|
Fanny Blankers-Koen 1918-2004 (26 januari 2004, © De Volkskrant) 'De Vliegende Huisvrouw' luidt de bijnaam van Fanny Blankers-Koen, die in 1948 tijdens de Spelen van Londen vier gouden medailles behaalde. Een wapenfeit dat nadien nooit meer door een atlete geëvenaard is. Was de oorlog er niet geweest, dan had ze al op de Spelen van 1940 en 1944 kunnen uitblinken. Zondag overleed ze op 85-jarige leeftijd. Die beroemde vier olympische medailles, ach, daar keek ze nooit meer naar, zei ze, in de zomer van 2002, aan de vooravond van de Europese kampioenschappen in München. "Het zijn lelijke dingen. Van die armoedige gevallen van net na de oorlog. Geen echt goud." Nuchter bleef ze tot het einde, Francina Blankers-Koen, ook buiten Nederlnad gelauwerd als de 'atlete van de 20ste eeuw', die zondag op 85-jarige leeftijd in Hoofddorp in een verzorgingshuis na een langdurig ziekbed overleed. Vijftien jaar was de op 26-04-1918 geboren Fanny Koen toen ze zich op de atletiekbaan meldde. Ze had eerder gezwommen, maar met die laatste sport was ze gestopt omdat ze "Rie Mastenbroek, de topper in die jaren, toch nooit zou kunnen bijhouden". In 1935 leerde ze Jan Blankers kennen, atletiektrainer in Amsterdam, die nationaal kampioen hinkstapspringen was geweest. Blankers, van beroep sportjournalist, later chef-sport bij De Telegraaf, beschreef die ontmoeting als volgt: "Wij maakten officieel kennis en gingen een compagnonschap aan dat eens zou leiden tot een inniger band." Blankers liet haar uitkomen op de korte loopnummers, en op het hoog- en verspringen. Ze bleek op al deze disciplines een natuurtalent. In 1936 al deed ze mee in Berlijn, ze werd vijfde bij de 4 x 100 en zesde bij het hoogspringen. Ze zag Jesse Owens naar vier gouden medailles snellen. In 1938 was er weer een internationaal toernooi, de EK in Wenen. Koen won daar twee bronzen medailles, op zowel de 100 als de 200 meter. Ze werd sterker en sterker, liep en spróng naar wereldrecords, maar ze moest in de donkere jaren daarna acht jaar wachten op een volgend groot evenement, de EK in Oslo. De Spelen van Tokio ('40) en Helsinki ('44) werden geschrapt. Wel bleef ze in het bezette Nedrland, net als zoveel anderen, gewoon sporten. Tot ver in 1944 werden er grote atletiekwedstrijden in het Olympisch stadion gehouden, waar tienduizenden op af kwamen. Ze liep en sprong tijdens de oorlogsjaren meerdere wereldrecords, 1943 was haar topjaar. Haar carrière was na 1948 nog niet voorbij, ze glorieerde in Brussel in 1950 nog eenmaal op de EK. Halverwege de jaren vijftig stopte ze definitief, maar ze bleef als ploegleidster nog aan de Nederlandse olympische équipe verbonden. Ze reisde in die hoedanigheid naar de Spelen van Rome, Tokio en Mexico. Daarna was 'de vrouw van een andere planeet', die op bruine bonen en een lepel levertraan tot haar prestaties kwam, vaak eregaste bij grote atletiek-evenementen en bij de Olympische Spelen. In 1996 nodigde het IOC haar uit voor de Spelen in Atlanta. "Het IOC wilde iets doen met tien mensen die veel voor de sport hebben betekend. Maar mijn probleem is dat ik niet tegen de warmte kan en ik zegde af." In haar caravan keek ze met een vriendin naar de opening. "Toen alle atleten op het middenveld stonden, werden negen oude atleten op een podium geroepen. Toen begreep ik waarom ze me graag wilden hebben. Ik heb heel erg zitten huilen." Twee jaar geleden werd ze door de IAAF uitgeroepen tot atlete van de 20ste eeuw. Samen met Carl Lewis, die bij de mannen werd verkozen, beklom ze in Monte Carlo het podium. "Het was een geweldige eer. Ik ben nog nooit eerder sportvrouw van het jaar geweest, ook niet in Nederland." Nee zelfs niet in haar gloriejaren. "Toen werd het Abe Lenstra." Marion Jones poogde in 2000 in Sydney FBK's Londense prestatie te evenaren of zelfs te overtreffen, maar de Amerikaanse topatlete redde het niet. Blankers-Koen in 1999: "Als ik nu aan sport deed, zou ik wel bij de top horen, maar nooit meer vier gouden medailles halen. Dat kan niet meer." |
Fanny Blankers-Koen 1918-2004 (January 26, 2004, © De Volkskrant) 'The Flying Housewife' was the nickname of Fanny Blankers-Koen, who won four gold medals at the London Olympic Games of 1948. A feat that has never been matched by any female athlete since. If it had not been for the war, she could have excelled as early as in the 1940 and 1944 Olympics. She died on Sunday aged 85. Those famous four Olympic medals, oh well, she never looked at them anymore, said she in the summer of 2002, on the Eve of the European Championships in Munich. "They're ugly things. The kind of trivial objects from the early post-War period. Not real gold." She remained down-to-earth until the end, Francina Blankers-Koen, honoured outside the Netherlands, too, as the 'athlete of the century', who died aged 85 after a long sickbed at a care home in Hoofddorp on Sunday. Fanny Koen, born 04-26-1918, was fifteen when she turned up at the athletics track. She had been a swimmer previously, but had stopped doing that sport because she "would never have been able to keep up with Rie Mastenbroek, who was the best in those days". In 1935, she was introduced to Jan Blankers, the athletics trainer in Amsterdam who had been the national triplejump champion. Blankers, whose occupation was sports journalist and later chief sport editor with De Telegraaf newspaper, described that introduction as follows: "We were officially introduced to each other and entered into a partnership that would later lead to a more intimate relationship." Blankers had her compete in the short-distance running disciplines and in the high-jump and long-jump. She proved to be a natural in all those disciplines. As early as 1936, she competed in Berlin, became fifth in the 4x100 metres relay and sixth in the high-jump. She saw Jesse Owens run to four gold medals. In 1938, there was another international tournament, the European Championships in Vienna. Koen won two bronze medals there, at the 100 as well as the 200 metres. She became stronger all the time, ran and jumped world records, but, in the dark years after that, had to wait eight years for the next great event, the European Championships in Oslo. The Games of Tokio (1940) and Helsinki (1944) were cancelled. Still, as so many others, she went on doing sports when the Netherlands were occupied. Until late in 1944, major athletics competitions were held in the Olympic Stadium, attracting tens of thousands of people. During the war years, she ran and jumped several world records, and 1943 was her top year. After 1948, her career was not over yet; she triumphed one more time in the Brussels European Championships in 1950. In the mid-fifties, she stopped for good, though she kept involved as team-leader with the Dutch Olympic team. In that capacity, she travelled to the Games of Rome, Tokio and Mexico. After that, 'the woman from another planet', who had made her achievements on a diet of brown beans and a spoonful of fish oil, would often be the guest of honour at major athletics events and at the Olympics. In 1996, the IOC invited her to the Games of Atlanta. "The IOC wanted to do something with the ten people that had made a large contribution to sports. But my trouble is that I can't stand hot weather, so I declined the invitation." Together with a friend, she sat in her caravan when she watched the opening ceremony. "When all athletes were standing in the central area, nine ex-athletes were called onto the podium. At that point I saw why they would have liked to have me. I cried a lot." Two years ago, she was acclaimed by the IAAF as the best female athlete of the 20th century. Together with Carl Lewis, who was chosen from the men, she climbed the podium in Monte Carlo. "It was a great honour. I have never been sporter of the year: not in the Netherlands either. No, not even in her glory years. "It was Abe Lenstra then." In 2000, Marion Jones tried to equal or outdo FBK's London achievement of 1948, but the American top athlete was unsuccesful. Blankers-Koen said in 1999: "Though I would be among the best if I was in sports today, I would never get four gold medals again. It's no longer possible." |
|
|