<< terug / back

Jeugd & Onderwijs

Vergelijkend onderzoek scholen in de Bijlmer en de Bronx.

(18 juni 2005 © de Volkskrant)

 

De eerste dag de beste dat Bowen Paulle die school in de Amsterdamse Bijlmermeer bezocht, zag hij hoe hard het leven daar was: een ervaren leraar werd fijngemalen door zijn klas. ‘Die man kon het gewoon niet aan. De leerlingen gingen grappen maken, of lieten hem gewoon maar praten. Ze scholden elkaar uit. Of ze riepen naar elkaar: ik sla je op je bek. Die man kwam vrijwel niet aan lesgeven toe.'

 

Het had schokkend kunnen wezen, ware het niet dat Paulle net een paar jaar had lesgegeven aan een zwarte school in de New Yorkse wijk The South Bronx. Daar was hij wel erger gewend.

 

Hij zat zelf ook in de Bronx op school. ‘Wij woonden in Manhattan. Ik vond mijzelf heel goed in basketball, te goed voor op een blanke school. Mijn vader was nog profbasketballer geweest in Europa en ik wilde ook basketball spelen. Zo kwam ik op een katholieke, zwarte school in de Bronx.

 

‘Dat katholieke, maar vooral het schoolgeld van een paar duizend dollar per jaar, maakte die school selectief, veel braver dan de public schools . Maar ik was er wel bijna de enige met een blanke-midden-klasseachtergrond.'

 

Hier werd zijn belangstelling voor achterstelling geboren. Hij maakte er kennis met de merkwaardige kenmerken van de Amerikaanse rassenscheiding: die had weinig met kleur te maken. ‘Bowen, you are not white' , kreeg hij regelmatig te horen.

 

Na de middelbare school ging hij naar een ‘super-elitair' college in Boston, maar telkens als hij terugkwam in New York hoorde hij hoe het zijn vrienden van die relatief brave zwarte school in de Bronx verging: ‘Die heeft iemand neergeschoten en zit vast.' ‘Die is opgepakt voor drugshandel.' ‘Die is neergeschoten in North Carolina.'

 

‘Ik realiseerde me wat het verschil was tussen hen en mij. Het waren gewoon slimme kerels, die wilden ook naar college. Maar ik kwam uit de middenklasse. Ik had economisch kapitaal meegekregen, maar ook cultureel kapitaal. Bij ons thuis lagen Dostojevski en Shakespeare op de tafel, en The New York Times .'

 

Een van zijn vrienden, ook een blanke middenklasser, werkte in de Bronx op een zwarte public school vol probleemkinderen. Hij nodigde Paulle uit om eens te komen kijken. ‘De meeste kinderen hier zijn schatjes', had hij gezegd, ‘maar er zitten een paar rotte appels tussen.' Dat bleek maar al te waar, want deze vriend werd een paar jaar later doodgeschoten door een ex-leerling. Paulle ging op de uitnodiging in en voor hij het wist, had hij er een baan, als leraar Engels en maatschappijleer.

 

Strijdperk

 

Een baan is niet het juiste woord; het was een strijdperk, waarin hij zich elke dag staande moest zien te houden. ‘Ik was totaal overdonderd. Van mijn voeten geblazen. Er was emotie, stress, opwinding. Er was dag in dag uit electricity in de gang, in de lokalen. De hele school was één groot spanningsveld. Er waren gangs , er werd geflirt, er waren bijna-vechtparijen.'

Al snel wist hij dat hij naar dat strijdperk een onderzoek wilde doen. Wat er nou écht gebeurt. Wat zich afspeelt tussen de leraren en leerlingen, tussen de leerlingen onderling. En toen hij in 1999 naar Nederland kwam, was het plan al snel gerijpt om dat onderzoek in Nederland voort te zetten en er een vergelijkende studie van te maken. Socioloog prof. Dr. Bram de Swaan had aan één gesprek genoeg: ‘We are in business' , zei de hoogleraar. ‘Ik ben je promotor.'

 

Er waren verschillen tussen de scholen, dat is waar. Die in de Bijlmer was speelser, die in de Bronx was rauwer. Maar wat Paulle vooral opviel, waren de overeenkomsten. Zowel daar als hier werden de gebeurtenissen in de klas vooral bepaald door de dagelijkse wanorde, ‘flows van emotie', informele processen en bedreiging. En aan beide zijden van de oceaan was een betrekkelijk kleine groep ‘ ghetto fabulous '-jongeren bepalend. Jongeren met wie in de klas nauwelijks een land was te bezeilen. Zij domineerden de anderen onder wie de brave ‘ nerds '.

 

Slechts een enkele leraar kon orde houden, en slaagde erin zelfs in de moeilijkste klassen meer dan 50 procent van de tijd les te geven. De meesten kwamen niet verder dan een 30 procent, sommigen moesten al genoegen nemen met een paar minuten.

 

[Bowen Paulle promoveerde 16 juni j.l. tot doctor in de sociologie, en zijn dissertatie heet Anxiety and Intimidation in the Bronx and the Bijlmer: An Ethnographic Comparison of Two Schools , uitgegeven door Dutch University Press ].

Youth & Education

Comparative Study of Schools in the Bijlmer and the Bronx

(June 18, 2005 © deVolkskrant)

 

The very first day when Bowen Paulle visited that school in the Amsterdam Bijlmer, he saw how tough life was there: an experienced teacher was shredded to bits by his class. “That man just couldn't cope. The students started horsing around, or just let him talk. They ranted at each other. Or they yelled at each other: I'm going to hit you in the face. That man hardly ever got around teaching.”

 

It might have been shocking, if it had not been for the fact that Paulle had just been teaching at a black school in the New York borough of the South Bronx. He had become used to worse things there.

 

He went to school in the Bronx himself. “We lived in Manhattan. I had a very high opinion of myself at basketball, too high for a white school. My father had been a basketball player in Europe, and I wanted to play basketball myself, too. This is how I ended up at a Roman Catholic, black school in the Bronx .

 

“That Catholic thing as well as the tuition fee of a couple of thousand dollars a year made that school selective, and much more well-behaved than the public schools. But, it did make me practically the only one with a white-middle-class background.”

 

This gave birth to his interest in deprivation. He got acquainted with the peculiar features of American racial segregation: it had little to do with color. “Bowen, you are not white”, is what he was told on a regular basis.

 

After high-school, he went to a “super-elitist” college in Boston, but every time he returned to New York, he heard how his friends at that relatively well-behaved black school in the Bronx were doing: “That person has shot somebody and is doing time”. “That one has been arrested for drugs trafficking”. “That one was shot in North Carolina .”

 

“I realized what the difference was between them and me. They were just smart guys who wanted to go to college, too. But I was from the middle classes. I had been given economic capital as well as cultural capital to take with me. At home, we had Dostojevski and Shakespeare on the table, and The New York Times .”

 

One of his friends, also a white-middle-class person, worked in the Bronx at a black public school full of problem kids. He invited Paulle to come and take a look some time. “Most kids here are darlings”, he had said, “but there are a few bad eggs among them.” This proved to be the only too true, for, a few years later, this friend was shot by a former student. Paulle accepted the invitation and before he knew it, he had a job there, as a teacher of English and social studies.

 

Battle field

 

A job is not the right word; it was a battle field on which he had to try and survive each day. “I was totally overwhelmed. Blown off my feet. There was emotion, stress, excitement. Day in, day out, there was electricity in the corridor, in the classrooms. The whole school was one big tension area. There were gangs, there was flirting, there were near-fights.”

 

He soon knew he wanted to research that battlefield. What is really happening. What is going on between the teachers and the students themselves. And when he came to the Netherlands in 1999, the plan would soon materialize to continue that research in the Netherlands , and to turn it into a comparative study. Sociologist Prof. dr. Bram de Swaan needed only one interview: “We are in business”, the professor said, “I'll be your supervisor.”

 

There were differences between the schools, to be sure. The one in the Bijlmer was more playful, the one in the Bronx was rougher. But what struck Paulle more than anything were the resemblances. Both there and here, classroom proceedings were mainly determined by the daily chaos, flows of emotion, informal processes, and threat. And on both sides of the ocean, a relatively small group of ghetto-fabulous youngsters called the shots. Youngsters were very hard to control in the classroom. They dominated the others, including the well-behaved nerds.

 

Only very few teachers were able to keep order and managed to teach even the most difficult classes more than 50 per cent of the time. Most of them got no further than about 30 per cent, while some had to make do with a few minutes.

 

[ Bowen Paulle received his PhD in sociology on June 16 last, and his dissertation is called Anxiety and Intimidation in the Bronx and the Bijlmer: An Ethnographic Comparison of Two Schools , published by Dutch University Press].

 

 

terug naar boven

 

back to top

   

<< terug / back