<< terug / back

Kunst, taal & cultuur

Wederom veranderingen in spelling

(26 april 2005, © De Volkskrant)

Tien jaar geleden ging de Nederlandse taal op de schop: hondehok werd hondenhok. In 2006, zo heeft de Taalunie besloten, is het tijd voor weer enkele veranderingen.

Kattekruid wordt kattenkruid, een eskimo wordt een Eskimo, een jood blijft een jood in de context van zijn geloof, maar wordt een Jood als hij wordt aangesproken op zijn etnische afkomst. "Hiermee is het voor veel mensen pijnlijke onderscheid tussen een Palestijn en een jood opgelost", schrijft de Nederlandse Taalunie.

Taal is een levend organisme, zo wordt wel beweerd, en dat zullen we weten ook. Tien jaar geleden was het huis te klein toen de tussen-n een regel werd in het nieuwe Groene Boekje, de spelbijbel. Hondehok werd hondenhok, alsof er in elk huishouden sprake was van een kennel. En wie kon het verschil uitleggen tussen ruggespraak en ruggengraat of wiegelied en wiegendood?

Met ingang van 2006, zo maakte de Taalunie maandag bekend, zal de derde uitzonderingscategorie op de hoofdregel voor de 'n' worden geschrapt. Deze zinsconstructie, letterlijk overgenomen van de taalcommissarissen, maakt wel duidelijk welk abstract niveau van regelzucht hier bereikt word. In het spellingbesluit van tien jaar geleden heette deze uitzonderingscategorie 'samenstellingen met een dierennaam als eerste die als geheel een plant aanduiden'. Omdat die uitzondering nu wordt teruggedraaid, zal kattekruid volgend jaar kattenkruid zijn en paardebloem wordt paardenbloem.

Peter Smulders, directeur van het Genootschap Onze Taal moet er een beetje van zuchten. "Het gaat om een categorie van 24 woorden. 98 Procent van de 'n' blijft onveranderd. En daarvoor wordt alles weer overhoop gehaald. Vind je het gek dat mensen de handdoek in de ring gooien, dat ze gewoon hun eigen gevoel voor spelling volgen, fout of niet."

Janine Beeken is als coördinator van de werkgroep spelling verantwoordelijk voor het schrappen van de derde uitzonderingscategorie. Ze verdedigt zich juist met het argument dat de gebruikers van de taal, wij allemaal dus, hiermee gediend zijn. De revolutie van 1995 is opengesteld voor discussie en de 'paardebloemuitzondering' werd niet begrepen. "zelfs biologen zagen de logica niet. Vervolgens stel je vast wat de impact is en het gaat slechts om 24 woorden, dus dan schrap je die uitzondering."

Smulders vindt dat de laatst afgesproken spelling, geslaagd of niet, gewoon een tijdje buiten schot had moeten blijven. "Engels en Frans zijn al eeuwenlang praktisch onveranderd gebleven. Oude teksten zijn nog goed leesbaar. Kom daar in het Nederlands eens om." Hij troost zich met de gedachte dat deze aanpassingen marginaal zijn. Naast de-n- wordt het gebruik van de hoofdletter aangepast (kelt wordt Kelt als geo-etnische aanduiding) en ingeburgerd Engels wordt zo logisch mogelijk gespeld (online in plaats van on line).

Dat de woordenlijst om de tien jaar aan de eisen des tijds wordt aangepast, kan Smulders slechts toejuichen. Tsunami, i-bankieren en sms'en verdienen een plek in het Groene Boekje. Vraagtekens zet hij alleen bij de entree van 500 Surinaamse woorden. "Op zich zijn woorden als handknie een verrijking van onze taalschat, maar de reden kan toch alleen maar zijn dat Suriname is toegetreden tot de Nederlandse Taalunie."

Beeken noemt de Surinaamse bijdrage 'een eerste vingeroefening'. Maar er is volgens haar wel goed gekeken naar de woorden die de toets der kritiek konden doorstaan. De geslaagde woorden zijn van onweersproken spelling en hun waarde is dezelfde als die van het Vlaams idioom. Een woord als schoonbroer is in ons taalgebied ingeruild voor het woord zwager, maar is in feite een gaaf exemplaar van oud-Nederlands.

Tot de instinkers voor het Groot Dictee der Nederlandse Taal van 2006 rekent Beeken de nieuwe spelling van procédé.

Art, language & culture

Changes in spelling  again

(April 26, 2005, © De Volkskrant)

Ten years ago, the Dutch language went up for revision: hondehok (i.e. doghouse) became hondenhok. The Dutch Language Union has decided that, in 2006, it will be time for some further changes.

Kattekruid (i.e. catmint) will be kattenkruid, an eskimo will become an Eskimo, a jood (i.e. Jew) stays a jood in the context of his religion but will be a Jood if addressed on the basis of his ethnic origins. "This has resolved the distinction between a Palestijn (i.e. Palestinian) and a jood which many people have found embarrassing", writes the Dutch Language Union.

Language is a living organism, so they sometimes say, and we're about to find out. Ten years ago, there was an uproar when the intermediate 'n' became a rule in the new Groene Boekje, i.e. the spelling bible. Hondehok (i.e. doghouse) became hondenhok, as if every household had a kennel (for several dogs). And who could account for the difference between ruggespraak (i.e. consultation) and ruggengraat (i.e. backbone) or wiegelied (i.e. nursery rhyme) and wiegendood (i.e. cot death / crib death)?

The Language Union announced on Monday that, as of 2006, the third category of exceptions to the main 'n-rule' will be abolished. This phrase, representing the exact words used by the language committee, no doubt goes to show what abstract level of regulatory zeal has been reached here. In the spelling-decree of ten years ago, the category of exceptions was referred to as 'compunds with an animal name in first position and the total word signifying a plant'. Since that exception will now be reversed, kattekruid will be kattenkruid and paardebloem (i.e. dandelion) will be paardenbloem next year.

It makes Peter Smulders, who is the Director of the Association Onze Taal, utter a sigh. "It's about a category of 24 words. 98 Percent of the 'n' will remain unchanged. And for that everything will be stirred up again. No wonder people are throwing the towel and simply go by their own spelling intuition, right or wrong."

Jannine Beeken, as the coordinator of the spelling task-group, is responsible for abolishing the third category of exceptions. She actually defends herself with the argument that language users, i.e. all of us, will benefit from it. The 1995 revolution has been opened for discussion, and people failed to understand the 'paardebloem exception'. "Even biologists could not see the logic of it. You then have to see what the impact will be, and because it only involves 24 words, you abolish that exception."

Smulders feels that the spelling agreed on last time, whether successful or not, should have remained unaffected for a while. "English and French have remained unchanged for centuries. Old texts are still quite legible. Try that in Dutch." He finds comfort in the idea that these adaptations are marginal. Apart from the -n-, the use of the capital letter will be adapted (kelt (i.e. Celt) will be Kelt when used as a geo-ethnic reference) and established English words will be spelled in their most logical form (online instead of on line).

Smulders can only welcome the fact that the vocabulary will be updated every ten years. Tsunami, i-bankieren and sms'en deserve a place in the Groene Boekje. He only places a question mark with the introduction of 500 Surinam words. In itself, a word such as handknie (i.e. elbow) is an enrichment to our vocabulary, but no doubt the only reason for this is Surinam's accession to the Dutch Language Union."

Beeken calls the Surinam contribution 'a first test'. But, in her opinion, proper attention has been paid to whether or not the words could stand the test of criticism. The successful words are of uncontroversial spelling and their value is the same as that of Flemish idioms. A word such as schoonbroer (i.e. brother-in-law) has been replaced by the word zwager in our language area, but actually it is a fine specimen from Old-Dutch.

Beeken considers the new spelling of procédé to be among the pitfalls of the Groot Dictee der Nederlandse Taal.

 

 

terug naar boven

 

back to top

   

<< terug / back