|
Oudejaarsavond nergens zo explosief (2 januari 2001, © De Volkskrant) Nederland is een vuurwerkland. Nergens anders ter wereld, China en een aantal Zuid-Amerikaanse landen daargelaten, uiten burgers zo massaal en explosief hun vreugd over de komst van een nieuw jaar, of een ander heuglijk feit, met pijlen, potten en rotjes. In de EU stuit uniforme wetgeving vooral op het specifieke Nederlandse vuurwerkgedrag.
In veel landen is verkoop van vuurwerk aan particulieren domweg verboden. In Frankrijk gaat op Quatorze Julliet veel de lucht in, maar geen enkele privé-pijl. Vuurwerk is voorbehouden aan de staat. Hetzelfde is het geval in Duitsland. Zelfs in de toch niet bang uitgevallen Verenigde Staten is het verkopen van vuurwerk aan particulieren in tien staten geheel verboden en in 25 andere aan zeer strenge beperkingen onderhevig. De Amerikaanse antivuurwerklobby kwam al aan het begin van de vorige eeuw op gang, toen tussen 1903 en 1907 het traditionele geknal op de Fourth of July aan 1153 mensen het leven bleek te hebben gekost. In sommige andere landen steken burgers wel eens een lontje aan: in Engeland op 5 november, Guy Fawkes Day, in Spanje op 23 juni, San Juan -, maar in vergelijking met Nederland gaat het daarbij om peanuts, zowel wat hoeveelheid als kracht van het vuurwerk betreft. Nederland heeft daarom ook een relatief strenge vuurwerkwet, die binnenkort nog verder zal worden aangescherpt: in andere landen bestaat daaraan vanwege het beperkte particuliere gebruik geen behoefte. De oorsprong van de Nederlandse vuurwerktraditie ligt in de vroege handelscontacten met China, waar zo’n tienduizend jaar geleden de explosieve mix van salpeter, sulfide en stof van houtskool werd ontdekt. Hollandse handelsvloten brachten al in de zeventiende eeuw uit het Verre Oosten siervuurwerk mee, dat vooral populair was onder de gegoede burgerij. Maar tot het begin van de vorige eeuw werd het nieuwe jaar in bijvoorbeeld Amsterdam sober ingeluid met het afschieten van een paar kleine kanonnen op de Prins Hendrikkade. Elders volstond men met het tot explosie brengen van carbid in melkbussen om de kwade geesten schrik aan te jagen. De ‘democratisering’ van het luxe siervuurwerk begon pas echt na de Tweede Wereldoorlog. Naar schatting tien miljoen kilo, met een waarde van rond de negentig miljoen gulden, wordt tegenwoordig elk jaar op 1 januari tot ontploffing gebracht. En daarbij lopen steevast zo’n twaalfhonderd mensen letsel op, een aantal dat volgens C. Meijer van de Stichting Consument en Veiligheid ‘niet meer substantieel is te verlagen’. Het aantal zwaargewonden vertoont al jarenlang een dalende tendens. Enkele decennia geleden was het percentage zwaargewonden onder het totaal aantal vuurwerkgewonden nog 15 procent, nu ligt dat rond de 1 procent. Voorlichtingscampagnes hebben effect gehad.
In Chili, een van de Zuid-Amerikaanse landen waar traditioneel met oud en nieuw door de burgers ook massaal vuurwerk werd afgestoken, werd in januari 1999 verkoop aan particulieren verboden, vooral vanwege het hoge aantal gewonden onder kinderen. In Nederland vormen de twaalfhonderd slachtoffers kennelijk een prijs die we bereid zijn te betalen. Meijer: "Wij zijn tegen een verbod. Het zit in onze volksaard om wat wordt verboden toch stiekem te doen. Een rigoureus verbod zou ertoe leiden dat mensen zelf gaan experimenteren of illegaal vuurwerk gaan aanschaffen.Met alle gevolgen van dien." |
New Year’s Eve nowhere that explosive (January 2, 2001, © De Volkskrant) The Netherlands is a country of fireworks. At no other place in the world, barring China and a number of South-American countries, citizens express their joy about the arrival of the New Year, or some other memorable occasion, in such large numbers and so explosively, with rockets, decorative ground fireworks and crackers. In the EU, uniform legislation mainly runs up against the specifically Dutch attitudes towards fireworks. In many countries, the retail of fireworks is simply prohibited. In France, a lot goes up into the air on Quatorze Julliet, yet not a single rocket is lighted by private persons. Lightning fireworks is the prerogative of the state. The same goes for Germany. Even in the United States, a country not prone to apprehensiveness, retail of fireworks is wholly prohibited in ten states and subject to strict limitations in 25 other states. The American anti-fireworks lobby made its first appearance as early as the beginning of the previous century, when between 1903 and 1907, the traditional sound of crackers on the Fourth of July turned out to have taken the lives of 1153 people. In some other countries, people may occasionally light a cracker or two: in England on November 5, Guy Fawkes Day, in Spain on June 23, San Juan, but compared to the Netherlands, this is peanuts both with regard to the quantity and to the force of the fireworks. Hence, the Netherlands has a relatively strict fireworks law, which is shortly to be tightened up even further: there is no need for that in other countries due to its limited use by private persons. The origins of the Dutch fireworks tradition lies in the early trade contacts with China, where, about two thousand years ago, the explosive mixture of saltpeter, sulphide and charcoal dust was discovered. As early as the seventeenth century, Dutch merchant fleets brought home decorative fireworks from the Far East, which was popular among the well-to-do middle classes. But, until the beginning of the previous century in, for instance, Amsterdam, the New Year would be marked by firing a few small canons on Prins Hendrikkade. Elsewhere, People would go no further than igniting carbide in milk cans in order to frighten evil spirits. The ‘democratization’ of luxury decorative fireworks did not start for real until after the Second World War. These days, an estimated ten million kilos, worth around ninety million guilders, is exploded on January 1 each year. And, typically, about twelve hundred people get injured in the process, which is a number that "cannot be substantially reduced any further, according to C. Meijer of the Consumers and Safety Foundation. The number of people seriously injured has been on a downward trend for years. Some decades ago, the percentage of seriously injured people among the total number of people injured as a result of fireworks would be 15 per cent, whereas it is now around 1 per cent. Information campaigns have had their effect. In Chili, one of the South-American countries whose citizens would traditionally light fireworks on a massive scale on New Year’s Eve, its retail was prohibited in 1999, particularly because of the high number of injured children.
In the Netherlands, the twelve hundred victims are apparently a price we are willing to pay. Meijer:"We are opposed to a prohibition. It is part of our national character to secretly do things regardless of any prohibitions. A rigorous prohibition would result in people starting to experiment for themselves or to acquire fireworks illegally. With all its consequences." |
|
|