearbeiten.

Die Herausgabe des vorliegenden neuen Reisehandbuches durch Deutschland ist seit zwei Jahren vorbereitet worden. Beim Vorschreiten der Arbeit zeigte sich immer mehr und mehr, das nur der Rahmen des englischen Vorbildes beibehalten werden konnte. (...) So ist aus der anfangs beabsichtigen Ueberzetzung ein durchaus neues Buch geworden. Die meisten deutschen Länder kannte der Herausgeber aus eigener Anschauung, andere bereiste er vorzugsweise zum Zwecke der Abfassung dieses Handbuchs, oder arbeitete nach den vorhanden besten Hülfsquellen, meistens schriftlichen Mittheilungen wohlwollender Freunde.

Sein Haupt-Augmerk war auf den praktischen Bedarf gerichtet. Er wollte dem Reisenden die stets kostspielige und nicht selten lästige Begleitung des Lohnbedienten so viel als möglich ersparen, er wollte ihm kurz und übersichtlich mit möglichst geringem Zeit - und Geldaufwande dasjenige geben, was eine besondere Aufmerksamkeit verdient, ohne ihn mit jenem Wuste unbedeutender Einzelheiten zu überhäufen, welche den Reisenden, wie er aus eigener Erfahrung weiss, mehr verwirren, als zurecht weisen. "

(From the Introduction to Handbuch für (..) Deutschland, 1842)

1843:

letter dated 13 Sep. 1843

1844:

In 1844, Baedeker writes to Murray about his publication of his Handbuch für Reisende durch die Schweiz, and promises to send him a copy.

He compares his work, which was based on Murray's previously published Handbook for Travellers to Switzerland (1838 and 1843), favourably with the

existing French-language guide published by Adolphe Joanne in Paris in 1841 (the first of the series of "Guides Joanne" sold to Louis Hachette in 1855):

"Das Buch von Joanne ist gründlicher und besser, als sich von einem Franzosen erwarten liess, es geht ihm aber die Umsicht (...) ab, nicht zu viel und nicht zu wenig zu geben, der Ihre Bücher auszeichnet und ihnen einen so grossen Ruf verschofft hat."

(letter of 2 May 1844)

Joanne's book was the French-language counterpart of Murray's English guide and Ebel's German-language guide to Switzerland. It contained 635 pages

and went through many editions throughout the 19th century (at least until 1890). Its full title was: Itinéraire Descrptif et historique de las Suisse,

du Jura Francais, de Baden-Baden et de Forêt-Noire; de la Chartreuse de Grenoble et des Eaux d'Aix, de Mont Blanc, de la valée de Chamouni, du

Grand-Saint-Bernard et du Mont-Rose. Baedeker declined Murray's offer to prepare a German edition of Murray's Handbook for Travellers to France.

"Sie fragen mich, ob ich nicht die Neigung hätte Frankreich nach Ihrem Buch zu bearbeiten. Ich glaube nicht, dass ein solches Buch in Deutschland lohnenden Absatz finden würde. Meine Landsleute reisen in ganzen wenig nach Frankreich, Paris vielleicht ausgenommen. Unde wer nach Paris geht, kauft sich doch einen französischen Guide. Zudem fehlt es mir an aller Neigung zu einer solchen Arbeit. Ich liebe Frankreich nicht, ich bin selbst noch nicht in Paris gewesen, und es zieht mich auch durchaus nicht dorthin." (letter of 5 June 1844)

In 1855, however, Baedeker published a guide to Paris and environs: "Paris und Umgebung, nebst Rouen, Havre, Dieppe, Boulogne,

drei Stassenbahn Strassen vom Rhein bis Paris, Handbuch für Reisende". This guide would later be expanded to include the

North of France. For instance, the 6th edition published in 1867 the book was called "Paris und Nord Frankreich".

Baedeker never published a German-language guide to France (outside Paris). The guide published much later in 1884-85 only appeared in French.

Moreover, in a letter of 2 May 1844, Baedeker places an order for Murray's Handbooks (20 copies of Switzerland, 12 for France, and 2 for Central Italy,

as well as a few copies of work by Lord Byron and John Moore) and he asks Murray for the second time (Baedeker had asked the same question in a letter of

13 Sep. 1843) whether, in return, he would be interested in ordering Baedeker's Traveller's Manual of Conversation, which had been on the market since 1836.

Apparently Murray has now decided to order 100 copies of Baedeker's Traveller's Manual.

In a letter of 5 June 1844, Baedeker writes that he has sent his Traveller's Manuals to Murray via the Düsseldorfer Dampboot Gesellschaft (with a connection

to the General Steam-Navigation Company) and, as in his previous letter, he refers to the London publishing firm of Williams & Norgate who would be willing

to buy quite a few copies of this Manual.

"In diesen Tagen werde ich (...) an Sie 100 Traveller's Manual[s] (...) versenden, deren Verkauf Ihnen nicht schwer werden wird. Williams & Norgate gebrauchen davon ziemlich viel."

What is significant is that, while Murray publishes his own Hand-Book of Travel Talk in this year, there seems to have been no

reference about this in his correspondence with Baedeker. In tegendeel, in de Preface van de 1e editie van zijn Hand-Book of Travel Talk spreekt hij zijn

erkentelijkheid uit voor de heer Boldoni, mevrouw De Genlis, "and others". En in latere edities (zoals die van 1851, 1858, 1871, 1877) distantieert hij zich

expliciet van eerder verschenen Manuals of Conversation, zoals die van Baedeker :

"The Compiler of the following small volume, having remarked the singular unfitness for practical use of the common run of works calling themselves 'Interpreters', 'Manuals of Conversation', and the like - in which the Traveller usually finds everything except what he wants - has been induced to prepare a Handbook adapted strictly to supply the wants of Travellers. (...)

It is hoped that this essay to render Englishmen abroad more independent of couriers and valets-de-place may contribute to the pleasure, advantage, as well as to the economy of travelling." (Preface to 1858 edition of Murray's Hand-Book of Travel Talk)

1845:

Baedeker is courteously acknowledged in the Introduction of the 5th edition of Murray's Handbook for Travellers on the Continent (Northern Germany, etc):

Murray writes that "he has also derived considerable benefit from a German translation of the handbooks executed by Mr Baedeker, an intelligent bookseller of

Coblenz". In a letter of 28 Apr.1845, Badeker is not yet aware of the actual publication of this new edition of Northern Germany, but on 6 Aug. 1845, he orders 60

copies of it. On 12 Aug. 1845, Baedeker informs Murray that the third edition of his own "Reisehandbuch" will appear in September.

1846:

Baedeker writes a very friendly letter to Murray on 14 July 1846 in which he thanks him for the generous acknowledgement made of his contribution

to Murray's 5th edition of "Northern Germany (published in 1845, see above):

"Ich bin Ihren zu grossen danke verpflichtet für die viel zu Gute Meinung von mir, welche Sie in Ihrer neuen Auflage von Northern Germany haben abdrucken lassen. Das Buch hat in diesen neuen Auflage wesentlich gewonnen."

Baedeker points out that, though there has been some noticeable competition on the German market for travel guides, which might be the reason for the

slow sales he has recently been experiencing regarding Murray's Northern Germany ("Bei mir wird es aber leider weit weniger gekauft, wie früher, so dass ich

noch über 50 Exemplaren liegen habe"), it is also true that:

"An andern Orten muss es jedoch noch eben so stark wie früher gekauft werden, weil ich nie einer Engländer mit einem anderem Buch als dem Ihrigen sehe."

The overall tone of Baedeker's letter is very friendly. He even talks at some length about the current political tensions in Germany, and adds in a friendly

apologetic manner: "Entschüldigen Sie diese Abschweifung, von Geschäften allein kann ich mit Ihnen nicht gut reden".

As a postscript, Baedeker concludes his letter by asking "Gebrauchen Sie in dieser Jahre keine Traveller's Manual?" Again, Baedeker does not mention any

awareness of the fact that Murray had published his own Handbook of Travel Talk in 1844.

1847:

Karl Baedeker writes Murray three letters (12 Jan., 22 Jan., and 24 Sep.). Contacts between them appear to be good, and they had almost met each other

during their travels through Europe (i.a. Basel and Belgium). He also tells Murray that there is a lot of competition in European travel guides, including pirated

editions of his own handbooks. Yet he is confident that, "trotz aller Concurrenz", Murray's travel guides would retain the upper hand. He adds in his letter of

24 September : "Das Ihr Gegner Coghlan wegen Schulden aus Belgien flüchtig geworden ist, werden Sie wissen."

After this letter, there is no correspondence in the Murray archives until April 1852.

1849:

Karl Baedeker's name is printed on the title page for the first time (in the 6th edition of Rheinreise).

1851:

The Preface of the new edition of Murray's Travel Talk contains an direct criticism of books like Baedeker's Manual of Conversation (see 1844, above)

1852:

European tourism had suffered greatly from the revolutions of 1848, and the following chaos and unrest. Business contacts between Baedeker and Murray had

come to a standstill. In a letter of 25 April 1852. Karl Baedeker tries to restore his corespondence with Murray again. Apparently he has sent a previous letter, to

which Murray has not replied: ""Vor langer Zeit hatte ich Sie, mein geehrter Herr Murray, um Benachrichtigung gebeten, von welchen Ihner Reisehanbücher in

diesem jahre, neue Auflagen erscheinen werden, [bin] aber ohne Antwort geblieben".  Baedeker would like to place new orders for Murrays's handbooks, and

explains that the demand for travel guides had been low during the revolutionary year 1848 and the following years: "Da mein Bedarf in den traurigen Jahren

1848 und folgende gering war, habe ich derselben durch Bestellung von Weigel, Eisen, Kornliker u.a. gede.[...], hoffe aber von der bevorstehenden Reise[zeit]

guten Erfolg und wünsche daher dei Geschäftsverbindung mit Ihnen wieder anzuknüpfen."

In a letter dated 6 Dec. 1852, Baedeker refers again to the long interruption in their business contacts ("langer Unterbrechung unserer Beziehungen"), and feels

obliged to inform Murray that his handbooks have received some justified criticism for being outdated and containing redundant information. Baedeker also says

that he knows from personal experience that it is easier to add new information than to delete old text. He has actually decided to use a smaller print in the

4th edition of his Handbook for Switzerland so that the number of pages remains compatible with the required pocket-size format of the book and, in view of the

"Grossen Concurrenz", an affordable price (10 shillings).

"Die Bücher erhalten mancher Veraltete, mancher was unnöthigen Raum einnimmt. Ich weiss zwar aus eigener Erfahrung dass es weit leichter ist, Neues hinzu zu fügen, als Altes zu streichen, dass es weniger Mühe kostet dieses Buch zu schreiben, als ein guteshandliches Dünnes; ich habe zum Beispiel bei der neuen (4ten) Auflage neiner Schweiz, welche in diesen Tagen im Druck beendigt wird, eine kleinere Schrift wählen müssen, um die Bogenzahl zu ermässigen [und] dem Buch das Rocktaschenformat zu erhalten."

Baedeker ends his letter by expressing his belief that 1852 would be a good year for tourism: "Ich glaube, das Jahr 1852 wird ein guter Reisejahr werden".

1853:

In his letter of 2 Dec. 1853, Baedeker mentions the tense political situation in Europe and even refers to a war-scare: "Kriegslärm". He hopes that the situation

will be resolved so that tourists would not refrain from travelling to Europe in the coming year.

1855:

Baedeker published a guide to Paris and environs: "Paris und Umgebung, nebst Rouen, Havre, Dieppe, Boulogne, drei Stassenbahn Strassen vom Rhein

bis Paris, Handbuch für Reisende". It would later be expanded to include the North of France. For instance, the 6th edition published in 1867 the book was

called "Paris und Nord Frankreich". (The Paris guide was Karl Baedeker's last addition to the series, which his sons would expand after his death in 1859).

1856:

In a letter of 3 April, Baedeker tells Murray that he got a message from a fellow-countryman of the "Spithöver" in Rome who had received a poor review in

Murray's handbook. He feels that this poor judgement must be unjustified.

"Darum halte ich für Pflicht, für meinen durchaus ehrenhaften Landsmann ein gutes Wort bei Ihnen einzulegen. Er fühlt, wie höchst wichtig ein günstiges oder minder günstiges Uhrteil in Ihrem Buche für ihn ist."

On 16 October of this year, Karl Baedeker introduces his son Ernst to Murray. He describes his Ernst's experience and knowledge (especially about western

Germany and Switzerland). Ernst is doing a traineeship with Messrs. Williams. He hopes that Murray relationship with his son will be as good as it had been

with himself.

1858:

On 6 Oct.1858, Karl Baedeker writes to Murray about the waning popularity of the Murray guides. In Switzerland, for example, most English-speaking tourists

now buy Gregory's Practical Swiss Guide far more often than Murray's Handbook. According to Baedeker, Murray would have to revise his guide thoroughly in

order to regain his market share. Regarding the revision of errors in Murray's handbooks, he mentions an example of an inn still listed in the 12th

edition of Northern Germany, even though that inn had closed eight years ago. What's more, Baedeker emphasizes the urgency of the matter by saying that

he is already getting requests for an 'English Baedeker'.

"Kürz: ich wiederhole, dass das Vertrauen welche Ihre Landsleute Inhren Büchern schenken, es Ihnen zu Pflicht macht, eine recht gründliche revision vornehmen zu lassen. Es sind grossentheils nur Kleinigheiten, aber Kleinigkeiten wobei der Mensch, namentich der hungerige und durstige der in Erwartung einer guten 'dinner' oder 'supper'war, die Enttäuschung sehr übel nimmt. Neun Zehntel aller dankes - und Berichtungsbriefe, die mir besonders im September und October in grossen Anzahl zukommen, betreffen gasthöfe und ähnkliche Anstalten. Auch englische Briefe laufen wohl ein, Aufforderungen einen 'englischen Baedeker' drucken zu lassen. Ich habe diese Versuche durch die Versicherung unschädlich gemacht, das ich selbst mit dieser Idee umgehe, bin aber gar nicht gewiss, ob nicht in einem andern Verlag eine Zusammenstellung, ein Auszug aus Murray, mit Baedeker [...] kleinen Notizen versehen, als ein 'new guidebook' ans Tageslicht kommt, was denn ärgerlich wäre. Um das nach Kräften zu verhindern, werde ich künftig auf dem Titel das Recht zu Übersetzungen mir vorbehalten."

Baedeker finally thanks Murray for the kindness shown to his son, Ernst.

1859:

Karl Baedeker dies of overwork. Ernst Baedeker, his eldest son, takes over.

Baedeker's letter of the previous year (see above) had not sounded like a farewell letter. If anything, his tone and ambition sounded even more active and

ambitious (and overworked) than ever before: "Hätte ich Zeit, so würde ich selbst die Feder zur Hand nehmen. Leider werde ich aber mit meinen eigenen

Büchern nicht fertig."  Karl Baedeker had already started on French-language editions of his handbooks, and his sons would subsequently add

English-language guides to the series.

1860:
On 4 December Ernst Baedeker writes a letter in which he asks Murray whether he would object to an English translation of some of Baedeker's guides,

on account of repeated requests from the public.He recognizes that there might be a commercial conflict of interest with some of Murray's Handbooks,

and promises to comply with Murray's views. He especially focuses on Baedeker's guides to the Rhine and the guide to Paris, and wonders if these would

conflict with Murrays's Handbook for Germany and the Handbook for France.

"I have been repeatedly asked to have my guide books translated into English, but, knowing that in many cases your works served my late father as models for his own, I have, at least with regard to "Germany"and "Switzerland" positively declined doing so, and shall never sanction any translation of these works. The case however is somewhat different with respect to the "Rhine" and "Paris". these two guide books were compiled solely by my late father's unaided exertions, and it would be very much to my interest to have them translated. Do you think any such step would prove prejudicial to the sale of your "France" and "Northern Germany"? If so, I pledge myself to abide by your decision."

Murray replied that he had no objection to an English-language edition of Baedekers's "Rhine" guide, but that he claims that he was planning his own handbook

for Paris (Murray's Handbook for Paris would in fact appear quite a few years later, in 1864). On 14 December, Ernst Baedeker therefore writes to Murray:

"I was not aware that you are preparing a handbook for Paris; but as it is so, I renounce to [sic] my project. (...)

Concerning the "Rhine", I will carry on my intention to publish an English edition; I am obliged to you by offering me your aid in becoming the publisher of it. (...)

To lose no time, I have charged Mr. Kirkpatrik, and instructed english traveller living in Coblenz, to begin the work, not a liter[al] translation, {but] he must remodel it for English men. Mr. Kirkpatrik hopes to have finished it before the 15th of March, so copies may be had in time [i]n July, the very time to begin the sale of a Guidebook."

1861:

The first English-language Baedeker guide (Handbook for Travellers on the Rhine from Switzerland to Holland) was published jointly with John Murray

Murray receives 250 copies in which his name is mentioned in first place. in a letter of 4 July, Ernst Baedeker writes (in German again):

"Mein "Rhine-Guide ist fertig und habe ich Ihnen durch meinen Commissionair Herrn W. Engelmann in Leipzig Ihrem Auftrag gemäss 250 Exemplaren senden lassen.

Ich hoffe das Buch wird Ihnen nicht missfallen, und seine Käufer finden. Den Titel habe ich nach Ihrem Rath abgeändert, und auf den für London bestimmten Exemplaren Ihren Namen voran gesetzt. (...).

Verkaufpreise habe ich auf 4/- fest gesetzt. Ihnen berechne ich 2/6 und 13/12. (...)"

Karl Baedeker (Jr.) takes over from his brother Ernst, who dies at a young age.

1862:

Karl Baedeker (Jr.) reneged on his brother's promise to John Murray regarding the Switzerland Handbook.

In a letter to John Murray, written in French, he explained his reasons. He described how there was now a market for a rapidly increasing number of less

well-off English travellers to Switzerland, who were already buying Baedeker's cheaper French-language Handbook for Switzerland, rather than Murray's

more expensive English-language Handbook. He also explained that a writer called Hermann Alexander von Berlepsch (c. 1814 - 1883) was planning to

publish an English-language translation. Since this would threaten the market for Baedeker's own French-language guide, he plans to go ahead with his

own translation:

"Si [...] Berlepsch publie une édition anglaise de son livre, ce sera à lui que le public anglais, donnera alors la préférence, préférant naturellement cette édition anglaise à mon édition francaise.

Pour obvier à cet inconvénient, je viens vous demander, monsieur, si vous croyez, qu'une edition anglaise de la Suisse Baedeker soit capable de vous faire assez de tort pour m'engager, en souvenir des relations amicales qui régnèrant toujours entre vous et feu mon père, à ne point entre prendre cette publication. A mon avis, le public qui achète votre "Switzerland" et celui qui se munit du simple guide de feu mon père, forment dans classes très distinctes d'acheteurs. La publication que je projette serait donc hors d'état de faire du tout à votre livre; elle ne pourrait en faire le cas échétant qui[...] Bradshaw et autres publications du m`ème genre; et moi, je serais de cette sorte à même de tenir tète à Berlepsch. Je n'aurais d'ailleurs jamais en l'idée de faire une pareille publication si je n'y étais pour ainsi-dire forcé par les faits mentionnés ci-dessus." (30 Oct. 1862)

It was the Golden Age of Alpinism. In the period between 1854 and 1865, many major Alpine peaks, such as the Wetterhorn and the

Matterhorn, were ascended for the first time. The London Alpine Club was founded in 1857.

Berlepsch wrote Neuesten Reisehandbuch für die Schweiz, as well as the English-language edition Switzwerland and the Principal Parts of Southern

Germany. Berlepsch's Die Alpen in Natur- und Lebensbildern was translated in 1861 into The Alps or Sketches of Life and Nature in the Mountains.

1863:

Baedeker published his 1st English-language edition of Handbook for Switzerland .

No further correspondence between Baedeker and Murray can be found in the Murray-archives.

No doubt relations got soured. In the second edition of Baedeker's (English-language) Handbook for the Rhine, in 1864, Murray's name is no longer

mentioned. Instead, the 1864 edition of Baedeker's Rhine is co-published in London by Williams & Norgate.

1870:

Baedeker adds the phrase "Northern Germany" to his Handbook for the Rhine, thereby explicitly entering into direct competition with Murray's existing

Handbook for Northern Germany.

1871:

Franco-German War

1872:

Fritz Baedeker took over from his brother who suffered from bad health. Ernst dies in 1872. The Baedeker firm relocates to Leipzig.

Baedeker's Rhine is co-published with the American publisher Osgood & Co. The  market for American travellers to Europe had become increasingly

important after the Civil War.

1873:

Northern Germany became a separate title (alongside the Rhine). Sales of Murray's Northern Germany start to slump as a result.

1878:

James Fullarton Muirhead joins the Baedeker firm, and Baedeker started publishing the English-language Handbook for Travellers to London.

siginificantly, the book is co-published not by Murray, which had its own London Guide, but by Dulau and Co. , 37 Soho Square, London. No mention to John

Murray is made. The demand for Baedeker's Handbook for London was no doubt due to the fact that, unlike for instance Murrays' Handbook or Black's Guide,

it was the written in English from the foreigner's point of view. In the Preface, Baedeker writes, the following:

"As several excellent English guide-books to London already existed, the publication of a new work of the same kind may perhaps be deemed somewhat presumptious; but the editor has reason to believe, from numerous communications addressed to him by English-speaking travellers, and particularly Americans, that the present work will be acceptable to many of those already familiar with the distinctive characteristics of 'Baedeker Handbooks'. The English Handbook for London, which corresponds with the sixth German and the fourth French editions, embodies the most recent information, down to the beginning of the present year, obtained in the course of personal visits to the places described, and from the most trustworthy sources." (Preface)

1887:

Findlay Muirhead joins his brother at the Baedeker firm, and the Handbook for Travellers to Great Britain was published, in cooperation with Dulau & Co,

in London. The fact that relations with Murray had cooled drastically is apparent  from the Preface, in which Baedeker recommends the Thorough Guides

published by Messrs. Baddeley and Ward, rather than the Murray Handbooks, "to those in search of more detailed information regarding any particular district."

In the Preface, James Fullarton Muirhead is mentioned as the sole author.

"In response to repeated requests from English and American patrons of 'Baedeker's Handbooks', and in view of the favourable reception accorded to his 'Handbook for London', the Editor now ventures to submit to the public the present volume, treating of England, Scotland, and Wales. The writer is Mr. J.F. Muuirhead, M.A., who has for several years taken part in the preparation of the English editions of the Handbooks, and has personally visited the greater part of the districts described."

(Preface)

1925:

Fritz Badeker dies, and is succeeded by his son Hans.

1943:

Baedeker's headquarters in Leipzig, including the archives, are destroyed due to Allied bombardments in WWII.

1948:

Start of a new series of Baedeker guides.

Baedeker clones:

New England: A Handbook for Travellers, by osgood, later puublished by Sweetser, etc.

          "The plan and structure of the book, its system of treatment and forms of abbreviation, have been derived from the European Handbooks of

          Karl Baedeker. The typography, binding, and system of city plans also resemble those of Baedeker, and hence the grand desiderata of

          compactness and portability, which have made his works the most popular in Europe, have also been attained in the present volume."

          (Preface, p. iv). Hiernaast verschenen bij dezelfde uitgevers ook The Middle States (in 1874), The Maritime Provinces (1875), en The White Mountains (1876)

Baedeker of the Argentine, by Martinez, since 1900

Bennett's Hand-Book for Travellers to Norway, many editions (by Thomas Bennett, 1814-1894, who established a travel agency in christiana in 1850)

Plantenga's, Nederland, Handboek voor Reizigers, sinds 1862

Terry's Guide to Mexico, 1909, Thomas Philip Terry (1864-1945), 1st edition written on the Baedeker plan, many editions

Official Guide to Eastern Asia, uitgegeven door het Department of Railways, Tokyo, Japan

             Uit de Preface (April, 1917): "It was more than eight years ago that the Government Railways of Japan (...) commenced the work of preparing

             a generous, compendious guide-book on Eastern asia. Four volumes have already been published. (...).

              These volumes are intended to be a pioneer in this field, and in point of fact they constitute the only one ever published for this wide area. (...)

Francis Coghlan (toerisme)

A Guide to France (1829, 1830, ...)

A Visit to Paris; or the Stranger's Guide to Every Object in that Gay City (1830)

Guide to St. Petersburg and Moscow: By Hamburg, Lubeck, Travemunde, and by steam-packet across the Baltic to Cronstadt (1835)

New Guide to Paris (1836, 1840); in tegenstelling tot Baedeker (1865) en Murray (1864) was hij een vroege concurrent van Galignani met een Engelstalige gids

Guide up the Rhine, from London, by Rotterdam, The Hague, Amsterdam (1835, 1837, 1863), 360 pp.

The Tourist's Companion through the Netherlands up the Rhine, and through Switzerland (1837)

New Guide to Bologne-sur-mer and its Environs (1838)

The Iron Road Book and Railway Companion from London, Birmingham, Manchester, and Liverpool (1838)

Handbook to the Channel Islands (1843)

Handbook for Central Europe (1844, 1845, 2 columns, 460 pages, including Index and Advertiser), later published as Hand-Book for European Tourists (1847)

Hand-Book for European Tourists1845 (1e editie), 1847(2e editie, including Italy), published in London (H. Hughes), Brussels, Leipsig (by Tauchnitz)

         2 columns, 876 pp, including "A Word to Invalids" about climates, health and disease + a cautionary word regarding the prevention of pirated editions in

         England (with reference to a recent Act of Parliament)

Handbook for Travellers in Italy (1845, 1847, 1857, ...)

Handbook for Northern Italy (1856)

Handbook for Travellers in Southern Italy (1861)

Guide through Switzerland and Chamonix (1836)

Handbook for Travellers in Switzerland: With routes through Belgium, Holland, and Rhine (1857)

Guide to Paris and Environs (1853, ...)

Miniature Guide to the Rhine (1853, ..)

A Miniature Guide to Paris (1853)

Illustrated Guide to the Rhine (1863, ... )

The Steam-Packet and Coast Companion, or, General Guide to Gravesend, Herne Bay, Canterbury, Margate, Broadstairs, Ramsgate, Dovor [sic.], Hastings,

            Brighton, ... the Isle of Wight, for the present season (1831)

The Stranger's Guide to London (1834)

A Visit to London, or The Stranger's Guide to the Metropolis (1837)

Ten Days in London & its Environs (1849)

Brighton and its Environs (1839)

Guide to North Wales

De blauwe omslag van Coghlan's "blue pill" (1e editie, 1845) is in de loop der tijd zwart geworden

Francis Coghlan

Francis Coghlan was a publisher of English-language travel guides for a long period in the first part of the 18th century, from approx. 1825 to approx.1860.

In the posthumously published book "The Students' Quarter" by William Makepeace Thackeray about his residence in Paris in 1839-40,

"the facetious Coghlan", is mentioned for and excellent description of "the good town of Boulogne, where "the author arrived on the boat from London.

His early guide-books preceded Murray's hand-books, but Murray soon took the intitiative, and for the most part Coghlan's and Murray's guides were in

competitiion  with each other. Judging tfrom the Introduction to his Hand-Book for Central Europe, Coghlan had felt restrained from publishing thios book

because Murray had already published many guides on Europe. However, he began to attack Murray for publishing too many unnecassary details,

and thereby burdening the traveller to Europe with too much impractical information. By 1844, Murray had published 8 guides to Europe, which would cost

the traveller not only a lot of money for purchasing the guides, but also for transporting them. Coghlan published the Hand-Book for Central Europe,

or Guide for Tourists through Belgium, Holland, the Rhine, Germany, Switzerland, and France, Including a Full Description of Paris, the Channel Islands,

the Fashionable Continental Spa's, etc. in 1844, and in the Introduction to his Hand-Book, under the heading of "luggage", Coghlan writes that taking

too much luggage is "inconvenient, troublesome, and very expensive: on the Belgian railroads, every pound of luggage is charged for" (p. xxvii).

He recommends travellers to take Coghlan's guide with them: because "an extra box for seven or eight volumes of guide books may now be dispensed with,

as this volume will be sufficient (it is hoped) for any reasonable traveller" (p. xxviii)

In the Advertiser at the back of Coghlan's Central Europe, a number of  "opinions of the press" are quoted. One review, from The Examiner, reads as follows:

"Mr. Coghlan was, we believe one of the earliest writers of continental 'Guides ', at a time when Mr. Murray's 'Hand Books' were unknown. The book before us is compressed from several of his former works (...). A great deal of information is put into the compass of one pocket volume, and the book cannot be otherwise than useful to travellers. A new map of Europe, with all the railways, both open and proposed, is a valuable addition to it. "

The Advertiser also includes a calculation of the savings a traveller to Europe might make by only buying Coghlan's one volume at £1 and 2 shillings ,

instead of investing in several seperate ones, such as Murray's Northern Germany (retail price 12 shillings), Southern Germany (10 shillings),

Switzerland (10 s.), France (12 s.), Northern Italy (12.s.), and Central Italy (15 s.), plus Starkie's Southern Italy (15 s.), Galignani's Paris (10 s.), and

Inglise's Jersey and Guernsey (12 s.), and calculates that: "Persons visiting the Continent may save four pounds, six shillings, and sixpence, by purchasing

Coghlan's Continental Guide Books".

The first edition of Coghlan's Hand-Book for Central Europe was a comprehensive handbook to the whole of "Central Europe", containing the essential

information to only the pricipal tourist destinations, including Paris. An edition which included Italy was published in 1845 and 1847 under a different title:

Hand-Book for European Tourists, etc.

In the Preface to the 1845 edition, Coghlan attacked Murray for his inaccuracies, and accused him of plagiarism rearding the system he had used for

his description of the Rhine:

"I take credit to myself for originating and carrying out in the first edition of my "Guide up the Rhine", published in 1835, the plan of describing that river

from the sea to its source. Mr Murray adopted it without acknowledgement."  (Praface, p. LIX)

In his second edition (1847), Coghlan accuses Murray of plagiarism in his second edition of the Hand-Book for Northern Italy (see below).

in the same year, Ernst Baedeker refers to Coghlan as John Murray's "Gegner" (in a letter to Murray dated 24 Sept. 1847).

Coghlan also refers to his predecessor Mariana Starke or, as he would later call her, "Mary Anne Starke", on p. 546 of the 1845 edition, when he describes Lodi,

the place of her death, and "Madame Starke", when he describes Sorrento, where she had a house (p. 840). She was the author of the only English

travel guide book about Italy so far but criticises the "want of a system of arrangement, and the very incorrect details, in Madame Starke's work".

Coghlan also criticises the first edition of Murray's Hand-Book to Northern Italy (1843), that had recently appeared (written by Sir Francis Plagrave,

assisted by Mrs. Col. S______d": "whatever may be its merits as an historical compilation from the works of our best authors, as a Guide Book for strangers in a

foreign land, it is either faulty or deficient". Coghlan points out various errors in Murray's descriptions of Northern Italy and Central Italy (1843).

Regarding Murray's descriptions, Coghlan mentions several instances of errors (pp. 475, 505, 559, 579, 583, 588, 597, 598), and with regard to the Royal Hotel

in Milan (Albergo Reale) he writes:
"Mr. Murray, in speaking of this hotel, admits that it is highly spoken of as one of the best in Italy, but very extravagant. Having experienced, as every one else must

have done, the inaccuracy of the information given respecting hotels in other places, I was induced at once to visit this house. (...)

The proprietors, Messrs Casnedi and Pedroli, pay the greatest personal attention to thier guests; and they have, no doubt, been much and undeservedly injured."

(p. 500) In one footnote, he comments on a quotation taken from Murray (about Italian men, women, etc.) in the following venomous way:

"Murray, with that bad taste and illiberality which pervade all his Hand-books, has inserted this ill-natured and unjust quotation" (p. 486)

In 1845 Murray's hand-book to Southern Italy had not been published yet, so the chapter on Southern Italy in Coghlan's Hand-Book (1845) precedes

Murray's Hand-Book of Southern Italy (1853!).

The contents of Coghlan's 1st edition of the Handbook for European Tourists (1845) is as follows:

- Preface, Introduction, Table of Expenses (52 pages)

- Hand-Book for Central Europe, or Guide-Book for Travellers, Part I, Holland (pp. 1-27)

- Hand-Book for Central Europe, or Guide-Book for Travellers, Part II, Belgium (pp. 30-82)

- Hand-Book for Central Europe, or Guide-Book for Travellers, Part III, Prussia (pp. 83-228)

- Hand-Book for Central Europe, or Guide-Book for Travellers, Part IV, Switzerland (pp. 229-334)

- Hand-Book for Central Europe, or Guide-Book for Travellers, Part V, France (pp. 335-414)

- Hand-Book for Central Europe, or Guide-Book for Travellers, Part VI, Channel Islands (pp. 415-428)

- Hand-Book for Italy, or Guide-Book for Travellers, Part VI (sic!), Northern Italy (pp. 429-629)

- Hand-Book for Italy, or Guide-Book for Travellers, Part VII, Central Italy (pp. 630-741)

- Hand-Book for Italy, or Guide-Book for Travellers, Part VIII, Southern Italy (pp. 742-858)

- Caution to Travellers  (1 page, regarding a recent Act of Parliament against 'foreign pirated editions")

- List of Duties in London, for goods taken from the Continent, (2 pages)

- Routes (2 pp.)

- Index to Central Europe (12 pages)

- Index to Italy (12 pp)

- The Central Europe Advertiser (33 pp.)

- Opinions of the Press (1 page)

Coghlan's handbook had a blue cover, which would gradually change to "black" due to the kind of dye that was used (Murray's early red hand-books would

similarly turn into brown!). In the Preface to the 1845 edition, Coghlan refers to the colour of his Hand-book by comparing it with the "blue pill" that was used 

as a cure against the "scarlet fever"(i.e. malaria, or Murray's "Red Hand-books"): "although  this BLUE PILL cannot be expected to effect a radical cure,

compounded (I mean compiled) and printed in the short space of one month, yet it is hoped that the traveller in Italy will find by taking even the first dose (i.e. edition)

considerable relief will follow."

In the Preface to the 1847 edition, Coghlan wrote:

"In the years 1838, 1839, 1840, when the hand-books of Mr. Murray appeared in such rapid succession, embracing most parts of the Continent, and anticipating by announcement every corner of Europe; and throwing net works not only over those spots little frequented by English travellers, but scarcely ever visited; I thought it unnecessary to republish any of my original works; but the editions in 1842-43 have so overloaded the tourist that he cries out with some appearance of reason, 'hold hard there!' What, three handbooks for Italy, two for Germany, one for France, (not including Paris) and one for Switzerland, making in all eight volumes of goodly size for a continental tour!

The Handbook for CENTRAL EUROPE is compiled for the use of those who do not require a travelling library, but such as merely pass through a country by the high ways, avoiding the pass-ways, and stopping only at the most attractive places."

In the 1847 edition Coghlan complains about the second edition of Murray's Hand-book of Northern Italy he wrote:

"The writer of the Second edition of Northern Italy, however, has in  most places adopted the characters of the various hotels from my first edition, Oh, fie! Mr. Murray!

to take hints from Coghlan, when you so liberally pay your collectors'" .

Francis Coghlan did not manage to keep his work updated and republished in as many subsequent editons as Murray did (also refer to Baedeker's letter to Murray

in 1847). In 1847 Karl Baedeker wrote to Murray that he had retained the upper hand in his competition with adversaries such as Coghlan ("Das Ihr Gegner Coghlan

wegen schulden aus Belgien flüchtig geworden ist, werden Sie wissen").

Among the booksellers where his Hand-Book could be purchased at the time, he lists Molini in Florence, Galignani in Paris, and B. Tauchnitz in Leipsig.


James Fenimore Cooper (1789-1851, literair, society, picturesque, link)

Between 1836 and 1838, Cooper published five travel volumes based on his experiences in Switzerland, France, England, Italy, and along the Rhine (link)


A residence in France: with an excursion up the Rhine, and a second visit to Switzerland [2v.] [ (publ. by A. & W Galignani, 1836),

             published in the US as Sketches of Switzerland [...] Part second] (London, 1836)
Excursions in Switzerland [2v.] [published anonymously in the US as Sketches of Switzerland] (London, 1836)
England. With sketches of society in the metropolis [3v.] [published in the US as Gleanings in Europe. England [...]] (London, 1837)
Recollections of Europe [2v.] [published in the US as Gleanings in Europe] (London, 1837)
Gleanings in Europe: Italy [2v.] (London, 1838) . Cf. Gleanings in Europe and Italy, "by an American" in 1838

           
(De soms anonieme publicatie had wellcht te maken met de mindere recensies over zijn reisverhalen die zijn reputatie als romanschrijver konden schaden)

 

 

Buckingham, James Silk (1786-1855, abolition of slavery, social reform, autobiography, zie ook wikipedia link)

Travels in Palestine, 1821,

Travels Among the Arab Tribes, 1825

Travels in Mesopotamia, 1827

Travels in Assyria, Media, and Persia, 1830

Sketch of a Plan for Effecting a Voyage Around the Globe, 1830

A Summer Trip to Weymouth and Dorchester, 1842

The Slave States of America, 1842

The Eastern and Western States of America, 3 vols., 1842 (based on a 4-year stay in the United States)

Canada, Nova Scotia, New Brunswick, and the Other British Provinces in North America, 1843

France, Piedmont, Italy, Lombardy, the Tyrol, and Bavaria. An Autumnal Tour, 1847 (met in het voorwoord over achtergronden/gevolgen van Revolutiejaar 1848)

Belgium, The Rhine, Switzerland and Holland. An Autumnal Tour, 2 vols, 1848

The Buried City of the East - Nineveh, 1851

Autobiography, 1855


Roscoe, Thomas (1791-1871, zie wikipedia link)

The Tourist in Switzerland and Italy, 1830; the first volume of the Landscape Annual, followed for eight years by similar volumes on Italy, France, and Spain.

Wanderings and Excursions in North Wales, 1836.

Wanderings in South Wales, with Louisa Anne Twamley the naturalist, 1837.

The London and Birmingham Railway, 1839.

Book of the Grand Junction Railway, 1839 (the last two were issued together as the Illustrated History of the London and North-Western Railway).

Legends of Venice, 1841.

Belgium in a Picturesque Tour, 1841.

A Summer Tour in the Isle of Wight, 1843.

 

 

W. Pembroke Fetridge (1827-1896)                      

                 Harper's Handbook for Travelers in Europe and the East, 1st ed. 1862, with 1 travel map of Europe.

                 5th ed. 1866, with two maps: railway map and travel map.

                 It was published annually in the 1860s, 1870s, 1880s, and 1890s for at least 33 years up to 1894 (and after?) when it had expanded to 3 volumes,

                 and was the first complete one-volume American guidebook to Europe was published 8 years before Appleton's European Guidebook;

                 and 6 years before Appleton's Short Trip Guide to Europe in 1868)

                 Harper's Hand-book aims at a wide audience  and states that "a very economical person can travel through Europe at five dollars per day",

                 proving that the dollar would pretty much retain its value up to the publication of Arthur Frommer's Europe on $5 a Day in 1957!

1862 edition, half calf with tucks (the most exclusive)

De advertentie voor Harper's Hand-Book in 1862 luidde als volgt::
"Harper's Hand-book for Travellers in Europe and the East: Being a Guide through France, Belgium, Holland, germany, Austria, Italy, Sicily, Egypt, Syria, Turkey, Greece, Switzerland, Russia, Denmark, Sweden, Spain, and Great Britain and Ireland. By W. Pembroke Fettridge. With a Map embracing Colored Routes of Travel in the above Countries. Large 12mo, Cloth, $2.75; Leather, $3.00; Half Calf, or Roan with Tucks, $3.50.

(advertentie uit: Trollope's North America, 1862, "Fresh Books of Travel and Adventure")

Uitgeverij Harper & Brothers (Franklin Square, New York) speelde een hoofdrol in de publicatie van reisboeken in de Verenigde Staten.

                 Zoals blijkt uit de advertentie achterin Trollope's North America, waren er in 1862 tal van reisboeken en reisverslagen bij Harper verschenen,

                 o.a. The Prairie and Overland Traveller van kolonel Randolph B. Marcy (1859), met "Itineraries of the Principal Routes between the Mississippi and the Pacific"  

                 Dit boek werd zo'n 10 jaar eerder uitgegeven vóór de Union Pacific Railway,en voordat de toeristengidsen(Crofutt, etc.) voor het brede publiek verschenen.

   Andere uitgaven waren Burton's Lake Regions of Central Africa, en Livingstone's South Africa (een piratenversie van de in 1857 door John Murray, uitgegeven editie)

   Overigens was Anthony Trollope's North America een pirateneditie van het oorspronkelijk door de Londense uitgever Chapman & Hall uitgegeven boek.

 

Henry Morford

                 Appleton's Short Trip-Guide to Europe, 1868, 1869, 1870

                         (335 pages + 23 pages of ads + color map of Europe); Morford betuigt o.a. erkentelijkheid aan Black's Guide to England and Wales

Henry Morford beschrijft in de Inleiding ("Advertisement") dat het idee voor deze reisgids ontstond naar aanleiding van zijn bezoek aan de Franse Expositie van 1867. Meerdere mensen hadden hem gevraagd een beknopte, en relatief goedkope resigids te schrijven over Europese landen die het meest door Amerikanen werden bezocht:

"The 'Short-Trip Guide to Europe' is the result of that often-repeated suggestion, and it has been especially designed to meet that demand. The principal effort has been, to make it rapid, plain and practical - to fit it especially to the needs of the thousands of Americans who visit Europe for very brief periods: absent from home for from six weeks to three or four months - to point out the objects which should be seen first, if all cannot be seen (...)" (p. v)

Verderop betuigt Morford zijn erkentelijkheid aan Murray en Baedeker, en hij beveelt Harper's Handbook aan voor hen die over meer reisinformatie over Europa willen beschikken:

"(...) while by far the larger proportion of the matter presented is the result of personal observation and diligent inquiry among intelligent travellers known to have gone over routes as yet unvisited by the writer - still there is an obligation owed to Baedeker, to Murray, and other professionals long in the field, and to the cosmopolitan Fetridge, whose "Harper's Hand-Book" is always found vailable by those who tarry long in the Old World, instead of merely running through the best parts of it."  (p. vi)

Advertisement to the edition for 1870: "With the isssue of the present edition of the "Short-Trip Guide", the third of the series, the author-compiler, with whom the work had its origin in 1868, becomes sole proprietor, through purchase from the Messrs. Appleton, of all their material, interest and good-will in the enterprise. The purchase has been induced from the anxiety of the

author to assume entire control of the circulation as well as the compilation of the work, and from his belief that it could be more energetically managed, through his own exertions, than when comparatively buried among the numerous issues of a great publishing house. (...) Two or three of the new features were added in the edition of 1869, among them being the list of 'European Hotels for American Travellers' , the 'London and Paris Guide,'  and the table of 'Bell-Time at Sea'. In the present issue, all those features continued, an important addition will be found, in a brief but comprehensive list of 'Skeleton Tours in America, for Short-Trip Europeans' (...)" (pp. v, vi)

Henry Morford publiceerde in 1867 nog twee boeken:

Paris in '67 : Or, the Great Exposition, Its Side-Shows and Excursions

Over-Sea: Or, England, France and Scotland as seen by a live American

                Appleton's European Guide Book for English-Speaking Travellers, 1873

                         1 vol, 6th ed. 1873, ("illustrated" incl. separate maps: railway map of Europe + 3 of London & Paris, 730 pp + adverts)

                         2 vols., 24e ed.,1887 (24th ed. since first publ. in 1870)

 

Appleton, Daniel (1785 - 1849), algemeen, zie afbeeldingen, wikipedia link

Appleton's American Guide (published from 1846):1857, 1872

Appleton's Hand-Book Through the United States, 1846

Appleton's Railroad and Steamboat Companion (from 1848)

Appleton's Steam Navigation & Railway Guide (from 1858)

Appleton's Illustrated Railway Guide

Appleton's Illustrated Hand-Book of American Travel (1st publ. in 1857, 1861, ...., in 1 of 2 delen)

Appleton's Companion Hand-Book of Travel (1866, ...)

Appleton's Handbook of American Travel: Northern & Eastern Tours, 1872, (summer 1873), Western Tours (autumn 1873),

                  Southern Tour (1866), separate volumes

Appleton's Illustrated Hand-Book of American Cities

Appleton's European Guide Book (from 1872), 1873, 1887 (edited by William Paterson, see below!)

                  first published in 1870, this guide appeared throughout the last quarter of the 19th century (the 27th edition appeared in 1890 in two volumes)

Appleton's General Guide to the United States and Canada (from 1879), 1892

                  in a single volume of over 500 pages; also in 2 seperate volumes: vol. 1 New England & Middle States & Canada, vol. 2: Western & Southern States

                  Appleton's General Guide is duidelijk beïnvloed door stijl en layout van de Baedeker-gidsen

Appleton's Canadian Guidebook, 1891, 1895, 1903

 

Crofutt, George Andrews (1827-1907), transport, treinen, zie afbeeldingen

                  Great Trans-Continental Railroad Guide, by H. Wallace Atwell & Crofutt ('Bill Dadd'), Geo. A. Crofutt & Co: 1869 (1e),

                  Great Trans-Continental Tourist's Guide. Crofutt & Eaton: Jan. 1870 (2e, temorary revised edition, 36 illustraties + nieuw routekaart)

                  Crofutt's Trans-Continental Tourist Guide, Geo. A. Crofutt: 1871 (3e), 1872 (4e), 1873 (5e), 1874, G.W. Charleton & Co: 1875, 1876

                  Crofutt's Western World: 8-page monthly newspaper, from November 1871

                  Crofutt's New Overland Tourist, and Pacific Coast Guide , The Overland Publishing Company: 1878, 1879, 1880, 1882, 1883, 1884

                  Crofutt's Grip-Sack Guide of Colorado, The Overland Publishing Company: 1881, 1885

                  Crofutt's Overland Tours, published by Arthur H. Day & Co., 1888; H.J. Smith & Co.1889; de uitvouwbare kaart is nu een productie van Rand McNally

                  Crofutt's Overland Tours and Crofutt's Overland Guide, 2 companion volumes, Rand McNally*: 1890, Charles E. Ware & Co: 1892

George Crofutt was een pionier op het gebied van toerisme in het transcontinentale tijdperk na 1869. Zijn reisgidsen werden uitgegeven tot 1893,

en er zijn er naar schatting meer dan een miljoen van verkocht. De gidsen geven een beeld van de razendsnelle,

ingrijpende veranderingen in het Amerikaanse Westen vanaf 1869, toen met de voltooiing van de Central and Union Pacific Railroad tussen Omaha

en San Francisco de ononderbroken spoorverbinding (transcontinental railroad) over het hele Amerikaanse Continent een feit was geworden.

Crofutt had toen al een aantal jaren in het gebied ten westen van Omaha rondgereisd en zou vanaf 1869 verschillende reisboeken schrijven.

Crofutt's eerste reisgids werd enkele maanden na de voltooiing gepubliceerd (op 1 sept. 1869). De titel luidde Great Trans-Continental Railroad Guide,

en het was de eerste, en de beste, in z'n soort.

De herziene tweede editie (uitgegeven op 1 mei 1870) verscheen onder de tilel Crofutt's Trans-Continental Tourist Guide. Deze 2e editie bevatte

36 illustraties, waarvan 24 pagina-groot, en een grote kaart met de hele spoorlijn. De 3e editie (1 mei 1871) bevatte 45 illustraties + kaarten van

'Yo Semite Valley', de Pacific Railroad, en een wereldkaart. De General Index vermeldt 5 kaarten.

In de Preface beklaagt Crofutt zich over het plagiaat van andere uitgevers:

"Now, right here, we wish to remark we were the first to publish a guide-book of the Pacific Railroad (1869), the first to stake our dollars and time on the venture, since when our imitators have been numerous. The one from St. Louis [i.e. J.L. Tracy, samen met Crofutts voormalige partner, B.D.M. Eaton: Tracy's Guide to the Great West, 1870] - a petty, swindling, advertising dodge - is beneath notice; but that a respectable firm could be found in San Francisco who would not only copy all our little mistakes, plagiarize a great portion of our Guide, and then steal its good name, is more than we can understand. Our first guide was known as the "Great Trans-Continental Railroad Guide" (...); as such, we expended many thousands of dollars advertising it, some of which was in our imitators' paper, and went into their pocket, which looks like a double robbery. We now issue the Guide as "Crofutt's Trans-Continental Tourist Guide". Let us see if they won't go for "Crofutt" next. They will now correct their guides, as we furnish them much original data, and note many late and important changes."

Vanaf 1871 werd de gids 2x per jaar herzien en uitgebreid,  en vanaf november 1871 verscheen een maandelijkse uitgave van Crofutt's Western World. 

Hiermee kon hij nóg beter inspelen op de snelle veranderingen langs de transcontinentale route.                      

De 4e editie (1872) bevatte 224 pagina's, 50 illustraties, 11 routekaarten, incl. grote staalgravure van de werld in kleur.

De 5e editie (1 mei 1873) bevatte 224 pagina's, 50 illiustraties, 11 routekaarten + grote wereldkaart (50.000 verkochte exemplaren)

Uit de Preface van de 5e editie van Crofutt's Trans-Continental Tourist's Guide blijkt hoe populair deze reisgids was:

"(...) over two hundred thousand copies of our little book has [sic!] been printed and sold either in America or in Europe, (...)

[and] at least ten millions of people have read the book (...)".

Doordat deze gids intensief werden gebruikt zijn er relatief weinig exemplaren in goede staat bewaard gebleven.

In het voorwoord beklaagt Crofutt zich nogmaals over het plagiaat door andere uitgevers:

"(...) when great big dead beats, like Appletons of this city [New York], [Appleton's Handbook of American Travel: Western Tour, 1871] employ penny-a-line-ers to sit in their office - never go out of the city - and compile "Guides" and "Books of Travel" by robbing us, and all others who travel and spend their money collecting reliable information - and when the Alta man of San Francisco, steal even the "good name" of our book [J.C. Fergusson bracht de The Alta California, Pacific Coast and Trans-Continental Rail-Road Guide op de markt in 1871.] - to say nothing of such as Rand & McNally [Western Railway Guide: the Travelers' Hand Book ..., 1871] , Gilbert, Eaton, Tracy, and a score of other catch-penny swindles - we begin to think that the race of honorable writers and publishers is nearly run out."

De 6e editie (1 mei, 1874) werd op een groter formaat gedrukt, met minder pagina's, 100 illustraties.

Na de 7e en 8e edities (1875, 1876) stopte Crofutt de publicatie van deze gids, waarvan in totaal 344.000 exemplaren waren verkocht.

Met name Henry T. Williams met The Pacific Tourist. Williams' Illustrated Trans-Continental Guide of Travel (1876, 1877), bleek succesvol; er volgden

herdrukken tot 1884, onder de titel The Pacific Tourist: Bowman's Illustrated Trans-Continental Guide of Travel uitgegeven door J.R. Bowman (1882, 1883),

en later bij een andere uitgever als The Pacific Tourist: Adams & Bishop's Illustrated Trans-Continental Guide of Travel. De inhoud werd niet aangepast

wat funest was in een tijd van snelle veranderingen. De opvolger van Williams was Frederick E. Shearer, die ook in eerdere edities een bijdrage had geleverd,

onder wiens redactie nog latere drukken verschenen (o.a. 1885, 1886, 1887) van The Pacific Tourist.

Het gevolg van Williams' kortstondige succes was echter wel dat Crofutt zich genoodzaakt zag de term Trans-Continental te laten vervallen en vanaf

1878 zijn werk voort te zetten onder de titel Overland Tourist Guides. Door de verdere uitbreiding van regionale spoorlijnen nam de vraag naar meer

gespecialiseerde gidsen toe, en na 6 jaar stopte Crofutt met de Overland Guide (met circa 100 illustraties). In plaats daarvan publiceerde hij een regionale

gids zoals de Colorado Grip Sack Guide (vanaf 1881). Het verschijnen in 1893 van Baedeker's United States valt ongeveer samen met het verdwijnen van

de Crofutt gidsen; de publicatie van spoorwegmaatschappijen van hun eigen, gratis gidsen en brochures, wonnen de concurrentie van Crofutt's

publicaties.                  

 

Bayard Taylor (1825 - 1878), zie: wikipedia link

Views Afoot, or Europe seen with Knapsack and Staff, 1846

El Dorado; or Adventures in the Path of Empire, 1850

           gebaseerd op een reis naar Californië op het hoogtepunt van de goldrush

A Journey to Central Africa; or Life and Landscapes from Egypt to the Negro Kingdoms of the White Nile, 1854

The Lands of the Saracen; or Pictures of Palestine, Asia Minor, Sicily and Spain, 1854

A Visit to India, China, and Japan in the Year 1853, 1855

Northern Travel: Summer and Winter Pictures, 1857

The Lake Regions of Central Africa, 1873, 1874, 1875, 1881, 1887, 1888, 1889

Travels in Arabia, ...

 

William J. Rolfe (1827- 1910) wikipedia link

                A Satchel Guide for the Vacation Tourist to Europe

               vanaf 1872, 1873, 1874, 1875 (4e)

                Latere edities onder redactie van Wiiliam D. Crockett, als A Satchel Guide to Europe, jaarlijks t/m 1939 (54ste editie!)

               In een "Note to the twelfth edition' (1883) legt Rolfe het verschil uit met andere reisgidsen (zoals van Murray en Baedeker).

               Rolfe wilde dat zijn gids zich richtte op een breed publiek, en het moest handzaam en betaalbaar blijven.

               Voor een reis door Europe had je een hele serie Baedekers of Murrays nodig, en ook de Appleton Gids werd in de loop van de 19e te dik

               (uiteindelijk bestond de Appleton Guide uit 3 delen). Rolfe schreef:

                "The Guide is meant for the vacation tourist, who can spend but a few months abroad, not for the traveller who can take a year or more

                for the tour. The 'Baedekers' and 'Murrays' which are indispensable to the latter are only a bewilderment to the former,

                who cannot possibly see all that they describe, and wants judicious help in selecting what he can see."

                "The present editor may have omitted some things which are of interest to individual tourists; but if they have followed his advice on

                'reading up' the tour in advance, they can make memoranda on the blank leaves inserted for that purpose".

                Rolfe onderstreepte dat zijn gids uniek was doordat het ook aandacht besteedde aan wandelroutes

                en als eerste Amerikaanse reisgids specifieke informatie gaf voor toeristen die zo goedkoop mogelijk wilden reizen:

                "We have had in mind also the wants of the pedestrian, and have told him where it will pay him well to walk,

                 and where he cannot afford to do it. This is a new feature in an American Guide-Book, and it has been carefully worked up. (...)

                Another feature that we may claim as unique is the full and specific information for the benefit of those who wish to travel as

                cheaply as possible." (Preface p. vi)

                Een ander belangrijk punt in de Satchel Guide was dat het (net als de Appleton Guide) jaarlijks verscheen en dus altijd actueler kon zijn

                dan Baedeker of Murray:

                "The guide-books published in Europe are not revised every year, but at intervals ranging from three to six years.

                 The editior of this Satchel Guide means to keep up his original plan of a yearly revision, hoping thereby to make the little book more

                serviceable to the tourist." (uit: 'Note to the Twelfth Edition')

                Na de 1e WO werd de gids herzien door William Day Crockett en Sarah Crockett (44e editie, 1923); en in de Preface spreken ze hun

                erkentelijkheid uit aan: "Baddeley, Baedeker, MacMillan, Muirhead, Murray, and Ward & Lock"

                In de laatste edities was de informatie in de Satchel Guide toch wat verouderd, omdat er te weinig geschrapt was. Zie de korte recensie in

                Europe on a Shoe-String van Frederic Tyarks (1938):

               "A book for most of Europe that's worth thinking about is the Satchel Guide to Europe by William D. and Sarah Gates Crockett.

                It is periodically re-issued with new information, but the out-of-date material is retained so that it has an archaic flavor.

                Its value is that it is arranged by railroad routes."  (pagina 157)

                Tussen haakjes: Tyarks adviseerde Baedeker als reisgids voor individuele landen, Fodor's Europe in 1938 als algemene reisgids,

                en Hand-Me Down van de Holland-America Line als gids voor hotels en restaurants.

William Rand & Andrew McNally wikipedia link

                 Darlow, A. & Brook, Guide to California via the Overland Route, 1900, 1903, 1908

                               Rand McNallty had eerder al de landkaart bij Crofutt's Overland Tours gemaaakt (1888 en 1889), en in 1890 nam het de gehele

                               publicatie over (Crofutt's Overland Tours and Crofutt's Overland Guide, 2 vols), die in 1892 uitgegeven door Charles E. Ware & Co.

Paterson, William

                 Paterson's Guide Book to England and Wales (1885, 1886, 1890)

                 Paterson's Switzerland, the Rhine Provinces

                The Englishman's Guide Book to the United States and Canada

                (editor of) Appleton's European Guide Book !

Cook, Thomas (1808-1892) wikipedia link

                  Cook's Tourist's Handbook for Holland, Belgium and the Rhine, 1874

                  Cook's Tourist's Handbook for Southern Italy, 1875

                  Cook's Tourist's Handbook for Northern Italy, 1875

                  Cook's Tourist's Handbook for Egypt, the Nile, and the Desert, 1876, 1e editie)

                  Cook's Tourist's Handbook for Palestine and Syria, 1876

                  Cook's Tourist's Handbook for Switzerland, 1879

                  Cook's Handbook to London, vanaf 1877 (later edities o.a. in 1923)

                  Cook's New Zealand as a Tourist and Health Resort, ...., 4e editie 1902

                  Cook's Traveller's Handbook for Palestine and Syria, 1924

In 1841 organiseerde Thomas Cook  zijn eerste geörganiseerde reis per spoor.

In 1861 organiseerde hij reizen naar de Great Exhibition in Londen.

In 1865 vond de eerste georganiseerde buitenlandse tour vond plaats ten tijde van de Wereldtentoonstelling in Parijs.

In 1865 vond ook de eerste georganiseerde reis naar Amerika plaats.

Cook stopte met het verzorgen van persoonlijke georganiseerde reizen en richtte het reisagentschap Thomas Cook and Son op,

samen met zijn zoon John A. Mason Cook.

Het hoofdkantoor en een winkel (waar ook reisgidsen werden verkocht) was gevestigd in Londen.

In 1866 introduceerde hij de 'hotel coupon' waarmee de reiziger op geselecteerde restaurants of hotels een maaltijd of overnachting kon boeken.

in 1872 vond de "the First Around-the-World Cook's Tour" plaats, in het jaar waarin hij ook kennismaakte met George Crofutt (oktober 1872, New York). 

In 1874 introduceerde Thomas Cook & Son haar eigen 'circular notes' .

20e EEUW:

EINDE 1e WERELDOORLOG

Muirhead, James Fullarton & Findlay Muirhead

                  Blue Guides: link (1), wikipedia link (2)

                  London 1st (1918), 2nd (1922), 3rd (1927), 4th (1935), 5th (1949 /1947?), 6th (1951), 7th (1953), 8th (1956), 9th (1965),

                  London Short Guide (1947, repr. 1949)

James en Findlay Muirhead waren (tot 1914) de redacteuren van de Engeltalige Baedeker-gidsen (James Muirhead was vanaf 1878 verantwoordelijk voor de Londen-gids, en daarna ook voor de andere Engelstalige gidsen voor Groot-Brittannië, Canada, United States, etc.). James Muirhead was ook de schrijver van The Land of Contrasts: A Briton's View of his American Kin (1898), met daarin een hoofdstuk "Baedekeriana". Door het uitbreken van WO I stopte het dienstverband bij Baedeker (een Duits bedrijf).

In 1915 kochten James en Findlay Muirhead de copyrights van de serie resigidsen van de Murray gidsen van Stanford (die ze in 1901 van John Murray IV had gekocht). Ze kochten ook de MacMillan Guides, en haalden daarmee 2 concurrenten uit de markt. Met de Murray-serie werd niets gedaan. Ze waren sinds 1901 behoorlijk gedateerd geraakt (behalve de paar titels die door uitgever Edward Stanford waren herzien). Alleen Murray's Handbook of Travel Talk werd door de broers Muirhead opnieuw uitgegeven, in 1927.

Op 31 mei 1918, nog tijdens WO I, verscheen de eerste Blue Guide: Muirhead's London and its Environs (onder redactie van Findlay Muirhead). Het was qua  inhoud helemaal nieuw materiaal, maar de opzet van de Blue Guides was gelijk aan de Baedeker-gidsen. Hoewel met een blauw kaft.

De eerste Blue Guide of England verscheen in 1920 (ook onder redactie van Findlay Muirhead).

Door een samenwerkingsverband met de Franse uitgever Libraire Hachette (uitgever van de Guides Joanne) verschenen de Engelse titels vervolgens ook in een Franse vertaling als Guides Blue.

In 1931 werden de Blue Guides doorverkocht aan de Benn Brothers, waarbij L. Russel Muirhead, zoon van Findlay, hoofdredacteur was van 1934 tot 1963. In 1984 kwam de Blue Guide in handen van Bloomsbury Publishing Plc, en in 2004 van Somerset Books.

Eugene Fodor (1905 - 1991) wikipedia link

Aldor's 1936 On the Continent

1937 In Europe: The Entertaining Travel Annual

1938 In Europe: The Entertaining Travel Annual

Fodor's Great Britain and Ireland, 1956

Fodor's Guide to Australia, New Zealand and the South Pacific, 1st ed. 1978

Fodor's Holland, 1960

   

In het Foreword van de 1936-gids beschrijft Fodor waarom zijn reisgids anders is dan voorgaande gidsen:

"Our interpretation of what constitutes information of interest to travellers in foreign countries is as different from the traditional conception as a soufflé is different from haggis. We have proceeded on the assumption that your thirst for historical knowledge is nothing like so great as your thirst for the beer of Pilsen or the slivovitsa of Belgrade. When travelling with us on the Continent you will not require a foot rule, for we will never call your attention to the size of an ancient monument; on the other hand we will tell you the size of the tip that will earn you a smile from a pretty waitress in Vienna. (...)

The main interest and enjoyment of foreign travel lies not only in 'sights', however magnificent these may be, but mainly in contact with peoples whose customs, habits and general outlook are different from your own, and who create that picturesque, quaint, strange, inspiring atmosphere that you seek under foreign skies. Our Travel Annual introduces you to the people of the country you are visiting, and endeavours to show you their human side without, however, forgetting the traveller's human side, his - and her ! - personal requirements in the way of comfort, amusement and general well-being." (pp. ix, x)

 

 

Na de WO-2 hervatte Fodor zijn uitgave van reisgidsen onder de naam Fodor's Modern Guides.

In het jaar 1952 verschenen de volgende titels:
Benelux in 1952, Switzerland in 1952, Britain in 1952, France in 1952, Italy in 1952, Spain and Portugal in 1952, Scandinavia in 1951

Deze gidsen bevatten een uitvouwbare kaart achterin, die niet in latere gidsen voorkomt.

Scandinavia in 1952 geeft ook informatie over de Olympische Spelen van 1952 in Helsinki, Finland.

De gidsen verschenen ook in het Duits.

EINDE 2e WERELDOORLOG, Spaanse Burgeroorlog (1936-1939), dictaturen in Spanje, Italië en Duitsland, militarisering, bezetting, Koude Oorlog na 1945,

wederopbouw, nieuwe welvaart, aanleg in de VS van de interstate-highway system door Eisenhower, autovakanties, vliegvakanties

Temple Fielding (1913 - ) wikipedia link

Fielding's Travel Guide to Europe, 1948 (1e ed), 1949, 1952, 1959-60

In 1948 verscheen Fielding's New Travel Guide to Europe.

In de introductie ("Author to Reader") richt hij zich tot een nieuw publiek en legt uit waarom hij deze reisgids heeft geschreven:

"It is for the the air traveler, the boat traveler, the fireside vacationer. I have just returned from a trip through twenty-two lands. In this firsthand report is a collection of facts that no guidebook in history has covered. Today's American tourist is an alert, intelligent, discriminating individual: the romantic Mr. Fogg and the sterile Mr. Baedeker no longer do the job for him. He wants a working acquaintance with the statues, art galleries and hotels, of course - but the trivia of everyday living are usually far more important. How many cigarettes are allowed? How much should he tip? Where are the real bargains? Which foods might be tainted? What floor show is the most wicked? Who will try to cheat him, and what is his protection? These and thousands of other puzzles are answered with utmost candor."

(pp. ix, x)

 

Arthur Frommer(1929 - ) wikipedia link

Arthur Frommer's Europe on $5 a Day verscheen in 1957 als vervolg op The G.I.'s Guide to Travelling in Europe (1955),

een handboek voor Amerikaanse soldaten die in het naoorlogse Europa waren gelegerd.

Europe on 5 Dollars a Day, 1955 (GI Guide), 1957 (1st), 1959 (2nd, 181 pages), 1960 (3rd), 1961(4th), 1968 (11th) up to 2007

Frommer's 5-dollar Europe guide for civilians was first published in 1957, none in 1958, 2nd in 1959, 3rd in 1960;

Frommer's "Europe on 45 Dollars a Day" was published up to 1994, then it became "Europe from 50 Dollars a Day" in 1995

The last edition was published in 2007, 50 years after it started: "Europe from 95 Dollars a Day"

Note that Frederic Tyarks had published a budget-travel guide Europe on a Shoestring in 1938.

From "Some Notes on the Other books in this Series" to the 4th edition of Europe on 5 Dollars a Day:

"(...) these books are written for the New American Tourist - a relaxed, curious, fun-seeking individual, who couldn't care less about

the needs of status-seeking or conspicuous consumption."

omslag van 1e & 2e ed.

omslag van 3e editie, 1962

achterzijde van 4e editie, 1963

New York on 5 Dollars a Day, including low-cost budget information on the World's Fair, 1964-65 (4th edition, KLM sponsored )

                                By Joan Feldman & Norma Ketay; previously published in 1960, 1961,1962.

Mexico on 5 Dollars a Day (1960, 1st), third in the series, 224 pages

Miami and the Caribbean on $10 a Day, 192 pages

England on 5 Dollars a Day (1964), ed. Stanley Mills Haggart)

                              latere edities: on $5 & $10 a Day (1968), $10 (1973), $15 (1977), $20 (1980/81), $50 (1990/91), $60 (1993/94), from $50 (1995)

Hawaii on 5 and 10 Dollars a Day, 1964

Happy Holland: a Comprehensive KLM Guide to Europe`s Gateway Nation, 1967

Footprint Handbooks (link)

               oorspronkelijk opgericht in 1922 onder de naam Trade and Travel Publications Ltd., en in 1996 omgedoopt tot Footprint Hanbooks Ltd.

               sinds 1924 uitgever van de South American Handbook, inmiddels de langstlopende Engelstalige reisgids (87e editie in 2011)

               Inmiddels (2011) publiceert Footprint meer dan 90 titels.

              

Lonely Planet (wikipedia link)

Lonely Planet (Hawthorn, Victoria, Australia) in 1972 opgericht door Maureen & Tony Wheeler

Their success was due to chosing the more exotic destinations that had been largely ignored by their competitors, such as Frommer

Eugene Fodor published his Guide to Japan and East Asia in 1962, covering 14 countries from Japan to Burma and Indonesia to Korea

Fodor's Guide to South-East Asia was published by Fodor in 1975, the year in which Lonely Planet guide was published as well,

and Fodor had been on the market with his Guide to India since 1962.

Hun eerste publicatie was  Across Asia on the Cheap

1973, 1st edition, 96 blz, 1st print run of 1500 copies, 2 reprints in 1st year, 8500 copies sold.

1975, 2nd edition, 144 blz., 10,000 copies, modelled on South-East Asia format (see below)

1978, 3rd edition, 256 blz.

1979, with "bad news" supplement on Iran & Afghanistan, 272 blz.

1983, Hippocrene edition

1982: West Asia on a Shoestring

"The fourth edition of our guide to West Asia has changed its name - in recognition of the fact that not so many people 'cross' Asia these days. Despite all the turmoil in some parts of the region people still do travel through Iran while further west the number of visitors to Turkey is on the increase as stability returns to that country. "

2nd edition 1975 3rd edition revised 1979

1975: 1st ed. South-East Asia on a Shoestring (sold 15,000 copies)

1977: 2nd edition (sold 15,000 copies)

1976: Nepal, A Traveller's Guide, previously published in 1973 as Nepal on $2 a Day (2nd ed. of Nepal on $1 a Day) by Prahash A. Raj

1977: North-East Asia on a Shoestring

1977: Papua New Guinea, A Travel Survival Kit (hierin wordt de term "backpacker" voor het eerst gebruikt)

1977: Australia, A Travel Survival Kit. 2nd ed. 1979 ("written by traveller[s] for travellers")

1977: New Zealand, A Travel Survival Kit. 2nd ed. 1982, 3rd ed. 198

1977: Africa on the Cheap (waarin auteur Geoff Crowther een definitie geeft van de ware "traveller":

           "unless you're into travelling as a way of life, don't tell yourself that you're not a tourist if that's whta you really are")

1982:  Malaysia, Singapore, and Brunei

1979: Burma, A Travel Survival Kit.

1980/1981: India, A Travel Survival Kit., written by Tony & Maureen Wheeler, together with 2 extra writers

                   100,000 copies of 1st printing sold out in 1st year; in all over 500,000 copies were sold after the 13th edition had been published

Nagel's Travel Guides    

Rough Guides (link) 

In Your Pocket City Guides (link) 

Insight Guides (link) 

Let's Go Guides (link)     

Schmap (link) or Ulysses Travel Guides (link) offer travel guides for download.

New online and interactive guides: Tripadvisor(link) , Wikitravel (link), World66 (link) and Travellerspoint (link).

 

 

Afbeeldingen van Europese reisgidsen: link

 

Opkomst van het toerisme a.g.v. internationale (wereld)tentoonstellingen

New York: 1853*

Chicago: 1893

Philadelphia: 1876

New Orleans: 1884

San Francisco: 1894, 1915

Atlanta: 1895

Buffalo: 1901

Saint Louis: 1904

Hampton Roads: 1907

Seattle: 1909

San Diego: 1916

Londen: 1861(zie bijv. Murray's Modern London, 1861), 1862 (Black's International Exhibition Guide to London,  pp. 43-52 ,

               Harwicke's Shilling Handy-Book of London 1862; 1886 (also "Colonial & Indian Exhibition")

Parijs: 1855 (1 dag reizen vanuit Rotterdam, met stoomboot naar Moerdijk, vervolgens nieuwe treinverbinding met Antwerpen; 5 miljoen bezoekers),

            1867, 1878, 1889 (32 miljoen bezoekers), 1900 (51 miljoen bezoekers; zie bijv. Satchel Guide to Europe , 1900)

            Zie ook Henry Morford's Paris in '67 (1867).

Dublin: 1853*, 1865 (International Exhibition, zie Black's Guide to Ireland, 1865, pp. 32-35), 1874

Glasgow: 1888

Wenen: 1873

Amsterdam: 1883

Antwerpen: 1885

Barcelona: 1888

Brussel: 1897, 1907, 1910

Luik: 1905

Milan: 1906

Turijn: 1911

Melbourne: 1880-1881, 1888