Education: background to the educational tour (preceptors, schoolbooks, pedagogic and didactic literature)

In the Middle Ages, "the average layman acquired knowledge by ear."

"Books of universal knowledge, mostly dating from the 13th century and written in (or translated from the Latin into) French and other vernaculars for the use of the laymen, were literary staples familiar in every country over several centuries." In addition to this: the Bible, romances, tales, and many books on special subjects.

"Aristotle was the basis of political philosophy, Ptolomy of 'natural philosophy, Hippocrates and Galen of medicine". 

(Barabara Tuchman, A Distant Mirror, paperback, p. 60)

"Questions of human behavior found answers in the book of Sidrach,  (...) to whom gave the gift of universal knowledge, ebventually compiled into a book by several masters of Toledo." St. Augustine was "the fount of authority" on religious/moral questions. (Tuchman, p. 59)

 

Gautier de Metz

Image du Monde

"the most widely read encyclopedia of the time"

"Faraway lands -(...) India, Persia, and beyond - were seen through a gauze of fabulous fairy tales revealing an occasional nugget of reality (...). The Garden of eden too had an eartly existence which often appeared on maps, located far to the east, where it was believed cut off from the east by a great mountain or ocean barrier or fiery wall."

14e EEUW

"Education [among the upper level of lay society] was based on the seven 'liberal arts': Grammar, the foundation of science; Logic, which differentiates the true from the false; Rhetoric, the source of law; Arithmetic, the foundation of order because 'without numbers there is nothing'; Geometry, the science of measurement; Astronomy, the most noble of the sciences because it is connected with Divinity and Theology; and lastly Music. Medicine, though not one of the liberal arts, was analogous to Music because its object was the harmony of the human body."

(Barabara Tuchman, A Distant Mirror, paperback, pp. 58, 59)

Ranulf Higden

Polycronycon (mid-14th century?)

Originally composed in Latin by Ranulf Higden, a Benedictine monk, the Polycronycon was a history of the world from the Creation to 1342. At the time of composition and over the course of the next two centuries, Higden's work was enormously popular, providing important source material on the Roman world, the Norman Conquest, the relationship of British history to a wider European context as well as geography and science; the work is also an important Arthurian source. The Polycronycon, which was continually revised, most importantly by John Malvern, is known from a large number of extant Latin manuscripts before an English translation was commissioned by Thomas, Lord Berkeley from John Trevisa which was completed on 18th April 1387. Trevisa added a 'Descrypcion of Englonde', the first such undertaking in the vernacular and updated the history to 1377. It was Trevisa's translation that was first published by Caxton in 1482, with Caxton's own continuation of the history to 1460 and a table of contents.

16e EEUW

Thomas Elyot

The Boke named the Governour, 1531(Everyman's Library, 1907, € 38,-)

De theoretische basis voor het educatieve nut van de Grand Tour werd o.a. door Elyot gelegd (en de Leidse hoogleraar Justus Lipsius). Hierbij moet worden aangetekend dat de humanistische onderwijsideeën van Elyot niet in de eerste plaats gericht waren op een buitenlandse reis, maar op bredere scholing van de Britse aristocratie aan grammar schools, en aan de universiteiten van Oxford en Cambridge.

Boorde, Andrew

The First Boke of the Introduction of Knowledge (1547)+ A Dietary of Health + Barnes in Defence of Berde, (publ. 1870 by Early Engl. Text Soc., €77,-)

Lipsius, Justus (Jodocus Lips, 1547-1606)

Een Groot Oordeel van dien grooten en uijtsteeckenden Justus Lipsius over het Reysen

Een vertaling van "Epistola de fructu peregrinandi et praeertim in Italia" uit 1578 , een brief aan Philippe de Lannoy, die in 1647 werd toegevoegd aan een reisgids, Wegh-wyser, vertoonende de besonderste vreemde Vermaeckelijckheden die in 't Reijsen door Vranckrijck en eenige aengrensende Landen te sien zijn.

de brief bevatte v oorschriften ter voorbereiding van een jonge edelman die naar Italië wilde reizen, en die in de 17e eeuw bij veel jonge reizigers bekend moeten zijn geweest, zoals onder andere blijkt uit het Reisjournael van Arnout Hellemans Hooft dat hij tussen 1649 en 1651 bijhield (en later bewerkte en aanvulde).

In zijn brief Epistola de fructu peregrinandi et praeertim in Italia, die hij in 1578 uit eigen ervaring aan zijn student Phillipe de Lannoy schreef, en die later als voorwoord voor de Wegh-Wyser voor Vranckryck (1647) vertaald zou worden onder de titel "Groot Oordeel over het Reysen", beschreef Justus Lipsius het nut van de educatiereis aan de hand van de drie belangrijkste onderdelen: (1) voorzichtigheid (prudentie), (2) kennis, en (3) zeden.

Onder "voorsichtigheydt" verstond hij de "borgerlijcke voorsichtigheydt" die men verkrijgt wanneer men de instellingen, zeden en manieren van andere volkeren bestudeert, hun "besondere boecken en geschiedenissen"doorzoekt, en vragen stelt aan "bedaeghde en geoeffende menschen" (hij verwees daarbij naar Homerus).

Met "kennis" bedoelde hij de kennis uit boeken (maar daarvoor is een reis niet persé nodig: "die werden t'huys beter ghehandelt") en bovenal van de kennis van leraren die men in het buitenland kan bezoeken: "De Boecken belangende, sal niemand loochenen, of die werden t'huys beter ghehandelt: de Leeraren gaet het heel anders. Want wat Landtschap is soo gelukkigh, 't welck al de doorlughtighste verstanden in sich besloten heeft? Veel eer zijn die verstryt; en door 't beschick Godts, heeft elck ghewest een peereltje, dat het selve doorluchtigh maeckt."

Wat de "zeden "betreft waarschuwde Lipsius tegen overdreven maniertjes en de "quade" eigenschappen die men bij andere volkeren kan aantreffen. Als voorbeeld noemde hij de lachwekkende maniertjes die studenten soms uit Italië of Frankrijk meenamen:
"Wij hebben dick wijls belacht die guychel-speelders, die versch uyt Vranckrijck of Italien, ick en weet niet wat voor guychelachtige ghebaerden sy aen den dagh brochten, en sulcke dertelheden, die weynigh mannelijck, op dat ick niet en segg' borgherlijck waren." zijn advies luidde verder:

"Mijdt u hier af, en insonderheydt van innerlijcke en ware gebreecken des gemoedts. (...) Gaet ghy nae Vranckrijck? Sie daer lichtvaerdigheydt en ydelheydt, die, wel niet in alle, maer in 't meesten-deel der Franschen d'overhandt heeft. Gaet ghy na Italien? Sie daer dertelheydt en wellust. Nae Spanjen? sie daer een nieuwe stromkat en africaensen hooghmoedt. Nae Duytschlandt? sie daer slemperyen en dronckenschap".

Tot slot gaf Lipsius enkel waarschuwingen met betrekking tot de omgang met de Italianen ("Want en onder de mannen zijnder veele loose en slim in 't veynsen, en onder de vrouwen schoone, doch dertele en wellustige"), en hoe zich tegen ertegen te wapenen. Zijn advies was om zich als een "Romeyn onder de Romeynen"te gedragen en dus ook te "veinsen" en "niemandt te betrouwen": "Hebt een open aensicht, een spaersame tong' en een gheslooten hert". Waarbij hij wel opmerkte dat dit vooral de omgang met het gewone volk betreft ("t ghemeen). Over de vereleidingen van de Italiaanse vrouwen waarschuwde hij:
"Voor eerst, segg' ick, sluyt uw'oogen, en wentse af van dit aenlockelijck aenschouwen. Want hier doet die besmettelijcke sieckte haer intrée; en de min of de begeerlijckheyt en sal niet lichtelijck anders, als door dese twee vensters, insluypen."

Wat de te bezoeken Italiaanse steden betreft noemde hij respectievelijk: Rome (maar alleen om de oudheden en gedenktekens te bezichtigen en niet om er te wonen: "want daer is een verwerringh, oock gheen rechte suyverheydt van lucht en zeden"), Napels ("die edele, bebouwde en gheneuchelijcke stadt"), Toscane ("en blijft daer wat woonen om de spraeck, lucht en zeden") , Bologna ("die koester-plaets van geleertheydt") , Padua, Venetië (die uytstekenste stadt, die beheerster der zee"), en Milaan.

Philips van Marnix van St. Aldegonde "Ratio Instituendae Juventutis", approx. 1583

later gepubliceerd onder de titel "Traite d'édcation de la jeunesse de Marnix de Sainte-Aldegonde", vertaald als "Over de Opvoeding der Jeugd".

 

Marnix van St Aldegonde verdedigde in 1570 op de Rijksdag te Spiers het recht van jongeren op vrij verkeer met het buitenland, ter wille van academische vorming, van talen en maatschappijleer: "Libellus Supplex" (Van Westrienen, p. 37). De ideeën van Marnix van St. Aldegonde werden enkele jaren later (vermoedelijk in 1583) op schrift gesteld in een manuscript genaamd "Ratio Instituendae Juventutis", dat later werd gepubliceerd onder de titel "Traite d'édcation de la jeunesse de Marnix de Sainte-Aldegonde", vertaald als "Over de Opvoeding der Jeugd". Marnix beschreef de verhandeling als "mijne zienswijze over de opvoeding der jonge edellieden", en droeg het op aan Graaf Jan van Nassau. Hij benadrukte het belang van het het al vroeg ("na hun derde jaar",) aanleren van "verschillende talen" (p. 17). De vraag of kinderen of jongelieden gemeenschappelijk moesten worden opgeleid, of afzonderlijk bij één leraar was in de 16de eeuw nog onderwerp van discussie. Marnix gaf de voorkeur aan een school, waarin jonge edellieden groepsgewijs zouden kunnen worden onderwezen:

"Eenige edellieden moesten ook, naar mijne overtuiging, op gemeenschappelijke kosten een bijzonder gymnasium inrichten, waar dezelfde leeraars gezamelijk over de opleiding der jeugd zouden waken.", p. 19)

Dit op te richten gymnasium zou vier klassen moeten tellen. In de eerste klas moesten de beginselen van de spraakkunst (de "Latijnsche taalvormen") worden bijgebracht. In de tweede klas de vormleer en prosodie (zinsontleding aan de hand van de beste Latijnse toneelspelen en brieven), waarbij zowel, naast het Latijn, ook het "sierlijk en zuiver" spreken van de gewone (eigen) taal niet vergeten mocht worden. Hij benadrukte het praktische nut van de opleiding:

"Ik (...) wil dat onze knapen niet voor henzelven als saletjongeren schitteren, maar ook voor het vaderland, voor hunne medeburgers en landgenooten tot sierraad en steun zijn, en daarom houd ik het er voor dat wij hunne studiën daarop moeten aanleggen, dat zij ten nutte van 't algemeen, in het openbaar en staatsleven kunnen werkzaam zijn. Daarom moet ook de latijnsche taal aan de vaderlandsche, en niet die des vaderlands aan de latijnsche dienstbaar zijn en ondergeschikt worden." (p. 21)

In de derde klas moesten dan de "grondregelen der welsprekendheid en de redeneerkunst" worden onderwezen. Ook cijfer- en meetkunde, sterrekunde, en aardrijkskunde, staatkunde, zedeleer, schoonschrijven, de beginselen van het gemenebest, geschiedenis (niet alleen op basis van de beste klassieke geschiedschrijversmaar ook aan hen "die met wijsheid en verstand in de gewone taal, de hedendaagsche en vooral de vaderlandsche gebeurtenissen hebben te boek gesteld", p.22), en staatshuishoudkunde zouden in dit jaar aan de orde kunnen komen, maar Marnix meende dat het verdelen van deze studie over verschillende leerjaren het best aan het oordeel van de leraren overgelaten kon worden, afhankelijk van leeftijd, aanleg, etc van het kind. Bij het bestuderen van de geschiedenis en het bestuur van wereldse zaken moest men wel steeds de " oordeelen Gods" erkennen en onderscheiden.

"Wij stellen ons toch slechts voor kortelijk alles aan te duiden wat een edelmanskind, die zekeren rang in het openbare leven bekleeden zal, zou dienen te kennen." ( p. 21)

In de vierde klas zou de nadruk op de studie der wijsbegeerte moeten komen te liggen (Plato en Aristoteles), "en zoo men het goedt vindt, zal men er ook de natuurkunde of de beginselen der rechtsgeleerdheid, uit de instituten, bestudeeren" (p. 23).

Er waren drie hoofdzaken die op voeders in de jeugd dienden te ontwikkelen : het gemoed, het verstand, en het lichaam (p. 23).

Inhoud van "Over de Opvoeding der Jeugd":

... mijne zienswijze over de opvoeding der jonge edellieden, te beginnen met de kindsheid af

... een tong die zich jong in verschillende uitspraken geoefend heeft, zal zich later des te gemakkelihjker tot iederen vreemden tongval leenen.

... onderzoeken of het voordeeliger is de kinderen of jongelieden gemeenschappelijk op te leiden dan wel elk afzonderlijk aan een leeraar toe te vertrouwen

Vooral echter voor jonge edellieden, over wie wij hier meer bepaald spreken, dient een te groot aantal leerlingen in ééne zelfde klas afgekeurd te worden.

Eenige edellieden moeten ook (...) op gemeenschappelijke kosten een bijzonder gymnasium inrichten ...

Het ware ook wenschelijk dat deze rector een bejaard man man zij, uitgelezen niet alleen door kennis, maar door zijne groote ondervinding,

en zooveel mogelijk van doorluchtighen huize.

Wat de ondergeschikte leeraren betreft, men zou .... te minste twee voor twintig leerlingen moeten aanstellen.

Een enkele leeraar zal voldoende zijn voor twee klassen,

behalve daar waar het aantal leerlingen, wier ouderdom en kennis overeenstemmen, genoegzaam aangroeit.

De volgende rangschikking der klassen schijnt mij gepast:
In de laagste klas geve men de eerste beginselen der spraakkunst;

In de tweede klas, de vormleer en de prosodie,

met uitleg over de beginselen der syntaxis, de toneelspelen van Urentius, de beste brieven van Cicero of de leer der Plichten;

Men mag echter niet vergeten dat de kinderen de gewone taal even goed als het latijn sierlijk en zuiver horen te spreken.

In de derde klas, de grondregelen der welsprekendheid en de redeneerkunst;

allengs leren spreken over zaken teneinde het oordeel en de geestesvermogens te vormen;

cijfer- en meetkunde vinden hier hunne rechte plaats;

en zijn er eenige leerlingen die lust vinden in die wetenschappen, zeker zal het niet ongepast zijn hun eenig denkbeeld te geven van sterrekunde,

en vooral van den aardbol en de aardrijkskunde;

Verder acht ik het wenschelijk hen  te laten kennis maken met de beste schrijvers over staatkunde en zedeleer ...

Cicero, De officiis, Plato, Xenophon over het gemeenebest, als ook met de beste zoo grieksche als latijnsche verhandelinegn over staathuishoudkunde

Wellicht kan men deze studie in verscheidene jaargangen verdeelen.  Dit kunnen wij te min afkeuren, daar de zorg om alles naar den ouderdom, den tijd,

de plaats en den aanleg te regelen, grootendeels aan het oordeel des leeraars moet overgelaten worden.

Wij stellen ons toch slechts voor kortelijk alles aan te duiden wat een edelmanskind, die zekeren rang in het openbare leven bekleeden zal, zou dienen te kennen.

Nu is het oogenblik daar om zich op de studie der beste geschiedschrijvers toe te leggen.

Bij de latijnen zie ik geenen enkele geschiedschrijver - behalve Caesar en titus-Livius - wier werken aan te bevelen zijn bij de kinderen, voor hun stijl door

oefening reeds helder en krachtig en helder geworden is.

Later kan men hun Sallustius, Suetonius, Tacitus, Valerius-Maximus, Plinius en ma.. ter hand stellen.

Naast deze geschiedschrijvers, geeve men ook eene plaats aan hen, die ... de hedendaagsche en vooral vaderlandsche gebeurtenissen hebben te boek gesteld.

Ook hen die door de geschiedschrijvers der oudheid aangehaalde feiten hebben behandeld of vertaald in moderne taal, moeten niet verwaarloosd worden:

als daar zijn onder de Duitschers Ervetinus, Heidanus, Hedion; on der de Franschen Froissard, Philippus van Comines en m.a. uit verscheidene landen.

Men leere den kinderen bij het onderwijs der geschiedenis de oordelen Gods in het bestuur der wereldsche zaken erkennen en onderscheiden.

Men roepe te gelijk de aandacht op de daden van voorzichtigheid, rechtvaardigheid, wijsheid en moed ...

In de vierde klas, de studie der wijsbegeerte.

alleen in de hoogste klas zal men Plato en Aristoteles leeren kennen,

en zoo men het goed vindt, zal men er ook de natuurkunde of de beginselen der rechtsgeleerdheid, uit de Instituten bestuderen.

Drie punten vereischen o.i. de pogingen en zorgen des meesters: het gemoed, het verstand en het lichaam.

De leerlingen, die de spraakkunst beoefenen, moeten zich allengs de latijnsche taalvormen eigen maken.

Van jongsaf moet het kind wennen aan eerbied voor God en zijn Woord. En nooitzal men over heilige zaken eenige spotternij of kwinkslagen gedogen.

Zoo de schande geene vodoende kastijding is, zal men zelfs de handplak en de roede gebruiken.

Loftuitingen en bewijzen van vriendschap zullen tot het beoefenen der deugden aansporen.

In hun eten leere men hun tevreden zijn met hetgeen hun wordt voorgezet.

Van zijne kindsheid af leere men hem inzien, dat den morgenstond goud in den mond heeft.Oordeel zonder geleerdheid toch kan dikwerf voldoende zijn; maar geleerheid zonder oordeel is van gansch geene waarde.

Zoo bijv. wil ik niet het kinderlijk geheugen met die thans in de scholen zoo algemeene regels volproppen.

Naar men thans te werk gaat, kwelt men de arme kinderen jaren lang met tallooze regels en voorschriften,

en dan eerst, of ook dan nauwelijks nog, gaat men tot het aanbrengen van voorbeelden over.

Vandaar dat vele knapen tien en meer jaren lang in de lessen der redeneerkunst hebben zoek gebracht,

zonder ook het minst nog van haar nut of toepassing te vatten.

Tot hun algemeene vorming en oefening behoort het, de bronnen der gewone begrippen, door de Grieken axiomata en beginselen genoemd,

zorgvuldig op te sporen en zich eigen te maken.

De beste gezondheidsmaatregel is soberheid van spijs en onverdroten arbeid.

Daar verder droefgeestigheid en neerslachtigheid de krachten van den geest verstompen, en die des geheugens verzwakken;

zoo moet men zorgen, om ... het gemoed der kinderen in eene duurzaam opgeruimde en vrolijke stemming te houden.

Ik raad het ten sterkste af het voorbeeld van hen te volgen, die het kinderlijk geheugen met alles zonder onderscheid bezwaren en opvullen.

Wat de belangrijkheid van het onderwerp betreft, is het goed hen de epistels van den heiligen Paulus, vooral in het grieksch, te laten van buiten leeren,

alsmede spreuken uit de beste grieksche schrijvers Pythagoras, Thucydides, Homerus, Pidarus en zelfs Euripides

en uit de latijnsche, verzen van Horatius en voornamelijk de psalmen van Ioris Burhauxen.

Ook de geschiedenis levert een bestendig voedsel voor het geheugen: verhalen van heldenfeiten en roemruchte daden, opvolging van jaren,

namenreeksen van koningen en gezagvoerders, met het verhaal der gebeurde zaken doormengd.

Wat de aardrijkskunde betreft zal men de leerlingen niet, zooals wel meer gebeurt, met nutteloze dingen of poëtische onwarheden overladen;

maar hun geheugen oefenen, door in de verschillende werelddelen de versschillende rijken, in deze de verschillende gewesten en steden, ...te leren opnoemen.

Daarom zal men de jeugd naast de gewone gebeden, als oefening van het geheugen, ook den catechismus aanleeren.

Men moet echter het jeugdige verstand niet martelen met enkel woorden aan te leren, en heel en al de zin te verwaarlozen.

Dit zien wij heden ten dage maar te veel: onze kinderen leeren als eksters en papegaaien woordenreeksen van buiten, waardoor hun geest verstompt wordt.

op deze wijze kan men hen oefenen tot den ouderdom van acht of negen jaar om dan allengs over te gaan tot ernstiger zaken,

als de kortste kapittels uit Paulus, Joannes, Petrus, enkele stukken uit de propheten en de merkwaardigste der gewijde schrijvers.

Beelden, tafereelen, vogelen en dergelijke beuzelarijen, waarmede sommigen hunne leerzalen opsmukken, dienen daaruit geweerd te worden;

want zij trekken de aandacht af van het eenige doelwaarheen alle krachten des geestes zich richten moeten.

De kinderen zijn toch van nature reeds genoeg geneigd hunnen tijd te verspillen.

Niet minder nuttig zal het zijn twisten in te richten, waar de eene het voor, de andere het tegen zal pleiten.

Het is niet wenschelijk te veel tijd aan poëzie te besteden, tenzij om de welluidendheid en den rijkdom van den stijl te bevorderen.

Hoewel het lezen der dichters niet geheel en al mag afgekeurd worden, moet het met veel omzichtigheid geschieden.

Na Virgilius, Horatius en onzen Buchanan ken ik onder den Latijnen geene aanbevelenswaardige.

Bij de Grieken vind ik er meer, die met vrucht kunnen gelezen worden, zooals Homerus en Hesiodus in het epische vak,

Pindarus in het lyrische en Euripdes in het dramatische.

de kennis dezer dichters zou reeds ruim voldoende zijn voor onze jongelieden van edelen geslachte.

Ik vind er ook geen bezwaar in dat enkelen Terentius aan de jeugd ter hand stellen;

doch het weinige dat er uit te putten valt, kan men met meer vrucht in Cicero vinden,

des te meer daar Terentius soms van zaken spreekt die voor het kinderoor niet geschikt zijn.

Wanneer de kinderen ouder geworden zijn en tot hunne jongelingsjaren gekomen, late men hen vreemde landen bezoeken

en daar de uitheemsche talen beoefenen, leeren spreken, vooral die van hen, met welke hun vaderland in handels- en vriendschapsverkeer staat.

Men regele dus de lichaams-oefeningen naar de jaren;

tot hun negende jaar toe late men de kinderen, naar eigen zin, zich door spelen en vermaken oefenen;

met hun tiende jaar kunnen zij allengs beginnen te leeren paardrijden en zich in 't loopen en springen oefenen;

op hun twaalfde wat slingeren en stenen werpen,

op hun zestiende ter jacht gaan, speer en lans hanteeren en het zwaard en ander wapentuig leeren voeren,

met hun achttiende zal het niet kwaad zijn hen aan gemeenschappelijke tochten en bewegingen te paard en spiegelgevechten te doen deelnemne,

en hen dan tevens aan moeilijk werk, nachtelijk waken, vasten, koude en hitte te gewennen.

pp. 42-45:

Dan wordt het ook tijd hen vreemde landen te laten bezoeken en met vreemde menschen en zeden door eigen ogen bekend te maken;

waarbij zij tevens, door het vele nieuws dat zij zien en hooren, onderscheidelijk en juist over de zaken zullen leeren oordelen.

Zoo mogen zij dan eenigen tijd op de voornaamste hoogescholen van Frankrijk en Duitschland doorbrengen, ook Engeland bezoeken en zelfs Ilyrië bereizen.

Italië is het beter dat zij niet bezoeken, althans niet voor hun vijf-en-twintigste jaar en waannneer hun oordelen rijp en hun leven ingetogen en bezadigd is;

ook mogen zij er geenen langen tijd aaneen vertoeven, maar alleen om het te zien er een korten tijd verblijven.

Italië toch moet als eene pest worden geschuwd.

Op hunne reizen echter moeten zij van een ernstig, gematigd en verstandig man vergezelschapt zijn

die tevens waakt, dat zij geen onnut geld verspillen, noch in slecht gezelschap geraken.

Hij moet daarbij evenwel niet met strengheid en hardheid te werk gaan, maar met zachtheid en minzaamheid

en door het voorbeeld van zijn eigen deugd en goede zeden hen van het kwaad terughouden.

Niet hunne oefeningen alleen, maar ook hunne uitspanningen moeten aan de bevordering hunne gezondheid en karakter dienstbaar worden gemaakt.

Men moet daarbij tevens ook de opscherping van hun verstand en de ontwikkeling van hunnen geest in t oog houden.

tot dit laatste kunnen dan vooral ook meetkunstige oefeningen en evenzoo het maken van geografische en chorographische teekeningen strekken.

Men leere hen aard- en hemelgloben en andere werktuigen maken, de hoogte en afstand en andere ruimte bepalingen van vershillende plaatsen meten,

en zoo hun geest daartoe neigt, hen de namen van planten en dezer aard en eigenschappen kennen.

Men late hen met het penseel steden, burchten, vestingen engebouwen schetsen, kruiden en boomen teekenen;

beeldjens uit lood en tin, of ook van goud en zilver gieten.

De alchemy met hare duistere geheimen zal zij vlieden als de pest; want zij is niet slechts nutteloos en bedriegelijk,

maar, door de onmatige liefde voor het goud die zij in de ziel ontstaan doet, boezemt zij gierigheid in.

Het zwemmen is hoogst noodzakelijk; van het dertiende of veertiende jaar af veroorlove men het daarom als eene uitspanning;

Muziek rekenen wij zonder aarzelen onder de edele den rechtschapen jongeling waardige kunsten, die de kinderen van hun achtste jaar al mogen leeren.

Men geve echter acht, er hen niet tegen hun wil, noch met dwang en bitterheid toe te drijven;

zij moeten er van nature toe geneigd zijn, en slechts met zachtheid toe gedwongen worden.

Zoo zij verder met hun twaalfde jaar willen viool-spelen en bij de cither zingen, ook dat schijnt mij een eerlijk en waardig tijdverdrijf.

Dwars- of herdersfluit acht ik, daarentegen, den jongeling van edelen geslachte minder waardig.

Dans als niet slechts, naar Cicero's woorden, de verlokker tot ontijdige samenkomsten, weelderige plaatsen, en allerlei verwijfd genot,

maar ook de oorzaak en aanleiding van velerlei kwaad en menig misdrijf (...) is het beter den knapen geheel te ontzeggen..

Evenzoo dobbel en kaartspel, als de aanleiding tot hebzucht en gierigheid, logen en meineed.

Willen zij zich met eenig spel verlustigen, zoo zij het met den kaatsbal, den ring, of ook dat wat men het schaakspel noemt,

als die niet van geluk en toeval, maar van vlugheid en schranderheid afhangen, en tot geene gierigheid leiden kunnen.

Wat de houding aangaat, daaraan moeten de opvoeders der jeugd de meeste zorg besteden.

Alle weidsche tooi en opschik [moeten] worden vermeden, als een overvloed van pluimen op den hoed, van linten en strikken op de schoenen

en een overdadige lengte der kleederen. Matigheid en zedigheid zijn in alles de beste tooi.

Ook alle gemaaktheid en gekunsteldheid, zoo van lichaam als van gelaatstrekken, als van taal en manieren moet men ten zeerste schuwen.

Messiae, Petri in het Nederlands ook: Pieter Messie, Petri Messia / Petrus Messia, de Spaanse edelman Pedro Mexia / Pero Mexia (1499 - 1551)

De verscheyden Lessen Petri Messiae, edelman van Sivelien : Waer inne beschreven worden de weerdichste gheschiedenisse aller Keyseren, Coningen, ende lofficker mannen: Mitsgaders tleven ende de treffelickste sententien der Philosophen ... Mitsgaders een Register ... ; Hier zijn noch byghevoecht seven verscheyden tsamensprekinghen ..., Amsterdams uitgave van 1617 (674 + 168 pagina's, in 5 hoofdstukken). (juli 2013, € 400,-)

 

Mexia was kroniekschrijver aan het hof van Karel V, hij correspondeerde met Erasmus, en beïnvloedde schrijvers als Shakespeare en Cervantes.

Een zeer populair en invloedrijk leerboek waarin tal van onderwerpen aan bod komen die de humanistische kennis uit die tijd weerspiegelden. Oorspronkelijk in het Spaans gepubliceerd in 1540, onder de titel "Silva de varia lecion". Later in het Italiaans (1542), Frans (1552): "Diverses Lecons" van Pierre Messie ; in het Engels door Thomas Fortescue uit de Franse editie van Claude Grucet (1571): "Forest, or Collection of Historyes", en uit het Frans in het Nederlands vertaald in 1587 (Amsterdam); latere edities in 1588 (Antwerpen), 1607 (Leiden), 1616 (Leiden), 1617 (Amsterdam). Binnen een eeuw verschenen er 31 Spaanse edities, en 75 vertaalde edities.

De Franse editie, die als basis voor o.a. de Engelse en Nederlandse vertaling diende, werd in latere edities uitgebreid door Antoine du Verdier (1544 -1600). De Nederlandse editie van 1629 bestond daarom uit twee delen: het eerste met de lessen van Mexia, en het tweede met de lessen van Antoine du Verdier (Antonij du Verdier, Antoni du Verdier).

Citaat uit wikipedia, link: "His major work is Silva de varia lección (A Miscellany of Several Lessons) (1540), which became an early best seller across Europe. It was reprinted 17 times in the sixteenth century and was translated into Italian (1542), French (1552) and English (1571). Within a century, Silva reached 31 editions in Spanish, and 75 in foreign languages. It is an encyclopedic miscellany of humanistic knowledge of the time."

Inhoud:

Vijf boeken met hoofdstukken over de geschiedenis van koningen, keizers en andere voorname personen, uitspraken van filosofen, en verklaringen van een aantal wonderlijke zaken. Het "Register van de Capittele deses Boeck" van de Nederlandse editie uit 1595 bevat de volgende hoofdstukken:

Boek 1 (folio 1 t/m 181, met 41 hoofdstukken):

1. de ouderdom van mensen 2. duur van het jaar, eerste stad ter wereld, aantal kinderen van onze voorvaderen 3. de betekenis van het kruis 4. het nut van geheimen en de manier van geheimhouding 5. de deugd van zwijgzaamheid 6. brief van Plutarchus 7. mening van Egyptenaren over het leven, naar de proportie van het hart; 8. oorsprong van de krijgskunst, veroveraars, uitvinders van wapens, artillerie en geschut; 9. vrouwelijke Paus en keizerin; 10. Amazones, strijdbare vrouwen; 11. Constantinopel, verovering door de Turken; 12. Mohamed; 13. Turkse heerschappij en heersers; 14. de mens, lichaamsgewicht (waarom zwaarder indien nuchter, en zwaarder indien dood); 15. het hoofd, nadeel van een smalle borst, groeten met ontbloot hoofd; 16. een geschil tussen een discipel en een meester; 17. de wijze van sterven; 18. over Thimon Atheniaen; 19. hoeveel pausen er zijn geweest, hun namen en verkiezing; 20. de hondsdagen; 21. de zwemkunst; 22. zeemensen, etc. 23. ontstaan der talen; 24. onderverdeling der eeuwen, ontstaan der staten; 25. de filosoof Diogenes Cynicus en zijn uitspraken; 26. het menselijk karakter i.t.t. de natuurlijke instincten; 27. opkomst en ondergang van het Romeinse Rijk; 28. verovering van Rome door de Goten; 29. arbeid adelt en ledigheid is slecht; 30. de betekenis van de overwinningspalm en laurierkrans; 31. smadelijkheid van wreedheid, enkele voorbeelden; 32. over slechte koningen en tirannen, met wie het altijd slecht afloopt; 33. zoon van Cresus, koning van Libië, over de menselijke spraak; 34. over een vrouw die dikwijls gehuwd was, een man met veel vrouwen, een onmatige vrouw; 35. twee prinsen van Castille die van verdriet stierven; 36. over twee filosofen waarvan er één huilde over de toestand van de wereld; 37. over sommige "notabele dingen"; 38. over dubbelgangers; 39. over vreemde zaken over twee Roomse ridders; 40. relatie tussen menselijke ouderdom en de astrologie; 41. over sommige jaren die men als de allergevaarlijkste beschouwde en waarom.

Boek 2 (folio 182-360, met 44 hoofdstukken/"capittelen"):

1. de beroemdheid van Francois Sforcia en Niclaes Pichinin; 2. hoe de leeuw de haan vreest; 3. wie het eerst de leeuw temde; 4. de Tempeliers; 5. het pauselijk Schisma; 6. wat perikel het is tegen prinsen te murmureren, en de lof van "haerder" zachtmoedigheid; 7. de imaginatie als een der belangrijkste innerlijke krachten; 8 Pilatus, en de spelonk van Dalmatië; 9. uitvinding en gebruik van klokken, wie de eerste was die de duivelen bezwoer; 10. gevecht van twee Castilliaanse ridders; 11. wonderlijke dingen in de natuur; 12. mening van filosofen over de geslachten; 13. ouderdom van getrouwde man en vrouw; 14. vriendshap en liefde in het huwelijk; 15. vroegere huwelijksgebruiken; de schilderkunst; 17. enkele kunstige schilderijen; 18. de juiste lichaamsproporties; 19. manieren van verbanning in Athene; 20. verbanning van excellente mannen door een ondankbaar vaderland; 21. twee grote personages die gevangen en veroordeeld werden; 22. vreemde geschiedenis van een gevangene; 23. dood door drinken van stierenbloed; wie het eerst de stier temde; 24. het belang van water voor mensen en hoe men goed water herkent; 25. hoe men veel zoet water aan de zee kan onttrekken, waarom vallend koud water meer lawaai maakt dan warm water, en of een schip zwaarder bevracht kan worden op zout water dan op zoet; 26. waarom dieren aan beide zijden evenveel voeten hebben, en met welke kant ze beginnen te lopen; 27. de machtige koning "Tamburlan" en zijn krijgsmethoden; 28. de Romeinse keizer Heliogabulus; 29. de zelfbeheersing/matigheid van Alexander en Scipio; 30. wateren met goede eigenschappen; 31. de dagen van de wederopstanding, geboorte en dood van Christus, zijn leeftijd, de vroegere urentelling, en "de dwaling die nu is in deze gemene jaren"; 32. gebeurtenissen bij de geboorte van Christus; 33. passages over leven van Christus; 34. de oude Romeinse keizers over Christus op basis van heidense historiën; 35. dat mensen van lage afkomst niet doorluchtig moeten worden gemaaakt (?); 36. Keizer Justinianus en tijdgenoten; 37. hoe de Romeinen over de lotsbestemming/bijgeloof dachten en afbeelden, hun honderd goden, en hoe er onder Christenen één God is; 38. dat er behalve de elementaire dingen ook nog andere (bovennatuurlijke) dingen zijn; 39. wonderlijke eigenschappen van sommige kruiden, gesteenten, etc. en de sterren en planeten waaraan ze onderworpen zijn; 40. medicijnen die de mensen van dieren hebben geleerd; 41. de kennis die dieren hebben over de toekomst; 42. uitvinding van Archimedes over het meten van de hoeveelheid zilver die een goudsmid in een gouden kroon heeft verwerkt; 43. het advies van Socrates aan Alcibiades dat hij orator moest worden; 44. over de Guelphes en Gibelijnen.

Boek 3 (folio 361-496, met 35 hoofdstukken/"capittelen"):

1. uitvinding van de letteren, het Hebreeuws schrift; 2. waar men vóór de uitvinding van papier en perkament op schreef; 3. de eerste bibliotheek en de geleerde geschriften daarin; 4. over vriendschap en vijandschap die de verborgen eigenschap van veel dingen zijn; 5. hemelse invloeden op vriendschap en vijandschap; 6. over de ene weg die korter en effener is en minder verdrietig en een andere weg die effen en zeer lang is en verdrietiger is, .... (?); 7. het geheugen; waarom een subtiele geest minder onthoudt, en waarom mensen hun jeugd zo goed onthouden; 8. hoe het geheugen beïnvloed kan worden; 9. hoe filosofen en geleerden door keizers en koningen werden geëerd; 10. de noodzaak van goed onderwijs voor vorsten (prinsen) en legerbevelhebbers (kapiteins); 11. de slang, en hoe slangevlees eetbaar kan worden gemaakt; 12. over het beest wiens beet door muziek onschadelijk kan worden gemaakt [zie ook Misson over de tarantula, ca. 1700], en enige andere ziektes die door muziek genezen kunnen worden; 13. medicijn tegen oneerlijke liefde, Faustina; 14. de furieuze liefde van een Athener, de liefde van Koning Xerxes, de verboden liefde van dieren voor mensen; 15. over een wond die iemand van een vijand ontving die hij had gesalueerd had ...(?); 16. de eerste wijnbouw; 17 schade van onmatig wijngebruik, medicijn tegen dronkenschap; 18. lessen m.b.t wijndrinken, oorzaak van de symptomen van dronkenschap; 19. meting van omtrek der aarde, het aantal omgangen; 20. waarom sneeuw koud blijft en warm water warm door het met stro te bedekken; 21. over personen die gestorven zijn op de voorspelde dag door hen die ze onterecht ter dood hadden gebracht; 22. twee ridders die dachten dat ze opgehangen waren en hoe ze van die fantasieën werden genezen; 23. de wreedheid van de Koning van Lombardije tegen zijn huisvrouw Rosamonde; 24. bedrog van een koningin tegen haar man, en over James van Aragon; 25. gewoonte van Carintiërs bij de kroning van hun prins; 26. de Zodiac van de zon en maan, en ontstaan van andere planeten; 27. voorbeeld van deugdzaam leven ontleend aan vogels en andere dieren; 28. waarom de triomfen te Rome gegeven werden en hoeveel overwinnaars er geweest zijn ... (?); 29 [ontbreekt]; 30. namen van zegevierende Romeinse legerleiders; 31. beloning en straffen van Romeinse soldaten voor gedrag tijdens oorlog en belegering; 32. de zeven wereldwonderen; 33. de Sibillen; 34. het nut van de slaap  en de schadelijkheid van te veel slapen; 35. het oude Spaanse gebruik om te tellen sinds Cesars Here ...(?)

Boek 4 (folio 497-552, met 14 hoofdstukken/"capittelen"):

1. drie belangrijke vraagstukken die de oude filosofen nooit hebben opgelost; 2. Romeinse oorlogsceremoniën; 3. hoe een prins gebaat is bij een goede reputatie; 4. een vreemd nachtelijk incident; 5. de kruin van een priester; 6. gruwelijke tirannie, de tragedie van Aristotimes; 7. waarom mensen tijdens hun leven niet over alles de waarheid kunnen weten; 8.monsterachtige zaken die vroeger tot waarzeggingen dienden; 9. dwaling onder Christelijke prinsen die ten strijd voeren; 10. wonderlijke eigenschappen van ezels; 11. standvastigheid  van Aretaphila van Cyrene; 12. een brief van de Raad van Athene aan de Lacedemoniërs; 13. het voorbeeld van de honingbij; 14. waarschuwing tegen het zoeken naar revelaties over de andere wereld.

Boek 5 (folio 553-665, met 22 hoofdstukken/"capittelen"):

1. de uitvinding van het dragen van de ring; 2. edelstenen en de kracht van toverachtige ringen; 3. de herkomst van de titel edelman en ridder; 4. de betekenis van familiewapens van Romeinse geslachten; 5. kracht van mieren; 6. oorzaak van lang leven, en de herkomst van de uitdrukking dat iemands dagen geteld zijn; 7. oorzaak van het korter worden van mensenlevens sinds het begin der tijden; 8. hoe men het waarachtige moment herkent; 9. "van het betrecksel der Gonste en zijn bedienenisse" ...(?) 10. over zeven wijze Grieken, uitspraken en hun leerlingen; 12. het gezicht als belangrijk zintuig van dieren, en over beroemde blinde mensen; 13. voorbeelden van gierigheid, slechte eigenschap; 14. de filosoof Phavorinus, en welke toekomstvoorspellingen men niet aan astrologen moet vragen; het ontstaan van Jeruzalem; 16. vervolg van de historie van Jeruzalem; 17. de koningen van Jeruzalem, verovering door de Romeinen, en haar ondergang; 18. hoe men leugentaal mag spreken zonder te liegen; 19. oude en moderne "conterfaitselen" van de twaalf maanden; 20. een samenzwering en moorden in Florence; 21. het leven van Kapitein Castruccio Castraccagne; 22. de winden en hun namen.

Deze editie bevat ook een zevental dialogen ("Seven Verscheydene Tsamenspreckinghe) uit het Frans vertaald, oorspronkelijk in het Spaans getiteld "Los dialogos o coloquios" (uit 1548), in totaal 168 pagina's (folio's) met een inhoudsopgave vooraf ("Register") over de volgende onderwerpen: de aarde, meteoren, eerste conversatie aan een banket, tweede conversatie aan een banket, praten met een conversationalist, dialoog over medicijnen.

De latere uitbreiding van "Antoni" du Verdier verscheen o.a. in de Nederlandse editie van 1629. De inhoud besloeg 8 boeken en in totaal ca. 400 folio's (pagina's):

Het Register (inhoudsopgave) vermeldt de acht boeken en hun hoofdstukken (folionummering per dubbele pagina) :

Boek 1 (folio 5-38, met 16 hoofdstukken/"capittelen"):

1. over God; 2. de werken die God in zes dagen geschapen heeft; 3. goede engelen; 4. het aardse paradijs en de vier grote rivieren die daaruit ontspringen; 5. verschil tussen hemelrijk en het aardse paradijs; 6. de hel; 7. de mens in gods beeldtenis; 8. het boek van Mozes; 9. de dood; 10. boze geesten die de toekomst niet kunnen voorspellen; 11. oude folosofen en dichters die het boek van Mozes hebben gelezen; 12. beschrijving van Charon de Veerman, schipper van de hel; 13. verborgen betekenis van het lichaam van de profeet Helisei, het verrijzen der doden; 14. de droom van Nebucadnezar; 15. de staat van de Republiek der Joden sinds Mozes; 16. wanneer het einde van de wereld is.

Boek 2 (folio 39-110, met 33 hoofdstukken/"capittelen"):

1. koning van Ethiopië en de gebruiken van zijn onderdanen; 2. ontdekkers van het Latijnse schrift; 3. de Boheemse jonkvrouw Valaska, die haar gezin vermoordde; 4. de stichter van het Christendom en de Roomse Kerk in het Romeinse Rijk, Vestaalse maagden, etc.; 5. hoeveel legers van de Romeinse keizers hadden; 6. of de Romeinen Latijn spraken; 7. het huwelijk in het Oude Rome en in andere naties; 8. gebruiken bij begravenissen; 9. de oorsprong van uitdrukkingen als God beware ons etc, en het kruisteken om de mond als men geeuwt; 10. twee Franse spreekwoorden; 11. onderverdeling van het jaar, manden, natuurlijke dag, etc.; 12. waarom de dagen van de week Feries heten; 13. uitvinding der boekdrukkunst; 14. aderlatingen, de beschrijving van geneeskrachtige kruiden; 15. oorsprong van de ridderorde van Rhodos; 16. uitleg over enige Hebreeuwse, Griekse en Syrische woorden in het Heilige Schrift; 17. het ontstaan van de verkiezing van de Roomse Keizer in het Duitse Rijk; 18. de zeevaart; de eerste zeeslag; 19. het gebruik van nieuwjaarsgiften, de oorsprong van Mommerien, de Vastenavond; 20. kettrij; 21. het eerste openbare Concilie; 22. vervolging van Christenen; 23. wreedheid van Keizer Maximiani; 24. ontdekkers van een aantal dingen; 25. voorname mannen die rijkdom veroordeelden; 26. oordeel van Applolonius Tyaneus; 27. voorbeeld van matigheid en zelfbeheersing van Franciscus Sforcia; 28. geleerde mannen die een ellendige dood stierven; 29. mensen die waanbeelden hadden en zich paus of keizer waanden; 30. personen die zichzelf hebben gedood; 31. de deugd van sober leven; 32. Roderick, de laatste Gotische koning van Spanje; 33. listig bedrog van Sarque.

Boek 3 (folio 111-162, met 37 hoofdstukken/"capittelen"):

1. voorname mannen die voor een stil en eenzaam leven kozen; 2. wateren met wonderlijke eigenschappen; 3. ongelukkige liefde; 4. heidenen die zwaar gestraft zijn omdat ze hun religie verachten; 5. het paard Selanus; 6. de Griekse courtisane Lais en haar openbaring; 7. twee zusters Androchia en Aleida die zichzelf voor het vaderland hebben gedood; 8. de sinaaspappel en de citroen, citroen tegen een slangenbeet; 9. de schadelijkheid van honger lijden; 10. de schadelijkheid van de tong (te veel spreken); 11. banketten in de Oudheid; 12. verkwisting, spilzucht; 13. een triomf van Antigonus Epiphanius; 14. gebruik van goud en zilver in de Oudheid, het eerste gebruik van geld; 15. Omphale, een jonkvrouw in Lydië, de oorzken van het dartel leven der Lydiërs; 16. de listigheid van de Athener Melanthus; 17. loffelijkheid van de waarheid spreken; 18. de stad Miontus in Ionia; 19. Cavara de Kelt; 20. de listigheid waarmee het zeemonster Triton werd gevangen; 21. rebellie van de eerste slaven; 22. de eerste koks, het eerste bereiden van een veelheid aan spijzen; 23. oorzaken van lang en kort leven; 24. vermindering van de overdaad der spijzen en pronkzucht met kleding; 25. een wet van Solon, en Corinthiërs, fraai geklede leeglopers; 26. wonderlijke dingen in de natuur; 27. vriendschap, oprechte vrienden; 28. hoe zwaar mensen gekastijd werden die hun meesters onteerden; 29. manieren van groeten in de Oudheid; 30. de loflijkheid van het vergeven van aangedaan leed en laster m.b.t hoge heren en prinsen; 31. oorsprong van de titels 'keizer' en 'koning'; 32. waarom er koningen werden geïnstalleerd; 33. tirannen, met wie het altijd slecht afloopt; 34. wreedheid van Numantia tegen de Romeinen; 35. de noodzaak van bedachtzaamheid en goede raadgevers voor een legerleider, en barmhartigheid na een overwinning; 36. auteurs van de wet Salique; 37. voorbeelden van geheime brieven.

Boek 4 (folio 163-240, met 39 hoofdstukken/"capittelen"):

1. disputatie van zeven gezanten over welke gemeente de beste wetten heeft; 2. tempel ter ere van Venus in Corinthië; 3. Orakel van Delphi; 4. de zorgen die de Ouders vroeger in hun offeranden hadden; 5. plaats van de ziel in het lichaam; 6. straf voor nieuwsgierigheid; 7. listigheid van de vrouwen van Menien, etc. ; 8. de straf voor een jonge Romeinse ridder die een edelvrouw bedroog; 9. het belang van raadpleging bij anderen; 10. de volmaaktheid van de getallen drie, tien en duizend; 11. het huwelijk; 12. de vervolging en ontberingen van Partharitus, Koning van Lombardije; 13. de wraak van Peredeus; 14. de wet van vergeldiing; 15. de wraak van Mgolo Lercaro; 16. de straf die de koning der Hunnen Cacanus gebruikte tegen Romilda; 17. de droom van Gontranus waardoor hij een grote schat vond; 18. beroving van het dode lichaam van Koning Rothary, straf voor grafschennis; 19. bekeringen tot het Christendom; 20. grote leifde van Zenon de Diaken; 21. vrouwen die veel geleden hebben door hun grote liefde voor hun man; 22. over een koningin der Goten; 23. Bonna, een dappere Lombardische vrouw; 24. wonderlijke voortekenen in de natuur; 25. verandering van een dochter in een manspersoon; 26. bedrog van Arnaud de Thil.; 27. Samenzwering tegen de hertog van Milaan; 28. voorbeeld van listigheid van Ismenius, de gezant van Thebe; 29. Racoces Mardes die één van zijn zonen met de dood gestarft wilde hebben; 30. de ontdekker van de Nieuwe Wereld; 31. de ideeën van West-Indianen over de eerste mensen en de zondvloed; 32. de oorsprong van de pokken en wie het Italië hebben binnegebracht; 33. de beestachtigheid en schande in het werk van Venus; 34. personen die zeer kinderrijk waren, onkuisheid van Keizer Proculy; 35. de dood van de laatste koning van Asyrië; 36. uitleg van een Italiaans spreekwoord; 37. een vreemde zaak tussen twee jonge Genuezen; 38. de volkeren die het eerst in specerijen handelden; 39. de wraak van Chiomara op een Romeinse hoofdman die haar verkracht had.

Boek 5 (folio 241-292, met 25 hoofdstukken/"capittelen"):

1. de droom van Aspasia, haar wonderlijke deugden; 2. de schaduw van de ezel, een fabel waarmee Demosthenes de rechters van Athene berispte vanwege  het niet luisteren naar goede raad; 3. de plicht van vaders om hun kinderen goede raad te geven; 4. betekenis van namen; 5. dat men het geslacht en waardigheid van mensen moet respecteren; 6. het antwoord op de vraag waarom rijken vaak in de huizen van geleerden zijn, en niet omgekeerd; 7. voorbeelden van gierigheid van voorname personen; 8. het gebruik van rijkdom; 9. het ontstaan van munten, geldwisselaars, de honderste penning; 10. de wet van de tiran Trises om een samenzwering te verijdelen; 11. de deugden die een prins moet hebben; 12. de barmhartigheid voor krijgsgevangenen; 13. hoe rechters en overheden horen te zijn; 14. ongelukkigheid van Alexander de Grote; 15. oorsprong der Noormannen; 16. een grote schat die in Poviien gevonden is; 17. het antwoord van Aeneus Sylvius op drie vragen; 18. oorsprong van de Maranen in Italië; 19. wie de Areopagiten te Athene waren; 20. de Athener Thimotheus die om zijn geluk werd benijd; 21. een voorzichtige daad van Keizerin Constancia bij het baren van haar zoon; 22. Keizer Frederik II, en zijn belegering van Parma; 23. de oorsprong van de Catalaniers in Italië, de vereniging van Aragon en het koninkrijk Castilië; 24. dochters behoren voor hun 25ste te huwen; 25. wanneer in de Duitse taal voor het eerst Latijnse letters werden gebruikt.

Boek 6 (folio 293-338, met 9 hoofdstukken/"capittelen"):

1. nut van historische kennis; 2. Romulus en Remus, stichting van Rome, haar inwoners; 3. het eerste geld; 4. de eerste Romeinse rechtsgeleerden; 5. Romeinse oudheden, straten, bruggen, etc.; 6. Romeinse oudheden, paleizen, hoven, bibliotheken, etc.; 7. dobbelen en kaarten, en de kwade gevolgen; 8. waarom bedrogen mannen "koeckoecks" heten, eigenschappen van de koekoeksvogel; 9. dialoog tussen een advocaat en een geneesheer over hun vak.

Boek 7 (folio 339-396, met 11 hoofdstukken/"capittelen"):

1. reuzen; 2. de graden des "maagschaps" die in het huwelijk verboden zijn; 3. de huwelijksgelofte aan vrouwen; 4. kleding van rechters, overheden en raadsheren; 5. de handhaving van 's lands burgerlijke wetten; 6. een valse beschuldiging waarvoor iemand de doodstraf kreeg; 7 men moet met eerlijke lieden omgaan, hoe men eerlijkheid herkent; 8. machtige en hooggeplaatste lieden die denken dat oneerlijkheid en slechtheid geoorloofd is; 9. de eigenschappen van de hand, de handtekening; 10. hoe men met vingers kan rekenen en schrijven, calculatie, cijfers, geheimschrift; 11. grafschriften

Boek 8 (folio 397, met 3 hoofdstukken/"capittelen"):

1. kampvechten; 2. eer; 3. de adel

 

Meurier, Gabriel

The Conjugations in Englishe and Netherdutche, 1586

 

17e EEUW

 

The English, Latine, French, Dutch Schole-master, Or, and Introduction to Teach Young Gentlemen and Merchants to Travell or Trade, 1637

 

Henry Peacham (ca. 1578- ca. 1644)

The Compleat Gentleman, Fashioning Him Absolute in the Most Necessary and Commendable Qualities concerning Minde and Bodie

         that May Be Required in a Noble Gentleman, ..... (1e editie), 1634 (2e editie)

Peacham was a poet and writer. Famous for his 'guidebook' "on the arts for young men of good birth. In it, he discusses what writers, poets, composers, philosophers, and artists a gentlemen should study in order to become well-educated. Because he mentions a large number of contemporary artistic figures, he is often cited as a primary source in studies of Renaissance artists."

 

John Milton

Of Education (added to Paradise Regained), 1644, link

 

The Dutch Tutor: Or New Book of Dutch and English, 1658

 

Ray, John & Francis Willughby, Travels through the Low Countries, Germany, Italy and France

               vol.1 was first published in 1673; vol 2 was first published in 1693.  Thecontents are based on a tour made in 1666.

               "Towards the middle of the seventeenth century (...), a group of people emerged [... whose] attitude is indicative of the new, modern approach to

               science and to academic study in general. (...) The new style of scholarly journey followed one of a number of basic patterns. In the field of natural

               history the interests of scholars were very broad.: scientific research was still at the stage of seeking and recording specimens rather than solving

               problems, and journeys were necessarily undertaken in order to collect specimens and compile introductory classifications. A tourist who was

               interested in botany , however, also collected minerals and sometimes insects as well; whenever he visited cabinest of curiosities, he would also

               examine the medals, the old coins and hundreds of other exhibits, which today would defy the imagination. This is nowhere more obvious than in

               the writings of John Ray, a member of the Royal Society, who set out for the Continent in 1663. Although Ray could be described as a naturalist,

               his account which was published posthumously, contains some extremely pertinent remarks about economics and innumerable observations

               on a variety of other subjects, including notes about certain collections of specimens, which would be regarded today as being of little importance.

               Anything that was 'new', 'rare', 'odd' or 'amazing' was worthy of attention."

               (from Travel in early Modern Europe, by Antony Maczak, pp. 191, 193)

 

John Locke

Some Thoughts Concerning Education, 1693

Deze verhandeling bleef en eeuw lang het belangrijkste filosofische werk over onderwijs in Engeland. (link)

 

18e EEUW

George Fisher

The Instructor: Or, Young Man's Best Companion, published from the first half of the 18th century (...., 1740, ...) up to the early 19the century (1812, ...?)

Dodsley, J. (publisher)

The Preceptor: Containing A General Course of Education, 1st published in 1748, 2nd 1754, 3rd 1758, 4th 1763, 5th 1769, 6th 1775

With a Dedication to "his royal highness Prince George".

A 14-year copyright protection was issued "by his majesty's command", and signed by Lord Chesterfield:

"Our Royal Privilege and Licence for the sole printing, publishing, and vending of the said work".

The two volumes are intended as "a practical book for the use of schools (...), wherein the first principles of polite learning are laid down,

in a way most suitable for trying the Genius, and advancing the instruction of youth, in twelve parts".

In the Preface, the publisher writes that, at the time this book was published (in 1748),

"so many schemes of education have been projected (...), so many schools opened for general knowledge (...),

and every age, sex, and profession is invited to an acquaintance with those studies which were formerly supposed accessible

only to such as had devoted themselves to literary leisure, and dedicated their powers to philosophical inquiries."

Each chapter contains the latest state of knowledge, and is written in a language that boys [sic!] can understand;

Previous schoolbooks (e.g. by Valla, Stierus, Alstedius) were generally written in Latin, "a language which, to boys, is more difficult than the subject" (p. xiii)

The chapters were written by different authors, and they contain new material, since "so much has the state ogf many kinds of learning been changed"(p. xi.

Only two authors "were found, whose performances might be admitted with little alteration" (p. xiv).

One of the contributors was Samuel Johnson.

The work deals with "the degrees of knowledge" that "are in most stations of life indispensably required"(p. xvi):

"A book intended thus to correspond with all dispositions, and afford entertainment for minds of diferrent powers,

is necessarily to contain treatises on different subjects. As it is designed for schools, though for the higher classes,

it is confined wholly to such parts of knowledge as young minds may comprehened." (p. xii)

The contents are presented in the form of dialogues ("samenspraken") between the master (governor) and his scholar (pupil),

and the chapters are arranged in the order in which "governors"  or "masters" thought they should be taught:.

I Reading/Speaking/Writing/Letters (pp.1-109)

II Arithmetic/Geometry/Architecture (pp.109-186)

III Geography & Astronomy (pp.187-286)

IV Chronology & History (pp. 287-352): this

V Rhetoric & Poetry (pp. 353-396),

VI Drawing (pp. 397-414)

VII Logic (pp.1-194),

VIII Natural History (pp. 195-238),

IX Ehtics & Morality (pp.239-380),

X Trade & Commerce (pp. 381-464),

XI Laws & Government (pp. 465-514),

XII Human Life & Manners (pp. 515-560)

The first three chapters were considered "preparatory"; they were intended to prepare pupils for "studies of a higher nature" (p. 267)

Starting at chapter three, on History", the teacher explains to his pupil that he is going to:

"Now that I am to lead you regularly thro' the most important branches of human learning, I shall begin with giving you directions for that study,

which above all others conduces to make a man knowing, prudent, and virtuous"  (part I, p. 267)

 

Goldsmith, Oliver

An Enquiry into the Present State of Polite Learning in Europe, 1759

 

Meyer, Pieter

Algemeene Oefenschoole van Konsten en Weetenschappen, 1763 en later uitgaven

Vertaling en bewerking van The General Magazine of Arts and Sciences, Philosophical, Philological, Mathematical, and Mechanical, door Benjamin Martin, 1755-1765

31 delen:

I Wijsbegeerte (3 delen)

II Natuurlyke Historie (3 delen)

III Fraaije Letteren (3 delen)

IV Wiskonstige Weetenschappen (3 delen)

V Beknopte Levensbeschryving der Beroemste Wysgeeren (3 delen)

VI Mengelwerk [en] Register (15 delen)

 

Formey, Jean Henri Samuel

Beknopte Inleiding tot Alle Weetenschappen, voor de Nederlandsche Jeugd, uitgegeven door M. Magérus, 1766 en latere edities, 1771, 1791

Gebaseerd op 3e druk van Franse uitgave (1760)

The Amsterdam publisher had done just what he said in his preface: adding a large number of new subjects to the book, and putting them all at the beginning

of the book, thus making it at first glance look quite different from the Formey book as well as from the Leyden "Schoolboek der Wetenschappen".

Only after a large number of newly added short chapters on religion, sciences and arts, theology, philosophy, logic, natural science, metaphysics, jurisprudence, medicine, chemistry, botany, rhetoric, grammar, poetry, language, writing,music, dance, mathematics, geometry, arithmetic, commerce, architecture, painting, sculpture, optics, mechanics and navigation, Magérus' edition came to the regular Formey-subjects: the notion of time, cosmography, geography with the countries separately listed.

 

Martinet, Johannes Florentius (1729-1795), Katechismus der Natuur, 4e druk, 1778-1779, 4 delen, 24 platen, ex-libris "C.J. Poortvliet, arts (256,50)
               J. de Vries, Natuurkundige en Ophelderende Aanmerkingen, 2 delen, 1779

               deel 1: frontispiece (titleplaat) met uitzicht van de Zutphense wallen over de IJssel, met op voorgrond meester en leerling + jonkvrouw met telescoop

                            inhoud : 6 hoofdstukken ("samenspraken") over hemellichamen, atmosfeer, aarde, de mens, land en water, en algemene inleiding

                            4 platen: titelplaat, sneeuwfiguren (p. 154, uitvouwbaar), rijmfiguren (p. 166, uitvouwbaar), tafel van menselijk lichaam (p. 348, uitvouwbaar)

               deel 2: titelplaat met gezicht op Zutphen, inclusief de schipbrug over de IJssel

                           inhoud: samenspraken 7 t/m 12 over dieren, vogels, vissen, vissen

                           7 platen: (1) titelplaat, (2) meester en leerling bij waterval, (3) aantal veren (uitvouwbaar), (4) Chinees vogelnestje (p, 200, ingekleurd),

                                          (5) schelpen/"hoorns" (p. 390, uitvouwbaar), (6) shclpen (p. 418, uitvouwbaar), (7) zeeapples (p. 434)

               deel 3: titelplaat met "landgezicht beneden het lusthuis Rederoord" ('lusthuis' = hier: zomerverblijf)

                            inhoud: samenspraken 13 t/m 16 over eiegnschappen van insecten, bijzoneder vaderlandse insecten, "plantdieren", onweder, planten

                            6 platen: (1) titelplaat, (2) houtwormen in een scheepshuid (p. 66), (3) insecten op zeewier (p. p. 228, uitvouwbaar),

                                            (4) geraamten van bladeren (p. 282), (5) zeeruy op een steen (p. 330), (6) mosplantje (bij p. 380)                        

               deel 4: titleplaat met uitzicht op 4 torens van Zutphen

                           inhoud: samenspraken 17 t/m 23 over bloemen, zaden, voortbrengselen van oost en west, oogst, bos en bomen, beschouwing van de Schepping

                           7 platen: (1) titelplaat, (2) zonnedauw, (3) zaadhuisjes, (4) zaden, (5) basten van planten, (6) snijdsles van houten, (7) portret van J.F. Martinet

              Opmerking: als schoolboek uitgegeven onder de titel Kleine Katechismus der Natuur,

                         vertaald naar Engels (17.., door John Hall): The Catechism of Nature, for the Use of Children

                         Amerikaanse uitgave, 1792 2e editie; Britse editie 1794 (2e editie)

                         en naar het Duits: Kleiner Katechismus der Natur (vertaald door Johann Jacob Ebert, 1779, 1780)

Natuurkunde (het tegenwoordige 'kennis der natuur') "was een vak dat in de achttiende eeuw sterk in de belangstelling kwam bij de burgerij . (...) Maar een leerboek voor kinderen kwam er pas toen J.F. Martinet zijn 'Katechismus der Natuur' uit 1777 voor kinderen bewerkte tot de 'Kleine Katechismus der Natuur'. In de vorm van vragen en antwoorden vinden we heir de hele natuur beschreven: zon, maan, sterren, dieren en planten, het menselijk lichaam, zeeën, winden en nog veel meer. Het werd onmiddelijk een groot succes, maar misschien eerder in de gezinnen, waar sommige kinderen het verslonden, dan in de scholen. Als vak werd het niet op school gegeven, al kon op sommige 'konstscholen' wel wat aan natuur- en scheikunde gedaan worden met het oog op het toekomstige beroep." (Geschiedenis van de School in Nederland, Boekholt et al., p. 58)

          Historie der Waereld, 1780, 9 delen (€ 194,- okt. 2012)

          Het Vaderland, 1791 (€ 4,50), 605 pagina's, met 1 resterende plaat/gravure

          Het Vereenigd Nederland, 1e druk 1788 (€ 120,-), 612 pp + Register,

                                                        kaartje van 7 provinciën (bij p. 8),

                                                        6 platen met elk 2 gravures (bij pp. 94, 162, 170, 204, 330, 446), 3 uitvouwbare pagina's met handtekeningen (bij p. 498)

                                                        bij elk van de 103 "naamtekeningen" wordt een karakterschets gegeven op pp. 575-612

           idem, 1790, verkorte schooleditie met 212 pagina's, 1e druk (€102,-)

                                                        uitgegeven te Amsterdam bij Johannes Allart, 1790, met privilege.

                                                         Leren rug met goudopdruk, en leren hoekjes, en gemarmerde borden. afm. 10 x 15,5 cm, 212 pagina's.

                                                        "Nieuwe Kaart van de VII Verenigde Provinciën" (klein, kleur),

                                                        + plaat I bij p. 14, plaat III bij p.76,  plaat II bij p. 80, plaat IV bij p.84, plaat V (Hollandsche graven) bij p. 104, plaat VI bij p. 126,

                                                         plaat VIII (sic!) bij p. 182 (stadhouders, staatslieden, admiraals, geleerden), plaat VIII bij p. 184, plaat IX bij p. 212 (handtekeningen),

                                                         (bij elk van de 27 "naamtekeningen"wordt een karakterschets gegeven op pp. 189-212

          Het Vaderland en het Vereenigd Nederland, (gezien als de 3e editie van het Vereenigd Nederland)  verscheen van 1830-1833 (6 delen, Noman, Zaltbommel);

          Deze delen waren sterk uitgebreid ("thans bevattende een volledige Aardrijks- en Geschiedkundige Beschrijving der Zeventien Nederlandsche Provincien

          en het Groot-Hertogdom Luxemburg;

          deel 1: Holland & Noord-Holland (€ 80,-), ingeplakte instructie zichtexemplaar, kartonnen borden, bijgevoegde kwitantie van intekenaar Mej. Ingewohl (fl 1,80)

                       + grote kaart 40x 50 cm & gravures; bij intekening was de scheiding van Nederland en België nog geen feit

                       gebonden deel , met kaart van 1833 ( € 65);

          deel 2: Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland (€ 60,-);

          deel 3: Utrecht, Zuid-Holland, Zeeland, deel 4: Zeeuws-Vlaanderen, Noord-Brabant, Limburg, het huidige België & Luxemburg;

          deel 5: de geschiedenis tot de dood van Willem III,

          deel 6: de geschiedenis vanaf de dood van Willem III t/m Napoleontische tijd (met uitklapkaarten van handtekeningen, afbeeldingen van beroemdheden; € 75)

          In 1845 verscheen een 4e editie in 6 delen bij Van Goor, deels in de oude druk van Noman.

 

Holtrop, John

English and Dutch Grammar; The Englsih Grammar Enlarged; and Explained in Dutch; Uitvoerige Engelsche Spraak-Konst in 't Néder-Duitsch,

ontvouwd; en waarin men getracht heeft, op de geschiktste, duidelykste, en volledigste wyze aan te tonen; hoe de Engelsche taal, waarvan de kennis-verkryging, den Letter-Oefenaar zoo noodig is, als den handel-dryvenden, recht gespeld, geleezen, geschreeven, en gesprooken moet worden.

waarby gevoegd zyn: I. een wydloopig woordenboekje; II. een alfabetische lyst van rechts-benaamingen; III. eene verzameling van byvoeglyke naamwoorden; IV. eene verzameling van werkwoorden; V. gemeenzaame spreekwyzer; VI. samenspraaken over verschillende onderwerpen; VII eene verzameling van eigenaartige spreekwyzen, of Engelsche en Duitsche taal-eigenschappen; VIII. eene verzameling van spreuken, of spreekwoorden; IX. eene bundel van brieven, rekeningen, wisselbrieven en andere schriften, meestal tot den koophandel betrekkelyk, 1e druk 1780, te Dordrecht en Amsterdam, by A. Blussé en Zoon en W. Holtrop (€ 50,-)

 

Stanhope, Philip Dormer (Lord Chesterfield)

Principles of Politeness and of Knowing the world by the Late Lord Chesterfield, 1791  (€ 42,-)

               Methodised and Digested under Distinct Heads, with additions by the Rev. John Trusler,

                to which is added A Father's Legacy to His Daughters by the Late Dr Gregory of Edinburgh,

               also Thoughts on Female Education, by Benjamin Rush M.D., the Whole Admirably Calculated for the Improvement of Youth

               (Lord Chesterfield's work was referred to by Charles Dickens in Bleak House, as the favourite reading by his fiction character Sir Chester)

 

19e EEUW

Madame de Genlis, née Stéphanie Felicité du Crest de Saint-Aubin (1746-1830)

Gouvernante aan het Franse hof die bekend werd vanwege haar innovatieve educatieve methodes.

Tijdens de Revolutie van 1789 bleef ze nog in Parijs, maar in 1793 vluchtte ze naar Zwitserland, in 1794 naar Berlijn (Pruisen), later naar Hamburg,

en nade staatsgreep van Napoleon in 1799 keerde ze onder bescherming van napoleon Bonaparte terug naar Parijs.

Théâtre d'éducation (4 delen, 1779-1780)

Adèle et Theodore ( 3delen, 1782);
             vertaald in het Engels als Adelaide and Theodore, en
             vertaald in het Nederlands als Adèle en Theodoor door Betje Wolff (Agatha Bekker - Wed. van A. Wolff)

Les Annales de la Vertu (2 delen, 1781)

Manuel du Voyageur, in vele edities en vertalingen verschenen

In totaal schreef ze meer dan tachtig boeken, waaronder historische romans, kinderboeken en romances)

Haar educatieve boeken werden ten tijde van Napoleon en in de jaren erna door de Europese aristocratie en gegoede burgerij als een morele leidraad beschouwd.

Haar naam komt voor in literaire werken zoals:

- War and Peace van Leo Tolstoy (gesitueerd in de Napoleontische tijd)

   In Boek 1, Deel 1, hfdst 10, waarin de jonge Natasha Rostov haar zus Vera toeroept: "'You are just a Madame de Genlis,' (this nickname, which was considered

   very offensive, had been bestowed on Vera by Nikolai) 'and your greatest satisfaction is to make things unpleasant for people!'";

   en in Boek 3, Deel 2, hfdst. 16 leest de Russische opperbevelhebber Kutuzov de roman Chevaliers du Cygne: "He had a French novel in his hand, which he laid

   aside as Prince Andrei came in, marking the place with a paper-knife. It was Les Chevaliers du Cygne by Madame de Genlis saw by the cover."

- Emma van Jane Austin (1816)

In hoofdstuk 53 zegt Emma over Mrs. Weston en een mogelijk toekomstige dochter:

"it would be quite a pity that any one who so well knew how to teach, should not have their powers in exercise again. 'She has had the advantage, you know, of practising on me,' she continued - 'like La Baronne d'Almane on La Comtesse d'Ostalis, in Madame de Genlis' Adelaide and Theodore, and we shall now see her own little Adelaide educated on a more perfect plan.'"

Daarnaast wordt Madame de Genlis ook genoemd in:

- Les Misérables van Victor Hugo

- Our Village (5 boeken 1824-1832), van Mary Russell Mitford; zie ook haar brieven aan Elizabeth Browning

- Oblomov van Iva

- Nausea van Jean-Paul Sartre

Jones, Rev. William

Letters from a Tutor to his Pupils, 1832 (€ 15,-)

Sazerac, P.

Principes de Géographie, Hoognodige Gronden der Aardrijkskunde, voor kinderen; verdeeld in vierentwintig korte lessen, 7e druk, 1807 (€ 35,-)

 

Young, Arthur

The Farmer's Calendar, 13e editie 1827 (€ 50,-)

Arthur Young reisde veel naar het buitenland om ideeën op te doen.

hij schreef ook een reisjournaal over zijn reis naar Frankrijk en Spanje.

Hij stond aan de wieg van het Britse Ministerie van Landbouw (Board of Agriculture in 1793).

Pijl, Roelofe van der, (ook Rudolph; ook : Van der Pyl) (1787/1790-1828)
Engelsch Lees- en Vertaalboekje, voor Eerstbeginnenden, 1e stuk, 4e vermeerderde druk, 122 pp., 1828
De 2e druk verscheen in 1822, de Voorrede daaruit werd ook in de 4e druk herdrukt, en de laatste herdruk dateert van 1897!)

Roelofe van der Pijl redigeerde ook de Ned.<>Eng. woordenboeken van Balwin Janson, en hij schreef in totaal 10 Engelse schoolboekjes

"Rudolph van der Pijl was een geslaagde schoolhouder die met zijn assistenten in Dordrecht een drukbezochte Franse kostschool leidde. Het succes (...) vond zijn verklaring in de grote pedagogisch-didactische bekwaamheden van de directeur. De Franse scholen (een soort havo) stonden in aanzien, vooral door het onderwijs in de vreemde talen. De positie van Van der Pijl binnen de kring van Franse schoolhouders was zelfs landelijk als uitzonderlijk te kwalificeren door de leerboeken die hij schreef. Het accent lag daarbij op het onderwijs in de vreemde talen en zijn bijdrage aan de ontwikkeling van dat onderwijs was groot. Zijn leerboeken waren door het vernieuwende karakter de gehele eeuw in gebruik.
In november 1808 verzocht hij het stadsbestuur van Dordrecht in de stad een Franse school te mogen openen. Hij wilde daar onderwijs geven in Frans, Duits, Nederlands, rekenen, aardrijkskunde, geschiedenis en zingen. Ook Engels werd een vast onderdeel van het onderwijsprogramma.
In de periode 1810-1826 produceerde Van der Pijl 37 uitgaven voor het onderwijs (...), een gemiddelde van ruim twee boeken per jaar. Hij schreef leerstof voor Frans, Engels, Nederlands, geschiedenis, aardrijkskunde en rekenen; Duits liet hij buiten beschouwing. Zijn eerste boek, verschenen in 1810, betrof aardrijkskunde. Voor Engels en Frans schreef hij tien respectievelijk dertien leerboeken; op die twee talen lag het accent. Het betrof materiaal voor de vocabulaire en grammatica, het daarvan toepassen in oefeningen en handelscorrespondentie in de betreffende taal. Daarbij waren oefeningen in kakografie, het opsporen van fouten in een gegeven tekst, een methode die de gehele negentiende eeuw werd toegepast. Van de andere veertien uitgaven hadden er twee betrekking op het leren van het Nederlands als vreemde taal, een voor Franstaligen en een voor Engelstaligen. Van der Pijl was in de eerste plaats leraar vreemde talen. Bij het Nederlands verwees hij steeds naar de officiële spelling van Siegenbeek (1804) en de officiële grammatica van Weiland (1805). Het onderwijs diende volgens hem op moderne leest geschoeid te zijn. Zijn leermateriaal vond in onderwijsland een goed onthaal, waardoor vele boeken een groot aantal drukken beleefden, zoals in 1866 de twintigste druk van het Frans lees- en vertaalboekje. In 1897 werd het Engelsch lees- en vertaalboekje (deel 1 en 2) nog herdrukt. Zijn succes op dit gebied is toe te schrijven aan zijn gebruikte onderwijsmethoden en op het aangeleverde (actuele) oefenmateriaal." (zie weblink)



Hakbyl, L.

Handleiding tot het Lezen en Beoefenen der Engelsche Taal, of gemakkelijke Leerwijze tot het Verkrijgen eener Zuivere Engelsche Uitspraak,

in Voorbeelden met Hunne Betekenis, aangewezen uit Murray's Leeslesjes, 2e verbeterde druk, 1836  (€ 20,-)   

Gebaseerd op: Engelsche Spraakkunst, door Lindley Murray, 1795      

H.E. Lloyd, D. Bomhoff

Nieuwe Engelsche Spraakkunst door H.E. Lloyd, naar den vierden druk, voor Nederlanders bewerkt door D. Bomhoff, Hzn., 3e druk, 1844 (J.F. Thieme), €45,-

Beeton's Management of Home Pets, approx. 1862 (€86,- )

 

Buchan, John, Buchan's Domestic Medicine, 1851 (€ 16,-)

                   vertaald en bewerkt in vele talen:

                  naar het Nederlands als Huyselyke Geneeskunde, door Dr. Lyklama

Darwin Charles

 

Phillips, Richard, publisher (1767-1840)

Universal Preceptor, by Rev. David Blair, pseudonym of Richard Phillips, 2e editie in 1811 tot 79e editie in 1858

          1e Amerikaanse editie verscheen in 1817, gebaseerd op 8e Britse editie uit 1816 (€21,-)

A Grammar of General Geography for the Use of Schools and Young Persons,

         (many editions from 1818 to 1850s) by Rev. J. Goldsmith, pseudonym of Richard Phillips

Blair's Grammar of Chemistry, 1810, 4th edition (€ 48.-)

Richard Phillips started as a bookseller, and a seller of many other things, such as patent medicines, in the 1790s.

He also added a printing press and ran a circulating library.

He held strong revolutionary and republican ideas and went to prison in 1793 for selling Thomas Paine's Rights Of Man.

As a publisher, he started at 71 St. Paul's Church Yard, London, around 1795, and in 1806 he moved to larger premises at 6 Bridge Street, Blackfriars, London.

He published many schoolbooks (his so-called "Juvenile Library"), under at least 5 synonyms (Rev. J. Goldsmith, Rev. David Blair, etc.)

Uit een antwoordenboek, getiteld The Tutor's Key,die bij een aantal schoolboeken door Richard Phillips werd uitgegeven blijken een aantal pseudoniemen:

Blair's Universal Preceptor, Blair's English Grammar, Blair's Grammar of Natural History, Blair's Grammar of Chemistry,

Goldsmith's Grammar of British Geography, Goldsmith's Grammar of Geography, Barrow on the New Testament, Adair on Goldsmith's History of England,

Adair on Murray's Grammar and Irving's Elements of Composition, Robinson's Grammar of Universal History, Rundall's Grammar of Sacred History

In 1810 besloeg de lijst met educatieve uitgaven van Richard Phillips enkele pagina's, zolas bijvoorbeeld afgedrukt achterin in o.a. Blair's Grammar of Chemistry.

Deze lijst van "New and Superior Schoolbooks" werd door de volgende toelichting voorafgegaan:

"Sir Richard Phillips, wholesale bookseller, London, having completed, at an expence of upwards a Hundred Thousand Pounds, a series of Elementary Books, for the use of schools and young persons, which corresponds in plan and execution with the liberal and extended views of modern education, submits a list of those which have already appeared to the attention of the Masters and Governesses of Academies, throughout Great Britain and Ireland.

The whole may be had, with the full allowance to schools, of every bookseller in the United Kingdom." (p.261)

 

Wagenaar, Jan

             Vaderlandsche Historie, 1782, deel 3 (van 21 delen) periode 1256 - 1442 (€25)

             Vaderlandsche Historie, vervattende de Geschiedenissen der Vereenigde Nederlanden, 1792, verkort, 1 deel, 654 pp., (€ 150,-)

                                                         t/m dood Willem IV in 1751, "met kaarten, plaaten en portraiten" (23) ; kaart van Middeleeuwen, idem Zeeland, idem Holland,

                                                         compleet behalve de "Kaart van de Oude Staat" (nr. 1)

            Ook als schoolboek, met samenspraken uitgegeven